Martin Sommer: een rechtgeaard liberaal kan onmogelijk blij zijn met de toekomstige klimaatmaatregelen

Wat heb je nog aan democratie, als je door wetenschap al weet wat komen gaat?

Twee jaar geleden presenteerden Jesse Klaver en Diederik Samsom hun klimaatwet. Destijds schreef ik dat de PvdA met dit initiatief haar eigen graf groef, omdat ze zich zo nauw aan de kleinlinkse broeders van GroenLinks had verbonden. Maar kijk, intussen staat de klimaatwet in het regeerakkoord, ondanks het feit dat geen van beide partijen daaraan meedoet. Een mooie prestatie, al is het niet de strenge versie waarin Nederland in 2050 vrijwel geen CO2 meer mag produceren. Over anderhalve week debatteert de Kamer erover met minister Wiebes (VVD).

En dus moeten we er serieus naar kijken. Vooral omdat het er alle schijn van heeft dat het leven als gevolg van de veelheid aan klimaatmaatregelen drastisch zal veranderen. Hoe de wet eruit gaat zien weten we niet, maar we kunnen het voorstel van Klaver en Samsom heel wel als voorbeeld nemen. Startpunt is de wetenschappelijke consensus dat ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn, om in 2050 onder de 2 graden opwarming te blijven. Het kabinet kijkt in het regeerakkoord niet verder dan 2030, maar hanteert voor die datum hetzelfde doel als Klaver en Samsom, namelijk 55 procent minder CO2.

Ook het argument is hetzelfde, de voorspelbaarheid op de lange termijn, voor burgers en bedrijven. Klaver en Samsom spreken van het doorbreken van de tragedie van de horizon. Met dat poëtische uitzicht bedoelen zij dat politiek en bedrijfsleven normaliter niet verder kijken dan de volgende verkiezingen of de volgende jaarrekening. Men sluit de ogen voor de noodzakelijke maatregelen op de lange termijn. Dat kan zo niet verder. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving adviseerde het kabinet inmiddels om de horizon van de klimaatwet te verleggen naar 2050.

Een voorbeeldig duo... Foto Freek Van Den Bergh

Dat ziet er allemaal verstandig uit, maar laat ik u meenemen naar deel twee van de film An Inconvenient Truth. De held en hoofdpersoon Al Gore etaleert daarin ruimschoots zijn retorische talent, onder andere in een speech in de openlucht. Voor een ademloos publiek zei Gore dat er voor het kiesrecht was gevochten en dat die strijd was gewonnen. Dat er voor burgerrechten was gevochten en gewonnen. Er dat er nu gevochten wordt tegen klimaatverandering en dat er ook ditmaal gewonnen gaat worden.

Vergeef me de onprecieze weergave, het gaat om de ongelijksoortigheid in de vergelijking. Het verlangen naar burgerrechten of kiesrecht wordt gedragen door politieke opvattingen. Daarover kun je van mening verschillen. Het klimaatvraagstuk begint bij de wetenschap. Uitgangspunt is zoals gezegd de wetenschappelijke consensus. Daaruit vloeit vanzelf voort wat er op politiek gebied moet gebeuren, tot 2050 aan toe. Er is dus een rationeel doel en er is een verstandige manier om dat doel te halen.

Ik zat naar Al Gore te kijken en ik moest denken aan Karl Popper. Die is met zijn Open Samenleving vandaag de dag populair, vooral bij tegenstanders van populisten. De Trumps met hun muren en dichte grenzen belichamen het gesloten wereldbeeld. Maar Popper bedoelde met zijn Open Samenleving iets anders, namelijk de liberale traditie. Hij schreef zijn The Open Society and Its Enemies in 1945, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Hij keerde zich vooral tegen het begrip noodzaak in de politiek. Noodzakelijke politiek was de grondslag van het fascisme en vooral het marxisme, dat zich baseerde op de wetenschap.

Marx en zijn nazaten spraken van het wetenschappelijk socialisme. Uitgangspunt en uitslag stonden vast. Je kon hoog of laag springen, de klassenstrijd zou uitdraaien op de klassenloze samenleving. Marx had weinig met democratie, nog minder met liberalisme. De kern van Poppers betoog is dat de toekomst niet vastligt, maar vrij is. Daarom was hij tegen maatschappelijke blauwdrukken en hartstochtelijk voor de kleine stapjes van het voortmodderen.

Ook ditmaal gaan we winnen.. Foto Chris Pizzello/Invision/AP

Terug naar de klimaatwet. Wie met de wetenschap in de hand al weet wat er gaat gebeuren, heeft geen democratie nodig. Zo kunnen we de toekomst tot 2050 vastleggen, met een jaarlijkse klimaatbegroting en juridische afdwingbaarheid van de voortgang. Mevrouw Minnesma van Urgenda loopt zich al warm. Het begrip 'ware vrijheid' is hier van toepassing. Gewone burgers of kortetermijnpolitici kennen hun werkelijke belang niet. Het hele eiereneten is nu om de mensen te laten inzien wat hun echte belang is. Er is één probleem met de ware vrijheid. Die wil nog weleens uitlopen op de guillotine, voor de mensen die het niet willen begrijpen.

Zo lijkt de strijd voor een CO2-loze wereld verdacht veel op de strijd voor een klassenloze maatschappij. Het is geen toeval dat de grootste bestrijders van de opwarming het water in de mond loopt bij de aanpak van de autoritaire Chinezen, terwijl wij hier maar voortsukkelen. Ook onder klimaatwetenschappers vinden we niet de grootste democraten. Als de gewenste uitkomst vastligt, hoeven we bij wijze van invuloefening alleen nog vast te stellen waar de windmolenwouden komen te staan, op de Veluwe of de Sallandse Heuvelrug en liefst allebei. Kijk op de site van de SER, klik op energie-akkoord en huiver. Daar heeft de landschapsarchitect des vaderlands het hele land bestrooid met windmolens, in de voorafschaduwing van 2050.

Een rechtgeaard liberaal? Foto anp

Een rechtgeaard liberaal kan hier onmogelijk blij mee zijn. En uitgerekend de VVD levert de klimaatminister. U mag zelf uitmaken wat dit betekent voor het gehalte van het liberale gedachtengoed in die partij.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant

Meer over