Martin Sitalsing

Hij is een van de populairste korpschefs van Nederland Het liefst was hij naar de nieuwe nationale politie gegaan, maar dat lukte niet. Hij wordt directeur van Bureau Jeugdzorg in Groningen. 'Een droombaan, eentje waarbij ik kan ingrijpen voordat jongeren de fout in gaan.'

'Het verhaal wordt nog erger', zegt Fouad Ouald Chaib. De Enschedese politiechef zit in de riante werkkamer van zijn baas, de Twentse korpschef Martin Sitalsing, voor het wekelijks overleg. Ditmaal staat de aanpak van de plaatselijke jeugdbende centraal. 'De jongste verdachte die we hebben aangehouden op verdenking van inbraak is 13 jaar.'


'13? Zo jong?'


'Ja. Dat is niet het enige. De moeder van de 13-jarige verkocht de gestolen sieraden bij het pandjeshuis.'


'Ze weet dus wat haar zoon uitspookt!'


'Ze weet het niet alleen, ze bedondert haar zoon ook nog eens. Ze heeft 600 euro gekregen voor de gestolen sieraden, maar zei tegen haar zoon dat ze maar 300 euro kreeg.'


'Neeee?'


'Jawel. Van harte gefeliciteerd met je nieuwe baan trouwens. Zo'n probleemgezin wordt straks jouw werk.'


Kinderen die zonder blikken of blozen een overval plegen en ouders zonder opvoedtalent. Dat is het voorland van Martin Sitalsing (49). Half januari vertrekt Sitalsing, na 27 jaar bij de politie te hebben gewerkt. Hij wordt directeur van Bureau Jeugdzorg in Groningen.


'Een droombaan, eentje waarbij ik kan ingrijpen voordat jongeren de fout in gaan', aldus Sitalsing. 'Jeugdcriminaliteit intrigeert me. Natuurlijk waren er twintig jaar geleden ook criminele jongeren. Maar er is wel wat veranderd. De schroom om geweld te gebruiken is verdwenen. Een gewapende overval is tegenwoordig een instapdelict.'


Oké, geeft hij toe, hij droomde eigenlijk van een baan als kwartiermaker bij de nieuwe nationale politie. En ja, hij heeft gebaald toen hij deze zomer een telefoontje kreeg dat hij niet een van deze felbegeerde tien topplekken had gekregen. En hij niet alleen. Wie een dag met Sitalsing meeloopt, hoort overal op de Twentse politiebureaus: 'Martin, wat jammer dat je gaat. Onvoorstelbaar dat jij niet een van de tien kwartiermakers bent geworden.'


De Hindoestaanse Surinamer is immers een van de populairste korpschefs van Nederland. De enige allochtoon die het lukte zo'n positie te bereiken in de bleke politietop.


Het is niet anders, concludeert Sitalsing als het over de baan gaat die hij niet kreeg. 'Ik ben niet het type dat blijft hangen in onvrede en teleurstelling. Zowel mijn moeder als mijn broer is jong overleden. Van die ervaringen heb ik geleerd geen tijd te verdoen. Na een teleurstelling pak ik de regie weer over mijn leven en ga vrolijk verder. Ik heb veel zin om te beginnen bij Jeugdzorg.'


Bovendien is het maar de vraag of zijn vertrek definitief is. Wie weet duikt hij over een aantal jaar weer op aan de politietop. 'Er is me gezegd: Martin, de deur blijft open staan.' En dat lijkt niet aan dovemansoren gericht, de politieontwikkelingen blijven hem fascineren.


Hoe ziet het politiewerk er over een jaar of tien uit?

'Het politiewerk zou moeten verschuiven van repressie naar intelligence. We moeten onze informatiepositie verbeteren zodat we ons voorspellend vermogen vergroten. Daarom zijn we in Twente, samen met onder meer de KLPD en het Israëlische informatie- en beveiligingsbedrijf Athena, bezig om een softwaresysteem te ontwikkelen dat alle openbare informatie scant op afwijkende patronen.


'Bijvoorbeeld: als uit de informatie blijkt dat iemand een Harley Davidson heeft gekocht en dat hij twittert over motorclub Satudurah, dan gaat er bij ons een belletje rinkelen. Dan gaat de wijkagent daar wel een kopje koffie drinken. Door de juiste informatie te verzamelen, kun je mensen tijdig op andere gedachten brengen en criminelen de poot dwars zetten. De politie moet zich veel meer richten op preventie.'


Zo'n softwareprogramma klinkt als een soort Big Brother.

'Het gaat er om dat je de openbare informatie goed gebruikt. Er zijn zaken waarbij we achteraf zeggen: hadden we de internetfora maar goed in de gaten gehouden, dan zouden we de misdaad hebben kunnen voorkomen.'


Zoals?

'Er was onlangs een zaak die draaide om het onlinespel Habbo Hotel. Een van de deelnemers was hier heel goed in. Zo goed dat de andere deelnemers jaloers waren op zijn puntenaantal en hem bedreigden. Uiteindelijk werd hij ontvoerd. Ze hebben hem een mes op zijn keel gezet en gedwongen om digitaal punten over te maken naar anderen.


'Dit is maar één voorbeeld. Bedenk wat je zou kunnen voorkomen als je tijdig kinderporno signaleert.'


Betekent dit minder blauw op straat?

'Ja, minder blauw op straat en meer informatie- en internetrechercheurs. Als we informatie goed gebruiken, kunnen we niet alleen meer voorkomen, maar ook meer oplossen. Laatst hadden we een jongen opgepakt die verdacht werd van een overval. Dankzij zijn computer konden we achterhalen dat hij met vrienden heeft gechat over nog vier overvallen. Bovendien ontdekten we zo wie de andere betrokkenen waren.'


Hoe ver wilt u gaan als het gaat om het oprekken van de privacyregels?

'Je zult van mij geen pleidooi horen om het land vol te hangen met camera's. Ik vind wel dat we meer informatie met andere partijen moeten delen en vice versa. Daar moet je wel een gegronde reden voor hebben. Soms moeten we iets van onze privacy inleveren ten behoeve van onze veiligheid.


'Vaak bespeur ik terughoudendheid om de grenzen van de privacyregels op te zoeken. We hoeven niet zo bang te zijn. Mijn ervaring is dat het College Bescherming Persoonsgegevens bereid is om met je mee te denken.


'Zo zijn we in Twente een project begonnen met de particuliere beveiligingsbranche. Dat bevindt zich qua privacyregels in een schemergebied. Dus je moet heel kritisch kijken naar de manier waarop je informatie uitwisselt.'


Sinds deze maand is niet alleen de Twentse agent op de hoogte van bekende boeven, ook de lokale beveiligers krijgen informatie over de auto's waarin de veelplegers rijden, de naam of het signalement. Bovendien mogen de beveiligers als ze een verdacht voertuig zien, kentekens natrekken bij de meldkamer. Het is een project dat door veel andere korpsen met interesse wordt gevolgd. En dat terwijl Sitalsing zich enkele jaren terug nog fel tegenstander toonde van de opkomst van de beveiligingsbranche. Inmiddels zijn er bijna even veel particuliere beveiligers op straat als agenten.


Wat is er veranderd?

'Het is een trend die niet tegen te houden is, de beveiligingsbranche is gigantisch. Dus toen dacht ik: if you can't beat them, join them. Zo verdubbelen we onze ogen en oren op straat en vergroten we de pakkans.'


Hoe voorkomt u dat de beveiligers niet met de vertrouwelijke informatie aan de haal gaan?

'We werken alleen met bedrijven met een keurmerk, sluiten convenanten af over de kwaliteit en ze moeten een geheimhoudingsclausule ondertekenen. Door op deze manier samen te werken, ligt de regie bij ons en houden we beveiligingscowboys buiten de deur.'


In de jaren tachtig, toen Sitalsing begon, was het politiewerk nog totaal anders. Het denken in efficiency en een bedrijfsmatige aanpak was nog niet doorgedrongen, evenals de afbakening van politietaken. Het was een tijd waarin de agent 'nog gerust een slordig coltruitje' onder zijn uniform mocht dragen, waarin hij zelf kon bepalen hoe hij zijn dag vulde en als hij door een fietser op het Leidseplein omver werd gereden, zich niet in zijn gezag aangetast voelde.


Als je met die vrijheid kon omgaan, waren het mooie jaren, aldus Sitalsing. Zo mooi zelfs dat hij in zijn vrije tijd niet ophield met het zoeken naar boeven . 'Er was een overvaller bij het Amsterdamse Amstelstation die oude vrouwtjes beroofde. Hij was snel. Zo snel dat die oude geschokte vrouwen nooit konden vertellen hoe hij eruit zag. Na mijn werk verkleedde ik me als zwerver en ging ik bij het station rondhangen. Net zo lang tot ik hem op heterdaad kon betrappen.' Ook zijn vrouw werkte destijds bij de politie. 'Als we dan samen gingen winkelen en we zagen een bekende drugsdealer in de tram, dan volgden we hem. Of als we in een winkel een mogelijke dief zagen, zeiden we tegen elkaar: ga jij die kant op, dan benader ik hem van deze kant. Dat vonden we leuk.'


De CV van Sitalsing leest als een samenvatting van de diversiteit van het politiewerk. Zo was hij aanwezig bij een inval in het huis van Holleeder. 'Hij was niet thuis, maar het pand lag vol wapens.' Arresteerde hij Joegoslavische huurmoordernaars. 'We hebben ze dagenlang geobserveerd en toen waren we er getuige van dat ze een concurrent van zijn kruk bliezen.' Zat hij aan keukentafel bij de familie Gümüs (de Mauro van 1997, red.) om te bespreken hoe dit Turkse gezin het land zou worden uitgezet. 'Dat probeerden we op een hele humane manier aan te pakken.' En deed hij verwoede pogingen om de moord op de 16-jarige Marianne Vaatstra uit 1999 alsnog op te lossen. 'Dat het ons niet is gelukt, is mijn grootste frustratie.'


'Het zal inderdaad even wennen worden zonder mijn uniform', zegt Sitalsing terwijl hij over de Oude Markt in Enschede loopt. Nog altijd gaat hij zo nu en dan op pad met zijn agenten - zo ook komende zaterdag met Oud en Nieuw. Om te zien wat er speelt op straat. En ook boetes uitdelen kan hij nog niet laten. Als hij een 'hufter' spot vanuit zijn dienstauto, geeft hij zijn chauffeur een seintje om er achteraan te gaan en hem staande te houden.


'Hé, dat is de baas van de politie', klinkt het vanaf het ijsbaantje naast de kerk als Sitalsing voorbij loopt. Een groepje kinderen stopt meteen met schaatsen en roept vervolgens. 'Agent, agent, mag ik uw petje even op?'


'Tsja, straks moet ik het allemaal inleveren', zegt Sitalsing terwijl hij zijn pet overhandigt aan de juichende kinderen. 'En moet ik 's ochtends nadenken over wat ik aan moet. '


Het klinkt alsof het politiebloed nog volop door uw aderen stroomt. Kunt u hier wel afscheid van nemen?

'Het is goed om na al die jaren ook eens iets anders te gaan doen. Uiteindelijk blijken mijn buren mijn vertrek het ergst te vinden. Laatst kwamen ze aan de deur met het verzoek om mij te spreken. Dus ik ging naar de buurtjes toe. De Jägermeister kwam op tafel en toen volgde het hoge woord. 'Martin', zeiden ze, 'we zijn bang dat het nu onveiliger wordt in de buurt. Moet je behalve je uniform ook je dienstwapen inleveren?'


'Ik vertrek immers elke dag in mijn blauwe uniform naar mijn werk. Ze hebben hierdoor ten onrechte het gevoel dat het hierdoor veiliger is geworden.'


Uw buren zijn niet de enigen die denken dat het veiliger op straat wordt als ze meer blauw zien. Ook vanuit Den Haag klinkt geregeld de roep om meer blauw. Toch pleit u juist voor minder blauw, en een verandering van de manier waarop de politie haar werk doet. Schiet men nu tekort?

'Door de opkomst van internet en internationaal georganiseerde bendes is het beroep veranderd. De politie beweegt te traag mee. Zo blijven we te lang zitten in het strafrechtpatroon. En dat terwijl het effect van strafrecht minder is geworden. Van de 1.000 misdrijven, wordt er in 650 gevallen aangifte gedaan. Iets minder dan de helft belandt vervolgens bij het Openbaar Ministerie en slechts in dertig gevallen eindigt het in een veroordeling door de rechter. Het effect van de straffen is minimaal, getuige het hoge recidivecijfer.


'Dus je moet je blikveld verbreden, ga op zoek naar andere manieren om misdadigers te pakken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het bestuursrecht. Op de Amsterdamse Wallen gebeurt het al met het project Emergo, waarbij de gemeente panden opkoopt en er een andere bestemming aan geeft. De meeste agenten zijn nog onvoldoende op de hoogte van deze mogelijkheden.


'Of neem de aanpak van motorclubs zoals de Hells Angels of Satudarah. Via het strafrecht is het tot nu toe niet gelukt ze aan te pakken. Op een vileine manier ondermijnt dat soort clubs het gezag. Ze organiseren motoruitjes voor zieke kinderen om goodwill te kweken, maar maken zich ondertussen schuldig aan drugshandel, mensenhandel, afpersing, noem maar op. Dat doen ze op zo'n slimme manier dat wij ze nauwelijks kunnen aanpakken. Ze maken bijvoorbeeld veelvuldig gebruik van stromannen, waardoor zij strafrechtelijk buiten schot blijven. Dan is de niet-strafrechtelijke route de enige mogelijkheid die over blijft.


Past u deze werkwijze ook in Twente toe?

'Ja, bijvoorbeeld bij Satudarah. Deze motorclub heeft plannen om zich formeler te vestigen in onze regio. Daar zitten wij niet op te wachten. Dus werken we met allerlei partijen samen om alles over ze in kaart te brengen. Dat gaat van de Belastingdienst, de vergunningenafdeling van de gemeente tot het UWV. Als we ontraceerbaar vermogen aantreffen, kunnen we het afpakken. En als ze een horecavergunning aanvragen, dan starten we een Bibob-procedure en onderzoeken we hun integriteit.'


'Veiligheid is een taak van alle overheidsinstanties, niet alleen die van de politie. Onderzoek welke partij in welke situatie het meest effectief is. Maar de politie moet wel de regie in handen houden.'


CV

De in Paramaribo geboren Martin Sitalsing (49) kwam in 1970 met zijn ouders naar Nederland, waar hij zijn middelbareschooltijd doorbracht in Zaandam. Hij wilde graag politieman worden, maar zijn ouders waren daar op tegen. Aanvankelijk koos hij voor een studie economie en werkte hij op een accountantskantoor. Na het overlijden van zijn moeder maakt hij in 1984 alsnog de overstap naar de politie en werd hij in 1985 agent in Amsterdam. Na een loopbaan die hem onder meer naar Groningen en Friesland bracht, werd hij op 1 oktober 2009 korpschef van Twente. Hij werd hij de eerste allochtone korpschef van Nederland en volgens eigen zeggen ook van Europa. Half januari begint hij als directeur van Bureau Jeugdzorg in Groningen. Sitalsing is getrouwd en heeft vier kinderen, de jongste is een pleegkind.


cv


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden