Martiale, coole McCain

Schrik niet als de nieuwe Amerikaanse president straks niet Obama, maar John McCain heet. Zes boeken over de Republikeinse kandidaat besproken.

De campagnebijeenkomst vond plaats in een vliegtuigmuseum in Florida, en John McCain nam zichzelf meteen op de hak. ‘Een groot piloot ben ik nooit geweest, maar ik ben er in geslaagd een Vietnamese luchtdoelraket te onderscheppen.’

Iedereen in Amerika kent het verhaal: hoe McCains jachtbommenwerper in 1967 boven Hanoi werd neergeschoten, hij half dood uit het water van een meer werd gehaald, geslagen en met bajonetten bewerkt en vervolgens vijfenhalf jaar opsluiting en marteling moest verdragen.

Maar McCain refereerde eraan met zwierige ironie. Daarna deed hij, losjes in tweegesprek met het publiek, zijn eigenzinnige opvattingen over politiek uit de doeken. En kwam, vrij onverwacht, met een waarschuwing: ‘Het spijt me vrienden, maar er zullen meer oorlogen komen.’

Uit de luidsprekers klonk even later marsmuziek en McCain reed weg in zijn Straight Talk Express-bus, gezeten op zijn vaste plaats aan de ovalen tafel. Om hem heen zaten de Amerikaanse journalisten met wie hij dagelijks urenlang praat en geintjes maakt. De meesten van hen hadden al tijdens de eerste bustour in 2000 besloten dat dit de coolste kandidaat in tijden was.

Boeken over John McCain
Faith of my Fathers – A Family Memoir
John McCain with Mark Salter
Random House; 349 pagina’s; $14,95 (1999/2008)
ISBN 0 0609 5786 7
Worth the Fighting for
John McCain with Mark Salter
Random House; 404 pagina’s; $14,95 (2002)
ISBN 0 8129 6974 X
John McCain – An American Odyssey
Robert Timberg
Free Press; 207 pagina’s; $15,- (1999/2007)
ISBN 1 4165 5985 X
McCain – The Myth of a Maverick
Matt Welch
Palgrave Macmillan; 226 pagina’s; $ 27,95 (2007)
ISBN 0 230 60396 3
Citizen McCain
Elizabeth Drew
Simon and Schuster; 181 pagina’s; $12,- (2002/2008)
ISBN 1 4165 9317 9
John McCain – De Amerikaanse keizer
Hans Veldman
Aspekt; 84 pagina’s; € 12,95 (2008)
ISBN 90 5911 713 1
]]>
McCain kan overrompelen. Een romantische held die niet bang was voor zijn Noord-Vietnamese folteraars, en later al helemaal niet voor de Republikeinse partijleiders en de rechtse zeloten die hun koers bepaalden. Die zijn eigen geweten volgt, samenwerkt met Democraten, sceptisch is over de politiek en zijn landgenoten oproept niet alleen aan zichzelf te denken maar zich te wijden aan een ‘zaak, groter dan jezelf’. Die ontspannen optreedt, met veel grapjes ten koste van zichzelf.

Imago
Al met al een aantrekkelijke politicus om je stem aan te geven. Maar als een imago zo goed werkt, loont het altijd de moeite te onderzoeken of het overeenkomt met de werkelijkheid. Ook zijn martiale taal over komende oorlogen roept vragen op. Wie is McCain? Hoe hebben zijn ijzervreters-afkomst en zijn eigen oorlogservaringen hem gevormd? Wat voor soort president zou hij daardoor kunnen worden?

Een recente, alomvattende biografie van John McCain met antwoord op deze vragen is er helaas niet. Omdat hij als politicus al tijden meeloopt, zijn het nu vooral heruitgaven die in de Amerikaanse boekhandel liggen, en een enkel nieuw McCain-kritisch boek. Maar daarin is een schat van informatie te vinden.

Romantiek
Eerst de romantiek, al is het maar omdat McCain er zelf van is doordrenkt. In het tweede deel van zijn autobiografie, Worth the Fighting for, beschrijft McCain hoe hij als jongetje van twaalf twee klavertjes vier vindt, ze in de bibliotheek van zijn vader in een boek wil doen, en gegrepen wordt door de wrede inhoud van het boek, dat nu nog steeds zijn favoriet is: For whom the bell tolls van Ernest Hemingway.

De hoofdpersoon is een idealistische Amerikaan, Robert Jordan, die in de Spaanse burgeroorlog sterft als hij een onmogelijke en zinloze opdracht moet uitvoeren. John McCain had zijn held voor het leven gevonden: iemand die loyaal blijft aan een gedoemde zaak, maar uiteindelijk bevrediging vindt in het feit dat hij sterft voor ‘iets groters dan onze eigen verlangens’. Zonder de bereidheid daartoe is een leven, hoe gelukkig en comfortabel ook, niet wel geleefd, schrijft McCain.

Piloot John McCain wordt door Noord-Vietnamese burgers opgevist nadat hij is neergeschoten boven Hanoi; 26 oktober 1967. Foto Library of Congress

Het is het leidmotief van McCains leven, dat hij smakelijk opdist in Faith of my Fathers, een bestseller die in 1999 verscheen bij McCains eerste poging om president te worden. McCain schrijft zijn boeken samen met Mark Salter, al jaren zijn naaste medewerker. Hun stijl is prettig leesbaar.

In het begin gaat het natuurlijk uitgebreid over zijn vader en grootvader, de eerste vader en zoon in de Amerikaanse marine die het beiden tot admiraal schopten. McCain, die net als zij John Sidney heet, is opgeleid aan de marine-academie in Annapolis en recht-voor-zijn-raap spreekt, bewondert hen mateloos. Zijn hele leven probeert hij hun voorbeeld niet te beschamen.

Zeeman
Grootvader ‘Slew’ McCain was een onverschrokken en kleurrijk zeeman die nog op de eerste grote wereldvloot van president Theodore Roosevelt had gevaren. ‘Hij rookte, dronk en gokte bij iedere gelegenheid die hij kreeg.’ In de Tweede Wereldoorlog voerde hij het bevel over de vliegdekschepen die tegen Japan vochten. Hij zag zijn zoon, McCains vader, een 34-jarige onderzeeboot-kapitein in dezelfde oorlog, voor het laatst vlak na de overgave van Japan in de baai van Tokio. Enkele dagen later zakte Slew McCain in elkaar tijdens een welkomstfeestje thuis, en was dood. ‘Hij was 61 jaar oud. Hij had zijn oorlog gevochten en stierf’, schrijft kleinzoon McCain.

De derde John S. McCain zag weinig van zijn vader, zoals alle marinekinderen. Maar hem werd ingeprent dat dat juist een eer was, een teken dat hij in een nobele traditie was geboren. In alle Amerikaanse oorlogen heeft een voorvader van McCain gevochten, vermeldt hij trots. Het stond vast dat ook hij naar Annapolis zou gaan, iets dat hij niet echt wilde, maar toch deed.

Lefgozertje
Zowel op zijn kostschool als op de marine-academie was McCain een lefgozertje dat makkelijk op de vuist ging, naar de stad uitbrak voor zuippartijen en voortdurend de autoriteiten en hun regels uitdaagde. Hij werd bijna van school gestuurd en eindigde als een van de slechtste studenten van zijn jaargang. Als jonge, vrijgezelle marinepiloot genoot McCain van sportwagens, drank en mooie meiden. Hij hield het eens met een stripper. ‘I crashed a plane in Corpus Christi Bay one Saturday morning’, schrijft hij achteloos. Dezelfde avond was hij weer aan het feesten.

Toen hij met Carol trouwde, een gescheiden moeder van twee, werd hij rustiger. Hij wilde naar Vietnam, omdat alle mannen in zijn familie hun reputaties in oorlogen hadden gemaakt. Met enige moeite kreeg hij zijn gevechtspositie op vliegdekschip Forrestal, waar hij ternauwernood ontkwam aan een verwoestende brand. Een paar maanden later werd hij neergehaald.

Marinecode
In gevangenschap heeft McCain doorgemaakt wat maar weinig mensen doormaken. Lijdend aan dysenterie en met vrijwel onbehandelde breuken in armen en been, kreeg hij het aanbod van de Noord-Vietnamezen om naar huis te gaan. Hij weigerde, omdat volgens de marinecode de eerste gevangene eerst moest gaan. De code geldt niet voor een doodzieke gevangene, klopte zijn gevangenisbuurman op de muur, en adviseerde hem te gaan. Maar McCain weigerde, waarop hij werd gemarteld. 31 maanden verkeerde hij in complete isolatie.

Wie zou het hem nadoen? John McCain hoeft, anders dan zijn opponent Barack Obama, niemand meer te overtuigen van zijn moed en taaiheid. ‘Fuck you!’ riep hij tegen zijn bewakers als ze hem naar de verhoorruimte sleepten. ‘Fuck you, you goddamned slant-eyed cocksuckers.’ Het hield zijn moreel overeind, al maakte het de mishandelingen erger.

Doorslaan
Toen hij dagenlang in elkaar was geslagen, met touwen om zijn kapotte armen gemarteld en met afgebroken tanden in zijn eigen bloed lag, sloeg hij door, net als de meeste krijgsgevangenen een keer deden, en schreef een ‘bekentenis’ van zijn oorlogsmisdaden. McCain vreesde zijn vader te schande te maken, die op dat moment commandant was van de strijdkrachten in de Stille Oceaan – en dus in de Vietnam-oorlog.

Hij vond zijn doorslaan zo erg, dat hij in zijn cel twee zelfmoordpogingen deed. Jaren later, terugblikkend met zijn biograaf Robert Timberg, vond hij nog steeds dat hij had gefaald. ‘Het is de enige blaam’, zei hij. ‘Iets waar ik nooit overheen zal komen.’

McCain zegt dat hij in gevangenschap de ijdelheid en het egocentrisme van zijn playboy-jaren heeft afgelegd. Hij begreep dat hij deel was van een groter geheel, afhankelijk als hij was van zijn medegevangenen.

Lessen
Belangrijker voor zijn eventuele presidentschap is natuurlijk de les die hij uit de oorlog heeft getrokken. McCain denkt, net als zijn vader deed, dat de Vietnam-oorlog gewonnen had kunnen worden als de politici de legerleiders maar hadden toegestaan totale oorlog te voeren tegen Noord-Vietnam. De gevangenen juichten voor president Nixon, toen die Hanoi liet bombarderen door B-52’s en hun muren trilden.

McCains conclusie heeft gevolgen voor zijn Irak-beleid, stelt Matt Bai in een recent groot artikel in New York Times Magazine. De andere Vietnam-veteranen in de Senaat, die in de jungle-oorlog alle zekerheden verloren, zijn nu voor terugtrekking uit Irak, een guerrilla-oorlog die volgens hen evenmin te winnen valt.

Maar McCain wil doorvechten tot de ‘overwinning’. Terugtrekking zou een nieuw verraad van burger-politici aan hun legerleiders zijn. Irak is een enorme belasting van het leger, gaf McCain toe aan Vanity Fair. ‘Maar ik heb de impact gezien van een gebroken en verslagen leger en mariniers-corps, na Vietnam. En ik heb veel liever dat ze de last moeten dragen en enig succes hebben dan dat ze worden verslagen.’

Amerikaanse zwakte
McCain heeft als Congreslid en senator hard gewerkt aan de verzoening met Vietnam, volgens zijn critici vooral om een periode van Amerikaanse zwakte af te sluiten. ‘De oorlog heeft sommige Amerikanen beroofd van hun vertrouwen in het Amerikaanse exceptionalisme: het geloof dat onze geschiedenis uniek is en een zegen voor de hele mensheid. Dat is jammer, en ik ben opgelucht dat Amerika’s periode van zelftwijfel nu voorbij is’, schrijft hij in Faith of my Fathers.

L.A. Times-journalist Matt Welch, auteur van McCain – The Myth of a Maverick, waarschuwt voor het ‘openlijk militaristische en interventionistische platform’ van McCain, die ‘geen grenzen ziet aan de uitoefening van Amerikaanse macht in het buitenland’.

Net als zijn grootvader en vader is McCain een groot bewonderaar van Theodore Roosevelt, die met zijn vloot een wereldmacht van Amerika maakte. Hij verzette zich wegens het Vietnam-debacle nog tegen interventies in Libanon, Haïti en Somalië. Maar sinds het succes van de eerste Golfoorlog en het ingrijpen in Joegoslavië is McCain om. Hij lanceerde een eigen doctrine onder de martiale naam ‘rogue state rollback’.

Uitvallen
Het boek van Welch is nuttige lectuur na de sympathiserende biografie van Robert Timberg en de schets van McCains energieke en invloedrijke werk in de Senaat door Elisabeth Drew. Welch gaat scherp en amusant de negatieve punten van de presidentskandidaat na. Diens beruchte uitvallen, zijn wrok, de handige manier waarop hij de media om zijn vinger windt, en vooral zijn verandering van positie als het nodig is.

Zo is hij om de Republikeinen te plezieren zijn eerdere afkeuring van Bush’ belastingverlaging vergeten, heeft zijn strijd voor een liberale immigratiewet gestaakt en omarmt nu de leiders van christelijk rechts die hij eens ‘agenten van intolerantie’ noemde. Hij is flexibel als iedere politicus, schrijft Welch, maar McCain liet zich er nu net op voorstaan dat hij anders was.

Egocentrisme
Welch’ oordeel valt wat hard uit. Natuurlijk is McCain een politicus en buit hij zijn Vietnam-verhaal uit. Interessant is Welch’ constatering dat achter zijn voortdurende oproep tot opoffering aan de grotere zaak een worsteling met zijn eigen egocentrisme schuilgaat. Maar McCain blijft indrukwekkend. Door zijn levensgeschiedenis, zijn jongensachtige plezier, zijn relatieve eerlijkheid en zijn onafhankelijke opstelling, een zeldzaam goed in het gepolariseerde klimaat van de Amerikaanse politiek.

Dat vindt ook Hans Veldman, die een Nederlands boekje over McCain heeft geschreven. De Amerikanist is goed geïnformeerd, maar schrijft niet altijd vloeiend. Zijn boek hinkt bovendien op twee gedachten. Het verhaalt wel over McCains leven, maar het zwaartepunt ligt bij de recente geschiedenis van de Republikeinse Partij. Volgens Veldman wordt die heftig onderschat door het Nederlandse ‘journaille’. Veldman ergert zich aan de Nederlanders, die steeds verbaasd en ‘lacherig’ reageren als weer een Republikein wordt gekozen in plaats van een Democratische oostkust-liberaal, met wie we ons wel identificeren.

Tirade
Doel van het boekje is ‘de verbazing in november enigszins voor te zijn en aan te tonen dat deze Republikeinse kandidaat niet onder doet voor een Democratische en in sommige opzichten misschien wel de voorkeur verdient’. Door zijn tirade en zijn exposé over de Republikeinen mist Veldman een kans om McCain met wat meer diepgang aan het Nederlandse publiek voor te stellen.

Maar over die verbazing heeft hij wel enigszins gelijk natuurlijk. De Nederlanders zijn nu gewaarschuwd dat ze op 5 november best eens wakker kunnen worden met McCain als nieuwe Amerikaanse president. Dan zullen we zien of McCains grote woorden over vaderland en zelfopoffering ook grote gevolgen hebben.

John McCain (Reuters) Beeld REUTERS
John McCain (Reuters)Beeld REUTERS
\N (Library of Congress) Beeld ASSOCIATED PRESS
\N (Library of Congress)Beeld ASSOCIATED PRESS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden