Martha

Een van mijn lievelingsfoto's is die van mijn moeder op het Piazza San Marco in Venetië. Wat staat ze er parmantig bij, met geheven kin, uitgespreide armen, een lach van oorbel tot oorbel. Bijpassend bloedkoraal krioelt in haar zondoorstoofd décolleté. En natuurlijk vliegen duiven af en aan, toen nog geen 'ratten van de hemel', maar pittoreske diertjes. Sommige zijn voor haar voeten neergestreken, andere hebben op haar handen en schouders postgevat.


Het was 1964, toen ze in de bloei van haar leven en haar carrière was. Straks in Amsterdam barstte het theaterseizoen weer los en zou ze haar zoveelste mooie rol gestalte mogen geven. Bestaat er voor een actrice een vurrukkulukkur vooruitzicht?


Als er van mij, een week geleden op datzelfde San Marco-plein, een foto was gemaakt - veel te veel toeristen, veel te veel duiven, zou ik er beduidend minder gelukzalig bij hebben gestaan, maar ja, ik ben dan ook geen actrice. Wel had ook ik een rol in het verschiet. En in hetzelfde stuk.


Toen in de jaren zestig mijn moeder op die foto stond te stralen, had ze dat stuk misschien net gelezen: 'Interessant.' Maar welke wending haar loopbaan - en leven - sinds die rol zou nemen, wist ze toen nog niet. Avond aan avond staan schreeuwen, zuipen, kettingroken (en erbarmelijk snikken), gaat je niet in je kouwe kleren zitten.


In de eerste Nederlandse opvoering van Wie is bang voor Virginia Woolf? speelde mijn moeder, Ank van der Moer, de eerste Nederlandse Martha, die liederlijke professorsdochter die echtgenoot George, een gedesillusioneerde docent geschiedenis (onnavolgbaar gespeeld door Han Bentz van den Berg) het leven zuur maakt. Maar ook hij laat háár alle hoeken van de kamer zien, want, zoals iedereen inmiddels weet: Edward Albees stuk gaat over een kinderloos echtpaar dat niet met maar ook niet zonder elkaar kan. Hetzelfde gold twee jaar later voor de kat en hond in de gelijknamige film (en in het gewone, nou ja gewone leven): Taylor en Burton.


Inmiddels zijn we in 2011. En vele Virginia Woolfen verder. Wie schetste mijn gevleidheid toen mij, in het kader van de Uitmarkt, werd gevraagd - na dat weekje Venetië - mee te spelen in Albees evergreen! Althans in één scène: scène 1. Ter promotie van de reprise in Theater de La Mar, die op 16 september, met Olga Zuiderhoek en Porgy Franssen, in première gaat, werd een Virginia-Woolf-marathon op touw gezet. Prominente duo's namen, van 12 tot 12, steeds een andere of dezelfde scène voor hun rekening. Omnitalent Jon van Eerd, die is afgestudeerd op het stuk, speelde voor spreekstalmeester.


Altijd weer vertederend al die ego's tussen de coulissen te zien staan, schuddend op hun grondvesten van geldingsdrang en onzekerheid, een mengeling die de een opstuwt tot ongekende hoogte: Hadewych Minis, de ander reduceert tot een konijn in een lichtbundel: mij. Eigen schuld, ik had nu eenmaal toegezegd, was zelfs op de proppen gekomen met een rijtje potentiële tegenspelers en niet de eersten de besten: Maarten van Rossem, Freek de Jonge, Hans Dorrestijn, Ton Vorstenbosch.


Het werd de laatste, een getalenteerde toneelschrijver die geestig kan lezen uit zijn eigen stukken, maar geen door God gezonden George is, net zo min als ik een gedroomde Martha ben. Zou zijn geweest. Want vanwege Vorstenbosch' nogal androgyne habitus stelde ik voor de rollen om te draaien. Hij Martha, ik George. Zo hoefde ik lekker niet in mijn moeders voetsporen te treden. Ton over- en ik underacte tegen de klippen op. Maar het publiek klapte.


Straks ongetwijfeld nog net iets harder voor de echte acteurs.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden