MARTEN TOONDER Koning van de Nederlandse strip

Geboren: 2 mei 1912 in Groningen. Eerste inspiratie: Vader (zee-officier) bracht in 1918 Weekly Comics mee (Fritz the Cat). Liep weg van zondagsschool: omdat hij gruwde van het kruisigingsverhaal....

'GEEN schrijver in onze vaderlandse literatuur heeft zoveel figuren geschapen die spreekwoordelijk zijn geworden.' Dit zei Jan Wolkers in 1991 over Marten Toonder en diens Rommeldamse fantasiewereld rond Heer Bommel en Tom Poes. Wolkers zei ook: 'Het literaire werk van Marten Toonder is zo goed geschreven dat je de tekeningen er broodnodig bij moet hebben om te kijken of het waar is. Dan ontdek je dus dat het dubbel waar is.'

Markies de Cantecler meende: 'Dit imprimé is door prentjes verduidelijkt ten behoeve van het ongeletterde janhagel.' Maar creator Toonder vond zelf de plaatjes 'wel handig'. Veel be- en omschrijvingen worden zo in de tekst overbodig. Maar soms wijken tekst en prent opzettelijk uiteen, bijvoorbeeld bij slapstick. In De Hopsa's (1974) wijst Bul Super 'de driftige heer de deur'. Daarboven staan de schoppende voet en Bommels hoge vlucht getekend. Toonders landschappen en gebouwen (zoals die van de Bovenbazen) zijn haast niet in woorden te vangen.

Toonder creeërde de brave en slimme Tom Poes (die zijn naam niet aan het kleddergebak maar aan een dwergachtige Franse generaal in de vorige eeuw dankte) en heer Bommel, 'een gevoelsbeer' met een 'vorstelijke onbekommerdheid' (Godfried Bomans). De dom-blijmoedige Wammes Waggel was volgens Jan Hein Donner 'het argeloze lachen zelf'. En: 'Hij is de minste en de meeste. Wereld, besta voort om Wammes Waggels wil.' Toonder gebruikte Waggel zuinig.

Rommeldam en Bommelstein vormen een droomwereld met herkenbare types als ambtenaar Dorknoper, burgemeester Dickerdack, kunstenaar Terpen Tijn, commissaris Bulle Bas, journalist Argus, bediende Joost, de markies, de schurken Super en Hieper en vele anderen. Maar ook zelden optredende figuren hebben poëtische kracht: IJl de Maanloper, de 'aandeloloog' Puleer, de muze Polyhymnia, Zwelg de Zwelbast, om enkelen te noemen. De taal is meestal prachtig en het Nederlands werd verrijkt met vondsten als 'denkraam' en 'minkukel'.

Marten Toonder maakte andere strips als Panda, Kappie en Koning Hollewijn, maar Bommel was zijn 45 jaar durende meesterwerk in 177 verhalen. Het was satire, dierenfabel, avonturenverhaal en sprookje ineen. De vraag of het literatuur was, werd lang omstreden en is eigenlijk alleen interessant voor minkukels die de goede strip niet als aparte kunstvorm zien. Waarvan Toonder de Nederlandse pionier en ongekroonde koning was. 'Ik was stomweg de enige die het kon', zei hij op zijn oude dag. In zijn studio leidde hij stripmakers op als Carol Voges, Hans G. Kresse (Erik de Noorman), Lo Hartog van Banda en Dick Matena.

Als vijfjarige bouwde Toonder al een fantasiewereld en hij vond die zijn leven lang minstens zo belangrijk als de echte. Met zijn twee jaar jongere broertje Jan Gerhard verzon en speelde hij steeds meer avonturen rond de sluwe Japanse spion Aino Kaino. Later ontstonden hele fantasienaties en kwam er steeds meer list, diplomatie en revolutie bij.

Marten was 'een geboren verhalenmaker', schreef zijn broer. Als vijftienjarige kreeg Marten een eigen kamer, wat de gezamenlijke fantasiewereld beëindigde. Maar al spoedig nam zijn vriendin en latere echtgenote Phiny Dick de rol van zijn broer over. Zij luisterde naar en hielp met alle verhalen; haar reacties waren beslissend.

Ze waren arm, maar 'erg gelukkig', aldus Toonder in zijn driedelige autobiografie. 'Dat waren we ons niet bewust. We dachten dat het zo hoorde.' De striptekenaar vertaalde, hertekende en plagieerde (op bevel) Amerikaanse strips voor een hongerloon en leerde zo grondig het vak. Zijn Tom Poes verscheen als kinderlijke dagstrip in De Telegraaf (1941) en elders in Europa, mede omdat Amerikaanse strips niet meer te krijgen waren. Na de oorlog zou Tom Poes de hele wereld overgaan. In Denemarken werd Toonder voor duizend kinderen geëerd als de Walt Disney van Europa. Hij vond dat erg mooi tot Phiny hem op gevoelige wijze leerde om lof en roem te relativeren.

De oorlog was in veel opzichten een nachtmerrie ('vijf verstreuvelde jaren'), waarin Toonder allerlei, ook financiële, avonturen aanging en zelf op Bommelse wijze werd gered. Hij had een studio van zo'n honderd man en een illegale drukkerij. Latere beschuldigingen van collaboratie werden weerlegd. In 1994 kreeg Toonder een tentoonstelling van oorlogswerk in het Verzetsmuseum.

In sommige opzichten was hij een naïeve dromer. Mensen van De Telegraaf waarschuwden hem dat hij na de oorlog last kon krijgen met een strip in dit blad en pas na Dolle Dinsdag (laat in 1944) liet hij Tom Poes en Heer Bommel in een put wegkruipen. Ze doken in maart 1947 weer op in de Volkskrant (tot hoofdredacteur Lückers onvrijwillige vertrek in 1964), in de NRC en later in provinciale bladen. De serie zou lopen tot 1986, toen Bommel in het slotverhaal trouwde met juffrouw Doddel. Maar inmiddels waren de meeste verhalen (die vanaf 1953) in boekvorm uitgegeven, vaak met erg kleine prenten.

Eind jaren veertig kreeg Toonder van Joop Lücker op zijn falie omdat Tom Poes te vlak en simpel bleef en heer Bommel niet in karakter groeide. De verhalenmaker, die in een soort naoorlogse depressie zat, trok zich het erg aan. Later is geconstateerd dat rond 1949 de plots mooier worden, evenals de nationale satire (waardoor de buitenlandse verkoop terugliep). Bommel en Toonder waren nu volwassen. De omslag is merkbaar bij Solfertje, Het Vibreerputje, Horror de Ademloze en Eh..Dinges.

In de jaren vijftig zijn de verhalen nog tamelijk poëtisch-naïef (De doffe Doffer, De Muzenis, De Atlantiër). Maar vanaf 1957 komen hoogtepunten uit Toonders werk als De Zwelbast, De Bommellegende (een prachtig spel met de tijd) en De Plamoen, een favoriet van de maker, ook omdat geen slapstick nodig was. In de jaren zestig ligt het gemiddelde peil zeer hoog, met als uitschieters Het boze Oog ('Schuld is belangrijker dan oorzaken. En zeker voor de schaapskoppen van Ooikooi.'), De Tijwisselaar, Het Kukel, De Labberdaan (Bul Super als vakbondsleider: 'We zullen jou eens leren om wegen aan te leggen op de ruggen van de arbeiders'), De Maanblaffers, De Windhandel, De Sloven en De Bovenbazen.

Van eind jaren zeventig tot 1986 sluipt er meer oude-mannengemopper in. De satire wordt zwaarmoediger, maar Toonder was nooit een man van zijn tijd. Hij ging in Ierland wonen (1965) om het moderne Nederland te ontvluchten en verdiepte zich daar meer in occulte zaken.

Tegelijk werd hij hier beroemder. Toen NRC Handelsblad begin dit jaar met Bommelherhalingen stopte, kwamen er veel boze brieven. En een mopperstukje van de Oude Meester zelf: 'De jonge lezertjes kunnen geen kennis nemen van een geschiedenis waarin Dictatuur en Vrijheid op overzichtelijke wijze ontleed worden, zoals in De Sloven. Tja, dat is wellicht een achterhaald gegeven.'

Jan Joost Lindner

Dit is de 59ste aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden