Marokko en Polisario verbinden lot aan zandbak in Sahara

Al bijna 25 jaar strijden Marokko en Polisario om de heerschappij over de Westelijke Sahara. Beide hebben hun lot verbonden aan een zandbak zo groot als Groot-Brittannië....

Van onze verslaggever

Fred de Vries

LAAYOUNE

Laayoune werkt zinsbegoochelend. De hoofdstad van de Westelijke Sahara is een enorme verzameling crème-kleurige huizen, flats en overheidsgebouwen. Middenin de woestijn, bomvol soldaten en politie. De stad is uit de grond gestampt nadat driehonderdduizend Marokkanen in 1975 op instigatie van koning Hassan II het door de Spanjaarden gekoloniseerde gebied hadden bezet.

In Hotel Massira hangen foto's op posterformaat van die historische gebeurtenis, die de Spanjaarden in 1976 dwong hun heerschappij op te geven. Ze tonen mannen en vrouwen met verbeten koppen die, gewapend met rode Marokkaanse vlaggen, optrekken naar terra incognita.

Deze kolonisten wisten toen nog niet dat een groep oorspronkelijke bewoners datzelfde gebied zou opeisen. Op 27 februari 1976 riep Front Polisario de 'Sahrawi Arabische Democratische Republiek' uit, die door de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) werd erkend. Waarop Marokko die organisatie prompt verliet.

Het werd oorlog tussen Polisario en Marokko. Polisario kreeg steun van Algerije en beheerste de kunst van de hit and run-guerrilla tot in de puntjes. Na veertien jaar winnaarloze strijd werd in 1990 een wapenstilstand gesloten. De paar duizend guerrillastrijders trokken zich terug in Algerijnse kampen. Zij beheersen het kleine gebied aan de oostzijde van de 2200 kilometer lange verdedigingsmuur die de Marokkanen dwars door de Westelijke Sahara hebben opgetrokken. De Verenigde Naties zonden een vredesmacht, Minurso, die erop moest toezien dat het bestand werd nageleefd en een oplossing voor het conflict moest vinden.

Negen jaar later. Niets is veranderd. De dollars verslindende Minurso-missie van ruim vijfhonderd militairen en functionarissen zit er nog steeds. Ze figureren in een fata morgana: een oplossing van het conflict doemt op, komt binnen handbereik en verdwijnt dan weer.

Vier jaar geleden kwamen de strijdende partijen overeen dat er in februari 1995 een referendum over de toekomst van de Westelijke Sahara zou plaatsvinden. Onlangs werd de volksraadpleging voor de zoveelste keer uitgesteld. Ditmaal tot februari 1999. Met de moed der wanhoop verlengen de VN keer op keer het mandaat.

'Ik zit hier al sinds 1993', zucht Minurso-medewerker Arnaud Blesco in een school in Laayoune, die door de VN als hoofdkwartier wordt gebruikt. De jonge Fransman is een spin in het web. Hij heeft het even ingenieuze als omslachtige en desastreuze systeem bedacht voor de kiezersregistratie.

Die registratie is de open zenuw van het vredesproces. Heel simpel gesteld: de partij die erin slaagt de meeste kiezers te registreren, wint het referendum. Met als gevolg dat de registratie belangrijker is dan het referendum.

Twee uur heeft Blesco nodig om uit te leggen hoe het door hem ontworpen systeem precies in elkaar zit. 'Het proces is uiterst gecompliceerd', zegt hij verontschuldigend. Het komt erop neer dat beide partijen in totaal 242 duizend mensen naar voren hebben geschoven als potentiële kiezers. Zij worden door een commissie verhoord om te kijken of ze 'echte Sahrawi's' zijn. Aan de hand van vijf criteria noteren de VN voor iedere geregistreerde 'ja', 'nee' of 'twijfelgeval'.

Wat de boel compliceert, is dat de Sahrawi's een nomadenvolk zijn en dat er, behalve de Spaanse census van 1975, geen statistieken bestaan. Zo kan de ene partij eenvoudig namaak-Sahrawi's opvoeren en kan de andere partij net zo eenvoudig bezwaar aantekenen. 'Zo kunnen beide partijen het proces tot in het oneindige vertragen als ze merken dat ze het referendum gaan verliezen', gromt een VN-medewerker.

Zwaar omstreden is een groep van 65 duizend mensen wier deelname aan het referendum door Polisario wordt betwist omdat zij door de Marokkaanse regering zouden zijn aangevoerd als stemvee. 'In februari hebben we besloten de identificatie van die groep te staken', zegt Blesco. 'Het zit muurvast. Niemand wil concessies doen.'

Als je in het vliegtuig over de Sahara naar Laayoune vliegt, jengelt er slechts één vraag door het hoofd: waarom al die heisa en onwil over een zandbak? Toegegeven, een zandbak ter grootte van Groot-Brittannië, maar desalniettemin: een zandbak.

Het standaardantwoord luidt dat het gebied vol fosfaat zit en over rijke viswateren beschikt. Bovendien wordt Marokko door annexatie bijna twee maal zo groot, zodat het wat minder schriel afsteekt bij boze buurman Algerije.

Het echte antwoord, waarover iedereen slechts off the record wil praten, is dat de Westelijke Sahara de gevoeligste kwestie is van Marokko, het grootste taboe. Met elke zandkorrel zijn de trots van Marokko en het prestige van koning Hassan II gemoeid. Geen Marokkaan wil de Sahara ter discussie stellen. Ze hebben er meer dan dertig jaar belasting voor betaald. 'Het gebied is van ons. Punt uit', zeggen zelfs de socialisten.

Wat uit alle gesprekken naar voren komt is dat die fameuze Groene Mars van 1975 bovenal een ingenieuze politieke zet was. De positie van koning Hassan was wankel. Er was in 1971 een couppoging geweest, en een jaar later een aanslag. Het land dreigde uit elkaar te vallen. De Westelijke Sahara bood uitkomst. Niet alleen gaf het de Marokkanen een gemeenschappelijke vijand (Polisario én Algerije), bovendien gaf het de koning een excuus een groot deel van zijn leger naar het zuiden te dirigeren.'

'In 1975 was die Groene Mars een meesterzet', zegt een waarnemer die, zoals allen, anoniem wil blijven. 'Maar nu kan Marokko niet meer terugkrabbelen. Ze kunnen na al die propaganda niet zeggen: we hebben 25 jaar lang een vergissing gemaakt. Ze kunnen ook het referendum niet verliezen, want als dat sterker blijkt dan Het Paleis, wordt de autoriteit van de koning uitgehold.'

Hetzelfde geldt voor Polisario. Zonder Westelijke Sahara heeft de beweging geen bestaansrecht. 'Westelijke Sahara is de laatste kolonie in Afrika', klinkt de fossiele retoriek.

Zowel Marokko als Polisario heeft zijn lot verbonden aan die 'zandbak'. Beide landen staan erop dat een referendum beslist. Beide verkeren in de rotsvaste overtuiging dat referendum te zullen winnen. En daarom, zeggen deskundigen, komt dat referendum er niet. 'Niemand kan zich verlies veroorloven. Zodra verlies dreigt, gaan ze traineren.'

Een hervatting van de oorlog zit er niet in, menen militaire deskundigen. Het meest waarschijnlijke scenario is dat de speciale gezant van de VN, James Baker, net als in 1995 met beide partijen gaat praten over een 'derde weg'. Een weg zonder winnaar. Maar vooral zonder verliezer.

Dit is het laatste deel in een serie. De vorige afleveringen verschenen op 27 juni, 30 juni en 4 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.