Marokkanen geven massaal gehoor aan boycot

Op de terrassen worden de waterflesjes van Sidi Ali geweigerd, in de supermarkten blijft de melk van Centrale Danone in het schap, en de benzinepompen van Afriquia worden gemeden. In Marokko worden de drie grote merken al weken geboycot. Het is een protest tegen de hoge prijs van eerste levensbehoeften in het land.

Een winkel in Aït Benhaddou, Marokko. Foto Najib Nafid

De Marokkaanse premier Saad Eddine El Othmani negeerde de boycot wekenlang, maar sprak zich dinsdag uit in het parlement. Hij riep de Marokkanen op 'de pagina om te slaan'. De premier verwees daarbij naar het begin van de ramadan en de 'tolerantie en vroomheid' die deze maand kenmerkt. De grote bedrijven spoorde hij aan hun prijzen te verlagen.

De oproep tot de boycot verscheen op 20 april op Facebook en werd direct massaal gedeeld. 'Een boycot is sterker dan een demonstratie', werd er volgens het Marokkaanse tijdschrift TelQuel gezegd. 'Roep de ordetroepen maar, dan zult u zien of ze u durven te slaan bij de winkel'.

Volop steun

Het is onduidelijk wie er achter de boycot zit. Maar dat lijkt de Marokkanen niet te weerhouden er gehoor aan te geven: volgens een opiniepeiling op internet, uitgevoerd door het Marokkaanse instituut Averty, sprak na een week 80 procent van de Marokkanen zijn steun uit.

Hoe dat kan? Door een 'sociale tajine', analyseerde de hoofdredacteur van de nieuwswebsite Yabiladi, waarin alle protestbewegingen van het afgelopen jaar samenkomen. 'Voeg kruiden toe uit de Rif, een paar druppels brak water uit Zagora (…). Doe er wat inflatie bij en wat werkloosheid, en breng alles aan de kook met de brandende kolen uit Jerada.'

De boycot kan worden gezien als een vervolg op al die protesten. Steeds is er sprake van dezelfde verontwaardiging, over armoede en een gebrek aan perspectief.

In de emotie worden feiten en cijfers een bijzaak. De inflatie is in Marokko niet uitzonderlijk hoog. De prijs van het water van Sidi Ali is bijvoorbeeld sinds 2010 niet gestegen, meldt het bedrijf, juist omdat 'het probleem van de koopkracht ons zorgen baart'. De bottelaar belooft zich hard te maken voor een belastingverlaging op mineraalwater.

'Minister-miljardair'

Brandstof is daarentegen wel een stuk duurder geworden. Sinds eind 2015 is de subsidie op benzine en diesel in Marokko afgeschaft en zijn de prijzen vrijgegeven. Het leidde ertoe dat de brandstofimporteurs hun marges aanzienlijk hebben vergroot, zo blijkt uit een parlementair rapport dat deze week uitkwam.

De boycot treft ook de politieke klasse. De bestuursvoorzitter van Akwa, waartoe de benzinepompen van Afriquia behoren, is Aziz Akhannouch, tevens minister van Landbouw en partijleider. De 'minister-miljardair' wordt gezien als één van de machtigste politici van Marokko.

In zijn hoedanigheid van minister probeerde Akhannouch de boycot eind april de kop in te drukken. Hij zei dat de Marokkanen 'God moesten danken' dat veel levensmiddelen, zoals de melk, van eigen bodem komen. 'De Marokkanen drinken 's ochtends melk en 's avonds. Ze weten dat ze, wanneer ze een glas melk drinken, de mensen helpen die in de zuivelsector werken.' Zijn woorden lijken weinig indruk te hebben gemaakt.