Marokkaanse zelfspot!

Waar ging die ophef over fietsles eigenlijk over?

Huiswerk, discipline, liefde, aandacht, karate, sport, sterke moeder. Dat zijn Marokkaanse (Berberse) woorden waar blijkbaar geen vertaling voor is. Want Berbers versta ik niet, maar deze woorden vang ik wel op, tijdens een zondagmiddagbijeenkomst over normen, waarden en opvoeding.

In een Vogelaarwijk, georganiseerd door een Marokkaans-Nederlandse vrouwenorganisatie. Zevenhonderd vrouwen zouden er komen. Er staan maar een paar fietsen. Ik weet dat ze minder fietsen dan kaaskoppen, maar al die ophef over fietsles moet toch ergens over gegaan zijn?
Gehoofddoek
Niet dus, want er zijn zeker achthonderd vrouwen, bijna allemaal gehoofddoekt. De burgemeester opent de bijeenkomst. Hij waardeert het dat ze gekomen zijn, maar spreekt ze streng toe. ‘Ik vind dat u zich altijd verantwoordelijk moet voelen. U moet weten waar de school van uw kinderen staat.’ Af gaat de burgemeester, het is verder alleen voor vrouwen.
Er volgt een toneelstuk, ‘over een moeder die niks te zeggen heeft, een zoon die alles mag en een dochter die niks mag. Zelfs als ze naar de bibliotheek wil, moet ze binnen een uur terug zijn’ , legt mijn buurvrouw uit. De zaal mag reageren.‘Een bekend verhaal: het meisje wordt onderdrukt. Maar in de islam gelden voor jongens en meisjes dezelfde regels, alleen wordt dat niet toegepast.’
Stevig applaus.
Respectvol
‘Het ligt aan de communicatie tussen man en vrouw’, zegt een ander. ‘De vrouw verstopt veel voor de man. Ze beschermt de kinderen.’ ‘Ik verlang van mijn zonen dat ze respectvol met meisjes omgaan’, vult een ander aan. ‘Ik hoop dat dit overgenomen wordt.’ Gelach, geschuifel en onrust in de zaal. ‘Respecteer elkaar!’ roept de gespreksleider. ‘Ouders laten slechte voorbeelden zien, wij zijn slecht bezig’, voegt iemand uit de zaal toe. Weer roept iemand op tot wederzijds respect.
Nu mag de wethouder iets zeggen. Alle kinderen moeten gelijke kansen hebben, zegt ze. ‘Praten over opvoeding is moeilijk, we praten gemakkelijker over seks of geld, maar het moet wel.’
Toneelstuk
Een (Marokkaanse) moeder uit een verre stad is uitgenodigd om te vertellen hoe zij haar succesvolle kinderen – allemaal op vwo en universiteit – heeft opgevoed. ‘Kinderen zijn als planten, je moet ze steeds een beetje water geven, al vanaf hun tweede jaar. In 90 procent van de gezinnen gaat het zoals in het toneelstuk. Je moet duidelijke regels stellen. Veel vrouwen zijn te makkelijk.
Die laten een kind van 2 bepalen wat gebeurt. Ik ben ook de medeopvoeder van kinderen op straat. Spreek elkaar aan. Het slachtoffergevoel klopt niet. We hebben wél rechten. Je moet ze alleen zoeken.’
‘Soms is de vraag: wie is de opvoeder, wie is het kind?’ vult één van de organisatoren aan. ‘Vaak nemen kinderen de opvoeding over. Een zoon van 14 die zich als een vader gedraagt.’
Je moet ook luisteren, oudere kinderen knuffelen en weten wat je kinderen op school doen. ‘Neem zelf het initiatief: bel de mentor en zeg: ‘laat me weten als er iets met mijn kind is’. Kinderen die laat buitenspelen? Dat kan niet! Waar is vader, waar is de moeder?’ Applaus. ‘Wanneer kan ze dan de Marokkaanse soap zien?’ roept iemand. Gelach.
Kinderen
Dan mogen politieagenten vertellen dat bij criminele jongeren de werelden van thuis, school en straat gescheiden zijn. Praat daarom met je kinderen over wat ze op school en op straat doen.
Het leukst zijn de meisjes die hun broers spelen, tijdens het tweede toneelstuk: met hoofddoek, slungelig loopje en laaghangende broek vallen ze meisjes lastig. Maar in de discussie die volgt, klinkt kritiek: waarom gaat het niet over afwijzing bij een sollicitatiegesprek? Een (Marokkaanse) jonge vrouw naast me sist: ‘typisch Marokkaans: ontkennen dat er problemen zijn. Als je er niet naar kijkt, bestaat het niet!’
De laatste keer dat ik zo veel vrouwen bijeen zag, was tijdens een demonstratie tegen seksueel geweld begin jaren tachtig. Maar dit is ook een demonstratie: hoe goed het óók met Marokkaanse Nederlanders gaat. Aan zo veel zelfreflectie en zelfspot kunnen anderen een voorbeeld nemen.
Groepen
In het beleid wordt nu erg veel verwacht van ontmoeting tussen verschillende groepen. Vele subsidies stellen als voorwaarde dat mensen van verschillende geloven en culturen met elkaar mengen. Nuttig voor groepen die redelijk geïntegreerd en geëmancipeerd zijn. Maar anderen, zoals deze vrouwen, hebben meer aan onderlinge ontmoeting.
Als geëist wordt dat ze mengen met bijvoorbeeld Surinaamse mannen, blijven ze massaal thuis.
Koester dus binding in eigen kring. Emanciperend en oergezellig. Zou daar een Berbers woord voor zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden