Marli Huijer voelt zich thuis in de wereld

Op het tweede gezicht

Op schoot bij Matthijs van Nieuwkerk, in de collegezaal of via haar boeken: Denkeres des Vaderlands Marli Huijer wil vrijmoedig het gesprek aangaan, in welke vorm dan ook. Daarbij balanceert de arts/filosofe op de academische grenzen.

Marli Huijer in gesprek met studentes aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar ze bijzonder hoogleraar Filosofie van Cultuur, Politiek en Religie is. Beeld Marcel van den Bergh

Vorige maand debuteerde arts/filosoof Marli Huijer (60) als Denkeres des Vaderlands bij De Wereld Draait Door. Huijer, opvolger van de vereerde René Gude, kwam te spreken over de tafel die haar scheidde van gastheer Matthijs van Nieuwkerk: die had invloed op de manier waarop zij met elkaar spraken. Bij een grotere fysieke nabijheid zou het gesprek anders verlopen. Zonder zichtbare aarzeling gaf ze daarop gehoor aan de aansporing van Van Nieuwkerk om bij hem op schoot te komen zitten. Zij is rank en licht en Matthijs is - aldus Huijer - 'een leuke man', er waren dus geen goede redenen om níet bij hem op schoot te gaan zitten. Van Nieuwkerk leek overigens meer door de situatie in verlegenheid te zijn gebracht dan Huijer zelf.

'Het was meesterlijk, hoe ze dat oppakte', zegt vriendin en collega-filosoof Baukje Prins. 'In dit soort situaties floreert ze.' 'Ze is razend witty', zegt de bevriende buurman Jeron Halewijn - directeur van de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring. 'Elke vraag kan ze aan. In elke situatie kan zij zich redden.' 'Ik voel me enorm thuis in de wereld', beaamde Huijer in Trouw.

Als 16-jarige op zeilkamp, 1971. Beeld .

Tussendenken

Als Denkeres wil Huijer, zoals ze op schoot bij Matthijs van Nieuwkerk opmerkte, 'mensen het plezier van wijsbegeerte laten ondergaan'. Dat ze daarbij iets kan wegnemen van de dominantie van mannen op haar vakgebied is mooi meegenomen. Ze neemt zich voor om 'bijna altijd ja te zeggen tegen de media' als die een beroep doen op haar denkkracht. Want ze leert zelf van elk gesprek met elke persoon over elk denkbaar onderwerp. 'En ze maakt anderen bewust van hun eigen inzichten of confronteert hen met nieuwe inzichten', zegt vriendin/collega Daan Roovers, hoofdredacteur van Filosofie Magazine. 'Daarbij doceert zij niet. Ze zegt niet: ik zal jullie eens wat over Plato vertellen. Nee, ze kan Plato noemen als het verloop van een gesprek daartoe aanleiding geeft.'

'Tussendenken', noemt Huijer haar manier van filosofie bedrijven: ze ontwikkelt haar gedachten tussen en in samenspraak met anderen - zoals haar studenten aan de Haagse Hogeschool, waaraan ze als lector is verbonden. 'Je kunt je in de eenzaamheid terugtrekken om te schrijven', zei ze in Trouw. 'Ik kan dat niet en ik wil het niet. Ik heb de inbreng van anderen nodig. (...) Als ik me terugtrek in de Provence, dan weet ik toch niet wat er in de samenleving speelt en wie er geen gehoor vinden?'

Als empirisch filosoof voor wie de alledaagse wereld het uitgangspunt is, zal Huijer 'zeker ergernis hebben gewekt bij veel conceptuele filosofen die werkzaam zijn op de universiteiten', denkt cultuurfilosoof René Boomkens, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. 'Ze gaat heel associatief te werk. Durft boude beweringen te doen, die ze vervolgens toetst. Ze staat ver af van de academische voorzichtigheid. Voor mijzelf is dat een verademing, maar ze neemt er wel een academische grenspositie mee in.' Daarvan draagt haar universitaire loopbaan de sporen, denkt Boomkens. 'Ze heeft veel tijdelijke aanstellingen gehad, en heeft haar belofte bij de Rijksuniversiteit Groningen niet helemaal kunnen waarmaken.'

Debatten met kunstenaars

Kenmerkend voor haar oriëntatie op de buitenuniversitaire wereld waren de debatten tussen wetenschappers en kunstenaars die zij in Groningen organiseerde. 'Zij had echt de overtuiging dat die iets van elkaar konden leren en soms verliepen de debatten ook heel geanimeerd. Maar het kwam ook voor dat de klik uitbleef. Kunstenaars en wetenschappers spreken nu eenmaal niet elkaars taal. Maar daardoor liet zij zich niet ontmoedigen: ze geloofde in een vruchtbare wisselwerking.'

Gesprekken met Huijer gaan altijd ergens over, zeggen haar vrienden. 'Niet over de grote lotgevallen van de wereld', zegt buurman Jeron Halewijn, 'maar over de grote thema's van het alledaagse.' Zoals opnieuw beginnen na een echtscheiding - een situatie waarin Huijer, moeder van twee kinderen, zelf heeft verkeerd. Of hoe je gracieus het hoofd kunt bieden aan fysieke beperkingen. Ook wat dat betreft, is Huijer ervaringsdeskundige: ze lijdt aan gewrichtspijnen die problemen bij het schrijven met zich meebrengen. Neerslachtig is zij daar overigens niet onder, zegt Halewijn. 'Fysiek en mentaal is ze onverwoestbaar', bevestigt Baukje Prins. 'Ze is uiterst energiek', zegt vriendin en wetenschapsfilosoof Trudy Dehue. 'Ooit liepen we bij Uithuizen de Waddenzee in om oesters te gaan zoeken. De wind kreeg vat op de plastic boodschappentas bedoeld voor de oesters. In enorm tempo stoof het ding weg. Typerend voor de verschillen tussen ons is dat ik stond te denken hoe jammer dat was van het maagdelijke wad, maar dat de frêle Marli een enorme sprint inzette. Het leek wel of ze even licht over het wad zweefde als die tas, alsof de wind ook haar te pakken had. En ze haalde de tas nog in ook. Met een tevreden gezicht bracht ze de buit terug.'

Beeld .

CV

1955

Geboren op 6 maart in Amsterdam

1980/ 1991

Doctoraal geneeskunde VU en doctoraal sociale filosofie (cum laude) UvA

1983

Junkiebond Amsterdam

1991-2002

Functies als docent en onderzoeker, in Nijmegen, Amsterdam en Groningen

2002-2005

Bijzonder hoogleraar Gender en Biomedische wetenschappen Maastricht

2007

Lector Filosofie en Beroepspraktijk, Haagse Hogeschool

2008

Bijzonder hoogleraar Filosofie van Cultuur, Politiek en Religie Rotterdam

Meedoen

Huijer schreef meerdere boeken, die doorgaans in een grote behoefte voorzien. In Ritme, waarvan vorige maand de vierde druk verscheen, schetst ze hoe in de 24-uurseconomie de (heilzame) grenzen tussen dag en nacht en tussen werktijd en vrije tijd vervagen, en hoe de mens daardoor gedesoriënteerd raakt. Discipline - eveneens een bestseller - gaat over de kunst van de zelfbeteugeling, die de mens in staat stelt om met zijn vrijheid om te gaan. Haar nieuwste boek - Het leven is niet leuk als je je mond houdt - is een ode aan de vrijmoedige gedachtenwisseling. 'Ik heb van huis uit meegekregen dat je altijd je mond open moet doen, ook al word je er zenuwachtig van', zei Huijer in Trouw over haar jongste boek. 'Ik dwong mijzelf iets te zeggen. Van mijn studenten verlang ik ook dat ze leren praten. Anders staan ze buitenspel. Hoe meer mensen meedoen, hoe groter de kans dat je een pluriforme publieke ruimte krijgt, met verschillende stemmen.'

Spreken met en tot anderen is voor Huijer inherent aan het maatschappelijk engagement dat zo kenmerkend is voor haar. Zo herinnert John-Peter Kools, deskundige op het gebied van de preventieve gezondheidszorg, zich haar als gedreven sociaal activiste in de jaren tachtig. 'In Amsterdam was ze destijds alom tegenwoordig. In actiegroepen, bij demonstraties en misschien ook wel in de kraakbeweging .' Haar bekommernis gold echter vooral de junkies. 'Begin jaren tachtig was de heroïne-epidemie op haar ergst. Nederland telde destijds tienduizenden gebruikers. Velen waren amper twintig jaar oud en raakten maatschappelijk volkomen geïsoleerd. Politieagenten trokken met bullepees en honden door de Zeedijk, het epicentrum van de drugsproblematiek. Het is voorgekomen dat in één week tientallen mensen stierven aan giftige heroïne. Alleen in Amsterdam bezweken jaarlijks 50 à 60 gebruikers aan een overdosis.'

Junks

Huijer, die net haar doctoraal examen geneeskunde aan de VU had afgelegd, was verontwaardigd over de repressie waarvan junks volgens haar het slachtoffer waren. 'Zij meende dat hun burgerrechten werden geschonden', zegt Kools. 'Junks werden als criminelen behandeld terwijl ze ziek waren. Het probleem moest in de sfeer van de volksgezondheid worden opgelost.' Als spil van de Junkiebond maakte Huijer een begin met de verstrekking van schone spuiten - met als onmiddellijk gevolg dat de gebruikers zich daarvoor niet langer bij apothekers hoefden te vervoegen. In het algemeen nam de junkie-overlast in de Amsterdamse binnenstad er merkbaar door af. 'We hebben een half jaar schone spuiten uitgedeeld', zegt Kools. 'Uiteindelijk is onze lijn landelijk beleid geworden. Kijk om je heen in de binnensteden en je ziet de enorme winst.'

Huijer staat, aldus Kools, aan de wieg van dit succes. 'Zij was niet alleen persoonlijk betrokken bij de junkies maar legde ook een sterke praktische inslag aan de dag.' Voor Huijer zelf is deze episode - de aidsjaren, zoals Kools ze karakteriseert - nog altijd belangrijk, getuige de foto op de homepage van haar website waarop ze met een junkie is te zien. 'Dat is Marli ten voeten uit', zegt Kools. 'Hoe ze die man aankijkt: professioneel maar ook liefdevol.'

Marli Huijer, net arts geworden, aan het werk bij de Junkiebond in Amsterdam, 1983. Ze maakte een begin met de verstrekking van schone spuiten aan drugsgebruikers. Beeld .

Verveling

Na haar indringende ervaringen bij de Junkiebond voltooide Huijer nog wel haar huisartsenopleiding, maar 'het lukte daarna niet goed om de kuchjes van gewone patiënten serieus te nemen'. Om de verveling van haar werk bij een methadonpost in Beverwijk te verdrijven, ging ze filosofie studeren. Die keuze heeft Kools niet verbaasd. 'Ze was geïnteresseerd in de opvattingen van anderen. Ze keek met gevoel en verstand naar de dingen om haar heen. Wat ze nu doet, is daarmee helemaal in overeenstemming.' 'Ze legt een ongeveinsde belangstelling aan de dag voor wat haar gesprekspartner vindt', zegt Trudy Dehue. En daarbij is ze volkomen ongevoelig voor sociale status, zei Huijer zelf in Trouw. 'Ik probeer iedereen die ik spreek als een gelijkwaardige gesprekspartner tegemoet te treden, of dat nou een drugsgebruiker is, een migrant of de koning van Nederland. Mij gaat het om de vragen: hoe voeren wij een gesprek, hoe handelen we met elkaar, hoe gaan we met elkaar om?'

Als vrouw en als arts was Huijer een rolmodel voor haar jongere collega-filosoof Daan Roovers. 'Ik studeerde geneeskunde in Nijmegen. Een keurige beroepsopleiding, daar niet van, maar ik kon er mijn intellectuele nieuwsgierigheid niet mee bevredigen. Filosofie was op dat moment voor mij nog een stap te ver: ik zag het als een vak van oudere, saaie mannen. Totdat ik een les over Foucault bijwoonde van Marli, die toen junior docent aan de Radboud Universiteit was. Dat was voor mij een openbaring, hoe ze daar - hoogzwanger - de filosofie alledaags en toegankelijk maakte.' Haar kracht? 'Een tomeloos enthousiasme en het vermogen anderen tot hun recht te laten komen.' Speelt humor daarbij ook een rol? 'Dat is niet het eerste waar ik bij haar aan denk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.