Column

Marlene had het hoog in haar bol

Vorige week stond in het teken van Marlene Dietrich. Er was een hommage-avond in Tuschinski en een postume Dietrich in het tv-programma Close up. Zelden zag ik een deprimerender documentaire. Want het zwaartepunt lag, weliswaar opgefleurd met opnamen uit glorieuzere tijden, op de nadagen van de vedette. Of liever de najaren. Vanaf haar 75ste verschanste de wereldster zich in een Parijs appartement, waar ze vijftien jaar in bed bleef liggen tot ze er ten slotte echt in bleef.

Afgezien van dochter Maria Riva (ook alweer 90 maar nog steeds verstandig), die een mooi boek over haar moeder heeft geschreven, waren er weinig mensen om Marlene heen. Haar enige steun en toeverlaat was Louis Bozon, een beminnelijke ex-acteur en -radiocoryfee. In de documentaire worden zijn herinneringen aan Dietrich, en die van haar dochter en kleinzoon, gelardeerd met opnamen van haar volgestouwde appartement.

Zonder zich op de borst te slaan, vertelt Bozon over zijn bijna dagelijkse hand-, span- en lippendiensten. Hoewel hij Dietrich bleef vousvoyeren, was hij haar meest intieme vreemde. Meestal was hij op afroep beschikbaar om de humeurige ex-vedette te verzorgen, aan te horen en te troosten. Maar soms, als ze het weer eens te bont had gemaakt, bleef hij even weg om haar, voorzover mogelijk, op haar plaats te zetten. Want Marlene had het hoog in haar bol en bleef zich tot het laatst gedragen als een wereldster: slavin van haar eigen imago. Herhaaldelijk liet ze zich gaan, meestal na iets te veel champagne. Ter illustratie kwamen de lege flessen veelvuldig in beeld, zoals ook tal van narcistische parafernalia: foto's, pruiken, dozen met fanmail en optreedjurken.

Helaas werd de camera ook nogal eens gericht op het inmiddels lege, maar opengeslagen bed. Iedere keer als ik dat gladgestreken onderlaken zag, vroeg ik me af of er nog steeds een zeiltje onder lag.

Door merg en been ging het aangeschoten stemgeluid dat Bozon op zijn antwoordapparaat had laten staan. Als zijn bazin iets te lang op zijn bezoek had moeten wachten, stamelde ze ongeduldig: 'Waar blijf je nou?' Of schuldbewust: 'Ik heb me toch, hoop ik, niet al te slecht gedragen?' En de laatste opnamen had ik liever helemaal niet gezien, vooral niet in close-up: kille ogen in een onbeweeglijk masker, lippenstift over de randjes heen.

In Tuschinski was de sfeer heel wat warmer. In de foyer die doorgaans leidt naar de filmzaal, waren stoelen neergezet en het platform voor de brede trappen deed dienst als toneeltje. Hierop troonden talrijke Marlenes en haar tijdgenoten. Om te beginnen Wilma Bakker van muziektheatergezelschap Blond & Blauw, de Nederlandse Dietrich bij uitstek, met jarretels, decolleté, hoge hoed en lage stem. Zij was de organisatrice van dit eerbetoon in de meest passende omgeving denkbaar. Je waande je in de jaren dertig, mede dankzij het orkestje.

Verder heb ik vooral genoten van Gerrie van der Klei aan wier optreden alles klopte, en van de hondsbrutale maar zeer getalenteerde Sven Ratzke, die zichzelf en het publiek alle hoeken van het podiumpje liet zien.

Op 29 mei staat Blond & Blauw weer in Tuschinski met La Dietrich - in haar glorietijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden