Marktdenken verhindert burger solidair te zijn

De discussie over de teloorgang van gemeenschapszin en solidariteit wordt doorgaans in nogal abstracte termen gevoerd, meent Erik Heydelberg. In plaats daarvan zou meer aandacht moeten worden besteed aan voorbeelden van praktische solidariteit in de dagelijkse leefomgeving....

ERIK HEYDELBERG

DE roep om herstel van normen en waarden klinkt steeds luider. Zo benadrukt de Amerikaanse communitaristische voorman Amitai Etzioni in Forum van 3 mei omslachtig de noodzaak om elkaar in een gemeenschap als 'hoeder' aan te kunnen spreken. Dat is mooi, maar hebben we het dan niet gewoon over solidariteit?

Terecht wijst Bert van den Brink (Forum, 10 mei) er op dat we het communitarisme in Nederland niet al te letterlijk moeten nemen. Het is te zeer getekend door de Amerikaanse situatie. Maar dat maakt de kwestie van normen en waarden, van onderlinge solidariteit en betrokkenheid, er niet minder belangrijk om. Ook in Nederland dringt zich de noodzaak op deze bouwstenen van de samenleving op hun vitaliteit te onderzoeken.

Het debat over de verzorgingsstaat speelt zich tot nu toe voornamelijk af in macro-economische termen of in abstracte bezweringen over de relatie tussen staat en burger. Bijna als vanzelfsprekend gaat het dan over landelijke regelingen als de WAO en de Ziektewet. Of het gaat over uitkeringen, over de koppeling, over eigen bijdragen in de gezondheidszorg et cetera. Het gaat, kortom, vooral over de politieke sores van Den Haag.

Maar hoe belangrijk dit verder ook is, aan de vraag hoe solidariteit in landelijke regelingen vorm kan worden gegeven, gaat een zeer wezenlijke vraag vooraf. Die vraag betreft de 'kleine' solidariteit; de betrokkenheid en solidariteit in buurt en wijk, bij belangengroepen, vrijwilligerswerk, het besturen van voorzieningen, sociale vernieuwing, bij integratie van migranten.

Wat mensen in hun directe levenssfeer niet zien functioneren, zullen ze uiteindelijk op het meer abstracte niveau van administratieve solidariteit niet blijvend steunen. Naast het 'groot onderhoud' van de verzorgingsstaat, waar men zich in Den Haag vooral om bekommert, past daarom een beleid gericht op het 'klein onderhoud' van de dagelijkse leefwereld.

Helaas wordt dit kleine onderhoud in Nederland systematisch verwaarloosd. Daarmee dreigt een einde te komen aan een historisch gegroeide traditie van betrokkenheid van burgers bij collectieve voorzieningen. Voorbeelden daarvan zijn woningbouwcorporaties, ziekenfondsen en kruisverenigingen. Stuk voor stuk organisaties die, gedragen door burgers, een antwoord probeerden te geven op problemen op het gebied van huisvesting, gezondheid en welzijn in buurt of dorp.

Die betrokkenheid is in de loop der jaren gestold in grote anonieme organisaties, die zich thans meer zorgen maken om hun marktaandeel en hun jaarcijfers dan dat ze bewust bouwen aan nieuwe vormen van actieve solidariteit.

De ruimte die door het terugtreden van de overheid is ontstaan, wordt opgevuld door een economische logica die van burgers in de eerste plaats consumenten maakt met individuele verantwoordelijkheden en individuele rechten. De mogelijkheden voor vormen van actieve solidariteit en betrokkenheid zijn geminimaliseerd. Maatschappelijke organisaties (patiëntenbeweging, vakbeweging, consumentenorganisaties) worden meegezogen met de dynamiek van de markt en richten zich steeds meer op bescherming van de rechten van de consument, de werknemer, de patiënt.

BETEKENT dit nu dat vormen van actieve solidariteit, van collectieve betrokkenheid onbestaanbaar zijn geworden in de moderne samenleving? Nee, dat zeker niet; er zijn initiatieven genoeg die het tegendeel aantonen, alleen ze blijven buiten de schijnwerpers van het beleid, van de politieke discussie over de verzorgingsstaat, waarin het klein onderhoud allang geen onderwerp meer is.

Wat voorbeelden: De Stichting Fight for life die, vanuit de homobeweging, een kliniek exploiteert voor experimentele behandelingen van HIV-positieven en aidspatiënten; buddyprojecten voor aidspatiënten; vrouwengezondheidscentra, drugshulpverlening binnen verschillende gemeenschappen van allochtonen, patiëntenkringen die homeopathische huisartsen contracteren; mensen die in hun buurt actief zijn in het kader van buurtbeheer-projecten en sociale vernieuwing, die activiteiten en scholing voor jongeren organiseren; of een onderlinge hulpkas voor allochtonen die de begrafenis van familie in het land van herkomst willen bijwonen.

De waarden en normen die de verzorgingsstaat overheid houden, krijgen juist in deze activiteiten vorm. Daarom verdienen ze het om goed beheerd en verdedigd te worden. Daar mankeert het echter aan en precies dat is dan ook de blinde vlek in de verhalen over het verlies aan gemeenschapszin en het tanend normbesef van de burgers.

Een voorbeeld van deze ontwikkeling biedt de Wet Voorzieningen Gehandicapten, waarin de voorzieningen voor thuiswonende ouderen en gehandicapten geregeld zijn. De uitvoering valt onder de gemeenten, die in toenemende mate die taak in handen geven van commerciële aanbieders. De organisaties van ouderen en gehandicapten laten zich vervolgens de rol van consumentenorganisaties opdringen. Men verdedigt aanspraken en oefent daartoe politieke druk uit. Juist deze groepen hebben het potentieel om zich tot een burgerschapsbeweging te ontwikkelen die zelf het beheer van de voorzieningen in handen neemt. De wet wordt nu op een bureaucratische manier uitgevoerd, waarbij weinig rekening wordt gehouden met de behoeften van de gebruiker.

Er dienen zich veel meer mogelijkheden aan om actieve solidariteit en collectief handelen te stimuleren. In het kader van de sociale vernieuwing is in verschillende steden ervaring opgedaan met buurtverenigingen en coöperaties. Maar meestal blijft het beperkt tot afspraken tussen instanties om het beheer van de woonomgeving beter te regelen. De stap om een veel breder dienstenpakket in zulke verbanden onder te brengen, is nog te groot. Dienstverlening voor ouderen in de vorm van thuiszorg, klusjes, boodschappen doen, woningaanpassing, zorg voor veiligheid en dergelijke zijn heel wel in zulke verenigingen en coöperaties onder te brengen.

Ook op het gebied van de gezondheidszorg zijn er mogelijkheden voor het in eigen of medebeheer nemen van voorzieningen.

De meeste vertegenwoordigers van overheden en zorgaanbieders beginnen bij dergelijke geluiden de wenkbrauwen te fronsen. Met hetzelfde gemak als waarmee ze klagen over een gebrek aan burgerzin of over tanend normbesef, uiten ze bezwaren tegen deze overdracht van verantwoordelijkheden naar coöperatieve verbanden.

Dit soort lekenorganisaties kan, zo roept men dan om het hardst, de financiële verantwoordelijkheid niet dragen. Maar is dat nu werkelijk zo of is dat institutionele angst om terrein prijs te moeten geven en daadwerkelijk ruimte te maken voor actieve solidariteit?

HET vraagt van de overheid en de organisaties een benadering die verder gaat dan markt en individuele verantwoordelijkheid. Dat vraagt om een benadering die permanent uitnodigt tot collectief handelen en ter hand nemen van het klein onderhoud van de verzorgingsstaat.

De duizenden 'Melkert banen' in de zorgsector gaan straks vooral naar de commerciële uitzendbureaus. Waarom deze banen niet aan verenigingen van zorggebruikers en lokaal bestuur toevertrouwd?

De vakbeweging opent ledenwinkels voor artikelen en goedkope reizen, terwijl men tegelijkertijd de arbodiensten en zorgvoorzieningen liever aan de markt overlaat. De patiëntenbeweging vecht graag voor door de overheid gegarandeerd patiëntenrecht; verantwoordelijkheid voor het beheer van voorzieningen voor gehandicapten en ouderen lijkt men te vrezen.

De kruisverenigingen ruziën er over of ze wel of niet commercieel moeten werken; het bij dat vraagstuk betrekken van de klanten, nog geen tien jaar geleden als leden eigenaar van de verenigingen, lijkt zelfs als idee niet meer op te komen.

Kortom, over normen en waarden, over onderlinge betrokkenheid en actieve solidariteit, over burgerschap en gemeenschapszin moeten wij niet langer in abstracte en moraliserende termen praten. Beter is het om met enig historisch besef te werken aan een praktijk waarin deze zaken als vanzelfsprekend 'onderhouden' worden.

Erik Heydelberg is werkzaam bij Public Health Consultants in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden