Markante kop, erudiete ideeën

Henk Vonhoff was slechts zeven jaar actief in de landelijke politiek, maar werd met zijn ‘linkse liberalisme’ een instituut binnen de VVD....

‘Als we willen aantonen dat een kameel drie poten heeft, benoemen we daar in Nederland een commissie voor.’

Henk Vonhoff, die zondag na een kort ziekbed op 79-jarige leeftijd overleed, was als een van de weinige Nederlandse politici in staat tot uitspraken van Churchilliaanse allure. ‘Als je apen wilt als bestuurders, kun je ze ook met pinda’s betalen’, grapte hij eens.

Toen hij als staatssecretaris op het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk door tegenstanders werd uitgejoeld met de kreet ‘Vonhoff, Grote Lul’, antwoordde hij gevat: ‘Gelukkig wordt mijn potentie niet in twijfel getrokken.’

Hoewel hij maar zeven jaar actief is geweest in de landelijke politiek, was Henk Vonhoff meer dan een prominente VVD’er. Hij was een ‘instituut binnen de VVD’, zegt partijvoorzitter Yvo Opstelten.

Van 1967 tot 1971 was Vonhoff voor de VVD lid van de Tweede Kamer. Daarna was hij nog twee jaar staatssecretaris in het kabinet-Biesheuvel. In 1974 verdween Vonhoff naar ‘de provincie’ toen hij werd benoemd tot burgemeester van Utrecht. Zes jaar later zou hij commissaris van de koningin in Groningen worden, een functie die hij zestien jaar vervulde.

Zijn bekendheid dankte Vonhoff deels aan zijn opvallende haardos, markante stem en fysieke omvang. Daarnaast was hij erudiet, gevat en een politiek dier die op geen partijcongres ontbrak. Hij sprak in fraaie volzinnen en had een aperte hekel aan slordigheden. Op het verzoek van een journalist of hij een kritische vraag mocht stellen, antwoordde Vonhoff: ‘Ik gun u dat recht graag, als mijnerzijds maar niet de plicht tot antwoorden bestaat.’

Vonhoff haatte taalvervuiling. Hij pleitte er in 1986 in de Volkskrant voor dat de leerlingen op school ‘weer gedichten uit hun hoofd zouden moeten leren’. Niet voor niets was hij van 1998 tot 2004 juryvoorzitter van het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Hendrik (Henk) Johan Lubert Vonhoff werd in het crisisjaar 1931 in Amsterdam geboren. Van 1957 tot 1967 was hij geschiedenisleraar, daarnaast was hij al sinds 1948 politiek actief als VVD-lid.

Hij was een vurig bewonderaar van de liberale hervormer Thorbecke en voelde zich thuis bij het gedachtengoed van Pieter Oud, die van 1948 tot 1963 de VVD leidde. Dat diens opvattingen weliswaar de elite in het electoraat aanspraken maar de partij nooit echt groot zouden maken, was voor Vonhoff minder belangrijk.

Vonhoff was in de woorden van Yvo Opstelten ‘een liberaal pur sang’ die zich afzette tegen de conservatieve partijen. ‘Liberalisme en conservatisme zijn niet alleen historisch maar ook qua mentaliteit elkaars doodsvijanden’, zei hij. En: ‘Liberalen zijn nooit socialist geweest, maar wel altijd links.’

In 1967 werd Vonhoff lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Hij onderscheidde zich al snel in de partij, net als een andere nieuwkomer: de tien jaar jongere Hans Wiegel. In 1971 traden zij tegen elkaar in het strijdperk om het fractievoorzitterschap na het vertrek van Molly Geertsema. De net 30 jaar geworden Wiegel won.

Volgens Ed Nijpels heeft de VVD er geen spijt van gehad. ‘Wiegel heeft voor de grote doorbraak gezorgd. Van een elitaire partij maakte hij een volkspartij.’

De tegenstelling tussen hem en de ‘linkse’ Vonhoff heeft Wiegel nooit zo begrepen. ‘We verschilden wel eens van mening, maar reden ook vaak samen vanuit Amsterdam naar Den Haag, in zijn Dafje, met zijn rijstijl. Ik deed m’n ogen maar af en toe dicht.’

Vonhoff kreeg als troost de post van staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet Biesheuvel. Hij had de ondankbare taak om bij vele instellingen op de subsidies te korten, wat tot grote botsingen leidde. Vonhoff hield zich kranig staande en was al snel bekender dan zijn minister Piet Engels.

In 1973 en kwam het kabinet Den Uyl zonder de VVD tot stand. Vonhoff werd daarna benoemd tot burgemeester van Utrecht. Hij slaagde erin zijn stad aan het rijtje Amsterdam, Rotterdam en Den Haag toe te voegen: de G4-steden. ‘Utrecht is een grote stad en de Utrechters zullen aan die gedachte moeten wennen’, merkte hij op. De huidige locoburgemeester van Utrecht, Frits Lintmeijer: ‘ Vonhoff heeft met zijn eigen stijl een belangrijk stempel gedrukt op de stad. In een roerige tijd wist hij veel Utrechters voor zich te winnen.’

Onder Vonhoff werd de wijk Lunetten gebouwd, werd ingestemd met de bouw van Muziekcentrum Vredenburg en met de aanleg van een sneltramverbinding naar Nieuwegein en IJsselstein.

In 1980 werd Vonhoff benoemd tot commissaris van de koningin in Groningen. Hij bleef hier 16 jaar. Zijn opvolger Hans Alders vindt dat Vonhoff het noorden ‘als identiteit op de kaart van Nederland’ heeft gezet. ‘Niemand kon er gaat niets boven Groningen zo mooi uitspreken als hij’, aldus Alders.

De intellectueel Vonhoff moest in de promotie van het noorden samenwerken met de populist Hans Wiegel, die de bijnaam had van het Orakel van Leeuwarden. Beiden werden enkele malen gevraagd als minister terug te keren naar Den Haag. Vonhoff weigerde in 1986 de ministerspost van Defensie omdat hij vreesde dat een PvdA’er dan zijn werk in Groningen ongedaan zou maken. Juist op dat moment speelden de kabinetsplannen voor spreiding van de rijksdiensten, waarbij het hoofdkantoor van de PTT naar Groningen zou gaan.

Vonhoff kon boos worden als iemand zei dat de functie van commissaris van de koningin minder was dan die van minister. Hij vond ze minimaal gelijk.

Net als Wiegel stond Vonhoff graag in de schijnwerpers. Hij werd bijvoorbeeld lid van de commissie die trachtte de Olympische Spelen van 1992 naar Amsterdam te halen. In 1988 ging hij daarvoor naar de Spelen in Seoul, maar kreeg het verwijt alleen met de officials te hebben gesproken en niet met de sporters. Zijn schnabbels buiten Groningen vielen niet altijd in goede aarde.

Tegenstanders van de Spelen, onder wie de notoire Saar Boerlage, bekogelden hem met eieren. Amsterdam verloor uiteindelijk kansloos in de eerste ronde: de Spelen gingen naar Barcelona. Hierna probeerde Vonhoff nog lid te worden van het Internationaal Olympisch Comité, maar IOC-voorzitter Samaranch gaf de voorkeur aan judoka Anton Geesink.

Na zijn vertrek uit Groningen in 1996 bleef hij actief in de politiek hoewel hij nooit meer een hoge functie bekleedde. Van 1995 tot 2001 was hij bijzonder hoogleraar arbeidsvoorwaardenbeleid aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. In 1999 werd hij tijdens een vakantie in Denemarken getroffen door een gescheurde aorta, waarvan hij wonderwel herstelde.

Drie jaar geleden bemiddelde hij samen met VVD-ereleden Erica Terpstra en Frits Korthals Altes in het conflict tussen de VVD-leiding en Rita Verdonk. Die was door fractievoorzitter Mark Rutte uit de fractie gezet, maar weigerde haar Kamerzetel op te geven en wilde ook partijlid blijven. Ook deze bemiddeling mislukte.

Vonhoff, die was getrouwd met Louise Luijendijk, laat drie kinderen na.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden