Mark kon geen nee zeggen

Drie jaar geleden wilde Mark Wurthmann geen junk genoemd worden - ook al figureerde hij in een reportage over crack....

WAAR IS MARK nu? Hoe gaat het met hem? Wat zou ik voor hem kunnen doen? Die drie vragen spookten jarenlang elke morgen, al bij het ontwaken, door het hoofd van Rick Wurthmann, vader van Mark.

Zijn zoon was meestal te vinden op plaatsen waarvan ouders hopen dat hun kinderen er nooit komen. Op de slaapzaal van het Rotterdamse Leger des Heils, in de Pauluskerk, onder de Erasmusbrug, in de gevangenis, of, het allerergste: in het ziekenhuis, wanneer hij een overdosis had genomen.

Wurthmanns adressenboekje telt vier pagina's Mark. Als Mark weer eens spoorloos was, begon zijn vader diens vaste telefonische zoektocht door het Rotterdamse welzijnsland. Verscheen Mark een paar dagen achtereen niet op zijn methadonadres, dan wist zijn vader dat het menens was. Dan bleven alleen de gevangenis en het ziekenhuis over als mogelijke verblijfplaatsen van Mark. 'Penitentiaire inrichting Grave', somt Wurthmann op uit het boekje. 'PI Schiedam, Krimpen aan de IJssel, Dijkzigt 6-midden. . .'

Anderhalve maand geleden overleed de 28-jarige Mark, na dertien dagen in coma te hebben gelegen, aan een overdosis heroïne en cocaïne. 'Ik wil zo graag van mijn oude gewoontes/gedrag af!', schreef hij aan zijn zus Larissa, enkele dagen voordat hij de - onbedoeld - fatale hoeveelheid drugs tot zich zou nemen. Larissa ontving de brief pas toen Mark al een etmaal in coma lag.

Mark was ruim drie jaar geleden de hoofdpersoon in een Volkskrant-reportage over de opmars van crack in Nederland. 'Ik vind het verschrikkelijk om zo afhankelijk te zijn van die drugs', zei hij, onderweg naar een dealer. Even daarvoor had hij een halve gram crack gerookt en een halve gram cocaïne gespoten, afgerond met een shot van een halve gram heroïne.

Hij viel op tussen het clubje drugsveteranen in de Rotterdamse Pauluskerk, zijn toenmalige verblijfplaats. Niet alleen omdat hij een jonkie was onder de diehards, maar vooral omdat hij nog niet zo gehard leek. Mark wilde geen junk genoemd worden, omdat dat letterlijk 'afval' betekent. Hij was lief, op het zachtaardige af, en leek zich tamelijk naïef te bewegen in de onbarmhartige drugs-scene, waar het recht van de gehaaiste geldt. Een beleefde, welopgevoede jongen.

'Ik weet nog hoe het leven aan de andere kant is, met de mensen die clean zijn, bedoel ik', zei hij. Mark doelde op zijn vader, moeder en zus. Vooral zijn vader ging tot het uiterste om Mark uit de misère te helpen. 'Het ligt niet in mijn aard een gevecht op te geven voordat ik het verloren heb', zegt de gepensioneerde directeur Wurthmann (70) nu, in zijn flat in de omgeving van Ede, waar hij een paar jaar geleden zijn toevlucht zocht, weg van Mark. 'Ik heb altijd gehoopt op een wonder en tegelijkertijd gevreesd voor zijn dood.'

Wanneer zijn zoon verslaafd raakte aan de harddrugs, weet Wurthmann niet precies. Hij was een makkelijk kind, een lief kind, een fijne knul, zegt zijn vader. 'Als iemand tegen je zegt dat je iets niet durft, moet je zeggen: dat klopt', hield zijn vader hem voor. 'Dan ben je een held.'

Maar Mark gaf nooit toe tegenover vrienden dat hij iets niet durfde. Rond zijn 15de begon hij te experimenteren met hasj, om daarna over te stappen op steeds zwaardere middelen. 'Hij was altijd met alle mogelijke rotzooi bezig. Als zijn vriendjes zeiden: rook dat eens, of slik dat eens, dan deed ie dat. Mark kon gewoon geen nee zeggen.'

Het was tijdens een periode van oplopende spanning in het gezin Wurthmann. Vader had problemen op zijn werk. Zijn vrouw en hij groeiden uit elkaar; het huwelijk liep stuk. Mark was een gemakkelijk te beïnvloeden jongen die duidelijk leiding nodig had. Wurthmann vond het moeilijk consequent te zijn en de grenzen af te bakenen voor zijn zoon - de diplomatieke Mark kreeg uiteindelijk toch altijd zijn zin.

Deze factoren zullen allemaal hebben meegespeeld, denkt Wurthmann, maar hij begrijpt nog steeds niet waarom Mark zich zó moest verliezen in de harddrugs. 'Hij zei zelf altijd dat hij al verslaafd was nog voordat hij wist dat drugs bestond.' In de ogen van de buitenwereld lag het simpel. Mark en Larissa zijn geadopteerd, uit Griekenland. Die adoptie zou de oorzaak van de problemen wel zijn.

In 1992 constateerde Wurthmann voor het eerst dat zijn zoon - die na de echtscheiding bij hem was komen wonen - harddrugs gebruikte. In dat jaar raakte Mark verslaafd aan crack, gekookte cocaïne, de pitbull onder de drugs. Een verslaving die niet te verbergen valt. Crackgebruikers raken verward, zwaar opgefokt, agressief.

Eind '92 belandde Mark op straat, in '94 trok hij weer in bij zijn vader, in '95 woonde hij op diverse adressen in Rotterdam en in '96 vertrok Rick Wurthmann zelf uit de stad. Hij kon de ellende met zijn zoon niet langer aan. Wurthmann woonde in een 'keurig-nette' Rotterdamse buurt, waar Mark vaak schreeuwend en wild gebarend doorheen rende, helemaal onder invloed van crack en pillen. 'Dat willen de mensen niet hè, bij hen in de buurt.'

Mark stal van zijn vader, hij gebruikte in huis, 'hij deed maar waar ie zin in had. Er viel niet met hem te leven. Het was een puinhoop.' De ruzies over geld liepen steeds hoger op. 'Er ontstonden vreselijke taferelen, hij was niet meer aanspreekbaar.' Hij zette zijn vader gemeen onder druk. Kwam hij thuis met een louche vriendje: 'Pa, hij krijgt nog geld van me.'

De harddrugs, en dan met name de crack, eisten hun tol. Zoals Mark zelf drie jaar geleden al aangaf: 'Rook je crack, dan krijg je een kick, een gevoel dat begint in je teennagels en opstijgt naar je haarwortels. Een explosie die maar een halve minuut duurt, maar waarvan je nooit genoeg krijgt. Je kunt me duizend gulden geven, of tweeduizend, maakt niet uit, met coke basen ga je door totdat je erbij neervalt.'

Echt kwaad kon Wurthmann nooit zijn op Mark. 'Ik was erg gek op hem. Hij was ergens in verzeild geraakt en daar wilde ik hem uithelpen. Ik kon me heel goed in hem verplaatsen, zelfs toen hij stomme dingen ging doen. Ik zag hem meer als iemand die ernstig ziek was.' Bovenal wilde Wurthmann voorkomen dat zijn zoon van hem vervreemde - hij was bij vlagen de enige in de gewone wereld die nog contact had met hem.

Na zijn vaders vertrek uit Rotterdam ging het snel verder bergafwaarts met Mark. Uren achtereen zat Wurthmann aan de telefoon als hij weer even niks van hem had gehoord, alle Rotterdamse hulpverleningsinstanties belde hij af. Op vakantie ging hij allang niet meer. 'Doe me een plezier', zei hij in die tijd tegen zijn zoon. 'Als je weer een overdosis neemt, ga dan gelijk op de stoep van het ziekenhuis zitten.'

Eind 1998 schreef Wurthmann een wanhoopsbrief naar Symbion, Rotterdams centrum voor verslavingszorg. 'Mark zelf wekt de indruk de huidige situatie wel best te vinden. Hij heeft een dak boven zijn hoofd, zijn ouders zorgen er via het Leger des Heils voor dat hij te eten heeft, Symbion levert de methadon en dankzij de Sociale Dienst kan hij zijn drugsgebruik voortzetten. We zitten in een impasse die doorbroken moet worden. Dit kan zo niet doorgaan, want dan wordt hij een wrak.' Er volgde geen reactie.

Wurthmann nam zelf het heft in handen. Mark stond intussen op de telex, omdat hij niet had gereageerd op een oproep zich te melden bij de gevangenis. Hij had een serie korte straffen uitstaan, wegens winkeldiefstal, en een beroving met geweld. Zijn vader belde justitie: pak hem alsjeblieft op, hij zit nu op dat adres. Op een vroege ochtend in februari haalden de agenten Mark uit de armen van 'een heroïnejuffrouwtje' en brachten hem naar de gevangenis in Vught.

In totaal bracht hij daar vijf maanden door. Zijn vader ervoer het als de beste periode sinds jaren. 'Het ging fantastisch met hem.' In de gevangenis golden de strakke regels waaraan Mark zo'n behoefte had. Mark kickte van alles af, sportte zich gek, en at zich rond: zijn gewicht ging omhoog van 50 naar 80 kilo. 'Hij kreeg een buikje', lacht Wurthmann vertederd. 'En op zijn vingers zaten van die kleine kussentjes.'

Clean ging Mark op 13 juli naar de evangelische instelling voor verslavingszorg De Hoop, in Dordrecht. Niet dat Mark zelf bijster gelovig was, maar hij had gehoord dat deze instelling de beste begeleiding bood. Mark stelde in De Hoop een 'behandelplan' op voor zichzelf. Stap 1: Weg uit Rotterdam. 2: Nieuwe vriendenkring. 3: Sportvereniging. En ten slotte punt 14: Werk. Verder verveelde hij er zich te pletter.

Vrijdagavond 27 augustus loopt het mis. Mark ontdekt dat het kantoor van de afdeling openstaat én dat de medicijnenkast niet is afgesloten: hij jat en slikt een aantal pillen en loopt daarna verdwaasd rond. De dag daarop wordt hij ontslagen uit De Hoop, nadat hij heeft gelogen over de vraag of hij nog medicijnen heeft achtergehouden. 'Dat kantoor en die kast hadden nooit open mogen staan', erkent algemeen directeur Teun Stortenbeker. 'Maar iemand die steelt kunnen wij niet handhaven, dat is één van onze regels.' Marks vader: 'De gelegenheid maakt de dief.'

Wurthmann gaat met zijn zoon op zoek naar opvang - in Rotterdam, dat wilde Mark per se. Die is dat weekeinde niet te vinden. Uiteindelijk brengt Wurthmann zijn zoon onder in een hotel, dat hij een paar nachten vooruit betaalt. 'Ik kon het niet meer opbrengen hem mee naar huis nemen', zegt hij. De dagen daarop gaat Mark vergeefs allerlei instellingen af. Nergens is plaats.

Op donderdagochtend 2 september krijgt Wurthmann een telefoontje van het ziekenhuis: zijn zoon ligt in coma. Zonder nog bij bewustzijn te komen overlijdt Mark, bijna twee weken later. Waarschijnlijk, denkt zijn vader, is hij op zijn speurtocht in Rotterdam opgelopen tegen een van zijn oude vrienden uit de scene. Mark bezweek voor de verleiding, terwijl zijn afgekickte lichaam de heroïne en cocaïne niet meer verdroeg.

Kon Mark hem horen, toen hij in coma lag, aan 'al die slangen en toestanden met voeding en zuurstof?', vraagt zijn vader zich nog steeds af. 'Dag knulletje', zei Wurthmann op een gegeven moment, dat zei hij altijd als ze met zijn tweeën waren, anders was het 'knul'. Hij streek hem over 'dat stugge, stevige, metaalachtige' haar. Misschien was het inbeelding, maar hij zag ineens een zonnestraaltje over het gezicht van zijn zoon glijden. 'Dag knulletje.' Weer dat zonnestraaltje. 'Dag knulletje.' Weer. Marks vader liep de kamer uit. Hij kon er niet meer tegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden