Marjan Luif

In omroepland liep ze tegen de muur op, maar op internet hobbelt haar Groentevrouw met de tijd mee. Hoe La Luif overeind probeert te blijven op het glibberige pad van de lach....

'Niet een echt aantrekkelijk meisje was ik, maar meer een soort raar insect: lang en dun, met een brilletje van min acht. Daardoor ging ik vanzelf gek doen. Als je merkt dat je mensen aan het lachen kunt maken, probeer je op te vallen. Al heel klein zat ik op het strand met een vriendinnetje voorstellinkjes te geven, ver van m'n familie. Als ik maar aandacht kreeg.

'Plat-Amsterdams heb ik in mijn jeugd opgepikt in het niemandsland rondom de Vrij heids laan in Amsterdam-Zuid. Daar woonden zowel arbeiders als mensen van een wat hogere stand; een beetje niksig. Achter ons had je straten die bijna achterbuurt waren. Zangerig Limburgs maakte ik me ook makkelijk eigen, wanneer ik bij familie logeerde. Ik ben net een spons.

'Dat ik een behoorlijk verwend kind was, kun je wel zeggen. Jongste in een groot gezin, dan weet je 't wel. Gingen m'n broers met mij achterop uit fietsen, dan was het ze tevoren ingeprent dat ze moesten afstappen bij kruis punten, maar dat deden ze vaak niet. Dan ging ik dat verklikken. Of ik sprong zomaar van de fiets en gilde dat ze m'n zin moesten doen, anders ging ik 't aan moeder vertellen. Chantage, daar was ik heel goed in.

'Over seks werd thuis amper wat losgelaten, hooguit dat het iets duivels was, als je daar voor je huwelijk aan begon. Mijn moeder had een rare sfeer om zich heen: er mocht heel veel niet, maar aan de andere kant was ze een enorme aanstelster vol roomse blijheid. Zo van "Oóóh, ik ben toch zo blij dat ik Hém Daarboven heb!'' Mijn vader was een hele neurotische man die nog in een inrichting heeft gezeten. Streng-katholiek. Star en opvliegend. Hij mocht niet studeren, heeft zichzelf opgewerkt van jongste bediende bij een bank tot procuratiehouder. Beroepsmilitair geweest in Indië, heel rechtlijnig. Ik was een van zijn liefjes, dat was het erge. Ik werd niet geslagen. Wie geen liefje was, werd wel geslagen. Wie met een minder goed rapport thuis kwam, werd geslagen. Bij ons thuis werd veel geslagen.

'Maar veel lol hadden we. Veel zingen ook. Onder de afwas zongen we driestemmig van die roomse dingen als God groet u, zuiv're bloe-hoe-men. Thuis is mijn talent nooit echt gestimuleerd, ik heb ook nooit gedacht er een beroep van te maken. Met die types ben ik pas begonnen toen ik ging zingen bij Het Amsterdams Volks- en Salonorkest, in 1980. Een rotzooierige bedoening, waarbij muzikanten bij elk nummer deden alsof ze hun bladmuziek niet konden vinden. Humor die ik niet leuk vond. Ben ik ook te perfectionistisch voor. Samen met Vera Springveer, de travestiet, en Mieke Stemerdink (vroeger van De Gi gantjes) kweel ik nu bij een soort smart lappenband. Lekker uithalen. Op vakantie in Kroatië hoorde ik een man liederen zingen, en voordat ik er erg in had, tracteerde ik dat hele terras op Krijg nou allemaal de kolere van Danny de Munck, uit m'n repertoire. Soms voel ik me gegeneerd dat ik sta te zingen dat ik een jongetje ben, als vrouw van over de vijftig. Moet je maar niet lang bij stilstaan.'

Ze draagt een rood pluistruitje en laarsjes met beslag. Er schieten twee naar elkaar blazende katers tevoorschijn achter gordijndoek dat met punaises onder haar aanrecht is vastgemaakt. Ze heeft een ou der wetse telefoon met nog zo'n draaischijf erop. Ze heeft een verloofde die in de architectuur zit en óók erg van meligheid houdt. In de steeg buiten weerklinkt gelal van Engelsen die zich op de wallen laten vollopen. Af en toe wankelt er eentje een bordeel binnen, waarna de overigen ter aanmoediging voor het bordeel flink gaan staan schreeuwen. Marjan Luif wordt in haar buurt ongemoeid gelaten ('tenzij ik me wat meer sexy zou kleden'), maar de website van haar alter ego An Dodeman De Groen te vrouw is leuk beklant.

De Groentevrouw mag alweer een jaartje of drie de mond gesnoerd zijn op de Vara-radio, op internet (www.groentevrouw. com) leeft ze voort, moederlijke volksvrouw met een moddervette Amsterdamse l. Jon ge ren sturen reacties als 'te gek gaaf'; An Do deman uit Amsterdam-Oost hobbelt met haar tijd mee. Als gastvrouw in het nps-amusementsprogramma Zaal Hollan dia referereerde ze onlangs aan haar zus die in plaats van een slaaptablet per ongeluk een xtc-pil van haar zoon had geslikt. 'Me zus hep de hele nacht lopen stofzuigen.'

'Een hele erge moederbinding had ik', zegt Marjan Luif. 'Terwijl m'n moeder toch niet zo kosjer was. Ze dééd altijd wel leuk en gezellig, maar ze had 't ook achter haar ellebogen. Een hele uitgekookte, geraffineerde vrouw. Ja, misschien had ik in therapie moeten gaan. Aan de andere kant: toen John Cleese in therapie ging, was het gedaan met z'n komische werk, hè. Mijn strenge vader bood geen enkele levensvreugde. Hij verbood make-up, dus dat deed ik stiekem toch. Een van de nonnen op de mms heeft met geweld de make up van m'n gezicht gehaald. Met een groffe dweil en groene zeep.

'Sommige nonnen waren monsters. Ik heb het niet zo getroffen met leraren, maar in mijn naïviteit bleef ik denken: ze moeten oorspronkelijk of spiritueel zijn. Als je dan zelf les gaat geven, kom je er al gauw achter dat dit beeld helemaal niet zo romantisch is. Ze praatten alleen maar over hun nieuwe auto en in welke winkel iets goedkoper is. Inspir e rend, ho maar. Dat was een domper. Ik gaf tekenles in Bergen (Noord-Holland) en het leukste vond ik om met de leerlingen lol te maken, ik was zelf nog maar 23. Er heerste zoals overal vergaderziekte. Werk groep zus, werkgroep zo, en op zeker moment vloeide ik af door een fusie. Eigenlijk wel prettig; want toen kon ik mijn interesse in schrijven en acteren ontwikkelen.

'Zo ben ik bij de vpro-radio gekomen, bij Bor t. In een driemanschap met Her man Koch en Michiel Romeyn, jarenlang. Her man kon heel goed Prins Bernhard imiteren. Maar humor bij de vpro is een verhaal apart. Ik zal nooit vergeten dat Cherry Duyns door de telefoon tegen me de legen darische woorden sprak: "Ach mevrouw Luif, humor maken is heel moeilijk, dat kunnen alleen maar Koot & Bie.'' Ik wou toen proberen Jiskefet erdoor te krijgen, maar dat moest ze door de strot geduwd worden. Dat wilden ze voor geen goud. Later moest ik eraan denken toen ze zo borstklopperig riepen: Jiskefet, dat is van ons.'

'Het eerste jaar hebben we met z'n allen geschreven en gespeeld. Toen Kees Prins er bij gevraagd werd, die meer aan regisseren gewend was, ontstond er een soort jongenssfeer waar ik niet meer in paste. Na één seizoen werd me duidelijk gemaakt dat ik nog wel mocht meespelen, maar niet meer meebedenken. Toen heb ik bedankt. Nou wil ik niet zo verongelijkt zijn als hoe heet die drummer, Pete Best, die er vóór Ringo Starr bij The Beatles kwam, maar ik vond het wel erg. Het was 't programma van mijn dromen. Niet dat ik me een afgewezen minnares voelde, maar je vindt in dit land niet zo gauw zoiets.

'Hoor eens, ik wil beslist niet overkomen als een soort Jiskefet-slachtoffer, maar 't ging toen allemaal wel heel laf. Ik had voor de gezelligheid gebakjes meegenomen en ze durfden niet tegen me te zeggen dat ze van me af wilden. Ze gingen achter Pieter Ver hoeff de regisseur zitten en die moest het maar zeggen; die was maatschappelijk werker geweest. Daar zat ik achter de gebakjes. Ik ging heel stoer zitten doen van: 'Ja, die dingen gebeuren.' Maar ik vond het héél erg.

'Ik heb aan de wieg gestaan van Jiskefet, en als dat ontkend wordt dan steekt me dat. Maar ik wil dit niet te veel oprakelen en uitvergroten. Ze hebben me uitgenodigd voor de presentatie van het boek over tien jaar Jiskefet, en dat was prettig. Ik volg die jongens nog steeds en ben altijd blij als ze iets goeds gemaakt hebben. Als het slecht is, zeg ik dat dubbel hard, maar dan roepen mensen: dat zeg je, omdat ze je er uit gegooid hebben.'

Nee, in een zwart gat viel ze niet, want in haar vak lopen er altijd allerlei dingen tegelijk. En dat kan ze eigenlijk slecht, twee dingen tegelijk. 'Koken en tegelijk een gesprek voeren, dat lukt me aan geen kant.' Ze grossiert niettemin in personages, tegen de klippen op, tegen de verdrukking in. In haar boezem schuilt de highbrow hysterica, de Jordanese kijftante, de roddelbuurvrouw, de bedillerige Brabantse, de zwerfster, de su perordinaire del in roze lurex. Ze is de rappende groentevrouw, een soppende tan te Bep van de afwerkplek ('De meiden kunnen rekenen op m'n steun, als een man vervelend wordt dan geef ik 'em een dreun'), en heeft als het moet ook een treffende imitatie van minister Borst in de aanbieding.

Humoriste Luif is als een mol; net als je denkt dat ze uit het gezichtsveld is ver dwenen, duikt madam op een andere plek weer op. 'Klopt helemaal! Zoals nu weer in het tv-spotje voor fnv-Bondgenoten. Daar ben ik een soort it-heks, wil je weten wanneer die spotjes worden uitgezonden?'

Als de mevrouw Benthem van Amerongen in Een goed gesprek is Luifs flux de bouche vulkanisch, en als de boerse Joke mag ze best wel graag doorneuzelen over de noodzaak van een cursus voor humor op het werk. Elke dinsdagochtend een andere Luif-creatie voor de vpro-radio - 'ik geloof dat er dan 250 duizend mensen al of niet in de file zitten te luisteren'. En daarnaast is La Luif bezig met opnamen van de film Pietje Bell, de jongensboek-klassieker. 'Ik speel de rol van tante Cato met de wrat op d'r grote neus, een heks van een wijf. Nu heb ik nooit een probleem om een ouder of lelijker iemand te spelen, maar dit gaat wel ver. Je schrikt je dood als je jezelf in de spiegel ziet.'

Haar website ('zeventig tot soms een paar honderd bezoekers per dag') is geboren uit ergernis: 'Een eigen omroepje uit ergernis om het feit dat het me tot dusver niet gelukt is om tv-programma's te maken zoals ik dat wilde. Hilversum is ongeïnspireerd en suf. In eerste instantie reageren omroepen altijd heel enthousiast, maar na een paar weken krijg je te horen dat je bedenksel niet in het format past. De functionarissen die bij de omroepen de lakens uitdelen, zijn behalve weinig inspirerend ook zo weinig oorspronkelijk. Er is zo weinig talent. Elke keer moet je weer bedelen en dan kakelen ze alleen maar over formats en hokjes en doelgroepen. Maar als je tv indeelt voor doelgroepen, kun je toch nooit iets onverwachts, iets spannends laten ontstaan?'

'Twintigers die kind waren toen ze naar Me vrouw Ten Kate keken, herkennen hun heldin wellicht in de verongelijkte Eveline van Bunschoten in Radio Bergeijk die het zo goed voor heeft met de zwarte medemens dat zelfs de Indonesi sche uitbaters van de borduurwinkel gedwongen worden mee te doen aan de praatgroep Donker Overleg. Improvisatie ter plekke, gebaseerd op verrukkelijke keutelpraat uit streekkrantjes. Het liefst maakte ze een tv-comedy over bekakte mensen, aan lager wal geraakte adel. Ze ziet al een opvanghuis voor baronnen en jonkheren voor zich. Want een Ar noud Taets van Ameron gen schijnt ook al aan de heroïne te wezen, en heeft een Berend Rost van Tonningen het niet op damestasjes tasjes voorzien?

La Luif ziet hoe dan ook een rijke inspiratiebron in het mensenslag dat ooit veel geld bezat en nu misschien nog wel bezit, maar dat niet laat merken. 'Mensen die zó zuinig zijn, dat ze hun dure kleren rustig dertig jaar dragen. Iedereen kent die types wel. Acteurs genoeg die met me willen meedoen.'

Hoe komt het dan toch dat de menagerie van Mevrouw Ten Kate niet is doorgedrongen tot de top? Tja. Dat vraagt Luif zich nou ook af. 'Ik weet echt iet waar het aan ligt, ik krijg positieve reacties genoeg. Annemarie Oster heeft zich dat ook een paar keer in haar column van hp/De Tijd afgevraagd. Waarom Luifje niet is doorgebroken, hè. Misschien ben ik niet goed in netwerken, in mezelf aanbieden. De mannenmaatschappij? Ik zou 't niet weten. Ik ben eigenlijk heel zeker over wat ik kan, maar misschien kom ik niet op het juiste moment.'

Als ze in Hilversum nul op rekest krijgt, is Marjan Luif dan rancuneus, raakt ze van slag?

'Je kunt er heel erg naar van worden als iets niet doorgaat. Want de dingen die ik bedenk, komen van heel diep.' Zuchtend beaamt ze dat ze er meer vrede mee hebben als iemand van het niveau van pakweg Kees van Ko oten haar zou afwijzen. 'Nu is het allemaal zo lukraak. Bij mensen die mij moeten beoordelen kom je zo weinig gevoel voor humor tegen. Eérst geven ze je de indruk dat het heel leuk is wat je hebt voorgesteld, dan zijn ze soms laaiend enthousiast. En een paar weken later krijg je te horen dat het niet doorgaat. Dat heb ik nou een paar keer meegemaakt. Toen Net 5 pas begon, heeft Fons van Wes terloo zelfs in de krant laten zetten, dat hij met mij wou werken. Toen ik hem videobanden heb laten zien, heeft hij zich er om bescheurd, maar het werd toch maar Paul Haenen. Want ja die was nou eenmaal bekender.'

Het noodlot van Marjan Luif?

Ze knabbelt bedachtzaam aan een koek je. 'Er zijn meer goeie mensen die met hun talenten moeten leuren, net als ik. Maar ík ga in elk geval niet meer op m'n knieën liggen. Ik denk nu: wie me wil, die roept maar. Ja toch? Dan maar niet. Je wordt er anders zo naar van, hè. Ik blijf toch wel leuke dingen doen.' Vanaf juni gaat La Luif op toernee in de toneelversie van Eli Assers 't Schaep met de vijf pooten. Als Tante Door; in de tv-serie van destijds de glansrol van Adè le Bloemendaal. Ze kan kwijlen van mrs Bouquet in Keeping up appereances en kijkt met vreugde naar herhalingen van de jaren zeventig-komiek Benny Hill; onderbroekenlol. Hoe zou Marjan Luif zichzelf betitelen? Comédienne?

'Ja hoor.' Het antwoord plopt als een kurk van de fles. 'Maar als jij dat vraagt, dan voel ik me heel gauw gegeneerd. Ik zit hier tegenover jou als m'n eigenste zelf, maar ik ben pas in m'n element als ik iemand anders ben. Ik heb niet voor niets zoveel types in de aanbieding, da's gewoon medicinaal. Ik verbaas me er altijd over hoe die ac-trrrices prrraten. Laatst hoorde ik op een auditie zo'n acteur zeggen: "Ik zit al vijfendarrr tig jaarrr in het vak en natuurrrrlijk is het een moeilijk vak mevrrrouw''. Dus moet ik tegen je zeggen: natuurrrlijk meneerrr, ben ik comédienne!' Bij het laatste woord gaat haar stem met een gilletje omhoog.

Hoort La Luif weleens: die typetjes van jou blijven te veel aan de oppervlakte, hebben te weinig diepte? Stilte. 'Dat zou kunnen. In de pers is wel eens negatief over me geschreven.' Maar dat het haar niet gelukt is om aan de top te komen 'heeft niks met oppervlakkigheid te maken. Ik heb het idee dat ik mezelf niet goed genoeg verkoop, of zo. Maar, ik wil niet klagen, zeg. Wordt het niet een wat zeurend interview?'

Nee, want menig vpro-luisteraar is erin getrapt toen ze koningin Beatrix in haar kersttoespraak neerzette ('die stem had ik niet perfect'). Sinds enige tijd zit minister Anne marie Jorritsma in haar hoofd. 'Ik zit met open mond naar zo iemand te kijken en verbaas me dat mensen zo kunnen zijn; een groot beest is het, een raar, oud meisje in de politiek. Ik weet niks van politiek maar ik denk wel eens dat het een soort exhibitionist is die ons land meebestuurt.

'Hoor je dat gezang buiten? Aan de overkant is een dépendance van de toneelschool en ik kan genieten van de manier van praten die dan tegen de gevels opklatert. "Aaaoooh, dat alles er heeeeel erg moet uitkomen, en oh neeeeeh, dat is zó slecht gedaaaaan''. Met verbazend veel En gels er tussendoor, hè.

'Toneelspelers zijn vaak aanstellers, ik ben zelf misschien ook wel een aanstelster. Maar ik hou niet van dat soort wereldjes, ik hou me d'r verre van.

Je hebt mensen die het altijd over boektitels hebben, die in boektitels spreken. In hoogdravende zinnen. Of mensen die bij de eerste kennismaking de conversatie oeverloos over architectuur en kunst gaan orereren, zo van: "Wat vind jij nou van pompompom en kijk je wel eens naar papapam?'' Als mensen zó laten merken dat ze niet van de straat zijn, dan kan ik me na verloop van tijd niet meer inhouden. Dan word ik heel erg melig, en ga ik spontaan zitten gapen.

'Ik hou d'r wel van om nergens bij te horen. Ik ga in ieder geval niet meer op bedevaart naar Hilversum. Ze moeten maar naar mij toekomen.' Geaffecteerd: 'Das alle mansen die mij, Maria Anna Martina Luif, naer de top kannen halpen, die meugen zich wanden tot mijn agant. Nog w l veur mijn aenstaende pansionering, graeg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.