Reportage compensatie erfpacht

Marita Simons-Deen over compensatie voor naheffing erfpacht na WO II: ‘Voor mij is de cirkel rond’

Toen David Simons terugkeerde uit het concentratiekamp, ontving hij een rekening van de gemeente Den Haag. Of hij de erfpacht voor 1943, 1944 en 1945 even wilde betalen. Zeventig jaar later heeft zijn erfgename het geld eindelijk terug, na een zoektocht door de gemeente.

Het gezin Simons, herfst 1945. Beeld Privéarchief Familie Simons.

Tussen 1943 en 1945 zat David Simons met zijn gezin gevangen in kampen in Barneveld, Westerbork en Theresienstadt. Toen hij na afloop van de Tweede Wereldoorlog in ­Nederland terugkwam, kreeg hij post van de gemeente Den Haag. Simons had verzuimd om in 1943, 1944 en 1945 erfpachtcanon te betalen voor zijn huis aan de Johan van Olden­barneveltlaan. Hij moest alsnog 420,40 gulden per jaar betalen.

Dat zijn huis in 1942 ‘onder beheer’ was gesteld door de Duitsers – lees: geroofd – maakte volgens de gemeente niets uit. Evenmin dat zijn huis zou worden verkocht aan een NSB’er. Dat hij met zijn vrouw en zoon in concentratiekampen had gezeten, ontsloeg hem volgens Den Haag nog steeds niet van de plicht om de achterstallige erfpacht te betalen. En trouwens, hij had zijn huis na de oorlog toch ­teruggekregen?

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Simons, liberaal van Joodse komaf, was jurist. Later zou hij als hoogleraar staats- en administratief recht Hans Wiegel en nog drie ministers adviseren bij de herziening van de Nederlandse Grondwet. Bovendien zou ­Simons een regeringscommissie leiden die een oordeel velde over een precair dossier: de belastingvrijdom van het Koninklijk Huis.

Direct na de oorlog vocht Simons de erfpacht aan die hij alsnog over 1943 en 1944 moest betalen voor de woning die hem was afgenomen. Maar de Raad voor het Rechtsherstel en de burgemeester gaven hem nul op het rekest. Toen Davids in beroep ging, leidde de zaak tot een verhit debat in de Haagse gemeenteraad.

Met hakenkruizen bekladde winkel in Den Haag. Beeld Gemeentearchief Den haag

Het communistische raadslid Gerrit van Praag pleitte ervoor de kwestie ‘met een zekere bewogenheid’ te beoordelen, maar hij stond vrijwel alleen. Zo vond Willem ­Wagenaar van de Christelijk-Historische Unie dat ­Simons niet moest klagen. ‘Als ik in de schoenen zou staan van de heer ­Simons, zou ik hebben gezegd: ik ben zo ontzettend dankbaar dat ik het er levend afgebracht heb: hier zijn de 500 gulden’, zei hij tijdens een raadsdebat in februari 1948. ‘Ik zou hiervan geen kwestie hebben gemaakt. (…) Ik meen toch te mogen zeggen, dat er belangrijker dingen zijn dan dit geldverlies.’ Regels zijn regels, concludeerde ook wethouder Louis Feber van Volkshuisvesting en Wederopbouw. Het paste het stadsbestuur niet ‘om aan de bewogenheid toe te geven en ingevolge dien voor Sint Nicolaas te gaan spelen’. Met 33 stemmen voor en

6 tegen besloot de gemeenteraad dat Den Haag zich zou verzetten tegen de claim van David Simons. De Hoge Raad gaf de gemeente gelijk op strikt juridische gronden.

2019: diepe Schaamte over een pijnlijke smet

Zeventig jaar later heeft ook Marita ­Simons-Deen, de schoondochter en erfgenaam van David Simons, een brief van de gemeente Den Haag ontvangen. Ze laat hem zien aan haar keukentafel in Eindhoven. Dit keer is de toon heel anders. De gemeente schaamt zich diep voor de kille en formalistische manier waarop er met Joodse inwoners is omgegaan. Het achteraf innen van de erfpachtcanon en straatbelasting (voor de aanleg van wegen, straatverlichting en het vuilnis) wordt gezien als een pijnlijke smet.

Marita ­Simons-Deen, de schoondochter en erfgename van David Simons. Beeld Rebecca Fertinel

‘Ik had nog nooit over dat verhaal van de erfpacht gehoord’, bekent ­Marita Simons, die zelf als meisje van amper 2 jaar behoorde tot de Unbekannte Kinder, een groep van vijftig Joodse kinderen die in september 1944 met het laatste transport uit Westerbork per trein naar Bergen-­Belsen en vervolgens naar Theresienstadt werd gebracht. ‘Over zulke ­zaken werd niet gesproken na de oorlog. Ook mijn man, die in 2009 is overleden, wist volgens mij niet van die erfpacht.’

Het adres aan de Van Oldenbarneveltlaan in Den Haag kent ze wel. De verkoop aan een NSB’er ging in de oorlog uiteindelijk niet door, omdat de Duitsers een hele strook aan de kust evacueerden voor de Atlantik­wall, bedoeld om een geallieerde ­invasie af te kunnen slaan. ‘Mijn schoonouders hebben er nog gewoond tot 1960, toen mijn schoonmoeder overleed.’

Ze is er in 2016 binnen geweest, op 4 mei, Dodenherdenking, toen er in het kader van de Open Joodse Huizen een verhaal werd verteld over het gezin. Jurist David Simons was getrouwd met Ida Simons-Rosenheimer (1911-1960), internationaal concertpianiste en schrijfster die in 2014 postuum vijf sterren van de Volkskrant en NRC kreeg voor haar autobiografische roman Een dwaze maagd.

‘Bij mij komt de laatste jaren zo veel over de oorlog boven’, zegt ­Marita Simons. ‘Zeker over mijn schoonmoeder, over wie nu een biografie wordt geschreven door Mieke Tillema. Over mijn eigen geschiedenis als een van de Unbekannte Kinder. Over mijn vader, die aan tyfus blijkt te zijn bezweken in het getto van Warschau.’

En nu ook over de juridische strijd van haar schoonvader tegen de gemeente Den Haag. Gelukkig had ze nog een mapje bewaard met het testament van haar schoonvader en correspondentie van de Raad voor Rechtsherstel. ‘Veel mensen gooien die oude stukken weg. Ik heb gelukkig altijd belangrijke documenten bewaard.’

David Simons, circa 1941. Beeld Privéarchief Familie Simons.

Een lastige zoektocht naar de rechthebbenden

Toen de Haagse gemeenteraad in 2017 na schriftelijke vragen van de PVV-fractie besloot tot de regeling Joods Moreel Rechtsherstel, begon een lastige zoektocht naar de rechthebbenden. Anders dan in Amsterdam, waar in 2015 10 miljoen euro voor collectief rechtsherstel was gegaan naar Joodse organisaties, wilde Den Haag ook individuele claims honoreren. ‘We hebben aandacht voor de regeling gevraagd in Joodse en Israëlische media en we hebben zelf ook geprobeerd rechthebbenden te traceren’, zegt gemeente­archivaris Ellen van der Waerden.

‘Helaas is de gemeentelijke documentatie over de naheffing van erfpacht en straatbelasting vernietigd, vermoedelijk in de jaren zeventig. Dat gebeurt met dit soort uitvoeringsarchieven. Daardoor konden we helaas niet op basis van gemeentelijke bronnen achterhalen wie de naheffing had gekregen.’

Wel waren de gegevens bekend gebleven van degenen die destijds bezwaar maakten, zoals David ­Simons. Maar slechts een enkeling heeft een poging gewaagd – als een eminent jurist als Simons al geen succes had, dan had het weinig zin om het ook te proberen, zo werd geredeneerd. ‘Verder zijn we in sterke mate afhankelijk van de bronnen die de nabestaanden zelf nog hebben’, zegt Van der Waerden. ‘Dat is na 75 jaar lastig. Sommige mensen zijn boos geworden: verwacht u nou echt dat we die schoenendozen uit 1945 nog hebben bewaard?’

Listig en kwaadaardig

In opdracht van Den Haag deed historicus Robin te Slaa onderzoek naar de houding van de gemeente tegenover Joodse eigenaren van onroerend goed. In het boek Daar dit een immorele aanslag is beschrijft hij hoe de Duitse bezetter op even listige als kwaadaardige wijze het Joodse vastgoed in handen kreeg.

De Duitsers registreerden de bezittingen eerst, namen ze vervolgens ‘in beheer’ en verkochten ze uiteindelijk – zonder toestemming van de Joodse eigenaren, die het geld nooit op hun rekening zagen. De gemeente Den Haag toonde na 1945 geen enkele empathie voor de Joodse eigenaren, maar eiste dat ze de achterstallige erfpacht en straatbelasting uit de oorlog alsnog betaalden.

Toch was er vooral begrip en waardering, zo heeft de gemeentearchivaris ervaren. ‘De inspanning werd gewaardeerd, al was het symbolisch. Niet eens voor het geld, maar voor de zorg en het eerherstel.’

Toch blijft het wrang dat de regeling pas ruim zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is opgetuigd. ‘Je ziet het bij zoveel organisaties’, zegt Van der Waerden, die ook lid is van de Commissie Individuele Tegemoetkoming Slachtoffers WOII Transporten NS. ‘Ook bij het notariaat of het Rode Kruis is het pas laat tot een discussie gekomen. Maar maatschappelijke processen duren lang. Al kun je met de ogen van nu ook zeggen: hoe is het in godsnaam mogelijk?’

Een ‘nieuwe’ revue in Westerbork

Den Haag stelde 2,6 miljoen euro beschikbaar voor de compensatie. Daarvan is 55 duizend euro naar de negen gehonoreerde individuele claims gegaan. Joodse organisaties in Den Haag gaan na de zomer ­nadenken over een passende ­bestemming voor het resterende bedrag.

Marita Simons-Deen kreeg als erfgenaam de naheffing van 1943 en 1944 terug. De gemeente vergoedde bovendien de proceskosten die haar schoonvader kwijt was met het beroep tegen de afwijzing. Na verrekening naar de huidige waarde ontving ze in totaal 13.600 euro.

Dat bedrag heeft al een bijzondere bestemming gekregen. In de nalatenschap van haar schoonmoeder vond ze enkele jaren geleden de tekst en muziek terug van de wrang-parodistische opera Ludmilla, die juni 1944 werd opgevoerd na de pauze van de laatste Westerbork-­revue Total Verrückt. Ludmilla bestaat uit 68 handgeschreven pagina’s, gebonden in gemarmerd karton. ‘De partituur lag in een doos met het opschrift ‘Mijn verleden’. Mijn schoonmoeder heeft het waarschijnlijk na de oorlog gekregen van componist Erich Ziegler.’

Mede dankzij de financiële bijdrage van Marita Deen kon de revue dit voorjaar opnieuw worden uitgevoerd in de Uilenburger Synagoge in Amsterdam en het herinneringscentrum van het voormalige Kamp Westerbork.

‘Het was heel bijzonder en emo­tioneel’, zegt Marita Simons, die tijdens de opvoering op de eerste rij zat met de partituur op schoot. ‘Voor mij is de cirkel rond.’

Excuses en (soms) compensatie

Na een NIOD-onderzoek stelde de gemeente Amsterdam 10 miljoen euro ter beschikking voor collectief rechtsherstel. De Amster­damse gemeenteraad reageerde na de oorlog koel. ‘Er is toen met formalisme, bureaucratie en kilheid gekeken naar het juridische aspect, in plaats van dat ze met empathie hebben gekeken naar de slachtoffers’, zei burgemeester Van der Laan in 2015.

De meeste notarissen hebben meegewerkt aan de verkoop van geroofde Joodse panden. Ze hadden een financiële prikkel om de roof wit te wassen, omdat ze betaald kregen per verkoopakte. Dat schreef rechtshistoricus Raymund Schütz in 2016 in zijn proefschrift Kille mist. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie noemde het ‘een belangrijk boek waaruit het notariaat belangrijke lessen kan leren’, maar er volgde geen compensatie.

In 2017 bood het Nederlandse Rode Kruis, ook na een NIOD-onderzoek, ‘diepe verontschuldigingen’ aan voor het negeren van het Joodse leed. De hulporganisatie erkent dat het tijdens de oorlog ‘als hoeder van het moreel kompas jammerlijk heeft gefaald’ tegenover de Joodse gemeenschap en andere kwetsbaren. Er kwam geen compensatieregeling.

De Nederlandse Spoorwegen transporteerden meer dan 100 duizend Joden, Roma en Sinti naar doorgangskamp Westerbork en de Duitse grens. De nazi’s ontvingen facturen ter hoogte van 2,5 miljoen euro (omgerekend naar huidige prijzen). In 2005 bood de NS excuses aan voor de transporten. In juni 2019 kondigde de NS aan overlevenden van de Holocaust een tegemoetkoming van 15 duizend euro per persoon uit te keren. Daarvoor is 40- tot 50 miljoen euro gereserveerd.

Compensatie van oorlogsleed

De gemeente Den Haag heeft na een moeizame zoektocht negen Joodse eigenaren of hun erfgenamen gecompenseerd voor het in rekening brengen van erfpacht en straatbelasting

Martita-Simons-Deen, die compensatie kreeg van de gemeente Den Haag, maakte met dat geld de heropvoering mogelijk van een voorstelling in kamp Westerbork.

De joodse Julie Sprecher-Kattenburg zat tijdens de oorlog ondergedoken in Den Haag. Ze vertelt in dit interview uit 2013 over de oorlog én over de moeilijke jaren daarna: ‘Na de oorlog was het nog erger dan in de oorlog zelf.’

Met de vondst in een Scheveningse kelder van een joodse huwelijksakte uit 1928 begint een zoektocht tot in Baltimore. ‘Detectives’ speuren naar het Joodse verleden van de Harstenhoekweg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden