Mariniers VS succesvol tegen Taliban

Ze hebben eindelijk de juiste strategie te pakken, denken de Amerikaanse mariniers die massaal zijn gedropt in Zuid-Afghanistan.

In het pikkedonker lopen de Amerikaanse mariniers door het manshoge maïs. Zwaarbepakte mannen met nachtzichtkijkers voor hun ogen en geluiddempers op hun geweren. Op fluistertoon helpen de verkenners elkaar door de velden en sloten.

De opdracht van de mariniers: het arresteren of doden van een Talibanleider die verderop woont. De boer zal echter niet blij zijn, als hij de volgende morgen zijn veld ziet. De mariniers laten een platgetreden pad achter alsof er een olifant doorheen is gegaan. Kan niet anders, zeggen ze, de paadjes tussen de velden zijn te gevaarlijk in het zuiden van de Afghaanse provincie Helmand.

De Tweede Afghaanse oorlog, noemen de mariniers hun missie in Helmand. Op één dag in juni dropten de Amerikanen vierduizend mariniers langs de groene oevers van de rivier de Helmand. Zij bouwden kleine patrouillebases nabij dorpjes waar ISAF niet eerder was geweest, en begonnen intensief te patrouilleren. Te voet, dag en nacht, in kleine groepjes van tien man. Eerst maakten de Taliban zich uit de voeten, daarna kwamen ze terug om bermbommen in te graven en haastige hinderlagen te leggen. 38 Mariniers en honderden Talibanstrijders werden volgens de VS gedood.

Verdubbeld

Het resultaat van hun inspanningen: de Amerikanen hebben in één klap het invloedsgebied van ISAF verdubbeld in de Helmand-vallei. Op plekken waar de Britten afgelopen jaren niet veel voor elkaar kregen – zij waren veel te dun gezaaid – keren Afghanen aarzelend terug, gaan de eerste kinderen weer naar school en heropent het ziekenhuis zijn deuren. Zelfs Britse opbouwwerkers die al jaren actief zijn in het gebied, geven beschaamd toe dat er eindelijk weer vooruitgang is.

Het proces gaat echter traag. Loop maar eens een ochtend achter korporaal Michael Mills aan met zijn metaaldetector. De 25-jarige marinier uit Ohio gaat voorop door verlaten dorpjes en akkers waar hier en daar een boer zich uit de voeten maakt. Mills bivakkeert al maanden met 43 collega’s in een verlaten huis langs een irrigatiekanaal. Ze slapen buiten op de binnenplaats en lopen dag en nacht met kleine groepjes door de velden. Ze hebben niet eens voertuigen. Na vier maanden noodrantsoenen, bewaren de mannen plaatjes van cheeseburgers als relikwieën onder hun slaapmatje.

Die aanpak is precies zoals de handboeken over verzetsbestrijding (in jargon: counterinsurgency) voorschrijven: biedt de bevolking veiligheid door met ze samen te wonen. In kleine groepjes voor lange tijd. Train de plaatselijke politie en bouw patrouillebases voor het Afghaanse leger. Daarna komt de tijd voor duurzame ontwikkeling.

Maar voorlopig komen de mariniers niets eens toe aan het inventariseren van de noden. Mills en zijn collega’s hoeven maar een paar honderd meter te lopen om in een vuurgevecht terecht te komen.

Elders, waar ISAF al langer actief is, gaat het beter. In de hoofdplaats van het district Garmsir komen honderden Afghanen opdagen voor een shura met de gouverneur van Helmand. Ook commandant Christian Cabannis van mariniersbataljon 2/8 is aanwezig: hij heeft ostentatief zijn kogelwerende vest thuisgelaten.

Behandelen als vee

‘Anderhalf jaar geleden zag ik acht mensen op deze bazaar, maar vandaag is het druk’, signaleert de gouverneur. ‘Toen waren hier de Taliban en ik vraag jullie: wat hebben die voor jullie gedaan? Hebben die een school gebouwd, een ziekenhuis of een districtsgebouw? Nee!’ Met stemverheffing: ‘We zijn allemaal moslims, maar zij behandelen jullie als vee!’

De shura eindigt met een positieve verrassing: mobiele telefoonaanbieder AWCC heeft besloten een antenne neer te zetten in Garmsir. Dan kunnen de inwoners elkaar voor het eerst bellen.

Bataljonscommandant Cabannis loopt terug over de bazaar met een tulband op. Een stunt, want in bijna elke zijstraat staat een marinier met een vinger aan de trekker.

‘Ik vraag veel van mijn mariniers’, zegt de commandant in zijn werkhok, dat hij deelt met een Britse ontwikkelingswerker. ‘We trainen ze om agressief te zijn, maar hier moeten zij zich inhouden.’ Tijdens de Tweede Wereldoorlog, stelt Cabannis, legden de vaders of grootvaders van deze mariniers hele dorpen in puin als daar vijandelijk vuur vandaan kwam. ‘Nu mogen ze niet meer op gebouwen schieten.’ Tactisch geduld, noemt de overste dat.

De mariniers vergelijken hun missie in Afghanistan vooral met een eerder karwei in Irak. ‘Daar kantelde de hele situatie binnen een jaar, zodra de bevolking zich tegen de opstandelingen durfde te keren.’ Dat lukt alleen, stelt Cabannis, als je voldoende soldaten en locale agenten hebt die in de dorpen achterblijven. De stafkaart aan zijn wand laat echter grote gaten zien. Daar zitten nog veel Taliban.

Daarom verwachten hoge militairen en diplomaten in Zuid-Afghanistan dat de Britten toch nog duizend extra militairen zullen sturen en dat ook president Obama over de brug zal komen met enkele tienduizenden soldaten extra. Meest gehoorde opmerking in de gangen van de ISAF-operatiecentra: hebben we eindelijk de juiste strategie ontdekt, raakt het geduld van politici en belastingbetalers op. Als extra troepen uitblijven, laten tekenen van verbetering langer op zich wachten en haakt de internationale gemeenschap af, zo wordt gevreesd. Binnen dat raamwerk spelen de soldaten van de Golf-compagnie een kleine, maar cruciale rol. Zij hebben veel collega’s verloren en moeten toch vriendelijk blijven tegen de bevolking. Sommigen zijn zeer gefrustreerd, zoals de uitbundig getatoeëerde korporaal Miller die het winnen van hearts & minds vertaalt als: ‘Eén kogel door hun hart en één door hun kop!’

Anderen, zoals Doc Chrismen, vinden het fijn dorpelingen te helpen. Ooit kreeg hij een konijntje cadeau van de vader van een ziek meisje. Sindsdien steken er uit zijn zogeheten drop pouch, een zak aan zijn riem om lege patroonhouders in te werpen, twee donzige oren.

De meeste gehuchten rond de kleine patrouillebasis zijn verlaten. Veel dorpelingen zijn gevlucht naar een stoffige vlakte aan de oever van de Helmand. Daar leven ze in krakkemikkige tenten of in hutten van gras. ‘De vrouw van mijn buurman is in haar arm geraakt’, zegt Nur Mohammed. De 32-jarige boer wacht de gevechten liever vanaf een veilige afstand af. Een bezoek aan de patrouillebasis voor medische hulp of financiële compensatie vindt hij te gevaarlijk.

Zijn oom, de 60-jarige Hadji Mohammed Nabi, wordt fel als hij hoort wat de gouverneur heeft gezegd. ‘De Taliban hebben inderdaad niks voor ons gedaan. Maar wat heeft Karzai ooit voor ons gedaan? Ook niks!’

Sergeant Q, de jonge groepscommandant van de mariniers, breekt het ijs door op de oude Honda van Nur te springen. Hij legt zijn M16 met granaatwerper op de benzinetank en zegt: ‘Wij zijn mariniers. Wij zijn je beste vriend en je ergste vijand.’ Q wijst naar de hoge cameramast van zijn patrouillebasis verderop: ‘Wij blijven hier om jullie te beschermen.’

De speech valt goed bij de Afghanen. ‘Wij keren binnen vijf dagen terug naar ons dorp!’, belooft Nur. Ook zijn oom knikt enthousiast. Op de vraag of hij dan ook zijn kinderen naar school zal sturen, antwoordt Nur: ‘we hebben geen school. Maar als die er komt, wil ik dat mijn zoons net zo goed Engels leren schrijven – wijzend naar de verslaggever – als hij. Dan kunnen we in een huis gaan wonen met wel vijf verdiepingen, ver weg van alle stof.’

Afghaanse politieagent op de bazaar van de plaats Chora, in de provincie Uruzgan. Op de achtergrond praten Nederlandse militairen met Afghaanse kinderen, mei 2009. (Raymond Rutting / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.