Maria en de klokkenluider

Klokkenluider, het blijft een gevaarlijk beroep. Want ministers beloven van alles, maar zijn vaak kort van memorie...

'Klokkenluiders verdienen bescherming.' Zo kenden de televisiekijkers Maria van der Hoeven weer. Speciaal voor deze boodschap was de minister van Onderwijs naar de studio van het programma Buitenhof gekomen. Het was tijd voor duidelijkheid. Daarom nogmaals, met haar strengste blik: 'Degene die de klok luidt, heeft recht op bescherming.'

Dat zei de minister niet zomaar, een jaar geleden. Ze werd achtervolgd door affaires. De hbo-fraude, haar ruzie met staatssecretaris Nijs, de mislukte deal met het internetbedrijf van Adam Curry. En nu hadden ambtenaren ook nog eens anoniem geklaagd over de salarissen van de ambtelijke top. 'Zelfverrijking in top ministerie', kopten de kranten.

De minister was het zat. Dat mensen klaagden, zei ze, was tot daaraan toe. Maar dan moesten ze het alsjeblieft niet meer anoniem doen. Ze moesten zich voortaan met hun klachten maar gewoon direct bij haar melden. Dan garandeerde zij bescherming, zelfs als de gerapporteerde misstanden bij nader inzien niet zouden kloppen. 'Want mensen kunnen oprecht menen dat ze iets constateren.'

Dat komt mooi uit, dacht ergens in het land een klokkenluider. Hij vroeg zich al een tijdje af hoe het kwam dat zijn baas, de directeur een bekende Amsterdamse school, zo veel salaris kreeg. Alles bij elkaar opgeteld was de school er per jaar tegen de 200 duizend euro aan kwijt. Is dat niet wat veel?, dacht hij, zeker toen hij ergens las dat de minister het zelf met 120 duizend euro moet doen.

De klokkenluider wilde het netjes spelen. Daarom stelde hij de zaak eerst maar eens op school aan de orde. Bleek dat de directeur helemaal niet op die discussie zat te wachten. Had het daarmee te maken dat de klokkenluider niet veel later werd geschorst en voorgedragen voor ontslag?

Maar zoals gezegd: de bescherming van de minister was er ook nog. De klokkenluider bracht haar op de hoogte en zij stuurde er meteen een team onderzoekers op af. Het salaris van de directeur was inderdaad 'buitenhoog', luidde de conclusie. Bovendien leken de beslissingen over dat salaris 'ad hoc' te zijn genomen, want er ontbrak op de school een 'geformaliseerd beloningsbeleid' voor de directie. Maar juist omdat dat beleid er niet was, en de regels van het ministerie ook al niet erg duidelijk waren, was er formeel niets onwettigs gebeurd. 'We kunnen dus niets doen', zei een woordvoerder van de minister. 'Al blijft het allemaal weinig transparant en houden we onze vraagtekens bij dat salaris.'

Mooi, dacht de klokkenluider. Dan zou hij nu wel die bescherming krijgen. Immers: hij was zijn baan kwijt. En het valt niet mee een nieuwe baan te vinden als je in je vorige baan ontslagen bent. Erkenning van de minister, in de vorm van eerherstel, een bedankbrief ofzo - dat zou misschien kunnen helpen.

Maar die brief kwam niet. Na enig aandringen gaf het ministerie daarvoor twee redenen. Eén: toen de minister het over die klokkenluiders had, bedoelde zij alleen haar eigen ambtenaren. 'Niet iemand van buiten dus.'

Twee: De minister kon er natuurlijk ook niks aan doen dat de klokkenluider op straat was gezet. Als hij zich gewoon meteen bij haar had gemeld, in plaats van eerst bij zijn baas, dan had zij er wel voor gezorgd dat hij verder anoniem zou blijven. 'Wij behandelen klachten namelijk altijd heel discreet.'

Nu snapte de klokkenluider er niets meer van. Voor alle zekerheid zette hij de video nog eens aan. Daar had je de minister, in haar rode jasje. Ze zei het echt. 'Degene die de klok luidt, verdient bescherming.'

Meer over