Marconi het zwijgen opgelegd

Na de ramp met de Titanic werd de marconist vast lid van de scheepsbemanning. Nederland had in een kleine eeuw vierduizend 'sparks' of radio-officieren, zoals ze later werden genoemd....

'OP DE EEN of andere Griek' zit mogelijk de laatste Nederlandse marconist. De Grieken hadden van oudsher bouwvallige schepen, met nog bouwvalliger zendapparatuur. Wie voor de Nederlandse rederijen niet meer acceptabel was - meestal door delinquent gedrag - kon altijd nog terecht op een Griek.

Ofschoon de gehele wereldvloot geacht wordt per 1 januari omgebouwd te zijn en uitsluitend nog per satelliet te communiceren, heeft zo'n Griek wellicht nog de oude apparatuur, en dus een marconist. Maar Nederlandse 'radio-officieren' op Nederlandse schepen zijn er al niet meer. Op 1 februari 1999 wordt het beroep officieel opgeheven.

'Nautische nostalgie', mijmert Wim van Eeuwen. De oude monteur staat voor de inductor van Rhumkorff. Die klos stelde de Italiaans/Engelse ingenieur Guglielmo Marconi eind vorige eeuw in staat als eerste draadloos een afstand van anderhalve mijl te overbruggen. 'Het materiaal is allemaal veel te mooi om weg te doen', zegt Van Eeuwen.

Bij Radio Holland in Rotterdam is al die historische zend- en ontvangapparatuur opgeslagen. 'Oud Roest' heetten de Radio-Hollanders die het materiaal in 1994 gingen ordenen. Oud Roest heet ook het periodiek van de Stichting Historisch Materiaal Radio Holland.

Het is puur toeval dat er nog zoveel over is uit de Marconi-tijd, zegt voormalig marconist Jan Schenk. De stichting heeft als oogmerk de oude en gerestaureerde apparatuur in bruikleen te geven ten behoeve van musea en thematentoonstellingen. Materiaal is afgestaan aan het Scheepvaartmuseum van Amsterdam, aan IJmuiden, aan de TU Delft, zelfs aan de Radio-Holland-vestiging in Singapore.

Maar in de Rotterdamse thuishaven is de beschikbare ruimte nauwelijks museaal te noemen. Toch komt daar nog elke woensdag een groep veteranen bijeen om nieuwe vondsten op te knappen, oude zenders gebruiksklaar te maken, de 'oceaanpost' van weleer te schikken.

Jan Schenk en Rob Verbon, twee oud-marconisten, animators ook van de grote reünie die volgend jaar maart wordt georganiseerd, dragen een bril. De hele club die het materiaal in haven 2121 van roest ontdoet, draagt een bril. Want wie vroeger - tot midden jaren zeventig - naar zee wilde en ook maar de geringste oogafwijking had, wist dat hij afgekeurd zou worden voor werk als stuurman. Dan was er maar één alternatief: marconist.

H ENK MIDDELKOOP, secretaris van Stichting Historisch Materiaal, wilde kapitein worden. Zijn vader was machinist bij een baggerbedrijf, hij ging mee in zijn schoolvakanties en wist één ding zeker: 'Ik wil geen machinist worden.' 'Ik had een vader van de oude stempel. Het koper moest glimmen. Hij had een diep ontzag voor zijn meerderen; als de kapitein niet in vol ornaat de trap afkwam, was het niet goed. Die onderdanigheid wilde ik dus niet. Maar ik wilde wel naar zee. Een paar maanden voor mijn eindexamen bleek ik na een gezondheidsonderzoek een bril nodig te hebben. Een geweldige teleurstelling. Ik had mulo met wiskunde, en er was dus maar een alternatief, marconist worden. Ik heb meteen de opleiding gedaan.'

Er waren twee 'radioscholen', in Rotterdam en in Amsterdam. Verbon kwam terecht in het pand aan de hoofstedelijke Keizersgracht. De afgedankte apparatuur daar belandde op zolder. En hoe sneller dat afdanken - door de voortschrijdende communicatietechniek - ging, des te meer 'oud roest' verscheen op die zolder. Het enige onderhoud dat werd gepleegd, was een vorm van strafwerk. 'Ga jij maar een paar uurtjes boven poetsen', zei de docent Morse-schrijven tegen de weerspannige leerling.

Maar na verloop van tijd hoopte zich op die zolder 'gewoon geschiedschrijving' op. Het beeld van een duizelingwekkende communicatievernieuwing lag daar te verroesten en te vergelen. 'Het is toch onvoorstelbaar', zegt Schenk, 'dat Marconi een eeuw geleden draadloos niet verder kwam dan twee kilometer, en dat we nu allemaal met zo'n klote GSM rondlopen. Wat is nu een eeuw?'

De ex-marconisten die op de Amsterdamse zolder strafwerk verrichtten, hebben nu spijt dat ze niet eerder op de gedachte kwamen hun beroep, het enige beroep dat naar een mens is genoemd, museaal in ere te houden. 'Oud Roest' mist een paar schakels in de keten 'van Marconi tot e-mail', de ontwikkeling van de oude vonk- en lampzenders naar het GMDSS-pakket, waarmee Radio Holland thans moderne schepen uitrust.

Rob Verbon werkt nog steeds bij Radio Holland. Maar de betrekkelijk korte periode dat hij marconist was, beschouwt hij nog altijd als 'sleuteltijd'. In die twee jaar dat je de morsesleutel leerde bedienen, en de volgende periode op zee, werd je volwassen. De meeste marconisten hielden het op hun 27ste voor gezien, omdat ze dan niet meer opgeroepen konden worden voor de dienstplicht.

Aan boord waren ze buitenbeentjes, eenlingen. Halve geleerden. Verantwoordelijk voor de communicatie in geval van nood. De marconist was de enige die (in morse) verbinding kon maken met schepen in de omgeving en kuststations (Scheveningen Radio) aan de wal. Hij verzond in 'probleemgebieden' als de zuidelijke Pacific of de Chinese zee telegrammen voor schepen die niet zelf verbinding konden maken met Scheveningen Radio. Hij waarschuwde voor storm, was de weerman. Hij repareerde navigatie-apparatuur, was 'de oren', zoals Middelkoop zegt, van de sleepboten die 'op station' lagen. Die sleepboten, van Smit-Tak of Wijsmuller, haalden dankzij de radio-officier opdrachten binnen.

Ze waren geliefd - Schenk, Verbon en Middelkoop benadrukken het in koor - als ze de voetbaluitslagen doorgaven, ze werden benijd als het schip aanlegde. Dan was er - op misschien wat reparatiewerk na - niets voor ze te doen, en konden ze naar hartelust stappen.

Op de koopvaardij werkten ze doorgaans acht uur per dag. Twee uur op, twee uur af. Berichten 'uitluisteren'. Noodsignalen opvangen. In die twee uur pauze was van slapen natuurlijk geen sprake. 'Dan stond je op de brug', zegt Schenk. Bij de marine kwam van rust al helemaal niets. Daar moesten elk moment berichten opgevangen kunnen worden. Op een groot schip gingen wel tien marconisten mee. 'Nog tot in de Golfoorlog. Want stel je voor dat de satelliet uitviel en dat de thuisbasis van contact bleef verstoken.'

O P HET HOOGTEPUNT, in 1962, waren 750 Nederlandse marconisten in één jaar varende. In totaal zijn zo'n vierduizend Nederlanders vanaf het begin van de eeuw, marconist geweest. Het werd een erkend en verplicht beroep na de ramp met de Titanic, in 1912. Een groot deel van de opvarenden had, zo is ook nog steeds de overtuiging van Middelkoop, gered kunnen worden als er internationale afspraken waren geweest over het uitluisteren en het automatisch detecteren van alarmseinen voor in de buurt varende schepen. 'Na de ramp werd pas een internationaal verdrag gesloten: Solas - Safety of Live at Sea. Elk schip boven de 1600 ton diende voortaan een marconist aan boord te hebben.

'Het Belgische SAIT, dat als SAIT Radio Holland-groep nu weer de moedermaatschappij is, kon begin deze eeuw zijn verplichtingen ten aanzien van Nederlandse schepen niet nakomen, vanwege de Belgische betrokkenheid bij de Eerste Wereldoorlog. Dus besloten de neutrale Nederlandse reders in gezamenlijkheid een eigen maatschappij op te richten.'

De reders, die Radio Holland in het leven riepen, werkten nauw samen met Marconi zelf. De in Italië geboren Guglielmo Marconi opereerde in Engeland. Middelkoop: 'Hij had een Iers/Schotse moeder, die rijk was geworden in de whisky-verkoop. Met haar geld experimenteerde hij in de telegrafie, die hem fascineerde.'

Marconi had gelezen over Samuel Morse, de Amerikaanse kunstkenner en schilder, die - eenmaal benoemd tot hoogleraar in Londen - halverwege de 18de eeuw een nieuwe taal had ontwikkeld. Een taal van streepjes en lijnen: de morse-code. Jan Schenk: 'Een taal die je nooit meer vergeet. Je tweede taal.' Verbon: 'En het leren ervan was net als met schaatsen, je ging zo op je bek, drie fouten en je werd gewipt.'

D E EERSTEN die de morse-taal op zee gingen hanteren, waren telegrafisten van de spoorwegen. Ze gebruikten de vonkzender van Marconi of, later, van het Duitse Telefunken: 'Want die Duitsers lieten zich ook niet onbetuigd.' Het woord 'vonk' is niet alleen in de naam van Telefunken en in Rundfunk terug te vinden, het Engelse spark werd zelfs de dagelijkse benaming voor een marconist.

In 1904 werd als eerste Nederlandse schip de Noorddam van de Holland Amerika Lijn met een telegrafie-installatie uitgerust. In 1938 kwam de lampzender, in 1965 pas de eerste marifoon, op de Rotterdam: 'Aanvankelijk een kast die niet te tillen was, nu een apparaat ter grootte van een autoradio', aldus Schenk, 'en op dit moment kun je, als je tot tien kunt tellen, de hele wereld bellen.'

In bijna vervlogen tijden luidde in de stuurhut en op de brug een oorverdovende bel als de marconist in actie moest komen. Er was een verplichte stilteperiode aan boord, opdat de spark zwakke signalen kon uitluisteren. Een verplichting was ook om eenmaal per dag de positie van het schip door te geven aan Scheveningen Radio. 'Dan wisten de vrouwen thuis waar manlief uitging.'

Maar met de sluiting van Schevingen Radio op 1 januari verdwijnt de maritimie telegrafie. Een maand later wordt ook het beroep marconist officieel opgeheven. Vijfhonderd voormalige sparks hebben zich reeds gemeld voor de reünie op 13 maart, in de Rotterdamse Cruise Terminal. Mét een expositie van de gekoesterde communicatie-apparatuur. 'Oud roest' dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden