Marcel Wanders

Ontwerper Marcel Wanders (45) werkt voor projectontwikkelaars en architecten over de hele wereld, maakt hotelinterieurs, meubels, kaarsen en stropdassen. Zijn design is persoonlijk geworden, en daarmee is hij commercieel succesvol....

tekst Evelien van Veen . fotografie Rob Hornstra

Op de dag van het interview moet hij kiezen: naar de opening van de Viktor & Rolf-tentoonstelling in Utrecht, of eten bij vrienden in Rotterdam. Het wordt Rotterdam. Marcel Wanders: ‘Sta je daar weer met een hapje en een glaasje. Nee, ik ga naar die vrienden, de afspraak is al een half jaar geleden gemaakt.’ Hij grijnst, giechelt bijna: ‘Ik héb niet eens vrienden. En nu: gewoon eten, met gewone mensen – spannend, hoor.’ Denk niet dat ontwerper Marcel Wanders de hele dag alleen achter de tekentafel zit; dat doet hij met de mensen in zijn studio. Bijna dertig ontwerpers buigen zich dagelijks in een enorm voormalig schoolgebouw in de Amsterdamse Westerstraat over de lampen, de theelepeltjes, de interieurs en de hotels die studio Wanders maakt voor B & B Italia, Cappellini, Swarovski, Puma, projectontwikkelaars in Dubai en popsterren in Los Angeles – zangeres Beyoncé betaalde 35 duizend euro voor een van zijn Crochet Chairs.

Hoe ziet een week van Marcel Wanders eruit? Er komt een taperecordertje op tafel: Wanders neemt het interview op. ‘Ik zou gek zijn als ik het niet deed. Het gaat om een van de belangrijkste dingen hier in de studio: mijn tijd. Die gooi ik niet zomaar weg. Tijdens een interview denk ik na over mijn vak. Ik kan mezelf nog wel eens verbazen door wat ik zeg. In de taal zit mijn ziel. Superleuk om te bewaren en over tien jaar terug te horen.’

Goed. Hoe ziet een week van Marcel Wanders eruit? ‘Veel interviews, gemiddeld zeven per week. Negentig procent daarvan zijn buitenlandse media. The New York Times, Fast Company – een groot Amerikaans zakenblad –, Vogue; ze zijn hier allemaal geweest. Weinig tv. Ja, RTL Boulevard is net vertrokken, maar over het algemeen vind ik tv te oppervlakkig. Mijn leven is behoorlijk hectisch. De ene dag zit ik in Dubai, de andere dag in Mumbai en overal waar ik kom is het feest. Want ze zijn trots dat ik er ben, dus ik moet twaalf interviews geven aan de lokale pers, en drie speeches en een lezing, een feest hosten en er is een businessbrunch en dan nog een diner. En dat allemaal in anderhalve dag.’

Je schijnt hooguit vier uur per nacht te slapen. ‘Ik kan drie nachten zonder slaap. Dat gebeurt geregeld: sta ik tot diep in de nacht te slempen ergens in New York en dan hup, het vliegtuig in om in Amsterdam naar de studio te gaan. Maar ik slaap ook weleens uit, hoor. Eén keer per jaar kom ik een hele dag mijn nest niet uit. Hoewel: dat is ook alweer vier jaar geleden.’

Wat deed je in Mumbai en in Dubai? ‘In India werd de eerste winkel geopend die daar mijn label Moooi gaat verkopen. En in Dubai willen we een studio openen, we zoeken een lokale partner daar. Ik ga er hotels doen, en ik ben bezig met het ontwikkelen van twee kunstmatige eilanden voor een projectontwikkelaar. De vraag was of ik een eiland wilde doen, ‘Nederland’. Ik heb gezegd: ‘Ik doe het alleen als je me nog een eiland geeft, ‘Amsterdam’. Want Amsterdam is belangrijk voor mij.’ Dat gaat nu gebeuren. Om daar ruimte voor te maken is er een stuk van het eiland Duitsland afgejat. Ha, dat is toch mooi, zestig jaar na dato? Voor die eilanden maak ik een masterplan. Architectuur, gebouwen, toiletpapier, alles.’

De firma Wanders draait een miljoenenomzet. Van de ontwerpers die onder de noemer Dutch design – ook: Richard Hutten, Hella Jongerius – tot in Japan bekend zijn, is Wanders commercieel het succesvolst. Onlangs opende er van zijn hand een hotel in Miami met 335 kamers, hij verkocht een deel van zijn bedrijf zeer lucratief aan B & B Italia, en neemt deel in YOO projectontwikkeling, een bedrijf van John Hitchcox en Philippe Starck. Niet gek voor een jongen die na het eerste jaar van de Academie voor Industriële Vormgeving (nu Design Academy) in Eindhoven werd geschopt. Hij ging vervolgens naar de kunstacademie in Maastricht, naar Hasselt, en studeerde uiteindelijk af in Arnhem. Cum laude.

Wat wilde je als jongetje worden? ‘Ik wist niet dat je zoiets als ontwerper kon worden. Design bestond niet. Mijn ouders hadden in Boxtel een winkel in huishoudelijke artikelen: weegschalen, bezems, kandelaars, tafelkleden, speelgoed. Die dingen zagen er gewoon uit zoals ze eruit zagen, punt. Ik vond het leuk om dingen te maken. Ik timmerde, ik hield van tekenen, maar het moest wel lukken. En als het niet lukte, dan nam ik een overtrekpapiertje (hij lacht en maakt schetsende bewegingen) en dan was het ook heel mooi. Als het niet wilde, zorgde ik dat ik een manier vond waarop het wél wilde. ‘Op mijn 15de dacht ik erover landschapsarchitect te worden. Ik had een volkstuintje, maar daar kwam ik nooit, want dat vond ik te veel gezeik. Dat moest mijn moeder maar doen. Ik ben gaan kijken op zo’n school in Wageningen, maar daar bleek iedereen op groene laarzen te lopen. En ik dacht: fock it, ik ga niet mijn hele leven op groene laarzen lopen. Dat vond ik te weinig gestileerd voor mijn doen. ‘Het was een decaan die me aan het idee hielp dat er zoiets als ontwerpen bestond. En dat daar een school voor was in Eindhoven. Ik ben er gaan kijken en het was helemaal goed. Gaaf man, broodtrommels maken. Dat begreep ik.’

Wat voor smaak kreeg je van huis uit mee? ‘Mijn ouders hadden geen typisch goede smaak. We gingen wel naar het Louvre en naar Versailles, maar verder: geen culturele elite.’ Dan, op z’n Brabants: ‘Gewoon, gezellige mensen. Dat is een voordeel. Ik zit niet vast aan honderd jaar minimalisme. Ik heb me bewust altijd afgezet tegen wat zogenaamd goede smaak is, ik vind het heerlijk om naar kitsch te kijken. Het is een gebied waar mensen kiezen die geen opgeleide smaak hebben. Er valt veel te leren van de primitieve keus van kinderen en ongeschoolden. Kinderen kiezen Barbies, gewoon Barbies. ‘Over de hele wereld zie je nu gebieden opkomen – China, Rusland, Brazilië – waar de mensen zich openen voor het Westen, en dus ook voor design, mensen die níét honderd jaar Bauhaus achter de rug hebben. Zij kijken met andere ogen. Ze kiezen vrij.’

Vaak is dat: veel geld, slechte smaak. ‘Jij noemt het slechte smaak, maar misschien is het wel een veel betere smaak. Die goede smaak van ons is ooit bedacht door een industrie die nog geen moer kon. Vóór die tijd hadden mensen meubels met mooie gedraaide poten, houtsnijwerk, engeltjes erop. Maar toen kwam er een industrie die een plank kon zagen en een buis kon buigen, en niet veel meer. En dat werd gepropageerd als nieuwe stijl. En nu, honderd jaar later, hebben we nog steeds die minimalistische stijl. Terwijl dat niet nodig is, zeker niet als je het beste wil voor je publiek.’

En dat is? ‘Hun dromen verwezenlijken. Maken wat ze ongelooflijk gaaf vinden.’

Wanders’ stijl is door de jaren heen decoratiever geworden. De Knotted Chair – zijn doorbraak, een ogenschijnlijk geknoopte stoel – en de Big Shadow – een grote, witte, staande lamp – oogden nog bedrieglijk eenvoudig. Nu levert hij ook uitbundig gedecoreerde kroonluchters, behang, en restaurantinterieurs met gebloemde tegelwanden. Nieuw is zijn collectie die bij de Bijenkorf ligt: sokken en kerstballen, kaarsen, goudkleurige vazen en feestkleding. Wanders: ‘Ik beschouw mijn werk als het maken van cadeaus. Toen ik vijftien jaar geleden het design instapte, was dat een koude hap, een technocratisch georganiseerde wereld. Maar er is veel veranderd. Het gaat allang niet meer over functionaliteit alleen. Design is persoonlijker geworden, het probeert mensen te raken. Ik wil dingen maken waar mensen van houden.’

Stropdassen. Kaarsen. Je naam staat erop, dus het verkoopt. ‘Ik denk dat mensen het leuk vinden als er een persoon achter de dingen zit. Als er een nieuwe cd uitkomt, wil je ook weten wie ’m heeft gemaakt. Maar het is niet de naam alleen. Het moet wel bijzonder zijn.’

Je maakt One Minute Sculptures: in één minuut gekleide figuurtjes die je laat vergulden en verkoopt ze voor 500 euro per stuk. Steek je de draak met je roem? ‘Nee, maar ik speel met goud, want als iets van goud is, nemen mensen het ineens serieus. De One Minute Sculptures zijn anders. Ze gaan over het verlies dat we hebben geleden door in de industrie alleen maar producten te maken die geen individualiteit meer hebben. Ik heb het omgedraaid: ik heb van mezelf een machine gemaakt waar, flats, flats, elke minuut zo’n ding uitkomt.’

Het heeft iets cynisch om die duur te verkopen. ‘Het is nooit mijn intentie om cynisch te zijn. En zo duur is het niet: er zit voor 140 euro goud op. Het is persoonlijk, expressief – ik koop zelf af en toe kunst, het is toch supergaaf om iets expressiefs van iemand in huis te hebben?’

Romantische dingen wil hij maken, zegt Wanders, duurzame dingen ook. Neem zijn vaas in de vorm van een spons: een spons is uniek, een wezen bijna, een fossiel. De Knotted Chair: weliswaar van hightechmateriaal uit de vliegtuigindustrie, maar zo huiselijk als macramé. Hij maakte ook een magnetron met een tv in de deur: 499 euro bij Leen Bakker. ‘Zelf wil ik geen tv, laat staan in de keuken. En een magnetron komt er bij mij ook niet in. Maar als een ander wil koken met Jamie Oliver, of de kinderen een tekenfilm wil laten kijken terwijl hij in de keuken staat, dan kan dat met dat ding. Ik weet niet of het uiteindelijk zo’n goed idee is, maar ik ben het experiment aangegaan. Ik ben als de dood mezelf kleiner te maken dan ik ben. Ik vind het niet nodig om mezelf aan dogma’s te houden, dus maak ik zulke dingen óók. Hoe kan ik morgen groter zijn dan vandaag als ik niet durf te groeien?’

Seminars bij new age-goeroe Anthony Robbins staan op Wanders’ cv. Neuro Emotionele Integratie (NEI). The Power of Personal Marketing. Unleash the Power Within. Neurolinguïstisch Programmeren – ook daar kent hij de kracht van. ‘Ieder mens heeft een belangrijke vraag in z’n leven. En het is van grote invloed hoe je die vraag formuleert. Stel dat je steeds tegen jezelf zegt: waarom ben ik altijd de klos? Waarom ben ik niet zo geweldig, waarom lukt het me niet af te vallen? Dan creëer je je eigen problemen. Want je geeft jezelf duizend keer antwoord per dag: omdat je stom bent. Zo houd je jezelf tegen. Maar als je het omdraait, als je de vraag anders stelt, dan kan verandering hard gaan.’

Wat is jouw belangrijke vraag? ‘Vind je het erg als ik die privé houd? Laat ik dit zeggen. Mijn vraag was altijd: hoe kan ik gezien worden? Dat was een vraag om aandacht. Nu gaat mijn grondvraag over liefde en respect – vanuit de zekerheid dat die er is.’

Zijn belangstelling voor persoonlijke groei gaat terug naar de tijd dat zijn eerste vrouw ernstig ziek was. Ze waren allebei 28, en al meer dan tien jaar samen. ‘Ze heeft twee keer borstkanker gehad, met alle ellende van dien. In de zes jaar dat we voor haar leven vochten, hebben we samen een ontwikkeling doorgemaakt. Het was logisch te onderzoeken of onze psychologie ons dáár kon krijgen waar we onszelf wilden zien. ‘Zij ging de strijd aan met haar ziekte, en ik steunde haar. In die tijd was ik minder gemotiveerd voor design, omdat ik daar de dingen niet in kwijt kon die belangrijk voor me werden. Ik ben nog een tijdje therapeutisch actief geweest, heb als NEI-practitioner mensen van hun astma afgeholpen. Daarmee ben ik gekapt toen ik zag hoe ik de dingen die ik wezenlijk vond in het leven, kon omzetten in design. Toen maakte ik de Knotted Chair en knetterdebeng – meteen internationaal.’ Kort na de genezing van zijn vrouw, kregen ze dochter Joy Faith Love, nu 10. ‘Hippie-namen? Op mijn kaartje staat nog steeds: ‘Designer of the new age.’’ Na 21 jaar gingen Wanders en zijn vrouw uit elkaar. Joy was toen 4.

Hoe logisch is het om uit elkaar te gaan als je samen zo veel hebt meegemaakt? Beslist: ‘Heel logisch, hoe pijnlijk het ook was. Ik moest uiteindelijk ergens anders naartoe dan zij. Heel lang zijn we dezelfde weg gegaan, maar we moesten toch elk een andere kant op.’ Sinds vijf jaar heeft Wanders een relatie met choreografe Nanine Linning. ‘We hebben net een love weekend in Parijs achter de rug. Een beetje tijd aan elkaar besteden, dat is voor ons al heel wat. Zij heeft net zo’n druk leven als ik.’ Joy ziet hij elke twee weken. ‘Dan doen we leuke dingen. Ik ben natuurlijk niet zoveel bij haar als haar moeder, maar we zijn tevreden over hoe het gaat. Ik heb het liever één dag heel leuk met Joy, dan dat ik tussen de aardappels door vraag hoe het op school was – en niet luister.’

Meer kinderen wil Wanders niet. ‘Ik ben als ontwerper al de ouder van zoveel dingen.’ Meer scheppingen wil hij wel: een nieuwe studio met showroom in Amsterdam, het Westerhuis, hotels, mode, musea – geen opdracht is te moeilijk, geen plan te groots.

Je hebt een hartkwaal. En toch ga je maar door. ‘Ja, mijn gezondheid laat te wensen over. Sinds mijn 15de heb ik een pacemaker en ik heb drie keer een TIA gehad. Het is behoorlijk onhandig hoor, als je tegen de grond slaat en opeens niet meer kunt spreken. Zeker voor zo’n prater als ik. ‘Ik heb een groot hart, haha, letterlijk te groot, dus moet ik mezelf in acht nemen. Veel rust, niet te hard werken, heel goed oppassen.’

En dat doe je allemaal niet. ‘Nee, dat past niet bij me. Ik kan me wel druk maken over mijn gezondheid, maar ik heb besloten dat ik dat niet ga doen. Ik wil voluit leven, elke dag. Ik ben een ontzettend gepassioneerd mens.’

Is dat je drijfveer: het besef dat je tijd beperkt is? ‘Zo beperkt is die tijd niet, want ik heb besloten dat ik 113 word. Nu is 113 jaar ook weer niet zo heel lang, dus ik moet het maximale uit het leven halen. En het maximale teruggeven. Verschil maken, de wereld mooier maken.’

Je wordt niet geplaagd door onzekerheid. ‘Weet je, de allereerste zin in de allereerste publicatie die ooit over mij verschenen is, luidde: ‘Wanders is een grote verschijning met een zelfverzekerdheid die makkelijk voor arrogantie is te houden.’ Ik ben nu eenmaal niet zo onzeker, nee. Dat vind ik zonde van mijn tijd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden