Column

Marcel van Dam: 'Welkom bij de club Jan Pronk, al is het wat laat'

Mensen die eeuwige trouw zweren aan een partij, ongeacht het beleid en de beginselen, zijn ontrouw aan zichzelf, schrijft Marcel van Dam.

Jan Pronk. Beeld null
Jan Pronk.

Ongeveer tien jaar geleden bedankte ik voor de PvdA, omdat ik - in tegenstelling tot de PvdA - de sociaal- democratische beginselen trouw wilde blijven. Het commentaar van Jan Pronk was afwijzend. Ik moest proberen van binnenuit de PvdA op het juiste spoor te houden. Zelf wist hij zeker zijn leven lang lid van de partij te blijven. Dat hij nu toch met dezelfde argumentatie heeft bedankt, maakt maar weer eens duidelijk dat 'eeuwige geloftes' niet duurzaam zijn. Gelukkig maar. Mensen die eeuwige trouw zweren aan een partij, ongeacht het beleid en de beginselen, zijn ontrouw aan zichzelf. Welkom bij de club Jan, al is het wat laat.

Martin Sommer analyseerde zaterdag in de Volkskrant dat Jan Pronk niet in de gaten heeft gehad dat rond 1980 de belangrijkste machthebbers in de westerse wereld de overheid een kopje kleiner gingen maken. Burgers werden weer teruggevoerd naar strenge deugden en zelfredzaamheid, naar een wereld die Martin Sommer graag ziet. Volgens hem leidde dat ook tot grote economische vooruitgang en zelfs tot het einde van de armoede in de wereld. Terwijl de blinde Jan Pronk spreekt van toenemende ongelijkheid en tweedeling, weet de ziener Sommer dat de economie als belangrijkste drijfveer van mensen heeft afgedaan en dat vanaf 1980 opvattingen en mentaliteiten mensen in beweging brengen.

Waarheid
Was het maar zo simpel. Het is waar: feiten krijgen pas betekenis in de context van een wereldbeschouwing. Maar een wereldbeschouwing is weer het product van opvoeding en omstandigheden (vooral economische) waarin mensen komen te verkeren. Veel allochtonen in een wijk bevorderen xenofobie bij autochtonen. De waarheid heeft vele gezichten en bij het zoeken ervan is het zaak opvattingen, feiten en omstandigheden zo goed mogelijk in onderlinge verwevenheid te waarderen. Wetenschappers hanteren uitgangspunten of veronderstellingen als fundament voor hun werk. Sommige wetenschappen hebben er niet veel nodig. De wis- en natuurkunde gebruikt maar enkele axioma's. In de economie worden zoveel veronderstellingen op zoveel niveaus gehanteerd dat een keuze daaruit iedere gewenste uitkomst kan produceren.

Zo publiceerde het CPB vorige week het rapport Over de Top, waarin werd 'berekend' dat een hoger belastingtarief dan 49 procent slecht is voor economie en schatkist. Een van de veronderstellingen daarbij was dat mensen hun gedrag afstemmen op hun besteedbaar inkomen en dat bijvoorbeeld status geen rol speelt. Ik ken mensen die er alles voor over hebben. Een topman uit het bedrijfsleven die uit statusoverwegingen minister wordt en er tonnen op achteruit gaat om nog harder te moeten werken, kan bij die veronderstelling dus eigenlijk niet bestaan.

Maar geen nood. In een eerder rapport dat verscheen onder de titel Hoe beschaafd is Nederland, waarin kosten en baten van belastingheffing in meerdere landen werden onderzocht, concludeerde het CPB: 'Allereerst moet de gedachte dat een hoge belastingdruk de welvaart en het welzijn van een land nadelig beïnvloedt naar het rijk der fabelen worden verwezen.' Het CPB kan ze bruin bakken.

Vorstelijk salaris
Opvattingen over verdelingsvraagstukken zijn sowieso sterk afhankelijk van veronderstellingen. In Nederland wordt verondersteld dat iemand arm is als zijn koopkracht lager is dan een bijstandsuitkering in 1979. In vergelijking met iemand die in Bangladesh ons overhemd naait, is dat een vorstelijk salaris. Bij ons is iemand met dat inkomen niet alleen arm, maar hij voelt zich ook steeds armer worden, omdat hij meer en meer bij de rest van de bevolking achterblijft. Sinds 1979 is de welvaart immers aanzienlijk gestegen.
De Amerikaanse socioloog Robert Merton verrijkte de sociale wetenschap met het begrip 'relatieve deprivatie'. Iemand definieert zijn eigen status in vergelijking met de status van mensen in zijn omgeving.

Vroeger was het referentiekader van mensen beperkt tot hun dagelijkse woon- en werkomgeving. Door de moderne media is dat referentiekader enorm uitgedijd. Daarin fungeren succesvolle BN'ers als rolmodel. Al gauw merken hele volksstammen, vooral mensen met een lagere opleiding, dat die successen niet voor hen zijn weggelegd. Ze gaan het niet maken en voelen zich losers.

Er is geen beleid om de groeiende relatieve deprivatie aan te pakken. Sterker nog: het beleid is er juist op gericht de deelname aan de ratrace in de prestatiemaatschappij te vergroten. Naarmate dat beleid meer succes heeft, groeit - buiten het blikveld van Martin Sommer - het ressentiment van mensen die niet mee kunnen komen.

Marcel van Dam is socioloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden