Marcel van Dam: 'De katholieke kerk duldt geen tegenspraak'

De eens zo machtige kerk is bezweken aan het Hubris Syndroom. Geestelijken dulden geen tegenspraak en hebben het altijd bij het rechte eind. Dat stelt socioloog Marcel van Dam.

© THINKSTOCK

Mijn kleindochter van zes had gespeeld bij een vriendinnetje waar een kerststal stond. Thuisgekomen vroeg ze: 'Mama, waarom hebben wij geen kerstpoppenkast?' De secularisatie van Nederland kort en krachtig onder woorden gebracht.

Ik ben opgegroeid in een groot, orthodox katholiek gezin. Op de lagere school begon iedere dag met de schoolmis. Als op het rapport verzuimdagen werden gemeld, zwaaide er wat.

Vanzelfsprekend werd ik net als mijn broers misdienaar. Na de katholieke lagere school ging ik naar de katholieke mulo, vervolgens naar het katholieke lyceum en daarna werd ik lid van een katholieke studentenvereniging. Eigenlijk deden we alles katholiek. De kerk was heilig en dat straalde af op haar dienaren. Als de pastoor op huisbezoek zou komen, werd het huis extra schoon gemaakt. Zijn aura was heilig, zijn wil wet. Daarom werden alle zonen op hun 18de lid van de KVP. Het was ondenkbaar dat uitspraken van een priester aan een kritisch oordeel werden onderworpen.

Ieder jaar kwam er een pater die in Belgisch Congo in de missie werkte naar Nederland om op een vast aantal adressen geld op te halen voor zijn zegenrijke werk. Op een keer was het weer zo ver en hij kreeg van mijn moeder tien gulden, in die tijd voor ons gezin een aderlating. Toen hij zijn ronde had gemaakt, liet hij zijn Congolese vriendin overkomen, hing zijn pij aan de wilgen en trouwde met haar. De woede van mijn ouders was groot. De pastoor betreurde het zeer dat de pater het gezag van de Heilige Moederkerk had aangetast.

Eind middelbare school sloeg de twijfel toe en in mijn studententijd verloor het geloof het definitief van de wetenschap, en mijn studie sociologie maakte mij duidelijk dat de keuzes van de kerk praktisch nooit de mijne waren. Ik verliet de kerk en de KVP. Deze korte samenvatting van mijn geschiedenis als katholiek is niet uitzonderlijk maar ongeveer standaard voor mijn generatie. Geen van de mensen uit mijn studententijd die ik nog wel eens ontmoet, is nog katholiek. Sociologisch gezien wel uitzonderlijk is dat een organisatie die zo veel krediet had bij een achterban die tot in het absurde loyaal was en zeer opofferingsgezind, erin slaagde die achterban in enkele decennia te verspelen. Van de ongeveer vier miljoen geregistreerde katholieken gaan er nog tweehonderdduizend regelmatig naar de kerk. Hoe is zoiets mogelijk?

Het antwoord op die vraag ligt verscholen in het drama dat zich rondom het misbruik van kinderen door katholieke geestelijken heeft voltrokken. Dat maakt duidelijk aan welke ziekte de eens zo machtige kerk is bezweken.

Er zijn mensen die nooit worden tegengesproken. Soms omdat ze zich gedragen alsof ze gezegend zijn met uitzonderlijke gaven en het altijd bij het rechte eind hebben. Anderen omdat ze dictator zijn en niet tegengesproken mogen worden. En de derde categorie, de ergste, bestaat uit mensen die geloven dat ze over uitzonderlijke gaven beschikken, het altijd bij het rechte eind hebben en in een dictatoriale omgeving verkeren. Zoals geestelijken in de katholieke kerk. Zij lijden aan de persoonlijkheidsstoornis die ook wel wordt aangeduid als het Hubris Syndroom.

Lijders aan dat syndroom denken dat zij in hun oordeel onfeilbaar zijn en in hun optreden onkwetsbaar. Omdat zij het per definitie altijd bij het juiste eind hebben, worden critici beschouwd en behandeld als onwetenden of als vijanden. Het gevoel van onkwetsbaarheid maakt ook roekeloos. Zie het rapport Deetman.

Het Hubris Syndroom kleeft normaal gesproken aan mensen. In het geval van de katholieke kerk kleeft het aan de hele organisatie, omdat het voortvloeit uit de leer. Het is begrijpelijk dat de slachtoffers van het misbruik zich tot op de huidige dag verraden voelen door de leiders in de katholieke kerk. Maar men moet zich realiseren dat alleen onafhankelijke denkers met een uitzonderlijk sterk karakter in staat zijn in een omgeving als de katholieke kerk besmetting met het syndroom te vermijden.

Het huidige college van Nederlandse bisschoppen kent geen onafhankelijk denkende mensen met een sterk karakter. Sterker: zij hebben die functie juist gekregen omdat ze dat niet zijn. Zij doen hun uiterste best mededogen met de slachtoffers te acteren. Maar dat lukt niet erg, omdat hun hele habitus woede uitstraalt dat de misbruikers, net als die missionaris in de Congo, hun gezag en daarmee hun macht en die van de Heilige Moederkerk verder hebben aangetast.

Marcel van Dam is socioloog en columnist van de Volkskrant.

 Het Hubris Syndroom kleeft aan de hele organisatie van de katholieke kerk  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden