INTERVIEWMarcel Levi

Marcel Levi staat de ene dag als ic-arts aan het bed en zit de volgende dag als directeur op het pluche

Marcel Levi in wielertenue in Londen. Hij gaat op de fiets naar zijn werk.Beeld Carlotta Cardana

De Nederlander Marcel Levi had in het middelpunt van de Britse coronastorm een dubbelrol als ziekenhuisdirecteur en ic-arts. ‘Heel on-Engels.’ Hoe heeft hij de eerste golf doorstaan?

Een oogarts die in zijn vrije tijd predikant was, een ambulancemedewerker die gek was van de Londense voetbalclub Crystal Palace, een zwangere verpleegkundige die haar kind nooit zou zien: het is een ontroerend en confronterend eerbetoon aan de vele Britse zorgverleners die de afgelopen maanden zijn gestorven door het coronavirus, bijeengebracht op de sites van de BBC en The Guardian. Een paar honderd foto’s, korte levensschetsen, een enkele bijzondere herinnering; de jongste, een verpleegkundige, nog maar 28 jaar oud. 

Marcel Levi, Nederlandse ziekenhuisdirecteur in Britse dienst, verloor in korte tijd zeven van zijn personeelsleden. Ze werkten niet met coronapatiënten, vertelt hij, dus ze zijn vermoedelijk niet op het werk besmet geraakt. ‘Toch heeft hun dood iedereen hier enorm geraakt. Ze zijn alle zeven in onze ziekenhuizen behandeld, drie hebben we zelfs naar ons laten overplaatsen, op verzoek van hun familie en van hun collega’s. De artsen en verpleegkundigen hoopten hun in hun eigen ziekenhuis de beste kansen te bieden.’

Londen, de stad waar Levi sinds drie jaar werkt, werd ongenadig hard getroffen door het coronavirus: de stad telt inmiddels ruim zesduizend sterfgevallen, net zo veel als in heel Nederland. Groot-Brittannië trof pas laat maatregelen, waardoor het land nu met bijna 45 duizend doden in de Europese sterftestatistieken bovenaan staat. 

Marcel Levi (55), internist, wetenschapper en directeur van zeven grote ziekenhuizen in Londen, blikt terug op ‘extreem intense’ maanden. Hij was een van de architecten die de stad door de crisis loodsten. Voor alle zeventien ziekenhuizen in Centraal- en Noord-Londen coördineerde hij de reorganisatie van de afdelingen en de ic’s, waarvan de capaciteit verviervoudigde. Er was onzekerheid of de piek kon worden opgevangen, onduidelijkheid over het virus, angst bij collega’s en hun familie. 

Toen de stroom extreem zieke patiënten aanzwol, besloot Levi om mee te gaan werken in het ziekenhuis, op de plek waar dat het hardst nodig was: twee dagen in de week, diensten van twaalf uur, op de spoedeisende hulp en op de intensive care, onder het motto ‘elke dokter is er één’. Hij zegt: ‘Ik vroeg van mijn collega’s om zich in te zetten onder zware omstandigheden, ik vond dat ik dat dan ook zelf moest doen.’

Inmiddels is de lockdown opgeheven en het land weer grotendeels van het slot – de quarantaineregel voor buitenlandse reizigers is een paar weken na invoering alweer versoepeld. ‘Dat was zo Brits’, zegt Levi, ‘het idee dat al het kwaad van buiten het eiland komt.’ Met de pandemie op een (voorlopig) retour, volgde de afgelopen weken een tweede klus van formaat: alle andere zorg in het ziekenhuis weer op de rails zetten. 

Hij verlangt naar vakantie, bekent hij: ‘Ik kijk met voldoening terug, maar ik ben ook wel een beetje moe.’

Marcel Levi heeft werkweken van ruim honderd uur in de benen maar oogt ontspannen. Die ochtend is hij zoals altijd om half 5 opgestaan, om op de fiets naar zijn werk te gaan. De volgende ochtend zal hij het bestuurspluche weer verruilen voor een dag als dokter, in het ziekenhuis aan de overkant van de straat; een dubbelrol die hij vervult vanaf het moment dat hij in Londen aantrad als ceo. Allemaal heel on-Engels, zegt hij lachend, net als zijn aanhoudende verzoek om hem toch vooral bij zijn voornaam te noemen.

Vanuit zijn werkkamer op de tweede etage kan hij een regenboog zien staan. Aan de overkant van Euston Road vormen rozen, narcissen en hortensia’s bij de ingang van het ziekenhuis een metershoog kleurrijk eerbetoon, zoals overal in Londen hommages worden gebracht aan de NHS, de Britse gratis gezondheidszorg. Op Paddington Station manen bordjes de reizigers om twee meter afstand te houden ‘voor de NHS’. Bij het stoplicht verderop wacht een vrachtwagen met de leus ‘a big thank you’ op de laadbak. De huurfietsen in de stad zijn gratis voor NHS-personeel, in de supermarkt krijgen ze met hun ziekenhuispasje voorrang.

Vrachtwagen met dankwoord op Euston Road.Beeld Ellen de Visser

De NHS is heilig verklaard, zegt Levi, het heldendom van het zorgpersoneel is nog groter dan in Nederland. ‘Dat artsen en verpleegkundigen ondanks geldgebrek en grote personeelstekorten er met gevaar voor eigen leven in zijn geslaagd de coronacrisis het hoofd te bieden, dat vinden ze hier geweldig.’ 

Een paar keer stond hij in zijn scrubs, het paarse uniform van het ic-personeel, voor de deur van het ziekenhuis een cameraploeg van de BBC te woord. Nu wordt hij dus herkend op straat; op de markt waar hij zaterdag groente en fruit haalt, willen ze niet meer dat hij ervoor betaalt.

Marcel Levi staat de BBC te woord.Beeld UCLH

Na drie jaar denken ze hem in Londen wel te kennen, de Nederlander die door het British Medical Journal werd uitgeroepen tot world class talent en na zes jaar als bestuursvoorzitter van het AMC het kanaal overstak naar de University College London Hospitals. Nou ja, bijna dan. Als collega Mervyn Singer, ic-arts en hoogleraar, van het Nederlandse bezoek hoort dat Levi vlak voor zijn vertrek naar Londen de kranten heeft gehaald met zijn besluit om een nier te doneren aan een onbekende, valt zijn mond open. ‘He did what? Dat heeft hij dus nooit verteld, Marcel is veel te bescheiden.’

Twee dagen patiëntenzorg, voor de halve stad voldoende ic-bedden regelen en dan nog leiding geven aan zeven ziekenhuizen: hoe past dat in een week?

‘Ik heb belachelijk veel uren gemaakt, dat vind ik nooit zo’n probleem. Maar het werk was niet eerder zo intens. Ik heb toch best veel ervaring, maar nog nooit heb ik zulke zieke patiënten gezien. En dan de constante vraag of we het wel zouden gaan redden met het aantal ic-bedden. We hielden veel informatiebijeenkomsten voor het personeel en die waren emotioneel uitputtend. Ik merkte hoe bang en onzeker iedereen was, hoeveel vragen er waren.

‘Dat alles heeft ertoe geleid dat ik voor het eerst in mijn leven mijn tijd ben gaan organiseren. Twee uur voordat ik ga slapen lees ik geen e-mails meer en elke ochtend sport ik een uur. Anders was het mogelijk verkeerd gegaan.’

Was er hier ook stress over een tekort aan beschermend materiaal voor het ziekenhuispersoneel?

‘We hebben het net aan gered. De NHS is centralistisch, er is een nationaal distributiesysteem maar dat heeft op alle fronten gefaald. Ik weet dat sommige ziekenhuizen in Londen voortdurend in paniek waren omdat ze niet wisten of ze de dag erna voldoende maskers en beschermende kleding zouden hebben. De grote ziekenhuizen hebben hier hun eigen inkoopafdelingen die redelijk onafhankelijk kunnen werken en onze inkopers zijn goed; we hebben nooit stress gekend. Kreeg ik aan het einde van de dag een mail: we hebben weer ergens twee miljoen maskers gevonden, maar dan moeten we nu wel drie ton uitgeven, oké? Het gaat altijd over geld in ziekenhuizen maar ik geloof dat het de afgelopen maanden geen enkel probleem is geweest, heerlijk.’

Dan komt straks alsnog de rekening.

‘De NHS is armlastig. Maar we hebben nu twee maanden laten zien waar we goed in zijn, en de bewondering en dankbaarheid zijn zo groot dat we er veel geld bij krijgen. Engeland heeft samen met Nederland het laagste aantal ic-bedden per honderdduizend inwoners. In Nederland wordt nu gesproken over uitbreiding van de ic-capaciteit, hier is al besloten tot een verdubbeling.’

En anders is het geld van veteraan Tom Moore er nog, die meer dan 30 miljoen inzamelde voor de NHS door rondjes te lopen in zijn tuin.

Lachend: ‘Ik heb nog geen details gehoord over de verdeling van dat geld. De ziekenhuizen waaraan ik leiding geef, zijn groot en bekend, je wilt niet weten hoeveel donaties en schenkingen we de afgelopen tijd hebben gekregen. Dus ik klaag niet, er zijn vast ziekenhuizen die het geld harder nodig hebben.’

Wat valt u op als u de Nederlandse en de Britse situatie vergelijkt?

‘We zijn twee weken later in lockdown gegaan, dus we lopen achter, de sterftecijfers zijn hier nog hoger dan in Nederland. Verder zie ik opmerkelijke overeenkomsten waarmee totaal verschillend wordt omgegaan. Hier staat de wereld op zijn kop omdat er zo veel mensen in care homes, verpleeg- en verzorgingshuizen, overlijden. In Nederland gebeurt precies hetzelfde, maar daar was lange tijd minder aandacht voor. 

‘Verder heeft Brits onderzoek uitgewezen dat de sterfte bij niet-witte patiënten veel hoger is dan gemiddeld, en de kranten staan vol met dat schandaal. Want racisme en discriminatie zijn hier een belangrijk onderwerp. In Nederland wordt huidskleur in het ziekenhuis niet geregistreerd, dat mag niet. Maar er is natuurlijk precies hetzelfde aan de hand. Net als hier is er een verband tussen etniciteit, gezondheid en welvaart.’

Als discriminatie een belangrijk thema is, merkt u daar dan iets van in uw werk?

‘Ik dacht altijd dat Amsterdam zo’n superinternationale stad was, maar in Londen wonen nog meer mensen uit andere landen en culturen, vooral uit Azië, West-Indië en Afrika. Die groepen zijn echt jarenlang achtergesteld. Terecht dat daar aandacht voor is. Maar als op de werkvloer een niet-witte werknemer ruzie krijgt met collega’s, of een promotie misloopt, dan vallen negen van de tien keer de woorden ‘discriminatie’ en ‘racisme’ echt onmiddellijk. Soms is daar iets van waar, maar niet altijd. Een patiënt beklaagde zich een keer bij me en zei: ‘Ik ben natuurlijk maar een zwarte, dus u zult me vast niet serieus nemen.’ Ik heb me dat erg aangetrokken, vreselijk dat anderen dat überhaupt van me dachten.’

U bent een ceo die op de fiets komt en ook nog meewerkt, hoe vinden ze dat hier?

‘Ze zijn erg tolerant en dat is anders dan ik had verwacht toen ik naar Engeland ging. Ik werk in een internationale omgeving, dus ze accepteren allemaal dingen van mij ómdat ik Nederlander ben. Ach, klinkt het dan, hij is wel een beetje direct, maar dat komt natuurlijk omdat hij uit Nederland komt. En natuurlijk fietst hij, want in Nederland fietst iedereen. Ik misbruik het ook, hoor. Als iemand eindeloos aan het leuteren is, zeg ik: ik ga nu even Nederlands doen: dit duurt te lang. Dat zou je in een normale Engelse conversatie nooit kunnen zeggen, maar als Nederlander kom ik ermee weg.’

Maar u bent aangenomen om de boel te leiden, niet om dokter te zijn.

‘Toen de voorzitter van de raad van toezicht mij benaderde, heb ik vrij snel duidelijk gemaakt hoe belangrijk ik het vond om mee te werken. Dat heb ik in het AMC ook altijd gedaan. Hij was op zoek naar een arts om het ziekenhuis te leiden, dat is opmerkelijk, want hier is ruim 95 procent beroepsmanager, en hij vond het een leuk idee dat die arts dan ook actief zou zijn. Maar hij heeft volgens mij wel eerst stilletjes geïnformeerd in Amsterdam of dat meewerken van mij wel goed verliep.’

Waarom is het voor u belangrijk om ook als arts op de werkvloer te staan?

‘Eén weekend op de spoedeisende hulp en je hoort meer dan in tien bestuursvergaderingen. Artsen en verpleegkundigen zijn na een paar minuten vergeten wie ik ben, dan zien ze me gewoon als een collega, beginnen te kletsen en zo hoor ik hoe het gaat op de afdeling. 

‘En ik kijk om me heen: hoe goed is het computersysteem, wordt er samengewerkt, wat is de stemming? De collega’s in de zorg waarderen het. Eindelijk iemand uit het management die met eigen ogen ziet hoe het op de werkvloer is, zeggen ze. Het is belangrijk dat de beslissingen worden genomen door mensen die weten hoe het er bijvoorbeeld ’s nachts op de intensive care aan toe gaat. Het is ook een manier om snel de organisatie te leren kennen en werkt veel beter dan de obligate voorstelrondjes. Daar komt bij dat ik van mijn vak houd, ik vind het erg leuk om met patiënten te werken.’

Heeft het ook nadelen?

‘Het grappige én soms vervelende van deze functie is het kopieergedrag. Dat was in Nederland al zo en dat is niet minder geworden. Dokters dragen hier geen witte jassen, maar in verband met het infectiegevaar werd besloten dat we op de ic scrubs zouden gaan dragen, dat is de kleding van het ok-personeel. De eerste dag ging ik naar de kleedkamer en toen bleken ze in mijn maat alleen een blauwe broek en een paars shirt te hebben. Wat kan mij het schelen, dacht ik, maar wat was de reactie? Huh, de baas heeft mismatched scrubs. Het was het gesprek van de dag, gingen ze dat plotseling ook allemaal dragen. Ik vond dat wel geestig, maar ik voel me niet altijd even prettig als iedereen de hele tijd aan het kijken is wat ik aan het doen ben, het erover heeft of het gaat nadoen.’

Is het anders werken als bestuursvoorzitter in een systeem waar de gezondheidszorg van de staat is?

‘De politiek is dichtbij, ook omdat Groot-Brittannië een districtenstelsel kent. Elk district heeft een afgevaardigde in het parlement, bij problemen benaderen kiezers hun eigen parlementslid. We zijn hier in Camden, de parlementariër hier is Keir Starmer, sinds kort de leider van Labour, maar ik kende hem voor die tijd al, want hij staat hier regelmatig op de stoep.’

Wat komt hij doen dan?

‘Gewoon praten, soms heeft hij een vraag. Nee, dat is niet vervelend, het is een leuke man. Ik zat hier net toen ik een telefoontje kreeg van de minister van Volksgezondheid. Die kwam de volgende ochtend langs, gewoon met de metro, we dronken een kop koffie, maakten een praatje en hij ging weer. In Nederland was ik al jaren bestuursvoorzitter van het AMC en hoe vaak zag ik minister Edith Schippers? Eén, hooguit twee keer per jaar, en dan kwam ze met zo’n vloot met auto’s en een stoet hofpersoneel.

‘Nadeel is wel dat politici soms de neiging krijgen om te micromanagen en zich met de kleur van de paperclips gaan bemoeien. Toch voel ik me er prettig bij. Toen twee jaar geleden het Slotervaartziekenhuis dicht moest, merkte je pas goed hoever Nederlandse politici verwijderd zijn van de dingen die de bevolking belangrijk vindt. Er was veel emotie bij de Amsterdammers, mensen waren boos, hun ziekenhuis ging sluiten, maar politici zeiden alleen maar dat ze er niets aan konden doen en er niets over te zeggen hadden.’

‘Ik weet dat je het heel erg druk hebt maar...’, dat was de beginzin van zo’n beetje alle mails die hij de afgelopen maanden binnenkreeg: zo’n tweeduizend per dag, drie keer zo veel als normaal. Zijn mailadres staat gewoon op de site van het ziekenhuis, collega’s en patiënten zoeken contact, soms ook over triviale zaken als een parkeerplek. Hij beantwoordt ze, vooral in crisistijd wil hij oog houden voor de menselijke maat, zegt hij.

Welke mails zijn u bijgebleven?

‘Vooral de persoonlijke berichten. Fantastisch mooie dingen, zoals een 95-jarige patiënt die me liet weten dat ze nu had geleerd hoe WhatsApp werkt zodat de buren boodschappen voor haar konden doen. Maar ook onbegrijpelijke dingen, zoals een jonge verpleegkundige die pardoes uit zijn kamer werd gezet omdat de huisbaas bang was dat hij het coronavirus zou meenemen vanuit het ziekenhuis.’

Is het gelukt om de menselijkheid te bewaren?

‘Als ik terugkijk, denk ik dat we het goed hebben gedaan, maar er is één beslissing waar ik achteraf veel twijfels over heb en dat is het besluit om geen bezoek toe te staan. Patiënten waren zo vreselijk ziek, maar hun familie moest vanwege infectiegevaar wegblijven. Dat was hartverscheurend. We hadden net als in Nederland ingenieuze oplossingen bedacht, we belden twee keer per dag, we hadden een videoverbinding, maar toch, ik vond het op het randje. Mocht er een tweede golf komen, dan moet dat echt anders.’

Samen met het verpleegkundig hoofd van de UCL-ziekenhuizen heeft hij een persoonlijke brief gestuurd aan alle kinderen van het zorgpersoneel. Om ze te vertellen dat zij ‘deel van het team’ zijn en hun ouders en dus het ziekenhuis erg geholpen hebben. ‘Ik had me nooit gerealiseerd wat de pandemie heeft betekend voor familieleden van ons medisch personeel. Ze hebben zich grote zorgen gemaakt over besmettingsgevaar en over alle nare dingen die hier gebeurden.’

De brief is ondertekend door Flo en Marcel. ‘Heel on-Engels, die voornamen’, zegt hij. Een éénmalige uitspatting vermoedelijk, want de Britse rangen- en standenmaatschappij kan hij met zijn Nederlandse inbreng nog maar moeilijk doorbreken. ‘Een titel heb je verdiend, vinden ze hier, die moet je gebruiken.’ Jarenlang zijn ze hem, ondanks zijn aandringen, ‘professor Levi’ blijven noemen, sinds kort heeft hij zijn collega’s in het ziekenhuis eindelijk zover dat ze ‘prof’ zeggen – veel amicaler dan dat zal het niet worden. En kijk op de werkvloer: om hem heen hoort hij dat inmiddels iedereen met ‘prof’ of ‘doc’ wordt aangesproken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden