MARC-MARIE HUIJBREGTS

'Stel dat ze me hormonen hadden ingespoten. had ik op mijn 20ste borsten gehad. Maar wat had ik DAAR IN GODSNAAM mee moeten doen?' KRO's Geheime Wapen wordt 27 mei gelanceerd!...

Van verwondering is amper sprake meer, als een krantenlezer hem in het lunchcafé aanspreekt met mevrouw. 'Mag ik even die asbak van u, mevrouw?' Vriendelijk, zonder een spoor van gekwetstheid, wordt aan het verzoek voldaan. Marc-Marie Huijbregts haalt even zijn schouders op, en schuift dan zijn koffie-verkeerd een paar centimeter van de vraagsteller af die alweer in z'n sportkatern is verzonken. 'Het rare is dat ik nu de neiging heb zo iemand de rug toe te keren, zodat hij niet kan denken: ''Ojee, ik heb me vergist; het is geen vrouw, maar een man." Het wordt anders zo'n pijnlijk gedoe met heel veel sorry. En hoe langer het gesprek, hoe gênanter het dan wordt. Ik heb geleerd het maar zo te laten.

'Tot vier jaar geleden overkwam me dit dagelijks; ik had mijn haar toen nog wit geverfd. Aan de telefoon is het nog steeds raak: ''Me vrouw, is uw man thuis?'' Op een feest vroeg ik aan de discjockey om een plaatje van Prince te draaien. Hij pakte de microfoon en riep: ''En nu heb ik een verzoekje van die mooie jongedame daar." Moet je n gaan: ik had een colbertje en een baard van drie dagen. Het liefst was ik met mijn rooie kop dwars door de vloer verdwenen.'

Bood een snor uitkomst? Nee, dan vonden ze hem een zielig meis je -met-een-snor. En als hij vroeger met zijn brommertje in het donker terugreed van zijn baantje bij Van der Valk in Gilze-Rijen zette hij zo hard en laag mogelijk een keel op ('zo van: Oóóld Man River') om potentiële verkrachters te misleiden en hen zo te behoeden voor in razernij omslaande teleurstelling dat de prooi geen meisje bleek te zijn. Hij besefte al vroeg: je hebt het slechtste van twee werelden, je bent bang voor erge dingen die er met vrouwen kunnen gebeuren. Je bent geen man, geen vrouw, geen homo, je hoort nergens bij. Een eiland zonder archipel. Dat moet dan maar. Hij gruwt van 'beroepshomo's' die met hun homovrienden ronddarren in homocafés en coffeeshops voor homo's. 'Drie homo's bij elkaar en ik word héél erg opstandig.'

Thuishoren in een groep, gewoon hetero en truttig getrouwd in een van die kleine provincieplaatsen die hij op tournee aandoet: Neder lands snelst stijgende cabaretster Marc-Marie Huijbregts zegt er weleens van te dromen. 'Lijkt me heerlijk, een tevreden leven. Terwijl ik het een kutwoord vind: tevreden. Wij mochten trouwens thuis geen kut zeggen. Er waren drie vrouwen thuis, maar kut paste niet in ons bestaan. ''Kut betekent dood vogeltje'', zei mijn vader bestraffend. Hoe iemand in paniek toch zo'n pedagogische flater kan begaan, hè! Schaamte is het. Dat soort schaamte is slecht. Het Koninklijk Huis doet bijvoorbeeld uit schaamte net of Juliana níet dement is. Ik kan niet zeggen hoe ik het weet, maar Juliana schijnt haar gebit uit te doen en haar rok op te tillen. Dat weet ik van kringen rond het hof.

'Dat soort details hoeven ze niet op de tv te etaleren, maar ik vind niet dat je moet verzwijgen hoe de situatie is. Ik vind dat je moet zeggen: ''Lieve landgenoten, het is geen schande dat onze koningin-moeder dement is.'' Dan kan ze nog een hele goeie functie hebben, en als symbool een steun zijn voor heel veel mensen die ook met dit soort problemen kampen. Al dat geheimzinnige verdoezelen is altijd dom.'

Met een snor van koffie-verkeerd lijkt Marc-Marie weer die even ondeugende, als ontwapenende faun die avond aan avond volle theaters trekt. Hij vertedert, hij ontroert en is in zijn ochtendjas de 'kwajongen met hoge aaibaarheidsfactor' met wie de kro dit en komend tv-seizoen gaat pronken, maar dan zonder ochtendjas. Op een kaal verhoog, geschraagd door boomtakken, brengt een 1,70 meter metende gestalte zijn publiek in betovering met zijn even pregnante als eigenaardige semi-kopstem die bij vlagen briljante onzin femelt ('onze verhuizing naar Oude Pekela werd voor mij heel traumatisch want ik was het enige kind in het dorp dat niet misbruikt werd') en die in zangpositie à la Willeke Alberti ergens tussen countertenor en sopraan zijn gehoor doet huiveren van genoegen.

'Ik zou wel een arm om hem willen heenslaan', fluistert een oudere vrouw in De Meervaart te Amsterdam, hees van ontroering.

Homo of niet, meisjes willen met mm trouwen. In het gastenboek van mm's website wordt in onderlinge competitie door de Jennifers, Barbara's, Bentes, Eefjes en Ediths ('ik wou voor de honderdste keer zeggen dat ik gek ben op je stem' en 'wil je nog met me naar bed of niet?') naar zijn gunsten gedongen, keilief als hij is. Als mm geen kussengevecht wil aangaan, dan moet hij toch op z'n minst gezellig komen eten. De Marc-Marie-euforie klatert zeker drie consumpties na in de Meervaart-foyer waar een goud behangen mevrouw uit Aer den hout evengoed te kennen geeft dat ze mm's stoma-grapjes 'zo in het wild' ééénig vindt, 'maar op de tv zou ik ze toch liever niet moeten horen. Vindt u misschien gek.' Stoma-grapje van Marc-Marie: 'We hebben u opengemaakt, maar alles zit zo door elkaar, het lijkt avro's puzzeluur wel.'

mm is pleasing, mm is teasing: God heeft wel eens spijt van sommige modelletjes op de mensenmarkt, daarom moet het Nederlandse volk misschien een inzameling houden om prins Bernhard te laten inslapen? En: 'Jammer dat Annie M.G. Schmidt dood is. Ik had haar het liefst zelf vermoord, ze heeft mijn jeugd verpest.' Kijk, d t is nou de schuld van juffrouw Hennie die hem op de kleuterschool dwong dat eindeloos-lange gedicht Prinses Vingertje Lik voor te dragen; 'Lik-lik, dat zijn toch bedenkelijke seksuele trekjes. Laf hoor, zeg dan Prinses Beflapje.' Even schrikt de zaal van zo'n uithaal naar een icoon als Annie M.G.. In het café legt hij uit: Annie M.G. is tot Amsterdammer van de Eeuw uitgeroepen, en toen dacht hij: 'Leve tante Annie', maar de twintigste eeuw heeft toch wel Grotere Geesten voortgebracht? 'Eh, Thorbecke? Of was dat geen Amsterdammer? O nee! En die was van véél vroeger. Maar ik bedoel... Toch?'

De mm-verering is er niet minder om en benadert die van een popidool. Als mm tot zijn eigen verbazing uitroept dat hij een smashing hit is, juicht de halve natie alsof hij zojuist het beslissende doelpunt tegen Duitsland heeft gescoord. 'Allemansvriend met een vrolijke Brabantse babbel': de kro gaat er prat op, en accelererend met zijn Cherokee op de linker rijbaan benadrukt mm dat hij zelfs niet bot kan doen tegen een roddelblad-scribente, ook al had ze laatst onverhoeds een foto van hem laten maken op een cabaretfeestje en zich daarn pas bekendgemaakt. Maar zo'n aardig meisje, echt aardig. Moeilijk om dat dan af te weren, hè.

Als kind eeuwig deelgenoot van een verbond tussen vrouwen; twee zussen die hem bemoederden, jurkjes aantrokken. En dan speelden ze operette. Zat in de familie. Een oom die het openluchttheater Der Vogelhändler deed. 'Na een hersenbloeding kan hij nu niet meer praten, maar zingen doet ie nog steeds. Verbluffend dat er in zo'n muzikaal geheugen dan nog wél van alles blijft hangen, hè. Mij hebben ze altijd verteld dat ik niet kon zingen. Ik ben eens uit de vierde klas gegooid omdat de leraar mij vond brommen. Ik moest wat voorzingen, wat even niet zo goed ging, en toen was het: "Jíj in het koor? Ga maar naar juffrouw Carmen en zeg maar dat je d'r uit moet." Janken, janken, heel traumatisch. Want ik vond zelf dat ik écht mooi kon zingen.'

In het etablissement vol praters is vanmiddag geen kip verbaasd nu daar een habitué spontaan, als lenteroffel, een Huub Oosterhuis-hymne orgelt: 'Er is een land om in te wóóónen, nabij het dóóódendal...' De nestgeur van het modern-katholieke beklijft op zijn 34ste, en dat heeft de kro wel graag. Als misdienaartje van 12 wilde hij niets liever dan bij zijn moeder en zussen zijn, met Barbies troetelen. 'Als ik nu lees over ouders die overwegen: zullen we alvast beginnen met hormoonbehandelingen want er zit waarschijnlijk een vrouw in kleine Johan, dan denk ik: doe het niet! Straks is kleine Johan net als ik: je hebt het nadeel dat je op een meisje lijkt, en je wilt graag bij de vrouwenwereld horen zonder je zelf vrouw te voelen. Gelukkig was het onderwerp destijds niet bespreekbaar. Stel je voor dat ze me toen hormonen hadden ingespoten. Dan had ik op mijn 20ste borsten gehad. Maar wat had ik daar in godsnaam mee moeten doen?'

Een niet rimpelloos verlopen schooltijd met tal van onvrijwillige locatiewisselingen, want hier was een extreem ventje dat al in de vijfde klas doodleuk in een India-bloes van zijn zus verscheen. Thuis zong hij Diana Ross en Barbra Streisand mee 'op hún hoogte', maar als vader met een slok op binnen kwam, was het zaak ogenblikkelijk te stoppen met falsetzingen. Had pa de pest aan. Dan kantelde de stemming. 'Uit mijn jeugd kan ik me geen enkel goed gesprek met mijn vader herinneren. Ik heb ook nooit gezegd: pappa ik ben homo. In de familie hoefde iemand daar maar wat van te zeggen of hij kon vertrekken.' Hij staart afwezig voor zich uit, even.

'Na zo veel jaar kreeg ik op het Camaretten-cabaretfestival de Pu blieksprijs, de Juryprijs en de Persoonlijkheidsprijs, maar mijn vader was er niet bij. Op de première van mijn eerste theatershow kwam hij niet opdagen. Vorig jaar in Tilburg moest hij ineens kaartjes voor de dierenarts en nog zo wat van die notabelen. Midden in de voorstelling staat hij op, de hele zaal gonst: kijk, de vader van Marc-Marie loopt kwaad weg! Gelukkig was het mij ontgaan.

'Na de voorstelling duurde het lang voordat hij naar me toe kwam. Geen woord over mijn optreden. Hij keek me aan en zei: "Wat een leuke trui heb je aan.'' Uitgepraat. Geen bloemetje, niks. In de kleedkamer werd een enorme emmer bezorgd met mijn favoriete drop, chocolade, zoutjes en noten. Er zat een kaartje van mijn familie aan. Zo lief, echt over nagedacht. De naam van pappa stond er niet bij.'

Een kind dat zijn vader uit de kroeg moest halen, klassieker kan het niet. Eerst op zijn stepje, later per brommer. Hoe vaak hij niet op een barkruk geplant werd om op bestelling Vingertje Lik op te zeggen. Reu ze lol onder stamgasten als hij daarbij een obsceen bierworstje kreeg voorgehouden. 'Dat mijn zus Annett en ik nooit alcohol drinken heeft d rmee te maken. Ik kan niet omgaan met mensen die veel drinken. Dat mijn vader dronk, mocht de buitenwacht niet weten. Het was vreselijk als een jongen zei: ''Ik heb je vader dronken op straat zien lopen.'' Wij moesten de schijn ophouden van een vrolijk gezin met elke dag taart met slagroom. Raoul Heertje zei laatst trouwens: ''Als jij nóg een keer over die ellendige taart begint, ga ik je slaan''.'

Te zwaarlijvig voor de Toneelschool; voor de Kleinkunstacademie onder de maat, en op de Sociale Academie konden ze geen personeelsfunctionaris uit hem kneden. Thans terugkijkend op tíg toneelrollen: 'Jongen, als íemand het helemaal alleen gedaan heeft, dan ben jij het wel', zei Wim T. Schippers. Want in de bloedhitte op het balkon van de Stadsschouwburg staan schreeuwen om minimaal zes man in de zaal te krijgen voor Euripides' Meneleaos, bijvoorbeeld. 'Toen moest ik aan Seth Gaaikema denken die in Tilburg tekeerging tegen publiek dat met papiertjes ritselde, zo van: ''Ik ben er niet voor het publiek, maar het publiek is er voor mij.'' W t een arrogantie! Dan weet je toch niet waar je mee bezig bent?'

Maar van vakgenoten verder niets dan aardigheid. Paul van Vliet wou niet geloven dat die kleine opdonder z'n theatervoorstelling niet op papier heeft, maar alleen in zijn hoofd. 'Voor de zekerheid hebben we er een registratie van gemaakt'. En Youp van 't Hek was in de Klei ne Komedie met een fles champagne naar hem toegekomen. 'An nett en ik waren meteen fans zonder iets van Youp gezien te hebben.' In de regen van aanhankelijkheidsbetuigingen bereikte mm zojuist een Je ho va-bijbel. De afzender was een mevrouw voor wie hij een lied had gezongen; zoals hij in elke voorstelling een lied zingt voor een vrouw uit het publiek die hem aan zijn overleden moeder doet denken.

'Ze had net chemo gehad, en schreef dat ze de dag na mijn optreden vleugels had gekregen. Nu ze een beetje mijn moeder was moest ze zich ook een beetje om mijn geestelijk welzijn bekommeren.' Ove rigens had hij te Harderwijk de tot dusver enige échte dubbelgangster van zijn moeder ontwaard en hij was geschokt. Hij weet dan dat hij zich na de voorstelling moet vertonen, ze willen hem complimenteren, hem even aanraken. Maar de technicus moet met hem meelopen naar de foyer, alleen durft hij niet. Zenuwen? Na de allereerste try-out had hij letterlijk kotsend op de wc gestaan, schei maar uit.

Altijd was daar zijn zus Annett (36), kunsthistorica, als steun en toeverlaat. Ze deelden in Amsterdam een kamertje van drieënhalf bij drieënhalf; eindelijk het ouderlijk huis ontvlucht. Als de een aan het bureau zat, moest de ander op bed gaan liggen. Een paar verhuizingen later is ze nog steeds zijn naaste buur; bestiert ze zijn website en is ze redactielid van mm's talkshow op de tv. Ze weet wat mm leuk vindt en wat niet. Als iemand te veel kwebbelt, hoort ze aankomen dat haar broertje gaat zeggen: 'Nu even stil!', en dat klopt altijd. De broer-zus-symbiose sluit ook flink schreeuwen niet uit, maar dagelijks contact moet en zal er zijn, al is het maar telefonisch, en al was het maar om te zeggen: ik had gisteren een rotdag. 'Geen van ons tweeën zal zijn of haar verdriet op het moment zelf aan de ander melden. Er zijn ook maar twee mensen ter wereld die me kwaad kunnen krijgen; dat is Annett, en dat is mijn vriend.'

Dat op de Nederlandse tv alle spontaniteit verloren is gegaan, dat lles wordt voorgeproduceerd, daar moet, daar gaat Marc-Marie Rechtstreeks verandering in brengen. 'We willen back to basic, zeg maar', zegt Annett, op de koffie bij haar broer. Onder een hemelsblauw geverfd plafond en dito wanden met grote witte wolken kauwt haar broer met misprijzen op het woord talkshowhost. Hij voelt zich veeleer 'een kattelieke kletskous' die à la Mies Bouwman wil beginnen met

'L-l-l-ieve, l-l-l-ieve mensen in het land'. Nou ja, het wordt tijd dat de heiligheid van de televisie er nou eens af gaat: 'We gaan geen talkshow doen omdat er weer een talkshow bij moet komen. Nee, we gaan een talkshow maken omdat ík geboren ben!

'Ik vind het zo raar dat mensen op de tv altijd net doen alsof ze geen camera zien. Dat er na een gesprek gefluisterd wordt dat je nog even moet blijven zitten en dat zo'n gast dan op miraculeuze wijze whoep uit beeld verdwijnt terwijl de kijkers ook wel snappen dat zo iemand moet opstaan, maar dat mag je thuis niet zien. Wat een ónzin!' Kijk, in Eindhoven heb je iemand die in een ziekenhuisbed de stad doorfietst en zo'n man zou leuk in de studio kunnen vertellen of automobilisten de nieuwe voorrangsregel wel heiligen, zegt mm. En neem nou een Sylvia Kristel: 'Die vrouw is één open wond van kwetsbaarheid, dus die staat hoog op mijn lijstje.'

Een Mies Bouwman staat ook hoog, 'maar die vraagt héél veel geld en ik zou trouwens niet weten wat ik haar zou moeten vragen, behalve wat ze van de tv van nú vindt.' Maar een Paul de Leeuw komt zeker, dan is Marc-Marie meteen af van dat gezeur over vergelijkingen. 'Ik ben niet iemand die mensen aftroeft en over het hoofd van zo'n gast heen constant met grappen wil scoren als die toevallig een rare legging aan heeft. Zo zit ik helemaal niet in elkaar. Ik wil het samen met de gast gezéllig hebben.'

'Natuurlijk ben ik ad rem, maar ik weet niet hoe het komt: er zit bij mij altijd een filter voor. Er flitsen honderdduizend ook wel gemene dingen door m'n hoofd, maar hoe snel ik ook ben, wat ik wil gaan zeggen is eerst nog eventjes langs een commissie gegaan. Kan het, of kan het niet? Het is een hele snelle commissie die me bijstaat, hoor.'

Blij is hij zeker niet met het epitheton 'de Nieuwe Toon Hermans' dat hem soms wordt opgeplakt. Dat opgepompte blije, daar is mm niet van. 'Toon Hermans was zo heel erg van pluk de dag, het leven is toch zo mooi: daar word ik al vlug, èèuuhwk, misselijk van. Dat houwen van het leven heb ik helemaal niet. Alles wat ik doe vind ik hartstikke leuk, maar als het morgen is afgelopen dan is het morgen afgelopen.'

Geen enkele tv-held als voorbeeld? Resoluut nee. Nieuwsgierig heid, daar gaat het om. 'Als je in het dagelijks leven geïnteresseerd bent in mensen, dan heb je toch al veel ervaring?', waagt Annett. 'En dan niet zo snel mogelijk een bruggetje willen maken naar een of andere grap die je ooit eens verzonnen hebt', zegt Marc-Marie. 'Dat zie ik veel gebeuren, maar dat garandeert geen echte belangstelling voor mensen. Ik denk dat het een deformatie is in mijn karakter, dat ik zo vaak op een ander gericht ben. Dat ik me gauw zorgen maak over anderen. Dat de man die de deur voor je openhoudt bij het hotel, het niet te koud heeft buiten. Dan zeg ik tegen mezelf: Marc-Marie, je kunt toch niet gaan nadenken over iedereen die je pad kruist? Maar als ik achterin de zaal iemand helemaal stil zie zitten, dan denk ik: goh, die moet ik erbij betrekken. Een eigenschap waar je doodmoe van wordt.'

Daarom vindt hij het wel lekker dat zijn Algerijnse vriend Karim niets met het theater te maken heeft, 'zelfs niet als half verkapte fan. Karim kookt'. In de periode dat mm nog geen vaste vriend had, bond hij de strijd aan met zijn vetzucht. En met de vraag: waarom hoor ik nergens bij? De psychiater vond dat hij maar apart van Annett moest wonen. 'Hij zei dat we met z'n tweeën in Amsterdam een filiaal van ons Til burgs gezin hadden gemaakt. De man had het niet goed begrepen. Ik moest hem sowieso niet, want als hij op zijn horloge wilde kijken, deed hij net of hij moest hoesten. Ik zei: u kunt toch wel gewoon op uw horloge kijken?' Ideaal gebekt voor Dit was het nieuws en eerder de Come dy train, waar een toeschouwer aan Annett vroeg of stand-up comedian Marc-Marie soms een ongeluk of een mislukte operatie had gehad, want zo'n vreemde stem, hè. 'Nee hoor, hij heeft altijd zo'n stem gehad', zei z'n zus nog. Waarop de ander licht verbijsterd: 'Maar jij praat met precies zo'n gekke stem!'

Het is de erfenis van hun aan beenmergkanker overleden moeder, die stem. 'We zorgden in het ziekenhuis dat altijd iemand haar hand vasthield, dat ze voelde dat er iemand was. Het sleutelwoord was 'comateus'. Komt er iemand binnen: is ze nog comateus? Ja, ze is nog comateus. Toos is comateus. Mijn bedrijf heet ook Tante Toos bv. Er kwam een priester om haar te bedienen, hij prevelde: Heer, deze vrouw is heel ziek, wij vragen U om haar redding en hij gaf me een hostie. Mijn moeder ziet me die hostie pakken en moet heel erg lachen. Tot het laatst toe die humor. We zeiden: u weet dat we van u houden. En we zeiden: ga maar, mam, ga maar.'

Hij slikt, en zegt dan: 'Veel in mijn theatervoorstelling is een afgeleide. Ik zit in mijn ochtendjas en met natte haren op toneel zoals we vroeger op zaterdag thuis op de bank zaten en met ons mam naar Een van de acht van Mies Bouwman keken. Je bent onder de douche geweest, vers gekamde haren; dat is veilig. Een heel veilig gevoel. Zo wil ik ook dat mensen het bij me hebben: veilig. Veilig en gezellig. Zoals toen bij ons mam.'

Hij zwijgt bijna verlegen. Zeker, Marc-Marie was het lieverdje van ons mam, zoals Annett een beetje het lieverdje van ons pap was. An nett kijkt bleek voor zich uit. Ze weet: ons pap is nou eenmaal niet iemand die overloopt van respect voor vrouwen. 'Ach, het kan me niet meer raken wat hij vindt', zegt Marc-Marie troostend. 'Ik stop het niet weg, hoor. Maar het is er gewoon niet meer.'

'Toppio', reageert Annett, met de duim omhoog. Er breekt een glimlach door. Ze kijkt haar broer vol liefde aan. 'Toppio!'

'En wat denk je van toppertje?', zegt Marc-Marie. Dat vind ik nou zo'n verschrikkelijk woord, toppertje. Bij de banketbakker kreeg ik laatst het advies dat ik de citroentaart moest nemen, want dat was een echt toppertje. Ik zeg: stop die dan maar in uw neus, en geef mij maar lekker die andere.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden