Marathon als training voor Sotsji

UTRECHT - Elk weekeinde 125 rondjes rijden met een gemiddelde snelheid van zo'n 31 kilometer per uur. Voor het Belgische fenomeen Bart Swings, zevenvoudig wereldkampioen skeeleren, is de schaatsmarathon de ideale training om zijn olympische ambities op de langebaan te realiseren. Zaterdag maakte hij zijn debuut bij de eliterijders die in vijftien afleveringen strijden om de marathoncup.

Rintje Ritsma en Anni Friesinger lieten zich lovend over hem uit en Bart Veldkamp sprak over een potentiële wereldtopper op de langebaan. De Nederlander Marc Otter, voormalig bondscoach van de Belgen, verwacht dat als Swings zich blijft ontwikkelen hij tijdens de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji wel eens tot de medaillekandidaten kan behoren.

Dat zou dan moeten gebeuren op de 5000 meter. Ongepolijst en onbevangen reed Swings al eens 6.24.58, een tijd waarmee hij zich onder de betere Nederlandse rijders op dit nummer zou scharen. Op de 10 duizend meter is zijn toptijd 13.23.99. 'Maar die afstand is voor mij op dit moment iets te zwaar. Daar moet ik nog aan werken', weet hij.

Voor het technische aspect van schaatsen is Swings aangewezen op Jelle Spruyt, zijn landgenoot die hem al zijn leven lang traint op de skeelers. Nu zoekt hij iemand in de schaatswereld die hem verder op weg kan helpen. 'Schaatsen is een moeilijke, technische sport. Als ik de techniek beter beheers, kan ik tot de top reiken. Dat is mijn doel. Daar doe ik alles voor.'

Voor Swings (21) geldt dat skeeleren geen olympische sport is en schaatsen wel. Daar gaat het hem om. 'Mijn doelstelling is Sotsji. Daar wil ik goed presteren.' De overstap is niet onrealistisch. Dat hebben Chad Hedrick en Derek Parra bewezen. Graag zou hij in hun voetsporen willen treden. Als skeeleraars groeiden zij uit tot wereldtoppers op de langebaan.

Op de stroeve ijsvloer van de Vechtsebanen in Utrecht draait Swings, rijdend voor team Haven van Amsterdam, aanvankelijk onwennig zijn rondjes. Als hij wordt geraakt door een rijder achter hem, belandt hij in de staart van het peloton.

Enkele keren moet hij diep gaan om niet in kansloze positie te geraken. Dat gebeurt uiteindelijk toch. Een nieuwe ervaring voor hem. Bij een skeelerkoers rijdt hij altijd van voren. 'In het begin heb ik te veel energie verspeeld met het dichtrijden van gaten. Daarna liep ik achter de feiten aan. Ik reed als een beginneling. Maar dit was ook mijn eerste marathon in de topdivisie', merkt hij later op.

Nog voor de koers halverwege is en Swings net even rechtop staat om bij te komen van de inspanningen, trekken Frank Vreugdenhil, de Italiaan Fabio Francolini, ook afkomstig uit het skeeleren, Jouke Hoogeveen, Jorrit Bergsma, Ralf Zwitser en Willem Hut er op uit en pakken een ronde voorsprong. Het peloton valt stil en komt pas weer tot leven als de zes zich opmaken voor de eindsprint. Daarin is Vreugdenhil de snelste.

Eindelijk eens geen hoofdrol voor de Bam-rijders die gewoonlijk het ploegenspel organiseren en regisseren en tegen wie, tot frustratie van de overige ploegen, niemand is opgewassen. In een column op de website Schaatsen.nl had Geert Plender van Team Van Werven een pleidooi gehouden de hegemonie van Bam desnoods met combines te doorbreken. Dat bleek niet nodig. Want Bam had de verkeerde rijder in de kopgroep. Bergsma kan veel maar van een eindsprint moet hij het niet hebben. Bovendien had hij 's middags in het Duitse Erfurt nog een 5000 meter gereden. Op het laatst probeerde hij nog wel weg te komen, maar ontbeerde de kracht om zijn medevluchters achter te laten.

Swings ging als negentiende over de eindstreep. Daar was hij tevreden mee. 'Naarmate de koers vorderde ging het beter en beter. Rijden in het skeeler- en schaatspeloton lijkt hetzelfde maar is totaal anders. Ik moest een plek vinden en dat lukte niet zo goed, omdat ik op schaatsen iets minder behendig ben dan op skeelers.'

Skeeleren, langebaan en de marathon, nee, het een hoeft niet ten koste te gaan van het ander, meent Swings, student Burgerlijk Ingenieur aan de universiteit van Leuven. De prioriteit gaat uit naar de langebaan, of, zoals ze in België zeggen, snelschaatsen. Hij beseft dat hij eigenlijk te weinig uren op het ijs maakt, maar dat kan moeilijk anders. De ijsbaan in Brugge is nog niet open. Nu traint hij in Eindhoven. Ruim een uur rijden van Herent, in de provincie Vlaams-Brabant waar hij woont. 'Maar in het weekeinde sta ik bij de marathon ruim een uur op de ijzers. Een supergoeie training voor mij.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden