Mao met een knipoog

Hun werk staat te boek als helder en gelaagd. De grafische ontwerpers Thomas Widdershoven en Nikki Gonnissen exposeren in het Shanghai Art Museum....

Jeroen Junte

‘Ik weet zelf niet eens wat er morgen nou precies te zien zal zijn’, lacht Thomas Widdershoven de spanning weg. Alleen nog deze vrijdagmiddag en hooguit het restje van zaterdagochtend hebben hij en zijn (levens)partner Nikki Gonnissen om de expositie van hun ontwerpbureau Thonik in het Shanghai Art Museum in te richten. En zelfs in een gerenommeerd instituut als dit – in september fungeert het museum als uitvalsbasis voor de Shanghai Biënnale – moet er volop worden geïmproviseerd bij het inrichten van een expositie. Er klinkt geklop en getimmer en een klein leger Chinezen rent door de twee uitgestrekte zalen. Aan hun inzet zal het niet liggen. Widdershoven is er gelaten onder. Knipogend: ‘Vijf minuten voor de opening morgen zullen we het weten.’

Dat er niet in muren mag worden geboord en dat er nog steeds geen dubbelzijdig tape is gevonden, is niet de reden van de oplopende spanning. Speciaal voor deze overzichtsexpositie heeft Thonik een installatie gemaakt van 64 posters van wereldleiders van na de uitvinding van de fotografie. De zwart-wit beelden (de installatie heet Black & white) hangen op chronologische volgorde; elk portret is opgebouwd uit honderden kleine beelden van twee tijdgenoten. Zo figureren in Mao’s gezicht Golda Meir en generaal Tito – twee leiders van onbesproken gedrag, in Chinese ogen in elk geval. Posters van Hitler, Mussolini, Bin Laden, Ceausescu en Saddam Hussein liggen gevoeliger. Widdershoven heeft ‘signalen opgevangen dat het ondenkbaar is dat chairman Mao daar tussen hangt’.

Inderdaad blijkt vijf minuten voor de opening afgelopen zaterdag dat het bovengenoemde kwintet is gezuiverd uit de tentoonstelling op last van de autoriteiten. Eén zuivering was toen al eigenhandig uitgevoerd door Thonik – de Dalai Lama was middels een zeldzame vorm van zelfcensuur verwijderd. Het Amsterdamse ontwerpbureau staat niet bekend om zijn bereidwilligheid tot het sluiten van compromissen. ‘Maar’, zegt Gonnissen, ‘we zijn hier niet om te schoppen, maar om een dialoog aan te gaan met Chinese ontwerpers.’

En dat een Jozef Stalin of een Idi Amin wél te zien zijn, evenals miniatuurtjes van bijvoorbeeld Hitler in de beeltenis van de Portugese despoot Salazar, geeft toch ook voldoening.

De beelden van wereldleiders refereren aan Power, de titel van deze eerste overzichtstentoonstelling van het in vijftien jaar opgebouwde oeuvre van Thonik. Ze hadden ook een minder controversieel thema kunnen kiezen. Maar macht is weliswaar een gevoelig onderwerp in China, dit is niet de enige plek waar Power te zien zal zijn; voorjaar 2009 is het Nederlands Architectuur Instituut in Maastricht aan de beurt. Widdershoven: ‘Met andere locaties in Europa zijn we in nog onderhandeling.’

Daarbij is Power in de eerste plaats een verwijzing naar de visuele kracht van hun ontwerpen, verduidelijkt Gonnissen. Inderdaad is ‘krachtig’ een treffende samenvatting van de Thonik-stijl. Ontwerpen zijn ontdaan van elke franje; letters zijn schreefloos (de Avenir was ooit hun handelsmerk) en kleurgebruik is elementair. En voor elk detail is een verklaring. Zo laten ze het formaat van hun boeken afhangen van de afmeting van de drukpers om papierverspilling te minimaliseren.

Met het thema Power is ook de link met de SP snel gelegd. Met een multimediale campagne boog Thonik het imago van deze ‘tegenpartij’ om in ‘een politiek A-merk met een eigen agenda’, zoals Widdershoven het omschrijft. Inmiddels bemoeit Thonik zich ook met de inhoud. Het veelbesproken tv-spotje waarin een bejaarde vrouw zich uitkleedt (bedoeld als verwijzing naar het uitkleden van de zorg) komt uit hun koker. Dat ze daarmee zelf ook ‘roeren in de politieke macht’, nemen ze op de koop toe. Gonnissen: ‘We willen met ons werk voor de SP het debat versterken. Met zo’n commercial maak je de politiek weer zichtbaar. Ik zie het als een taak van ontwerpers om zich te mengen in het maatschappelijke debat. In de jaren tachtig was dat met een collectief als Wild Plakken nog heel gewoon.’

Hoewel de opdrachtgevers van Thonik zich hoofdzakelijk beperken tot Nederland, staat het bureau internationaal stevig op de kaart als de grafische representant van het geroemde Dutch design. ‘Hun visuele stijl is helder maar bevat altijd een diepere laag. Gewoon een mooi beeld maken is niet genoeg’, zegt curator Gong Yan, die Thonik het Shanghai Art Museum binnenhaalde. De experimentele inslag van Thonik en andere Dutch designers ziet ze als iets typerend voor de open samenleving van Nederland.‘Rem Koolhaas heeft dezelfde werkwijze.’

Yan maakte voor het eerst kennis met Thonik middels het ontwerp van de catalogus van de manifestatie China Contemporary in 2006 in Rotterdam.

De voornaamste reden om Thonik als eerste grafisch bureau in haar museum te presenteren, was de Chinese overheidsinstellingen (‘ja, óók dit museum’) ervan te overtuigen dat grafisch ontwerp de manier is om een identiteit te creëren. ‘In China gaat het nu alleen om de buitenkant. Of een gebouw het hoogste ter wereld is bijvoorbeeld.’ Maar Yan is overtuigd van haar missie. ‘Er kan al veel meer dan vijf jaar geleden. De commercial waarin die oude vrouw zich uitkleedt hadden we toen niet kunnen laten zien.’ De aanstormende Chinese ontwerpersgeneratie staat in elk geval al in de startblokken. Op de opening wordt hongerig gefilmd en gefotografeerd, overal galmen oh’s en ah’s.

Ook Widdershoven (48) en Gonnissen (40) voelen een verwantschap met de nieuwe grafisch ontwerpers in China. ‘We delen een gevoel voor ironie en dubbele boodschappen. Jonge Chinese ontwerpers recyclen het beeld van Mao als fashion icon op T-shirts. Wij hebben hetzelfde gedaan voor de SP met de rode ster.’ Als een knipoog naar de Maoïstische roots, dook de ster op in het SP-logo in een ludieke bijrol als het kroontje van de tomaat. Maar ludiek wordt op een tentoonstelling in China dan toch nog pikant. De spielerei met het gestaalde kaderverleden van de SP ontgaat de Chinezen immers niet. Volgens Yan zou de SP-campagne ook in China zijn aangeslagen.‘Wij hebben al vijftig jaar ervaring met zulke imponerende politieke logo’s’, zegt ze met een diplomatieke glimlach.

Maar een restyling van de Chinese staats-tv, ‘om maar eens voorbeeld te noemen’, is toch een stap te ver voor Widdershoven. ‘Net zo goed als we ook nooit de campagne voor Geert Wilders of Rita Verdonk zouden doen. Zelfs de opdracht van de SP hadden we niet aangenomen als we niet een lichte ironie aan de campagne hadden kunnen meegeven.’ Dat ze na de oprichting van Thonik in 1993 (de bedrijfsnaam is een samentrekking van beider voornamen) vooral in de culturele sector werkten, heeft het inmiddels vijftien medewerkers tellende bureau zeker gevormd. Gonnissen: ‘Het heeft ons de ruimte te geven om te experimenteren.’ Nu is hun werk ook ín een museum te zien, weliswaar aan de andere kant van de wereld.

Nu die expositie er dan eindelijk is, oogt deze als een onvervalst Thonik-product: helder maar gelaagd. Ze selecteerden zestien ontwerpen waarvan ze in China karpetten van drie bij vier meter hebben laten knopen, waaronder de huisstijl voor de gemeente Amsterdam en affiches voor het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en het Centraal Museum in Utrecht. Gonnissen: ‘Tentoonstellingen van grafisch werk slaan vaak dood, omdat alles zo plat aan de muur hangt. Nu staan de bezoekers er letterlijk met hun neus bovenop. Daarbij wordt drukwerk, wat waardeloos en vluchtig is, omgezet in iets waardevols en tijdloos.’ Widdershoven vult aan: ‘En een tapijt voelt aan als een warm welkom voor de bezoeker.’ Ook bevatten sommige tapijten een dubbele bodem. Zo is op eentje de SP-slogan what’s left te lezen. ‘Dat is nu opeens niet alleen een commentaar op het ontbreken van rechts en links in China, maar ook nog eens op het verdwijnen van het oude ambacht van het handmatig knopen van tapijten.’

Aan een wand van de zaal hangen de 25 posters van koningin Beatrix tijdens de troonrede uit elk jaar van haar ambtsperiode, een postercampagne voor het 25-jarig jubileum van de vorstin die Thonik uitdacht voor de gemeente Amsterdam. ‘We hebben ze expres op drie meter hoogte opgehangen, zodat bezoekers omhoog moeten kijken en nederigheid voelen’, licht Widdershoven toe. Er tegenover hangt de campagne voor de SP, met het logo en een volkse foto van partijleider Jan Marijnissen. ‘Vorst en volk tegenover elkaar dus.’

In de tweede zaal wordt naast Black & White een bloemlezing gepresenteerd uit het Thonik-oeuvre in zelfontworpen vitrines, waarmee een proeve van bekwaamheid in productvormgeving wordt afgegeven. Iets waarmee Thonik al eerder flirtte. Voor de woontoren Parkrand in Amsterdam, een ontwerp van architectenbureau MVRDV, werden bijvoorbeeld nieuwe wandtegels met daarop de bewegwijzering uitgedacht. Widdershoven: ‘We maken niet alleen grafisch ontwerp maar ontwikkelen een visuele identiteit. Daarvoor gebruiken we ook andere disciplines. Voor de SP-campagne hebben we viral movies, verspreid via mobiele telefoon en e-mail, gemaakt en hebben Joep van Lieshout een SoeP-kar laten ontwerpen; Jan Marijnissen deelde vanuit die kraam tomatensoep uit.’ Maar, zo benadrukt Gonnissen, het vertrekpunt is altijd een grafisch ontwerp. ‘Kijk naar het logo van de SP, dat is zelfs zuiver typografisch. De letters zijn het beeld geworden.’ Voor de typofielen: Thonik gebruikte daarvoor de Helvetica.

2008 zou nog wel eens een monumentaal jaar kunnen worden voor Thonik, en niet alleen vanwege de tentoonstelling in Shanghai. Voor de beeldententoonstelling Sonsbeek in Arnhem deze zomer is een campagne uitgedacht. In september zal een installatie van Thonik te zien zijn op de Architectuur Biënnale van Venetië, waarvoor ook de visuele communicatie wordt verzorgd. Diezelfde maand volgt de verbouwde stadsschouwburg in Haarlem, waarvoor een nieuwe huisstijl is uitgedacht; couturier Alexander van Slobbe kreeg opdracht bijpassende bedrijfskleding te ontwerpen. En een maand later wordt het nieuwe designevenement Experimenta Amsterdam gehouden, waarin Thonik met ontwerpplatform Droog Design een grote rol speelt.

Een nieuwe uitdaging is de communicatie voor Triodos bank waar Thonik zich momenteel over buigt. Tot nu toe waren opdrachtgevers beperkt tot overheidsinstellingen of de culturele sector. Gonnissen: ‘Dit wordt onze eerste commerciële klant.’ En dan meteen ook een bank, hét symbool van het grootkapitaal, om in SP-jargon te blijven. Toch is van een morele spagaat geen sprake, verzekert Gonnissen. ‘Triodos is een verantwoorde bank die alleen investeert in duurzame projecten.’ Belangrijker is dat ze voelen dat de Triodos bank de dialoog aan wil gaan. ‘Je wilt je ideeën toch testen op zo veel mogelijk gebieden. En als een bank dan komt met het verzoek of je wilt meedenken over hun identiteit, dan is dat een enorme uitdaging.’

Nieuwe opdrachten uit het bedrijfsleven worden met interesse afgewacht. Maar wel op hun voorwaarden. ‘Een bedrijf moet niet bang zijn dat de visuele communicatie radicaal wordt omgegooid. Als je met Thonik in zee gaat, kies je voor een grafisch avontuur.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden