Manoj heeft de balans gevonden

Geen vraag zo interessant als: wat doet je buurman? Zeven schrijvers belden voor deze zomerserie van Volkskrant Banen aan bij hun naastgelegen deur....

Foto’s Michel Honig

Wonende in een klein pand aan de Amsterdamse Bilderdijkstraat heb ik buren aan alle kanten in soorten en maten. Zo woont linksboven een sympathieke jongen met een diepe passie voor gabberhouse die me afgelopen zomer deelgenoot maakte van zijn verhelderende visie op de maatschappij: ‘Het is allemaal de schuld van die kankerbuitenlanders, begrijp je? Als zij weg zijn, is Nederland weer een leuk land en dan krijg ik ook weer een baan.’ Het is jammer dat hij vlak daarna perongeluk zijn eigen balkon in de fik stak, daarna ben ik hem uit het oog verloren.

Direct naast me woont een boze lesbo met te veel katten. Ik zie haar soms op het balkon. ‘Ik heb er weer één bij. Hij pist de hele boel onder.’

‘Dit is je zevende kat toch?’

‘Achtste, maar als hij zo blijft pissen breng ik hem terug. Heb ik je verteld dat ik weer gedumpt ben?’

‘Geeft niks, jij hebt je katten.’

‘Wou ik zeggen.’

Onder me woonden als ik de post en mijn neus mocht geloven drieëntwintig Chinezen met een kleine honderd wietplanten op vijftig vierkante meter. Wat begon met aanmaningen werd al snel gevolgd door het bezoek van deurwaarders. Afgelopen zomer waren ze van de ene op de andere dag verdwenen.

Alhoewel dit allemaal beste mensen zijn, is mijn overbuurman wel mijn meest intrigerende buurman. In de lente, bij de eerste zonnestraal die valt, zit hij op zijn balkon. Ik zie hem alleen in de ochtend, want in de middag verhuist hij met de zon mee naar de voorkant van zijn huis aan de Da Costakade. Dan ben ik hem kwijt tot ik de volgende ochtend bij het inschenken van de koffie zijn door de zon gelooide huid weer zie. Tot voor kort wist ik niet veel meer van hem dan dat hij graag naakt op zijn balkon zit en dan af en toe op een houten blokfluit speelt, of een trommel, tot iemand boos schreeuwt dat-ie daarmee op moet houden. Dat, en dat medio 2005 het pand waarin hij woont klaargemaakt werd om verkocht te worden, zoals hier in de buurt steeds gebruikelijker wordt. Langzaam vertrokken al zijn buren. Maar hij niet. Hij bleef zitten. Ik zag hem soms door de leegstaande woningen dwalen. Het duurde niet lang voor hij de bovenste verdieping had bereikt. Hij was nu dichter bij de zon.

‘Sinds ik India ervaren heb weet ik hoe bepalend de zon is voor een mensenleven. Zon geeft kracht.’ Swami Deva Manoj kijkt me ernstig aan. We zitten bij hem thuis en hij schenkt nog een kop kruidenthee voor me in. Zijn paspoortnaam was ooit Marcel Hermans, maar zijn Bhagwangoeroe doopte hem om tot wat vertaald betekent: Eigen Meester van de Goddelijke Geest. ‘Ik heb de kans gekregen wedergeboren te worden in een bestaan dat nog niet gestorven is.’

Ik knik: ‘Dat is mooi’.

Zijn huis is gespiegeld aan dat van mij. ‘Als de goudenregen en de kastanje niet bloeien zien we elkaar’, zegt hij. ‘Anders is het zoeken tussen de takken en de blaadjes door. Jouw keuken ziet er altijd zo gezellig uit’, merkt hij bedachtzaam op.

Op zijn kast staan de tarotkaarten die bij deze dag horen. ‘Ik bestudeer ze. Ik ben mijn hele leven vrij ongevoelig geweest voor spiritualiteit. Dat schijnt aan mijn aardetekens te liggen, ik kamp al sinds mijn geboorte met een teveel aan aardetekens. Mijn diepe afkeer voor wierook werkt natuurlijk ook niet mee. Toch heeft de drang naar een dieper inzicht in de ontwikkeling van mijn toch redelijk sneue bestaan vol afhaalmaaltijden en afwijzing mij al menigmaal in de armen gedreven van een waarzegster of astroloog, die ik daarna vaak sceptisch ‘leugenaars’ noemde als ze mij van een onevenwichtige natuur betichtten.’

Manoj heeft een balans gevonden tussen spiritualiteit en realiteit, of hij doet in elk geval zijn best: ‘Kijk, ik leef vier dagen per week in de hel. Dan ga ik om met de materie, de aardse krachten.’ Ik knik begrijpend, want Manoj is vier dagen lang leraar economie aan een mbo in Lisse. ‘Ik ben het onderwijs ingegaan uit puur idealisme. En vanwege de vakantiedagen. Ik heb altijd de behoefte gehad het goede in de mens te ontwikkelen.’ Dus loopt hij door de gangen van een kleine school uitgebluste zielen op te kalefateren die op hun beurt de realiteit uitstellen door een studie te volgen. Hij gooit zijn lange grijze haren naar achteren. ‘De hoop is dat ik 10 procent motiveer verder te kijken dan hun neus lang is, maar bij materialisten als mbo’ers lukt het maar bij één procent. Voldoening haal ik uit die één procent. Daarmee komt meer geluk en wijsheid in de maatschappij.’ Daarom is hij ook sociale economie gaan studeren, zegt hij. ‘Om de maatschappij te leren kennen.’

Vier dagen in de hel. Het is misschien wel een toepasselijke beschrijving van het Nederlandse beroepsonderwijs. Het is mij in elk geval nooit duidelijk geworden waarom het een goed plan is nauwelijks volgroeide pubers, wankelend op de grens van jongvolwassenheid, bij elkaar te zetten. Ik zie mensen als Manoj dan ook als helden in een niet te winnen strijd.

Gelukkig bestaat een week uit zeven dagen. ‘Drie dagen leef ik in het Nirvana, de hemel, het kosmisch bewustzijn’, gaat Manoj enthousiast verder. ‘Dan ben ik astroloog en hou ik me bezig met mijn stichting Akhaldan, waarvan het motto is: de astro-ecologische gemeenschap van geleerde wezens als jij en ik.’ Hij wijst even naar mij, ik knipper met mijn ogen. Geleerd, het zou kunnen...

Stichting Akhaldan verspreidt pakketjes Dutch Spirit, een combinatie van zeven kruiden die goed zijn voor de longen en in een joint tabak kunnen vervangen. ‘Veel mensen gooien tabak bij hun wiet, maar dat is slecht voor je. Moet je opletten’, zegt hij en steekt zijn vinger even in de lucht om mijn aandacht te winnen. ‘Ik doe wat Dutch Spirit en wiet in deze vaporator – die werd vroeger alleen door astmapatiënten gebruikt, kun je het je voorstellen? – en let op: ik zuig dan de esoterische oliën uit deze plastic zak die zich vult met de lucht uit de vaparotor.’ Manoj demonstreert de nogal omslachtige joint. Het is een vervreemdend tafereel waarvan de noodzaak me ontgaat, maar realiseer me dat mijn oma ook wel zo zal denken over het mandje waarin ik mijn groente altijd stoom.

‘Die pakjes Dutch Spirit verkopen we aan coffeeshops en via het internet. Nu verkopen we nog onder de duizend pakjes per maand. Ooit moeten dat er veel meer worden. Dan wordt de beek een rivier.’

‘Je hebt dezelfde kachel als ik’, zeg ik.

‘Die roze stenen eromheen, dat zijn rooskwartsen. Daar gaat vriendschap vanuit, zeiden de Romeinen.’

Ik knik. ‘Ken je de boze lesbo die naast me woont’, vraag ik.

‘Nee.’

‘Een rooskwarts zou haar misschien ten goede komen.’

Manoj zuigt aan de plastic zak. Een moment houdt hij zijn adem vast. Dan blaast hij de Dutch Spirit en wiet tevreden de lucht in. ‘De buurt veryupt’, moppert hij. ‘Heb je gezien wat ze hieronder voor keizersbordes hebben gebouwd? Vroeger kon ik gewoon naar beneden spugen als ik dat wilde. Dan kwam het op het gras terecht. Maar nu spuug ik op hun spierwitte bordes.’

Ik begrijp niet waarom Manoj in de tuin van zijn buren wil spugen. Maar het zou wel moeten kunnen. Dat ben ik met hem eens. ‘De muziek mag nu ook niet meer te luid. En ik heb een hekje moeten aanleggen voor mijn balkon, omdat de familie van beneden begon te loeren. Ik bennudist, weet je wel. Dat is mijn vrijheid van meningsuiting. Maar zij zitten de hele tijd te gluren.’ Hij schudt geërgerd zijn hoofd. ‘Mensen denken niet meer na. Ik ben dol op delente, dan speel ik blokfluit voor de kinderen. Ik ben natuurlijk een old school hippie. Ik probeer met iedereen goed om te gaan, maar soms is dat moeilijk. Mensen verliezen hun bewustzijn. Vroeger stond hier een prachtige jasmijn die een heerlijke geur losliet, maar in de lente van 1979 hebben ze hem gesnoeid, omdat ze niet nadachten. En nu is de witheid van ons hofje voorgoed verdwenen, zoals de wijsheid uit de maatschappij verdwijnt.’

We zitten aan een tafeltje waarop regenbogen getekend zijn en aan het plafond bungelt een Yin Yang-teken. Yin en Yang zijn geen absolute tegenpolen zoals goed en kwaad. De één bestaat bij de gratie van het ander, en hoewel ze onafhankelijk zijn kunnen ze in elkaar overgaan. Manoj heeft dat begrepen. Hij heeft een balans gevonden tussen spiritualiteit en realiteit door het goede in de mens te ontwikkelen op een mbo en de realiteit in stichtingsvorm zijn spiritualiteit binnen te sluizen. Ga er maar eens aanstaan.

Manoj is in balans. Misschien is hij wel de enige die het een beetje begrepen heeft. Toch leeft hij in de verkeerde tijd. Want wie heeft er vandaag de dag nog tijd om zijn wiet in een vaporator te stoppen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden