Gastcolumn

Mannen met skinny jeans

Gastcolumn van Natascha van Weezel

Hoewel er op hipsters wordt afgegeven, oogsten ze evenveel bewondering.

Ze dragen skinny jeans en Ray-ban zonnebrillen, kopen hun kleding bij vintage pop-up stores die hooguit drie weken bestaan, doen 'iets in de creatieve sector' en houden als ZZP'er kantoor in de Coffee Company, waar ze van achter hun MacBook Pro de wereld proberen te veroveren terwijl ze aan een Chai Tea Latte nippen. Hun boekenkasten zijn gevuld met (al dan niet gelezen) literaire klassiekers van Dostojevski en Tolstoj én nieuwere moderne helden als Piketty. 's Avonds bezoeken ze restaurants waar shared dining de filosofie is en eten ze desserts met goji bessen of hazelnoot oerkoeken van spelt. In de weekenden brouwen ze bier, werken ze aan hun moestuin, doen ze biologische boodschappen bij de boerenmarkt of luisteren ze naar vinyl platen van bands als Margot & The Nuclear So and So's.

Vrijwel elk decennium kent één opvallende subcultuur. Denk aan de hippies uit de jaren zestig en zeventig, de krakers die opkwamen in de jaren tachtig en de gabbers die nachtenlang hakten in de jaren negentig. Voor generatie Y, geboren tussen 1982 en 2001, ook bekend als generatie aardbei of de Millennials, zijn dit de hipsters. Volgens google is de definitie: 1) damesondergoed en 2) een persoon die de laatste trends volgt.
Dat deze trends ver kunnen gaan blijkt uit het feit dat in New York de baardimplantatie momenteel een van de meest gevraagde plastisch chirurgische ingrepen is.

Je hoeft geen psycholoog te zijn om te constateren dat mensen graag tot een groep willen behoren, het liefst tot de meest besproken of de meest 'prominente'. En hoewel er op hipsters wordt afgegeven, oogsten ze evenveel bewondering.

Ook is het niet verwonderlijk dat subculturen voor het overgrote deel bestaan uit twintigers en dertigers die zich afzetten tegen de regels, wetten en cultuuruitingen die de generaties daarvoor hebben bedacht.

Beeld anp

Begrip 'hipster' is lege huls

Wat hipsters kenmerkt is dat ze vanaf het begin hebben ontkend hipster te zijn, aangezien het te mainstream is om jezelf te labelen. Nu er steeds meer hipsters bijkomen wordt het begrip naar eigen zeggen al helemaal dertien in een dozijn. Daarom is deze subcultuur voortdurend in beweging. Zo was het rauwe Berlijn tot twee jaar geleden hét hipstermekka van Europa, nu wil menig zelfrespecterend quinoa-eter met semi-nonchalante kinbeharing daar nog niet dood gevonden worden. Hipsters wijken tegenwoordig liever uit naar onontdekte parels als Tallinn en Reykjavik. Williamsborough? Dat is zó 2013.

Voor mij is het begrip 'hipster' een lege huls. Ik behoor zelf ook tot de veelbesproken generatie Y en in mijn omgeving lopen er heel wat Ray-ban dragende twintigers rond. Het roept bij mij herinneringen op aan mijn middelbare schoolcarrière, waarin ik zes jaar lang op elke mogelijke manier toegang heb geprobeerd te verkrijgen tot het populaire groepje, maar nooit werd geaccepteerd omdat mijn bek niet groot genoeg was en ik bovendien niet over een scooter of een villa van miljoenen euro's beschikte (misschien is het goed om erbij te vermelden dat ik ben opgegroeid in het reservaat Amsterdam-Zuid).

Op de dag dat ik mijn diploma kreeg zwoer ik nóóit meer ergens bij te willen horen, behalve bij mezelf. Ik ben nooit cool geweest en dat zal ik ook nooit worden. So be it. Het is een bevrijdend gevoel dat ik iedereen kan aanraden.

Deelnemers van de Hipster Winter Cup in Berlijn. Beeld epa

Merkloze joggingbroek

Aan de andere kant ben ik misschien ergens ook wel jaloers op hipsters. Ik weet niet hoe ze het voor elkaar krijgen, maar ze lijken zo verdomd geslaagd, kennen iedereen, wonen op de beste locaties en zien er altijd relaxed en onbezorgd uit. Ik weet dat dit voor een deel schone schijn moet zijn, want burn-outs komen meer dan gemiddeld voor bij deze groep, maar als ik achter mijn computer in mijn merkloze joggingbroek ietwat neurotisch mezelf zit te zijn en mijn Facebook-timeline vol staat met succesverhalen en Instagramfoto's van reizen naar niet-toeristische bestemmingen, voelt dat soms best eenzaam.

Gelukkig wees een kennis me er afgelopen week op dat ik wel degelijk in een hokje te plaatsen ben. Ik schijn namelijk een flipster te zijn; iemand die zich afzet tegen de hipster door alles 'gewoon' te willen doen: flipsters drinken zwarte koffie, staan zelden langer dan een kwartiertje voor de spiegel en hangen het liefste rond in bruine kroegen. Ik was me niet eerder van mijn positie in de samenleving bewust, maar ik vind het best; ik hoef niet per se gedefinieerd te worden, maar ook niet per se níet.

Uiteindelijk moet iedereen namelijk lekker doen waar hij of zij gelukkig van wordt. Dat is het enige dat telt, onafhankelijk van de vraag of je hipster, wipster (wannabe hipster), vipster (VIP hipster) of van mijn part pipster bent.

Alleen mannen met skinny jeans, dat is toch gewoon geen gezicht?

Natascha van Weezel is filmmaker en schrijfster. Eerder dit jaar verscheen haar boek De derde generatie. Deze maand is zij gastcolumnist voor Volkskrant.nl.

Meer gastcolumns

Lees hier alle gastcolumns van Natascha van Weezel en haar voorgangers terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.