Manke duizendpoot

Het blijft tobben met de onderwijzersopleiding. Na een korte opleving daalt de belangstelling voor de pabo weer. De toelatingseisen worden opnieuw verlaagd....

'DIE TAALTOETS moeten ze meteen afschaffen. Veel te moeilijk.' Zippora Akinary, eerstejaars pabo-student is gezakt voor de spellingtest. 'Livrei. Ik weet niet eens wat het betekent, laat staan hoe je het schrijft. En weten jullie wat raffia is?' Bianca de Bruyn weet het niet. 'Ik wist niet hoe je abattoir schrijft. Is dat een slachthuis? Waarom zeggen ze dát dan niet?'

De pabo, de beroepsopleiding voor onderwijzers, heeft het niet makkelijk. Net dachten de opleidingen te hebben afgerekend met hun stoffige blokfluit-imago of de belangstelling zakt alweer in. Voor volgend jaar hebben zich in totaal 5542 voltijdsstudenten ingeschreven. Dat is 18,5 procent minder dan vorig jaar.

Vooral havisten en vwo'ers wijken uit naar andere studies. Met als gevolg dat het aandeel pabo-studenten met een mbo-diploma als vooropleiding stijgt. Op de pabo in Breda heeft 30 procent van de voltijdstudenten een mbo-achtergrond. 'Mbo'ers lopen soms gruwelijk vast', vindt de onderwijskundig directeur van de pabo Breda, Jan Aarts. 'Ze hebben in alle cognitieve vakken een achterstand - van taal en rekenen tot en met aardrijkskunde en geschiedenis.'

De pabo Breda staat bekend als streng. Twee jaar geleden voerde de school een verplichte taal- en rekentest in. Daarmee komt Breda tegemoet aan de aloude kritiek dat pabo's in de jacht op pupillen te coulant zijn.

Eerstejaars Femke de Rooij (havo-diploma) vindt de taaltest te moeilijk. 'Wij moeten veel meer weten dan de kinderen in groep acht van de basisschool. Dat is toch helemaal niet nodig.' Daar is pabo-student Bob Nederpel (vwo-diploma) het niet mee eens. 'We zitten qua niveau nét boven dat van de achtstegroepers. Om goed les te kunnen geven moet je eigenlijk ver boven de stof staan.' Dat vindt Daan Buijsen (vwo) ook. 'Je kunt alleen iets overdragen aan kinderen als je zelf inhoud hebt.'

Een kwart van de pabo-studenten in Breda valt voortijdig uit. Meestal is de taal- en/of rekentest het struikelblok. De school hoeft zelden iemand weg te sturen. Wie na acht (!) herkansingen nóg geen voldoende heeft, trekt doorgaans zijn eigen conclusie wel.

Het is makkelijk om die studenten belachelijk te maken. Pabo-docenten die hun pupillen als 'brandhout' kwalificeren zijn er genoeg. Maar niet in Breda. Daar noemt men het niveau van de studenten 'een gegeven'. Een gegeven is ook dat de hele samenleving slordiger is gaan spellen. Theo Pullens, docent Nederlands in Breda, vermoedt dat de gemiddelde heao-student net zo slecht spelt als die op de pabo. Dat komt doordat spelling geen hot item meer is in het voortgezet onderwijs, grammatica evenmin. 'Ik heb alleen op de basisschool grammatica gehad', herinnert eerstejaars Dineke de Looff zich. Haar taaltest was een ramp. 'Ik weet echt niet meer wat een bijwoordelijke bepaling is of een onbepaald voornaamwoord. Dat is Arabisch voor mij.'

Ook de rekentest weerspiegelt wat in het voortgezet onderwijs gebeurt. Een havist heeft vier jaar lang geen breuken, procenten en oppervlakteberekeningen geoefend. 'Daarom krijgen de studenten flink wat herkansingen. Wij zien het als het niveau dat uiteindelijk moet worden bereikt', zegt directievoorzitter Cor Hammen in Breda. Een student die in Breda wordt weggestuurd, kan zijn geluk op een andere pabo beproeven. Naar schatting de helft van alle pabo's heeft bindende rekentoetsen ingevoerd.

Bloemkool niet belangrijk?

Nou dan kookt Petroesjka

nietsj.

Haal jij maar kroketten.

Kroketten op de fietsj.

De ramen van de aula staan open. De eersteklassers hebben koorzang. De Petroesjka-ballade schalt over de binnenplaats van de pabo. Vanuit de gymzaal klinkt de lambada. Met een hoogrode blos op de wangen geven drie pabo-studenten in zwartwit tenue een dansuitvoering voor hun klasgenoten. Op de derde verdieping wordt geboetseerd. In de gang krijgt de docent drama een paar zelfgemaakte poppenkastpoppen onder zijn neus geduwd. 'Kan ik ze nu bij u inleveren, meneer?'

Met zeventien schoolvakken heeft geen enkele hbo-opleiding zo'n breed curriculum als de pabo. Alle vakken die op de basisschool aan bod komen, horen op de pabo thuis. Daarnaast is er veel aandacht voor onderwijskunde en didactiek. De leerkracht basisonderwijs is een duizendpoot die ook moet kunnen zingen, gymnastieken en boetseren die bovendien tijdig signaleert dat een kind thuis problemen heeft, motorisch achterblijft of dyslectisch is.

Niet alleen het reken- en taalniveau van de pabo-student staat ter discussie. Volgens de Inspectie is het niveau van de gymlessen op de helft van de basisscholen onder de maat. Met als gevolg dat gymnastiek binnenkort door gespecialiseerde vakleerkrachten moet worden gegeven. Hetzelfde dreigt te gebeuren met muziek.

'Geen wonder', bromt Theo Wouters, muziekdocent in Breda. 'Vroeger hadden we drie uur muziek in de week. Dat is nu een uur per week. Daarin moet ook het notenschrift worden geleerd. Geen wonder dat de kinderen vals zingen en geen maat kunnen houden.'

De vakdocent die extra uren opeist, krijgt het meteen aan de stok met collega's die zich ook afgeknepen voelen. Want met 17 schoolvakken die in 22 lesuren per week moeten worden gepropt, komt niemand aan zijn trekken. De meeste pabo's werken met gemiddeld 14 contacturen. Zo krijgt de gemiddelde pabo-student één uur Nederlands per week. En één uur rekenen.

Wezenlijke veranderingen zijn alleen mogelijk als het aantal lesuren ter discussie wordt gesteld. Maar dat doet niemand. Niemand wil terug naar de 'ouderwetse' kweekschool met 28 lessen per week - waarvan vijf uur Nederlands. Misschien zijn de pabo's bang zich helemaal uit de markt te prijzen. Want in de schoolbanken zitten van negen tot vijf, dat willen hbo-studenten niet meer.

In Breda mikt men juist op minder lesuren. De student moet zelfstandig aan de slag. Achter de computer. In de mediatheek. In het atelier. Muziekdocent Theo Wouters gelooft er niet in. 'Zelfstandig werken is leuk voor academische types. Maar niet voor ons publiek. Dit zijn doeners, geen denkers. Het zijn sociale dieren, geen individualisten. Dat hoort ook bij dit beroep. Ze hebben elkaar nodig. Ze hebben de sturing van de lessen nodig. Vooral mbo-leerlingen.'

'Oh. Dus ik heb het goed gedaan?' Derdejaars Ellis Verbraeken kijkt verbaasd toe als de leraar handenarbeid haar penning ten voorbeeld stelt. 'Kijk. Deze heeft reliëf.' Maar Ellis is alweer vertrokken. 'De pabo is bezigheidstherapie. Schrijf dat maar op', sist ze op halfluide toon. Haar klasgenote Bianca van Mechelen: 'Het is hier allemaal zo oppervlakkig. Het is beslist geen hbo-niveau.'

Volgens enquêtes zijn pabo-studenten zeer tevreden. Maar wie op de pabo links en rechts een student aanschiet, krijgt een heel ander beeld. 'Er zijn zoveel praatvakken', verzucht eerstejaars Dineke de Looff. 'Dan moet je vertellen wat je voelt bij het getal 25 of 50 of 66. Ja, iedereen verzint maar wat natuurlijk. En een week later moeten we re-flec-teren. Dan willen ze weten of je gevoel bij het getal 25 in de tussentijd is veranderd.'

Derdejaars student Jantien Dhont heeft inmiddels een bloedhekel aan het woord reflecteren. 'Soms moet je wel vijf keer op hetzelfde reflecteren. Ik ga vaak naar huis met het idee: wat leren we hier nu helemaal? De tentamens stellen niks voor. Werkstukken krijg je vaak maanden later terug. Zonder cijfer, alleen met oké. Zonder enig commentaar. Wat leer je daar nu van?'

Daan Buijsen en Bob Nederpel vinden 40 procent van de lessen overbodig. Niet alleen vwo'ers, ook studenten die moeite hebben met de taal- of rekentoets, vinden de pabo 'niet moeilijk - wel veel werk'. Eerstejaars Inge Zegers: 'Laatst werden we gewaarschuwd dat we een heel moeilijk biologie-tentamen zouden krijgen. We kregen een plaatje van een boom met de vraag: wat is de kleur van de stam aan de buitenkant. En: tel de leeftijd van de boom aan de hand van het aantal ringen. Ik kon mijn ogen niet geloven.'

'De meeste tentamens had ik zonder leren ook wel gehaald', zegt Dineke de Looff, die haar opleiding weinig uitdagend noemt. 'Maar ik maak de pabo heus wel af hoor. Want ik wil kleuterjuf worden. En dat wil ik tot mijn 80ste blijven.'

Onderwijskundig directeur Jan Aarts begrijpt de kritiek wel. De pabo moet zich richten op de grootste gemene deler van de student. 'Maar dé pabo-student bestaat niet meer. We hebben vwo'ers, havisten, mbo'ers met een vierjarige vooropleiding en vanaf volgend schooljaar ook mbo'ers met een driejarige vooropleiding. Die laatste categorie schrikt zich wezenloos als ze merken dat ze achtplus niveau moeten hebben bij het verlaten van de pabo. We proberen steeds meer om alle studenten op maat te bedienen met verkorte programma's maar ook met bijspijkerlessen.'

De pabo's werken zonder morren mee aan het besluit van minister Hermans van Onderwijs de toelatingsnormen tot 2002 te verlagen. Al was het alleen maar om te voorkomen dat de bewindsman de pabo's negeert bij het vinden van oplossingen voor het lerarentekort, zoals destijds dreigde te gebeuren bij de zij-instromers uit het bedrijfsleven. 'Maar het is een hele klus om het eindniveau op peil te houden. Het is knagen aan de grenzen', zegt Aarts.

In het muzieklokaal zweet Jantien Dhont op de xylofoon. Ze heeft, samen met een clubje klasgenoten, een bestaand liedje van muzikale begeleiding voorzien. Een van de vele eindexameneisen. Ze hebben het zichzelf moeilijk gemaakt door een liedje te kiezen met veel akkoordwisselingen. Maar na een paar misslagen komt het er toch uit:

want aan het hoogste takje

groeit een klein gebakje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden