Manisch en in de cel: 'Er was toch niks aan de hand?'

Je bent manisch, de politie komt je met loeiende sirenes halen en je belandt in een cel: het overkwam Paula. Anneke Stoffelen sprak met haar en met medewerkers van ggz en politie.

Het cellenblok voor verwarde mensen in Utrecht. Beeld Mike Roelofs

Paula heeft haar koffers gepakt om op vakantie te gaan met haar moeder. 'Ik ben een tijdje weg', schrijft ze in een afscheidsbrief aan haar man en kinderen die klaarligt op de keukentafel. Maar net voordat ze de deur uitgaat om op reis te gaan, komt haar echtgenoot eerder dan verwacht het huis binnenlopen. Hij schrikt.

Paula, een gefingeerde naam, zit al een tijdje in een manische episode. Haar moeder is twee maanden eerder overleden. Sindsdien heeft ze een hysterische hoeveelheid energie en slaapt ze bijna niet meer. Nu ziet ze ook dingen die er niet zijn. Zoals haar moeder, die in het hoofd van Paula kennelijk weer leeft. Haar echtgenoot belt het intensieve behandelteam dat Paula begeleidt. 'Ze vonden dat ik opgenomen moest worden', vertelt Paula (43). 'Maar ik zag niet waar ze zo'n probleem van maakten. Ik weigerde mee te gaan, er was toch niks aan de hand? Toen werd de politie gebeld. Ik zat in een manie, dus ik herinner me niet alles. Wat ik wel weet, is dat ze met sirenes kwamen aanrijden. Ik probeerde via de achterkant het huis uit te vluchten, maar daar was ook ineens politie.'

Paula wordt door twee agenten vastgepakt en naar het busje geleid dat verderop staat. 'Voordat ze me het busje in leidden, werd mijn hoofd omlaag geduwd, zoals ze dat doen bij verdachten.'

Samenwerking

Samenwerking tussen politie en ggz werkt zijn vruchten af: verwarde mensen die een bedreiging vormen voor zichzelf of voor anderen worden minder vaak opgesloten in een politiecel.

In 2014 registreerde de politie 60 duizend incidenten met 'verwarde personen' - bijna de helft meer dan in 2011.

Op bureau Paardenveld in de Utrechtse binnenstad wordt ze in de arrestantenlift naar boven geleid. Daar wordt ze gefouilleerd en moet ze door een metaaldetector. Haar zakken moeten leeg, veters uit haar schoenen en sieraden af. 'Daarna werd ingevuld op een formulier welke spullen in beslag waren genomen. Ik moest het ondertekenen. Maar ik zag op dat papier staan: handtekening verdachte. Toen heb ik enorme stennis gemaakt. Ik bén geen verdachte, wie denk je wel dat je bent.'

Paula wordt door de agenten naar een cel gedirigeerd. Een hok zonder daglicht, met alleen een matje op de vloer en een zilverkleurige pot in de hoek. Bám, de dikke deur wordt dichtgeknald. 'Daar zit je dan, zoek het maar uit.'

Hoe lang het heeft geduurd weet ze niet, maar het moeten uren zijn geweest. 'Ik heb me vreselijk lopen verzetten. In de deur zit alleen zo'n klein luikje, met een belletje ernaast voor assistentie. Daar heb ik wel honderd keer op geduwd.'

Een lege cel voor verwarde personen in Utrecht. Beeld Mike Roelofs

Paranoïde

Door de waanbeelden is ze sowieso al achterdochtig. 'Ik had het idee dat iedereen me controleerde en achtervolgde. Als je dan als een crimineel in de cel wordt gezet, worden die waanbeelden ineens bevestigd door de realiteit: zie je wel, ze willen me pakken. Dat is beangstigend.'

Uiteindelijk komt er een psychiater die een gedwongen opname adviseert. De burgemeester geeft toestemming. Aan het eind van de middag wordt Paula naar een gesloten afdeling van ggz-instelling Altrecht vervoerd. Dit keer niet in een politiebusje, maar gestrekt op een brancard in de ambulance.

Het is anderhalf jaar later, en dankzij behandeling voor haar bipolaire stoornis en medicatie is ze opgekrabbeld. Nu zit hier een frisse blonde vrouw die haar ervaringen helder kan verwoorden. Paula werkt mee aan een artikel omdat ze wil laten zien dat psychiatrische problemen iedereen kunnen overkomen - ook een hoogopgeleide jonge moeder met een goede baan en een stabiel leven. Bovendien is ze nog altijd verbijsterd dat zij, die niks had misdaan, als een crimineel in een cel werd achtergelaten. 'Het is een van de zwartste dagen uit mijn leven.'

Hoort ze een politiesirene in haar buurt, dan schrikt ze zich te pletter. Kleine ruimtes mijdt ze. Als tijdens het interview een medewerker van Altrecht per ongeluk de deur van de kamer op slot draait, springen de tranen in haar blauwe ogen.

Om patiënten een dergelijke traumatische ervaring in de toekomst te besparen, zijn Altrecht en de politie in Utrecht een jaar geleden intensiever gaan samenwerken. 'Verwarde personen' die de politie aantreft, belanden nu tussen half 9 's ochtends en half 8 's avonds niet meer standaard in de cel. De agent belt eerst met de crisisdienst. Als die oordeelt dat zorg nodig is en de persoon niet gevaarlijk is of een strafbaar feit heeft gepleegd, kan de politie hem of haar direct naar Altrecht brengen.

'Het bespaart ons tijd', zegt Hans Slijpen, ggz-expert bij de politie Utrecht. 'Maar het belangrijkst is dat de patiënt zo sneller de hulp krijgt die nodig is.' In 30 procent van de gevallen belanden 'verwarde personen' niet meer standaard in een politiecel na een incident. De bedoeling is dat op termijn overal intensief wordt samengewerkt tussen de politie en de ggz.

In Amsterdam, waar verwarde personen in principe ook direct naar een ggz-afdeling worden vervoerd, maken agenten sinds december de inschatting of gezondheidszorg nodig is. Meestal gaat dat goed, zegt Kim Parker, sociaal psychiatrische verpleegkundige die de patiënten in Amsterdam opvangt. 'Wel is het voor de politie wat moeilijker om het onderscheid te maken tussen gedrag dat gevolg is van drugsgebruik en verward gedrag dat wordt veroorzaakt door een psychiatrische stoornis.'

De spreekkamer van ggz-instelling Altrecht in Utrecht. Beeld Mike Roelofs

Politie niet op stoel dokter

In Utrecht is het niet de agent, maar de ggz-medewerker die beslist of iemand terechtkan of niet. 'We waken er bewust voor dat de agent niet op de stoel van de dokter gaat zitten', zegt Slijpen. 'Altrecht heeft de deskundigheid om te bepalen wat passend is.' Voorwaarde is dat het veilig is voor de patiënt en ggz-medewerkers.

In Amsterdam is de eerste opvang bij de Spoedeisende Psychiatrie in een zorgcel waarvan de deur op slot kan. Maar het eerste gesprek bij Altrecht vindt plaats in een gewone spreekkamer, met een doosje tissues op tafel en een schilderijtje aan de wand. 'Dat kan alleen als iemand geen ernstig agressief gedrag vertoont', zegt Slijpen. 'Twijfelen we daaraan, dan blijven de agenten net zo lang assisteren bij de crisisdienst totdat de patiënt rustig is.'

Ongeveer 45 procent van de verwarde personen waar de Utrechtse politie bij wordt geroepen, komt niet meer in een cel terecht, maar meteen in de zorg. Carina Stigter, sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij Altrecht, denkt dat dit percentage door betere samenwerking omhoog kan naar 65 procent. 'Ook zouden we graag 24-uursdekking hebben zodat de politie ons ook 's avonds en 's nachts kan inschakelen, maar daarvoor zou extra geld nodig zijn.'

Met Paula is het nog een tweede keer misgegaan. Ook die keer komt ze in een manie terecht. 'Het rare is: manisch zijn is best leuk, alsof je voordurend high bent. Je slaapt niet en blijft maar doorgaan. Zelf zie je helemaal niet dat je een probleem hebt.'

Wederom wil ze niet worden opgenomen. Maar dit keer brengt de politie haar niet naar een cel, maar belandt ze dankzij de nieuwe werkwijze direct bij de crisisdienst van Altrecht. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige daar weet Paula ervan te overtuigen dat ze zich beter vrijwillig kan laten opnemen. Dat was eerder in de politiecel niet gelukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden