Manipulerende advocaten van O.J. Simpson

NOG STEEDS verkoopt 'OJ'. De zo begrijpelijke fascinatie in Amerika voor de processen tegen de van dubbele moord vrijgesproken Orenthal James Simpson is nog lang niet voorbij....

Het vervolg op 'de zoektocht naar gerechtigheid' van de ouders van de vermoorde Nicole Brown en Ronald Goldman in een rechtszaal in het aangename Santa Monica zal de belangstelling alleen nog maar verhogen. Iedereen beseft dat Simpson niet veroordeeld kan worden tot een gevangenisstraf, maar de toekenning van een grote schadeclaim zal ook beschouwd worden als een vorm van genoegdoening.

Het meeste werk in de boekhandels is trash, rotzooi, vluggertjes van geldwolven, goudzoekers en de bedrijvers van chequeboek-journalistiek. In die golf - voorzover bekend zijn minstens twintig boeken geschreven - valt slechts een handjevol op door de rol van de schrijver in het proces of de redelijke kwaliteit.

In In Contempt (een miljoen exemplaren) van de getormenteerde openbare aanklager Christopher Darden en The Search of Justice (vierhonderdduizend) van de ijdele advocaat Robert Shapiro staat veel oude kost, aangevuld met irrelevante jeugdherinneringen en halfslachtige verontschuldigingen.

De 36-jarige Darden, een man met zijn hart op de tong, was de enige zwarte in het team van openbare aanklagers en werd in de loop van het proces professioneel en emotioneel gemangeld. De belangrijkste verdedigers van Simpson, Shapiro en vooral Cochran, maakten van een betrekkelijk eenvoudige moordzaak een politiek debat over het racisme van de politie in Los Angeles. Simpson werd afgeschilderd als slachtoffer van een complot van racistische agenten, de nigger-hater Mark Fuhrman in het bijzonder. Bijgevolg was Darden in de ogen van vele zwarten een 'Oom Tom', een man die heulde met de vijand.

Darden had, begrijpelijkerwijs, grote moeite met het media-spektakel en de doorzichtige, maar effectieve pogingen van de verdedigers de openbare aanklagers te ontregelen en de jury te manipuleren. Zijn twijfels over de werking van het systeem waren voor de uitoefening van zijn werk echter niet relevant. Het punt is dat hij niet opkon tegen de oudere en gerespecteerde Cochran, die ook door Darden wordt bewonderd.

Darden schrijft veel over zijn ouders, zijn aan aids gestorven broer en de betekenis van de boodschap van Martin Luther King, maar nauwelijks over zijn eigen prestaties en verkeerde taxaties in de rechtszaal. De grootste fout van de openbare aanklagers was het oproepen van rechercheur Mark Fuhrman als getuige à charge. Darden en Clark hadden waarschuwingen dat Fuhrman 'een besmette, racistische agent' was in de wind geslagen. Dat verzuim was zonder enige twijfel een cadeau aan Simpson en de verdediging. Darden, die 1,3 miljoen dollar verdiende met zijn boek, heeft besloten niet terug te keren als openbaar aanklager.

Met zijn gevoelige sociale antenne begreep Robert Shapiro meteen dat de vrijspraak van Simpson slecht was gevallen in de gefortuneerde, grotendeels blanke gemeenschap waar hij zijn clientèle heeft. Er moest aan damage control worden gedaan en liefst onmiddellijk. Dat is de enige betekenis van zijn opportunistische flodderboek.

Dat doet hij vooral door zich te distantiëren van Cochran, de andere hoofdadvocaat, die buitengewoon handig en effectief van het moordproces een politiek debat over het racisme van de politie in LA maakte. Het was Cochran die het denken van politiefunctionarissen op één lijn plaatste met dat van Hitler. De joodse Shapiro schrijft achteraf het trekken van de raciale kaart te betreuren en diep geschokt te zijn door Cochrans slotpleidooi, waarin de onderdrukking van zwarten en het racisme van politieagenten met de holocaust en Hitler werden vergeleken.

Jeffrey Toobin, een van de nieuwe talenten van The New Yorker, toont echter overtuigend aan dat het juist Shapiro was die al een jaar voor het proces de rassenkaart trok. Uit zijn boek The Run of His Life blijkt dat Shapiro zich vanaf het eerste moment realiseerde dat zijn cliënt schuldig was en dat het openbaar ministerie over een sterke zaak beschikte. Er liep als het ware rechtstreeks een spoor van bloed van de plaats van de moord naar het huis van Simpson.

Hoewel nog niet helemaal besefte Shapiro al eind juni 1994 dat een snel proces in downtown Los Angeles de enige kans was voor Simpson. Hij wist dat de jury juist daar in meerderheid zou bestaan uit zwarten of latino's, die doorgaans slechte ervaringen hebben met de politie. Uit deze strategie vloeide het inschakelen van de zwarte, gerespecteerde Johnnie Cochran voort.

Zonder een spoor van concreet bewijs maakte Cochran er een duister, racistisch complot van. Toobin toont overtuigend aan dat die beschuldiging onzin was en uitsluitend werd ingebracht om de jury te misleiden. Hij verwijt de openbare aanklagers Clark en Darden deze strategie niet te hebben doorzien.

Vooral Marcia Clark dacht van het thema seksuele en geestelijke mishandeling het hoofdmotief te kunnen maken. Op grond van haar eerdere ervaringen met zwarte vrouwen in jury's dacht zij de overwegend vrouwelijke jury (tien vrouwen, twee mannen) makkelijk te kunnen overtuigen dat Nicole Brown het slachtoffer was geworden van mishandeling in een relatie. Simpson en Brown onderhielden immers een turbulente relatie en meer dan eens werd Nicole door OJ zwaar mishandeld.

Uit het onderzoek van Toobin blijkt echter dat juist de acht zwarte vrouwen in de jury daarvoor helemaal niet gevoelig waren. Hij reconstrueert het debat in de jurykamer en daaruit blijkt dat de zwarte vrouwen Nicole een slet vonden, die een voorkeur had voor zwarte mannen. Zij konden zich op geen enkele manier identificeren met de welgestelde, ogenschijnlijk vrolijk levende Nicole.

De totaal uit de lucht gegrepen beweringen van Cochran dat Simpson het slachtoffer was van racistische agenten, sloten naadloos aan bij hun eigen slechte ervaringen met de politie in LA. Seksisme woog minder zwaar dan racisme. Terecht verwijt Toobin de openbare aanklagers dat zij daarop geen afdoende antwoord hadden en grote vergissingen maakten. Ter vergoelijking moet gezegd worden dat het slordige recherche- en laboratoriumwerk de openbare aanklagers parten speelde.

De minder bekende advocaten van Simpson, DNA-specialist Barry Scheck in het bijzonder, wisten op knappe wijze kleine fouten bij het verzamelen van het bewijsmateriaal (bloed- en haarsporen) aan te tonen en daarmee 'gerede twijfels' te zaaien.

Dershowitz, hoogleraar in Harvard en topadvocaat, legt in zijn boek Reasonable Doubts haarfijn de juridische betekenis van dit begrip uit. Het is de enigszins rekkelijke kern van het Amerikaanse strafrecht. Dershowitz maakte korte tijd deel uit van Simpsons team en verdedigt uiteraard de uitkomst van het proces. Interessanter is echter zijn kritiek. Hij onderkent dat het proces ontaardde in een soap-opera, een mediagebeurtenis, waarin de jury werd gemanipuleerd. Hij legt, net als Toobin trouwens, de verantwoordelijkheid daarvoor grotendeels bij rechter Ito, die zich liet ondersneeuwen door manipulerende advocaten, en niet bij de media. Terecht constateert Dershowitz dat het mediacircus zich buiten de rechtszaal afspeelde en dat binnen Lance Ito de leiding had. Hij wijst er ook op dat de excessen uitzondering zijn en beslist niet typisch voor het systeem.

Dershowitz waarschuwt voor een snelle veroordeling van openheid en het jurysysteem. Het recht van iedere burger geïnformeerd te worden weegt op tegen de uitwassen van live-televisie. Openheid is ook een probaat middel tegen vooringenomen rechters, luie, stompzinnige advocaten en onbeschofte openbare aanklagers. En het jurysysteem is volgens hem toch het meest democratische en onafhankelijke systeem dat bedacht kan worden.

Afschaffing van de jury ten gunste van de rechter wijst hij af, omdat de onafhankelijkheid en integriteit van de rechter nooit gegarandeerd kan worden. Veeleer zou de kwaliteit van jury's verbeterd moeten worden door de mogelijkheid te verkleinen om de juryplicht te ontduiken. Vooral hooggeschoolden proberen aan deze plicht te ontkomen met een beroep op hun drukke werkzaamheden. Zij verliezen daardoor het recht kritiek uit te oefenen op de uitwassen van het systeem, aldus Dershowitz. In verschillende staten worden of zijn onlangs maatregelen genomen om ontduiking van de juryplicht aan te pakken.

Minder eenvoudig worden hervormingen als de rol van het geld ter sprake komt. Simpson kon zich een team van topadvocaten, deskundigen en detectives permitteren dat opgewassen was tegen het apparaat van de openbare aanklagers. Hij 'kocht' vrijspraak. Onbemiddelde verdachten zouden in gelijke omstandigheden na een proces van een week tot levenslang of misschien wel de doodstraf zijn veroordeeld. Het rechtssysteem kent tal van checks and balances en nieuwe technieken, zoals DNA-onderzoek, wat de positie van onbemiddelde verdachten versterkt. Maar op dit fundamentele mankement in het rechtsstelsel, de economische ongelijkheid van de verdachten, heeft niemand een afdoende antwoord, ook de briljante Dershowitz niet.

Oscar Garschagen

Christopher Darden: In Contempt.

HarperCollins, import Nilsson & Lamm; ¿ 54,60.

ISBN 0 06 039183 9.

Robert Shapiro: The Search of Justice.

Time Warner, import Van Ditmar; ¿ 52,40.

ISBN 0 44 652081 0.

Jeffrey Tobin: The Run of His Life.

Random House, import Nilsson & Lamm; ¿ 50,40.

ISBN 0 679 44170 0.

Alan M.Dershowitz: Reasonable Doubts.

Simon & Schuster, import Van Ditmar; ¿ 42,-.

ISBN 0 68 483021 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden