Maniaque motorique

Denis Lavant speelt in 'Holy Motors' elf personages, bezeten en overweldigend lichamelijk en zinnelijk.

Bankier, huurmoordenaar, rioolmonster: de Franse acteur Denis Lavant kan alles. Alsof hij dat op zijn 51ste nog moest bewijzen, speelt hij in Leos Carax' Holy Motors maar liefst elf verschillende rollen.


Dat rollenspel lijkt dagelijkse routine te zijn voor Lavants belangrijkste personage in de film: Monsieur Oscar. Volgens een strakke afsprakenlijst glipt Oscar in het ene kostuum na het andere, om als bejaarde bedelares de straat op te gaan, een rendez-vous te hebben met Kylie Minogue of in motion-capture-pak de liefde te bedrijven. En steeds kluistert Lavant je aan het scherm, in een alsmaar transformerende vertolking die reikt naar de oneindigheid.


Het zijn grote woorden, maar voor Lavant schiet dan ook iedere omschrijving tekort. Misschien wel omdat hij zo overweldigend lichamelijk en zinnelijk acteert, dat je er met woorden geen vat op kunt krijgen. Jaloersmakend lenig is Lavant, zoals hij in het luchtledige koprolt, op de rand van een brug balanceert, of tegen muren oploopt.


Wat niet wil zeggen dat Lavant, van oorsprong acrobaat en mimespeler en nog steeds voornamelijk actief in het theater, een soort menselijke aap is die knappe kunstjes doet. Het is eerder dat hij ook zonder tekst een acteerprestatie van grote klasse neerzet. 'Beweging is mijn moedertaal,' citeert het documentaireportret La duende au corps (Kévin Noguès en Ivan Stoetzel, 2008) Lavant treffend, en niemand die deze taal zo beeldend spreekt als hij.


Ruwe, marginale types

Dat werkt door in de personages die hij speelt. Met zijn pokdalige gezicht en even iele als gespierde verschijning vraagt Lavant bijna vanzelf om ruwe rollen die hem door de modder slepen of als een eenling in een bleke wereld plaatsen. Zijn personages zijn vaak introverte, marginale types die zich nauwelijks of niet met woorden uitdrukken. Vooral met zijn lijf boetseert Lavant hun karakter. Dat geldt voor de dakloze vuurspuwer uit Les amants du Pont-Neuf (Carax, 1991) en voor zijn misschien wel meest geziene optreden: de door een tunnel strompelende zwerver die in Jonathan Glazers videoclip bij Unkle's nummer Rabbit in Your Headlights (1998) auto's tot ontploffing brengt door ze tegen zijn majestueuze torso te laten botsen.


Wat in Lavants beste werk opvalt, is de bezetenheid die zich van hem meester maakt, alsof hij zich met huid en haar aan zijn personages overgeeft. Niet voor niets gebruikt hij in La duende au corps het Spaanse begrip 'duende', dat vooral in samenhang met flamenco wordt gebruikt. Het verwijst naar het moment waarop dansers en musici in hun samenspel boven zichzelf uitstijgen en een tranceachtige sfeer ontstaat. Naar een dergelijke trance is Lavant op zoek. Dat blijkt wel uit de bizarre bewegingsoefeningen die hij in La duende au corps uitvoert: klappertandend en met weggedraaide ogen slingert hij zijn armen omhoog; agressief trekt hij aan zijn haar en blaast zijn wangen zover op dat hij bijkans letterlijk uit zijn vel springt. Woeste meditaties zijn het, die opvallend dicht in de buurt komen van wat Lavant in zijn heftigste rollen presteert.


Zo speelt Lavant in Beau Travail (Claire Denis, 1999). de uitgerangeerde sergeant Galoup van het vreemdelingenlegioen, die met heimwee terugblikt op zijn voortijdig gestaakte dienstperiode. Klassiek is Lavants solodans aan het einde van de film, nadat Galoup wellicht zelfmoord heeft gepleegd. Lavant danst alsof zijn leven ervan afhangt, met een geïmproviseerde reeks armzwaaien, breakdanceachtige verdraaiingen, vervaarlijke sprongen en surrealistische pirouettes. Je moet het zien om het te geloven.


Symbiose met Carax

Dat geldt nog meer voor Holy Motors: elf verschillende rollen waarvoor hij in een krappe productieperiode het juiste gezicht en lichaam moest vinden, van een mensbeest dat door het riool scharrelt tot een huisvader die zijn dochtertje afhaalt van een puberfeestje. 'Het is te vergelijken met wat acteurs in de commedia dell'arte doen - zodra je het masker opzet, word je dat personage,' zei Lavant in een interview met The New York Times.


Aan dit caleidoscopische optreden ging jaren van schaven vooraf, beginnend bij de eerste film die Lavant en Carax maakten, Boy Meets Girl (1984). Met elke volgende productie groeide Lavants vermogen zich fysiek uit te drukken en werd zijn samenwerking met Carax alsmaar symbiotischer. Dat laatste realiseerde hij zich vooral tijdens de bejubelde première van Holy Motors in Cannes. 'Ik besefte toen dat ik hem als filmmaker volledig dien', zei hij in een interview.


Die liefde is onmiskenbaar wederzijds. 'Net als de cinema, ligt Denis' oorsprong in het theater, de kermis en het circus,' vertelt Carax. Hij vergelijkt het werken met Lavant met de opwinding die de eerste chronofotografen moeten hebben gevoeld, eind 19de eeuw, toen ze met hun camera's in opeenvolgende foto's voor het eerst beweging gingen vastleggen. 'Zijn lichaam is gebeeldhouwd als de atleten uit de chronofotografieën van Étienne-Jules Marey en als ik zijn bewegende lijf film, voel ik hetzelfde plezier dat Eadweard Muybridge moet hebben gevoeld toen hij naar zijn galopperende paard keek.'


Zo hoeft het niet te verbazen dat Carax zonder Lavant niet eens aan Holy Motors was begonnen, omdat hij onder de levende acteurs zijn gelijke niet kent. Hij zou het bij wijze van spreken eerder gezocht hebben in de expressieve acteurs van de zwijgende griezelfilm of slapstick. 'Als Denis nee had gezegd, zou ik de rol aan Lon Chaney of aan Charlie Chaplin hebben aangeboden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden