Maniak begeert tuinierende non

Soms verschijnt een boek op het verkeerde moment: net na of net voor een mode, te vroeg voor een bepaald soort literaire gevoeligheid of juist te laat....

Michaël Zeeman

Broeierigheid op het Zweedse platteland, volgens het blijkens talloze romans, toneelstukken en films ter plaatse aanbevolen verdrietig stemmende procédé. Dat wil zeggen dat er een penetrante geur van schuld en stiekemheid uit opstijgt, van krachtig onderdrukte begeerte die zich even later bruusk uit in akelige streken en slordige seks. Het is de wereld van verminkte verhoudingen tussen ouders en kinderen die onafwendbaar doorwerken in de volgende generatie; trauma als estafettestokje, bij voorkeur doorgegeven van zwijgzame moeder op autistische zoon, onder het gluiperig wakend oog van een al even contactgestoorde vader.

Het boek ademt, met andere woorden, de huiveringwekkende mentaliteit die benoorden Heerenveen begint en dan niet noemenswaard verandert voordat je de pool hebt bereikt. Mensen die samen zitten te eten, avond in, avond uit, en niet veel anders vernemen dan het tikken en krassen van hun messen en vorken op hun borden. In Begeerten van de ziel komt dat beangstigende beeld letterlijk voor.

Die zwijgzaamheid is zwaar geladen. Cora en Ernst zijn neef en nicht; híj lijdt aan vallende ziekte, zíj aan godsdienst waanzin. Wat erger is laat zich niet vaststellen; onwillekeurig hoop je na verloop van tijd dat beide kwalen besmettelijk zullen blijken, en dat die zeveraarster schuimbekkend omvalt of die koortsig schokkende maniak eindelijk zijn mond eens open doet. Hij begeert haar, maar ingebed in voorstellingen van oidipale aard of beelden van smerigheid, geweld, dood, bloed, pus. Zij ziet er niks in - en daar krijg je als je die stoethaspelende viespeuk in de weer ziet alle begrip voor. Omgekeerd begrijp je niet wat hij in die tuinierende non ziet.

Zelden zal de leuterpraat van het freudianisme op zo'n verlekkerde wijze door een schrijver omhelsd zijn. En dat is precies waarom je je ogen niet gelooft: zoveel clichés in taal, zoveel clichés in verhaal, dat kan haast niet waar zijn - tenzij het hier om een protestants-christelijke streekroman uit het interbellum zou gaan. Maar Christine Falkenland is een veel geprezen jonge Zweedse: die hebben de vrije liefde toch nagenoeg uitgevonden, dus waarom nu weer terug naar de stal, de angst en het vuile ondergoed? Heb ik een nieuwe trend gemist?

In haar poging de taal van deze uit de tijd getuimelde klinische gevallen te kruiden gebruikt Christine Falkenland zulke verschrikkelijke clichés dat het soms weer leuk wordt. Natuurlijk, 'gevoelens strijden om voorrang', 'blikken zijn gesluierd' en 'haar soepele tong was een levend dier tussen zijn tanden', maar die vieze gluurder ziet ook 'door een kier van de deur naar de bibliotheek hoe Cora half glimlachend haar poes zat te aaien'. Hoe ingenue kun je zijn als je in 1967 in Zweden geboren bent, hoe hopeloos van de leg?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden