Manet net niet

Sommige portretten van Manet zijn zo sensueel en verleidelijk dat je zin krijgt ze te kussen. Helaas zijn die momenten in de Royal Acadamy in de minderheid.

Eigenlijk lijkt een tentoonstellingsmaker wel een beetje op een portretschilder. Net als een portrettist geeft hij een beeld van een persoon, gebruikt hij daarvoor extern materiaal (kunstwerken) en laveert hij voortdurend tussen vleierij en waarachtigheid. Het is een duivels dilemma: aan de ene kant wil hij het mooiste, het beste, het visueel aantrekkelijkste tonen wat een kunstenaar te bieden heeft, aan de andere kant moet de selectie representatief, waarheidsgetrouw en eerlijk zijn.


Goeie testcase: Manet. Portraying Life in de Royal Academy in Londen. Deze tentoonstelling toont zestig genrestukken en portretten van de 19de-eeuwse schilder, tekenaar en flaneur Édouard Manet (1832-1883); sommige waren niet eerder te zien.


Je stelt je de totstandkoming van zo'n expositie voor. De droom: een blockbuster, een nieuwe visie op een oude meester, het Eerste Grote Overzicht in Groot-Brittannië in zus-en-zoveel jaar. De daad: transportkosten, beperkte bruiklenen, collega-musea die hun topstukken niet kunnen uitlenen. Het is het bekende verhaal van wetten en praktische bezwaren. Alleen: hoe pakt dat uit?


Nu is het onderwerp ontegenzeggelijk interessant. Als portrettist is hij niet te overschatten: een once-in-a-century-figuur. Je had kunst vóór hem en kunst ná hem en die twee waren niet hetzelfde.


Belangrijk was niet zozeer zijn rol als vaderfiguur voor de impressionisten (Manet exposeerde nooit met de groep en maakte slechts aan het eind van zijn leven enkele hardcore impressionistische werken) als wel zijn ambitie om de moderne wereld met oud-meesterlijke intensiteit te schilderen. 'Het is onze plicht', schreef Manet, 'om zo veel mogelijk uit ons tijdperk te destilleren zonder de prestaties van eerdere perioden te kleineren.' Een politiek verslaggever zou schrijven: hij was een bruggenbouwer.


Daar was wel het een en ander aan voorafgegaan. Weinig kunstenaars kregen zo veel tegenwind als Manet. Geweigerd door de Salon en beknord door critici en karikaturisten, leek zijn carrière voortijdig schipbreuk te lijden, tot hij, gesteund door bevriende schrijvers, een positie als aartsvader van de moderne kunst wist te bevechten: gelauwerd door de avant-garde, bewonderd door het grote publiek en geannexeerd door zo'n beetje elk denkbare kunsthistorische school. Door de formalisten, die de 'vlakheid' van zijn schilderijen zagen als de ontbrekende schakel tussen figuratieve en abstracte kunst (Clement Greenberg). Door marxisten, die Manets courtisanes en leeglopers hielden voor sociaal commentaar (TJ Clark). Door links-anarchisten, die zijn 'wrede machtsverhouding' met de kijker analyseerden (Michel Foucault). Door feministen. Het discours is rijk en overweldigend en, uiteindelijk, onbelangrijk. Je neemt er kennis van als van de informatie in een reisgids vlak voor je vakantie: geestdriftig - wetend dat je er eenmaal ter plekke nooit meer aan denkt.


Want dat is het gekke met Manet: sta oog in oog met zijn portretten en alle subtekst verdwijnt als dun Hollands polderijs onder een vroege januari-zon. Dan gaat het opeens om heel andere dingen, zinnelijke vooral. De schoonheid, de frisheid, de fonkelende details: het licht op de rand van een hoed, een dikke, donkere baard op een bleek, intelligent gezicht. Om de rare vignetten ook: een set Romeins wapengerij naast een gedekte eettafel, een tros druiven op het trottoir. De onbevangenheid bovenal. Manet schilderde, in een variatie op de Amerikaanse fotograaf Garry Winogrand, om te kijken hoe de wereld er geschilderd uitzag. En wij kijken mee.


Kijk hier: Le Déjeuner dans l'atelier, een schilderij uit 1868, olie op doek. Originele standplaats: de Neue Pinakothek in München. Het doek toont een eettafel - citroenen, oesters, koffie - met drie figuren: een bediende, een man met een hoge hoed, de kunstenaar Auguste Rousselin en, op de voorgrond, een jongen met stro-hoed die dromerig in het luchtledige staart, Manets zoon Léon. Strikvraag: is Le Déjeuner dans l'atelier een genrestuk gevuld met portretten of een portret waar een uitgebreide setting omheen is geschilderd? Het valt niet te zeggen eigenlijk en het is niet ondenkbaar dat dat precies de bedoeling was. Bij Manet wordt niemand iemand en iemand niemand. Zijn schilderijen ondermijnen sociale hiërarchie.


Kijk ook hier: Emile Zola (1868, Musée d'Orsay), een van Manets beroemdste portretten. Zola was een vriend van Manet, de schrijver verdedigde de schilder meerdere keren. Manet schilderde hem op de meest voor de hand liggende plek om een intellectueel te schilderen: in diens studeervertrek, tussen de boeken en reproducties van Olympia en Velazquez' Triomf van Bacchus.


Nog een strikvraag: is Emile Zola een stilleven met een man erin of een portret geschilderd als stilleven? Allebei en geen van beide, het is maar net hoe je kijkt. Manet schilderde mensen vaak als rekwisieten en rekwisieten als mensen. Bij hem is er nauwelijks verschil tussen levende wezens en dode dingen.


En kijk vooral hier, uit 1872, uit de collectie van Musée d'Orsay, de blikvanger van de tentoonstelling: Berthe Morisot au bouquet de violettes. Manet en Morisot waren bevriend en hij portretteerde haar in uiteenlopende hoedanigheden: en face, en profil, in bontmantel op straat, rouwend - het gezicht melancholisch steunend op een vuist, languissant in een fauteuil, op het balkon. Je kunt er een geschilderde biografie in zien. Maar een gefingeerde biografie. Manet was Morisots persoonlijke photoshop. Hij schilderde de kunstenares - op foto's vaak een pinnige chihuahua - altijd zachter en mooier dan ze in werkelijkheid oogde.


Berthe Morisot au bouquet de violettes toont haar op haar állermooist. Ze draagt een zwarte shawl, een zwarte hoed en een zwarte jas die losjes openvalt en die een driehoekje van roze vlees net onder haar hals onbedekt laat. Ze heeft leuke flapoortjes. Flirt ze? Ze flirt. Het doek is geladen met erotische spanning. Als een granaat die op het punt staat af te gaan. Voelbaar tot op de dag van vandaag. Hoe flikte Manet dat?


Het zit 'm vooral in de kleur. Die is ongebruikelijk polariserend. 19de-eeuwse salonschilders waren poetsers die kleurverschil graag mochten afzwakken met een keur aan tussentonen. Narratief nuttig, maar schilder-technisch vlak. Zo niet Manet. Hij zet de contrasten juist lekker vet aan. Hij laat de hoogste en de laagste kleurwaarden in Morisots gezicht - de brug van de neus, een streng, krullend haar - frontaal botsen. Het resultaat is een portret zo sensueel en verleidelijk dat je gewoon zin krijgt om het te kussen.


Het moet opgemerkt: in de Royal Academy zijn zulke momenten niet in de meerderheid. De tentoonstelling toont verschillende facetten van Manets sociale leven: de familie, de geletterde vrienden, modellen, Victorine Meurent. Wat die facetten illustreren is veel en weinig tegelijk. Niet: Olympia, Dejeuner sur L'Herbe, Le Chanteur Espagnol, Le Balcon, Le Joueur de fifre, L'Exécution de Maximillien, Un Bar aux Folies Bergère- genrestukken zijn sowieso dun gezaaid in deze tentoonstelling. Wel: Le Chemin du fer en Portrait de Stéphane Mallermé plus een heleboel werken die danwel misbaar danwel misplaatst danwel een belangrijk overzicht onwaardig zijn: vingeroefeningen, uitprobeersels, wat tandeloos impressionisme hier, enkele poezelige pastels daar. Dat is teleurstellend.


Manet. Portraying Life maakt een bijeengeraapte, bij wijlen willekeurige indruk en toont de schilder als een minder goede kunstenaar dan hij was. Eigenlijk heeft ze - om de schilder-tentoonstellingsmaker-analogie nog eens van stal te halen - veel weg van een portret door een amateur: matig van tekening, met veel onnodige details en gevat in een protserige omlijsting. Een moeilijk portret eigenlijk. Zelfs op een mindere dag had Manet dat beter gedaan.


Manet had een Nederlandse vrouw: Suzanne Leenhoff (1829-1906) uit Delft. Zij was de pianolerares van Manets broertjes en kreeg in 1849 een relatie met de schilder. Suzanne figureert op verscheidene schilderijen: in 17de-eeuws kostuum, aan de piano, liggend in een weiland, met de kat op schoot. In 1852 kreeg zij een zoon, Léon, die ook als model diende. Officieel was ene Koëlla (over wie niets bekend is) de vader, maar er gingen geruchten dat het kind van Manet zou zijn. Of van Manets vader.


Édouard Manet

Édouard Manet (1832-1883) was een van de belangrijkste Franse schilders van de 19de eeuw. Zijn vader was ambtenaar bij het ministerie van Justitie, zijn moeder een diplomatendochter.


In 1848 voer Manet met de burgermarine naar Brazilië. In 1849, terug in Parijs, ging hij in de leer in het atelier van Thomas Courture, een succesvolle salonschilder. Manet was bevriend met Courbet, Monet, Degas, Renoir, Baudelaire, Zola, Mallarmé. Zijn werk werd geweigerd op de Salons van 1859, 1863, 1865, en 1869 (maar geaccepteerd in 1861, 1864, 1866, 1868 etcetera). Zijn werken Olympia (1863) - model Victorine Meurent als courtisane - en Le déjeuner sur l'herbe (1863) - picknick met naakt - waren succès de scandales en werden in de pers geridiculiseerd. Manet overleed op 51-jarige leeftijd aan syfilis.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden