'Mandela raakte mij meteen diep'

De lange onderhandelingen in Zuid-Afrika tussen de blanke president De Klerk en Mandela slaagden dankzij beider jonge adviseurs. Bij het vissen begon een bijzondere vriendschap.

JOHANNESBURG - Twee mannen gaan vissen. Samen, zoals vrienden dat wel vaker doen. Alleen, dit zijn geen vrienden. De verschillen tussen beiden kunnen haast niet groter zijn. Totdat een van hen een vishaak in zijn vinger krijgt. Hij bloedt. 'Laat me je helpen', zegt de ander. Het is het begin van een vriendschap. En van vrijheid, voor een heel land.


We zijn in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. Nelson Mandela is vrijgelaten uit de gevangenis, het apartheidsbewind van president De Klerk weet dat zijn dagen zijn geteld. 'Madiba' is dan al het symbool voor een natie die snakt naar verandering. Maar het zijn vooral de twee mannen die daarvoor met elkaar in de slag moeten.


De een heet Cyril Ramaphosa. De ander Roelf Meyer. De een is zwart, geboren in Soweto, en topman binnen het African National Congress, het ANC, wat dan officieel nog de bevrijdingsbeweging is. De ander is blank en namens de Nasionale Party, de partij van de apartheid, minister voor Grondwetszaken.


Roelf Meyer (1947) is een kind van boerenouders. Hij is geboren in Port Elizabeth, in het oosten van het land. Meyer is als rechtenstudent voorzitter van de conservatieve 'Afrikaanse Studentebond'. Al met al een tamelijk doorsnee-Afrikaner. Maar langzaam gaan zijn ogen open voor de werkelijkheid van de apartheid. Uiteindelijk belichaamt Meyer wat 'verandering' kan betekenen. Al bleek het een lang proces.


Feestje tot diep in de nacht

Samen met Ramaphosa was Meyer de belangrijkste man in de onderhandelingen voor een democratisch Zuid-Afrika. Toen zij tot een akkoord kwamen, lang nadat zij samen voor het eerst hadden gevist, en na jaren waarin de spanning en het geweld binnen de samenleving soms bijna het kookpunt bereikten, vierden zij tot diep in de nacht een feestje. De blanke Meyer was cruciaal voor de dood van het blanke apartheidsbewind. Daarmee, zo meent hij, werden niet alleen de zwarten bevrijd, maar ook hijzelf.


In zijn kantoor in Johannesburg spreekt Roelf Meyer, een bescheiden, grijze maar vitaal ogende man, met de Volkskrant over wat de erfenis van Nelson Mandela voor hem betekent. In dat kantoor zetelt ook Ramaphosa. Zij zijn nog steeds vrienden en inmiddels zakenpartners in een consultancy-firma.


'De allereerste keer dat ik Mandela ontmoette, was in Kaapstad, tijdens de zogeheten Groote Schuur-ontmoeting. Die vormde het begin van de onderhandelingen, in mei 1990. Het was voor mij een indrukwekkende ervaring, ondanks de enorme spanning die tussen de partijen voelbaar was. Bedenk wel: niemand wist nog hoe de zaken zouden uitpakken. Van vertrouwen was nog weinig sprake.


'Maar ik raakte diep onder de indruk van Mandela, zoals de rest van de wereld dat natuurlijk al was. Hij straalde niet alleen gezag uit, hij oefende dat ook toen al uit. En dat werd mij daar bij die bijeenkomst al duidelijk.


'Stel je voor, de organisatie van de ontmoeting was in handen van de regering, waarvan ik zelf dus lid was. De catering werd verzorgd door de krijgsmacht. En omdat we dienstplicht kenden, zaten daar een hoop blanke jongemannen in, die ook de bediening deden.


'Bij de laatste lunch stonden ze allemaal voor Mandela in het gelid en wilden ze allemaal een handtekening van hem. Jongens van negentien, twintig jaar, die hem nog nooit in levenden lijve hadden kunnen zien, die alleen maar hadden gehoord over 'die terrorist' die in de gevangenis zat.


'Ik besefte toen, ondanks de spanning: als er één persoon is die de transformatie mogelijk kan maken, is hij het. Vanwege zijn persoonlijkheid, de manier waarop hij ons persoonlijk de weg vooruit toonde, de weg naar een land waarin we echt met elkaar samen konden leven en de verzoening bereiken. Maar ook door zijn visie, en zijn natuurlijk gezag als leider.


'Van de strijd van zwarten in ons eigen land waren wij Afrikaners ons lange tijd nauwelijks bewust. Dat Nelson Mandela in de gevangenis zit, was niet veel meer dan een gegeven, niet iets waarover we fel discussieerden. Politiek speelde sowieso geen grote rol en bij de apartheid stelde niemand zich vragen. Verwoerd was onze grote held, niet als architect van de apartheid, wat hij natuurlijk was, maar als iemand die Zuid-Afrika uit het Gemenebest liet stappen en de Britten zo nog een trap na gaf.


'Toen ik politiek bewust begon te worden, steunde ik de apartheid. Ik profiteerde er immers van. Maar in het midden van de jaren zeventig begon ik mijzelf vragen te stellen. Niet zozeer over de gevangen Mandela als persoon, maar over het soort bewind waarmee wij Afrikaners de Zuid-Afrikaanse samenleving in onze macht hadden. En die macht ook steeds meer betwist zagen worden. Door internationale sancties, door de sterke naam die het ANC in het buitenland had, en door de toenemende binnenlandse onrust, zeker na de opstand van de jeugd in Soweto, in juni 1976.


'Voor mij was het een geleidelijk proces. Pas in 1989, een jaar voor de vrijlating van Mandela dus, was dat proces voltooid. En toen Madiba eenmaal werd vrijgelaten, was dat voor mij persoonlijk de normaalste zaak ter wereld.


Een wijs man, soms aangebrand

'Hier kwam iemand uit de cel die niet bol stond van wrok, maar een wijs man bleek te zijn. Natuurlijk, ook Mandela had zijn tekortkomingen. Hij kon in discussies snel aangebrand zijn. Hij kon, zeker tegenover De Klerk, zich ook bijzonder grof opstellen. Heus, hij was soms verre van perfect - maar hij was typisch genoeg ook altijd de eerste om dat te erkennen. Maar in zijn deugden was hij het bijzonderste individu dat ik ooit heb ontmoet.


'Als president was hij er altijd voor je, voor advies en om je als minister te steunen. 'Laat ons morgen met z'n tweeën ontbijten', zei hij dan. Ach, dat zijn prachtige herinneringen.


'Nu, na zijn dood, kun je zeggen: ja, het leven is voor alle Zuid-Afrikanen beter geworden. Maar de transformatie is natuurlijk nog verre van compleet. Ik zei in 1994 dat we daarvoor vijftien jaar nodig zouden hebben. Dat zeg ik nu weer en misschien moet ik het over vijftien jaar nog steeds zeggen. Het is een proces.


'Je ziet dat vooral de jongeren, de generatie van na de apartheid, steeds beter de omgang met elkaar vinden. Werkloosheid, armoede en uitzichtloosheid blijven enorme gevaren voor de integratie. Maar de intenties zijn voor altijd veranderd. Dat danken we allemaal, ieder van ons, aan Mandela.


'En ik geloof ook dat zijn erfenis sterk is; ik ben niet bang dat die na zijn dood snel verdwenen zal zijn. Mandela is en blijft onze gezamenlijke held. Ik ben geen dichter en vind het dan ook moeilijk om in een paar woorden kernachtig te zeggen wat zijn erfenis is. Maar laat me het hier op houden: Nelson Mandela is erin geslaagd om de echte Vader van de natie te zijn. Een vader. Voor iedereen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden