Manana

Manana is een mooi principe. Wat niet is, kan komen. Morgen weer een dag. Wat in het vat zit, verzuurt niet....

Manana.

Rincón de la Victoria is een stad iets ten oosten van Malaga. Er is niets te beleven. Er staan flats, en er worden nog meer flats gebouwd. Er is een drukke hoofdstraat die vlak langs het strand loopt. Zowel strand als straat zijn onaantrekkelijk. Het zand op het strand is donker als nat cement.

Goed.

Het is 5 uur in de middag. Het is nog steeds erg heet, maar de eerste winkels gaan al weer open. Bij een kleine kiosk op een straathoek informeer ik hoe laat de sigarenzaak, iets verderop, open gaat. Ik doe dit door naar de winkel te wijzen, op mijn horloge te tikken en hulpeloos te kijken. Het meisje in de kiosk, ze past er nauwelijks in, zo dik is ze, en zo vol met snoep haar winkeltje, steekt vijf vingers op. Maar om 10 over 5 is de tabaco nog niet open.

Op naar het café.

Het is er niet druk, maar op het enorme plasmascherm achter in de zaak is een stierengevecht bezig. Ik neem plaats tussen twee bejaarde heren en kijk een tijdje – het ziet er somber uit voor de stier. Om half 6 vraag ik aan de ober hoe laat de tabaco open gaat. Zonder aarzelen steekt hij vijf vingers op. Ik slof zo ontspannen mogelijk naar de sigarenboer. Die blijkt nog steeds gesloten.

Een mens gaat in dit soort situaties aan zichzelf twijfelen, is mijn ervaring. Heb ik het meisje en de ober goed begrepen? Is het mogelijk dat ze morgenochtend 5 uur bedoelen? Loopt mijn horloge niet goed? Ik duw het klokje tegen mijn oor en hoor het tikken. Dat is al heel wat, maar het neemt de twijfel niet weg. Ik kijk om me heen, maar zie nergens een uurwerk hangen. Bij de bushalte staat een vrouw met een poedel onder haar arm. Er knettert een scooter voorbij.

Geduld, spreek ik mezelf moed in.

Om de tijd te doden, kuier ik door de hoofdstraat: geldautomaten, een bakker, een viswinkel, een paar kroegen, een kledingzaak, een tandarts, kiosken van Once waar je lootjes kunt kopen, een boer met een kruiwagen vol cactusvruchten, een makelaar, een bouwput – als iets de Spaanse kust definieert is het dat wel. Overal hijskranen, cementmolens en beton. En mensen met te weinig kleren aan.

6 uur.

Ik meld me opnieuw bij de tabaco. De zaak is nog altijd gesloten. Opmerkelijk is dat er niemand voor de deur staat te wachten. Ik ben de enige die kennelijk op dit tijdstip behoefte heeft aan tabak. Of het roken ligt hier behoorlijk aan banden, dat kan ook. Ik steek de straat over naar het internetcafé.

Er staan vijf oude computers tussen slordig getimmerde schotten. Alle vijf zijn bezet door Spaanse pubers die koortsachtig zitten te msn’en. Communicatie is het enige dat nooit kan wachten. Het komt op als poepen, zou mijn moeder zeggen, en dan moet er onmiddellijk gebeld, gechat of geluld worden, instant bevrediging van niets. Wat dat betreft bestaat manana niet meer, zelfs niet in Spanje.

Ik slof terug naar de tabaco, nog steeds gesloten. Ik ga op de drempel zitten en leun tegen de verweerde rolluiken. Een bus stopt bij de halte en de vrouw met de poedel stapt in. 5 uur is een rekbaar begrip, zo concludeer ik als de dieseldampen zijn opgetrokken. De conclusie stemt nederig, en dat is best fijn. Manana komt toch, altijd, dichterbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden