Managers

Even iets uit de oude doos. Mijn moeder zei vroeger met enige regelmaat: ‘Wat hebben we het toch goed, hè?’ Dan zaten we met het hele gezin aan te tafel te smikkelen....

Slavinken.

Een variant op de uitspraak, ook van mijn oude moeder: ‘We hebben het veel te goed.’ Dan zaten we ook aan tafel, en zat iedereen met lange tanden te eten. Of er was ruzie.

Nog een tekst van vroeger: ‘Wees blij dat je de oorlog niet hebt meegemaakt.’ Ik durfde dan nooit te zeggen dat ik die oorlog ontzettend graag wél had meegemaakt. Een verzetsheld was ik dan geworden, type Gerrit van der Veen: overal een meisje, en af en toe een mof omleggen in de wetenschap dat er later een straat naar je wordt genoemd.

Vooruit, omdat ik nu toch bezig ben: ‘Godverdomme, er zou weer eens een oorlog moeten komen.’ Dat was altijd mijn vader die zich zo uitdrukte, maar hij nam het natuurlijk op voor de slavinken van mijn moeder – die verdienden best wat meer sympathie, ook als ze aangebrand waren. Dan deed je maar net alsof ze niet zwartgeblakerd waren!

Van die dingen.

Nog eentje: ‘Denk eens aan de kinderen in Biafra, die hebben helemaal niets!’ Het zal een jaar of 35 geleden zijn dat ik die woorden hoorde, en nog steeds weet ik niet waar dat verdomde Biafra ligt. Bestaat het nog wel?

Ik moest hieraan denken toen ik gisteren in de krant las dat jonge managers tegenwoordig liever niet doorstromen naar de top van het bedrijfsleven. Ze beginnen weliswaar vol goede moed en brandend van ambitie, maar zo rond hun 35ste willen ze niet verder meer.

Lid van de raad van bestuur? Sorry, liever niet.

Chief executive officer? Nou nee, dank u wel.

De jonge manager van 2008 wil zijn tijd doorbrengen aan het thuisfront. Je hoort het zo’n jongen op vrijdagmiddag zeggen als het bier rondgaat. ‘Ik ga ervandoor. Het thuisfront roept.’

Tsja.

Ik stel me bij het thuisfront altijd een legioen vermoeide vrouwen voor die in het belang van de oorlogvoering granaten vullen met kruit, maar dat is dus helemaal het verkeerde beeld. Het thuisfront is heel iets anders; het is lekker samen klungelen met het vrouwtje, dat ook drie keer modaal per jaar binnensleept, en samen op zaterdagochtend met de kinderen naar de Birckenstock-speciaalzaak om gezondheidssandalen te kopen.

Een andere associatie die ik heb bij het begrip thuisfront is die van eeuwige strijd: als je nou ergens fronten hebt die onverzoenlijk tegenover elkaar liggen en elkaar permanent bestoken, dan is het wel thuis. Het huwelijk is per definitie oorlog, volgens mij.

‘Het thuisfront roept.’

Er klinkt weinig vreugde in door, als je er lang naar luistert, maar toch is de emancipatie inmiddels zo ver gevorderd dat 70 procent van de jonge managers geen carrière meer wil maken. Ze zitten op kantoor de hele dag op hun horloge te kijken om zo snel mogelijk weer weg te kunnen. Ze arriveren zo laat mogelijk en brengen het eerste halfuur door op het toilet. Daarna gaan ze mailen en sms’en met hun vrindjes om vipkaartjes voor het EK te regelen.

‘We hebben het veel te goed’, hoorde ik dus mijn moeder gisteren verzuchten. En daarna kwam mijn vader met een pleidooi voor een nieuwe oorlog, dat zal ze leren.

Gelukkig las ik ook in de krant dat premier Balkenende kenniswerkers uit het buitenland wil importeren. Dat is tenminste een man met een vooruitziende blik. Die weet nu al dat straks geen enkele jongen van Jan de Wit nog een spat wil uitvoeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden