Man van de lange adem

Mart Spiro wist door uit de trein te springen te ontkomen aan het transport naar het vernietigingskamp Auschwitz. Zijn ouders zag hij in de trein voor het laatst....

Mart Spiro, op 21 december op 83-jarige leeftijd in Leidschendam overleden, was een psycholoog, bestuurder en weldoener die – 18 jaar oud – in september 1942 als een van de eerste joden op transport naar Westerbork werd gezet. Hij vroeg zijn vader of hij mocht proberen uit de trein te springen. Bij Zwolle is het gelukt, hij sloeg een oude heer die hem tegenhield knock-out en sprong uit het raam. Zijn beide ouders stierven in Auschwitz. Mart werd ondergebracht op een onderduikadres bij een streng gereformeerde onderwijzeres, samen met twee vrouwen die voortdurend ruzie hadden. In de tweeënhalf jaar dat hij er zat, las hij de complete Goethe en Schiller.

Hij was in een gegoed joods-liberaal gezin in Hilversum geboren. Zijn vader had een groothandel in lampenkappen en fournituren, maar hield meer van muziek. Zijn moeder was lerares Duits en een uitstekend tennisster. Mart en zijn oudere broer Joop gingen naar een privéschool en daarna naar het Nieuw Lyceum, waarvan zijn vader medeoprichter was. Hij hockeyde, en tenniste op het Melkhuisje. Thuis lazen ze de kinderbijbel, pas na 1933 ‘begonnen we iets van ons joods-zijn te merken.’ Zijn vader hielp Duitse familieleden naar Amerika te vluchten, maar zag geen reden om zelf te vertrekken. Het gezin verhuisde wel, in 1939 toen de zaken wat minder gingen, naar Amsterdam-Zuid. In de zomer van 1941 werd Mart als jood uit de tennisclub gezet. Een maand later moest hij ook weg van het Amsterdams Lyceum. Namens de joodse leerlingen (ruim 20 procent) bood hij geëmotioneerd de directeur, die snel daarna door de Duitsers werd afgezet, een boek aan. ‘Over onderduiken werd niet gesproken, vrijwel iedereen dacht: blijf zitten waar je zit en verroer je niet.’ Toen zij van huis werden gehaald was zijn vader ervan overtuigd dat hij als lid van de Hervormde Kerk meteen zou worden vrijgelaten. De papieren werden echter verscheurd.

Na de bevrijding meldde Mart zich bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij werd tolk en zag zijn naar Canada gevluchte broer terug. Toen hij zijn beklag deed over een vaandrig die hem had uitgescholden voor vuile rot jood, werd hij overgeplaatst.

Zijn eerste vrouw, Nel, verzwakt door de oorlog, stierf in 1956. Een jaar later trouwde hij met een katholiek Brabants meisje, Mien Kocken, die hij op zijn werk had ontmoet. Ook hij werd katholiek. Ze kregen vijf kinderen en verhuisden naar Leeuwarden, waar hij directeur Geestelijke Volksgezondheid Friesland werd. Hij was een pionier, altijd bezig, speelde met de kinderen, schaatste en werd Fries tenniskampioen. In 1965 werd hij directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze in Den Haag. ook was hij voorzitter van het Nederlands Instituut voor Psychologen en Lid van de Leidse Universiteitsraad. Hij verliet de kerk, werd als pacifist gedeputeerde voor de PPR in Zuid-Holland. Toen zijn zoon Menno van zijn zakgeld speelgoedsoldaatjes kocht gooide hij – die zelf als kind tinnen soldaatjes had gegoten – ze boos in de prullenmand. Hij hielp politieke dissidenten uit Oost-Europa met onderdak, werk en verblijfsvergunning. Hij had een vaste dagindeling, kon niet tegen verrassingen en emotie. Tot na zijn 70ste bleef hij hockeyen en tennissen . ‘Hij was’, zei zoon Menno, ‘een man van de lange adem, hij kwam altijd terug, ook uit een schijnbaar verloren positie. Verliezen was zijn eer te na.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden