Man op aarde

Vijf dagen door een verlaten berggebied trekken als mannen onder elkaar - geen vrouwen, geen smartphones, geen onzin. Daar knapt de moderne stadsman van op, merkt Julien Althuisius.

BAF!


Het houtblok splijt met een droge klap in tweeën. De twee stukken vliegen een meter van elkaar in het gras. Ik pak een ander houtblok, ik hef de stalen bijl tot boven mijn hoofd en laat hem, zonder veel kracht te zetten, weer vallen: BAF. Als stadsjongen heb je niet zoveel met bijlen. Ik ken ze uit nare nieuwsberichten of als filmrekwisiet om er een gat mee in een badkamerdeur te slaan. Maar dit is anders. Ik ram met ontbloot bovenlijf stukken hout in tweeën alsof er geen morgen is.


Het is verslavend. Blok na blok gaat eraan en hoewel ik slechts twee uur vliegen verwijderd ben van Nederland, vergeet ik al mijn sores. Naderende deadlines, interviews die ik nog moet uitwerken, nieuwe ideeën verzinnen en die laffe automaatkoffie bestaan niet meer. Mijn handen, normaal gesproken op muis en toetsenbord, omklemmen de houten steel van de bijl. In het blad staat de merknaam gegrift: 'The Great Divider'. Zo voel ik me ook.


We zijn in de Val d'Otro: een vallei in de Italiaanse Alpen, tegen de grens met Zwitserland aan en aan de voet van de Monta Rosa, de op een na hoogste berg van Europa. Glooiende groene heuvels met paardebloemen, ondoordringbare bossen en een woeste stroom ijskoud bergwater die uitmondt in de rivier de Sesia. Veertien mannen, bijeengebracht door psycholoog Jaap Duin (29) en huisarts Raymond Landgraaf (34), die ook arts van het lokale bergreddingsteam is. Zij organiseren expedities voor mannen die even weg willen uit het stadse bestaan; weg van kantoortuin, woon-werkverkeer en nieuwbouwwijk. De natuur in, afzien, simpel eten, geen media, geen bullshit: vijf dagen Ctrl-Alt-Delete.


We vliegen op Milaan. Modehoofdstad, maar wij stappen de aankomsthal in met afritsbroeken, fleecetruien en bergschoenen. In onze rugtassen zit thermokleding, slaapzakken, matjes en nog meer dingen die je nodig schijnt te hebben voor een paar dagen Into the wild. In het dorpje Alagna Valsesia, waar Raymond Landgraaf sinds enkele jaren met zijn gezin woont, nemen we plaats aan een lange houten tafel op een grasveldje. Ieder heeft zijn eigen verhaal. Er is de KNO-arts die zijn leven drastisch heeft omgegooid. De eigenaar van een sales-detacheringsbedrijfje, vader van twee jonge kinderen en net gescheiden. Een jongen van begin twintig die niet weet wat hij met zijn leven moet. De meest gehoorde reden: 'even uit het hoofd, in de natuur'. Jaap en Raymond benadrukken dat de komende dagen alles mag en niets moet. 'Wil je praten, dan praat je. Wil je niets zeggen, dan zeg je niets.'


Na een galgenmaal van kaas, worst en brood (alles uit de regio) gaan de backpacks weer op de rug. Onder het mom 'digital detox' leveren we onze telefoons in. Ik zie mijn iPhone - waar ik mee op sta en naar bed ga - in de achterzak van Jaap verdwijnen. Een gebeurtenis die lichte paniek oproept. We gaan de berg op, richting de vallei. Iemand roept: 'mannen, vanaf nu is het ieder voor zich'. We lachen. Nu nog wel. De steile klim door een bos is gelijk een kennismaking met de eigen conditie: al na een paar minuten loopt het zweet over mijn voorhoofd. Bij iedere tussenstop werp ik de loodzware rugtas (wat heb ik in godsnaam allemaal meegenomen?) af en kijk hijgend naar boven.


Ik weet niet meer wie, maar er was ooit een filosoof die zoiets zei als: 'hoe beklim ik de berg? Gewoon, door er op te klimmen'. Stap voor stap, ademtocht na ademtocht, loop ik naar boven. Het ritme van mijn Timberlands op het bospad en de aanhoudende inspanning zorgen ervoor dat mijn hoofd ophoudt met tegenstribbelen: ik kom in een soort meditatieve toestand waarbij ik niet vooruit denk, niet terugkijk, maar alleen die volgende stap zet.


Eenmaal boven smijt ik de rugtas op de grond en ga in het gras liggen. We zijn in een Milka-reclame beland: lichtgroene heuvels van enkelhoog gras bezaaid met bloemen, een horizon van besneeuwde bergtoppen en een paar oude houten huizen. Ik verwacht blonde meisjes met vlechten die ons in klederdracht glazen melk komen brengen. Maar we krijgen geen melk. En er zijn ook geen blonde meisjes. Wel is daar Luca, een vriendelijke geitenherder die ons meeneemt naar zijn 'kantoor': een boerderij van vijfhonderd jaar oud op een berghelling op 1.600 meter hoogte, opgetrokken uit hout en met een half afgemaakt dak van zware leistenen. We eten zelfgemaakte pizza met zelfgemaakte kaas uit een zelfgemaakte steenoven. Waar de rode wijn vandaan komt, interesseert niemand meer.


Mannen, vinden organisatoren Raymond en Jaap, moeten af en toe weer even man zijn. Otro Elements stuurt je met je blote poten de natuur in, laat je je in het zweet werken, je grenzen opzoeken en voor je eigen eten zorgen. Afzien als ontspanning.


Kan dat niet als er vrouwen bij zijn?


Natuurlijk wel, maar de sfeer binnen een groep mannen is nou eenmaal anders. Dan is het niet meer belangrijk hoe je haar zit, hoe dik je buik is of hoe gevat je opmerkingen zijn. En dat voelt ontspannen, geborgen. In onze groep - de meesten kenden elkaar niet - blijken geen macho-types te zitten. Geen geschreeuw, geen stoere praat over voetbal, bier en tieten: nog voordat de eerste stappen zijn gezet gaat het gesprek over verliefdheid en wordt Freud geciteerd (nou ja, uiteindelijk gaat het ook over voetbal).


We maken kennis met Checco, een vijftiger met een grijze bos krullen en borstelige wenkbrauwen die uit een Fellini-film lijkt weggelopen. De berggids van Val d'Otro - er gebeurt niets in de vallei dat hem ontgaat - werpt zich op als onze gids. Een paar mannen gaan houthakken, de rest trekt de vallei in om een zweethut te bouwen. Onder leiding van de - uit Nederland overgekomen - sjamaan Michael Steinau bouwen we een kleine hut van takken die we dicht maken met dekens. Daarnaast maken we een groot vuur om straks gloeiend hete stenen in een kuil in de hut te kunnen leggen. Maar eerst vraagt Michael ons een uur voor onszelf te nemen, even voor je uitstaren, het hoofd een beetje leegmaken, ontspannen. Dan kleden we ons uit.


Om me heen is het donker. Donker als in: je ogen open hebben maar helemaal niets kunnen zien. Zwart. Ik zit in een kring, samen met veertien zwetende mannen in hun boxershort. Op zich grappig, maar ik kan even nergens om lachen. Ik zweet als in een sauna. Maar de duisternis blijkt een verstikkende deken. Claustrofobische angst drukt mijn keel dicht, trekt als een korset mijn maag bijeen. De zwetende mannen zingen een lied. Nou ja, 'lied' is te veel eer voor de kreten in het donker. Dit trek ik niet.


Op handen en voeten kruip ik naar buiten. Majestueuze bergtoppen kijken op me neer, het gras onder mijn knieën voelt zacht en verkoelend. De open plek in het bos wordt omringd door bomen, de zon gaat onder en verderop ruist een woeste bergrivier. Ik krijg een deken om me heen geslagen, en ik merk: ik moet huilen! En niet als enige. De mystieke ervaring van de zweethut - waar verder het Vegas-adagium voor geldt: wat daar gebeurt, blijft daar - maakt bij iedereen emoties los. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest: die drijfnatte mannen die elkaar op een grasveldje om de beurt omhelzen. En we zijn nog maar twee dagen de stad uit.


De fysieke arbeid en de buitenlucht putten ons uit. Wie niet wil sjouwen, schoffelen of hakken kan ook een cappuccino à la Luca krijgen: espresso uit een percolator met een flinke scheut geitenmelk, rechtstreeks uit de uier. We gaan vroeg naar bed en staan vroeg weer op. Sommigen slapen op de houten vloer van de boerderij van Luca, anderen rollen hun matje uit op de veranda in de buitenlucht. Er wordt gepraat over liefdes, toekomstplannen, spiritualiteit en werk. En gelachen, ook om ons zelf. Het lijkt wel of stadsmensen, wij dus, alleen nog met hulp van de populaire cultuur kunnen refereren aan de indrukwekkende omgeving. Het landschap is van Heidi, de bebloemde grasvelden lijken op The Shire uit Lord of The Rings, de onheilspellende bergtoppen heten Mordor en de bebaarde oom van Luca noemen we Gandalf.


De laatste dag gebruiken we voor een stevige bergwandeling. Ik trek een paar versleten Nike Air Max gympen aan om mijn knieën te sparen. Niet het beste plan uit mijn leven. Het eerste deel van de klim is nog goed te doen: we struinen over rotsen en hellingen van gras. Lichtvoetig ben ik, als Legolas.


Maar hoe hoger we komen, hoe glibberiger het gras wordt en de laatste paar honderd meter struikel, glijd en vloek ik me een weg omhoog. Maar op de top volgt weer die basale en prachtige beloning: een uitzicht zo indrukwekkend dat je erbij moet gaan zitten; als lunch eten we het brood van gisteren, dat smaakt als de zoetste koek.


Op het vliegveld van Milaan voelt het alsof ik niet vijf dagen, maar vijf weken ben weggeweest (en even lang niet heb gedoucht). Ik ben ge-reset: mijn lichaam loopt over van energie; mijn hoofd voelt fris, helder, nieuw. Een paar dagen geleden was ik onafscheidelijk van mijn iPhone, nu wil ik hem niet meer aanzetten. Twaalf uur later zit ik weer op kantoor, onder het systeemplafond met tl-verlichting. Mijn handen op muis en toetsenbord. Het vuil nog onder de nagels. Mijn ogen gaan op zoek naar The Great Divider.


De mannenexpedities van Otro Elements gaan naar Italië en volgend jaar ook naar Albanië. Vanaf 775 euro per reis, exclusief vliegticket.

otro-elements.nl


ZWEETRITUELEN

De zweethut is een eeuwenoud Indiaans zuiveringsritueel waarbij je door de hitte en het water dat steeds weer wordt opgeworpen enorm gaat zweten. Het idee is dat de ziel gereinigd wordt van vastgeroeste patronen en angsten en dat je ook lichamelijk jezelf reinigt. Het zweethutritueel bestaat uit verschillende rondes waarin steeds een ander thema centraal staat, dat gepaard gaat met het zingen van een lied. Tussen de rondes door gaat de tent even open en worden nieuwe stenen uit het vuur binnengebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden