Man met visie, durf, werkdrift is ook een grote klier

Toen hij onlangs op Pampus stond en naar Almere keek, zag hij een enorme, lege kustlijn. ‘Bouwwethouder’ Duivesteijn voelde zijn handen jeuken....

De grootste kwaliteit van Almeres nieuwe wethouder Adri Duivesteijn is ruziemaken. Vindt Gerard van Otterloo die in 1989 als Haags wethouder, net als Duivesteijn zelf, ten val kwam over de stadhuiskwestie.

Adri Duivesteijn is nu niet bepaald iemand met wie je als vanzelf een glaasje gaat drinken. Zegt voormalig collega-Kamerlid Rob Oudkerk, ‘want Adri kan enorm zuigen en klieren over bouwen en een dusdanige zak zijn, dat je het liefst hém zou willen inmetselen.’

‘Adri Duivesteijn is een ramp voor het land.’ Brengt Riek Bakker in, de bekende stedenbouwkundige die deze opvatting bij de VPRO-radio bekendmaakte en nu ‘geen enkele behoefte aan een interview’ heeft.

‘Ik kan me heel goed voorstellen dat veel mensen een hekel aan hem hebben.’ Denkt Aalt Maaswinkel mee, de man met wie Duivesteijn actievoerde, studeerde, werkte en nog steeds bevriend is.

En allen zeggen het elkaar na: in Adri Duivesteijn (55) heeft Almere een krachtdadige bestuurder gekregen, iemand met visie, met durf en met werkdrift.

Adri Duivesteijn, tot 20 april jongstleden PvdA-Kamerlid, komt uit de Haagse Schilderswijk en wordt nooit moe te beklemtonen dat hij dus uit de grootste volksbuurt, later grootste getto, weer later grootste opknapbuurt van Nederland komt. Hij woont er nu nog steeds vlak bij. De Stationsbuurt is ook niet bepaald Den Haags mooiste stukje, maar het huis van Duivesteijn mag er wezen.

Zozeer is Duivesteijn aan Den Haag gebakken dat hij de regelgeving voor ‘wethouders van buiten’ tot in de puntjes kent. Zeker, hij zal een appartement betrekken in Almere maar écht weg uit Den Haag? Juist nu die stad ‘bruist’ en vibreert? (visie Adri Duivesteijn) Mede dankzij zijn inspanningen van indertijd, toen hij als wethouder (1980-1989) de slopershamer in de Schilderswijk liet zetten, een enorm wit stadhuis liet bouwen (‘IJspaleis’, zegt de Hagenaar) en het gebied nabij Den Haag CS uit de malaise trok.

Hij gokt er nu maar op dat de Tweede Kamer het binnenkort inderdaad toestaat dat wethouders niet hoeven te wonen in de stad waarin ze werken.

Den Haag is nog lang niet af en Duivesteijn is er ook nog niet klaar mee, maar de handen jeukten. Na twaalf jaar Kamerlidmaatschap wilde hij weer eens wat gaan ‘doen’, iets ‘gaan maken’. Zo bezien kwam het mooi uit dat in februari plotseling een PvdA-delegatie uit Almere voor de deur aan het Huygenspark stond. Of Duivesteijn wethouder wilde worden in dé groeistad van Nederland.

Rob Beuse, fractievoorzitter van de PvdA en ‘maker’ van het nieuwe college, had de parkeerboete voor het huis van Duivesteijn er graag voor over. ‘Hij was eigenlijk al meteen enthousiast toen wij hem vroegen. Maar hij vroeg natuurlijk bedenktijd. Bovendien: de kiezer moest nog spreken. Toen dat voor ons goed uitpakte, hebben we een portefeuille voor hem gemaakt waartegen hij geen nee kon zeggen.’

In werkelijkheid had Duivesteijn al ja tegen zichzelf gezegd. Dat gebeurde toen hij ergens in maart op het eilandje Pampus stond en naar Almere keek. Hij zag een enorme kustlijn die nagenoeg onbenut is. De ‘bouwwethouder’ Duivesteijn voelde zijn handen jeuken.

Adrianus Theodorus Duivesteijn heeft bijna altijd met denken zijn geld verdiend, maar de handen gingen wel degelijk uit de mouwen. Als kok in het Kurhaus zag hij veel rijke mensen. Dat wakkerde zijn passie voor de klassenstrijd aan. Als activist had hij altijd wel een spandoek of protestbord in handen om de Haagse gemeenteraad erop te wijzen dat de Schilderswijk aandacht behoefde.

Met Aalt Maaswinkel, toen activist in Scheveningen, nu Vestiadirecteur, maakte Duivesteijn een gezamenlijke afstudeerscriptie voor de Sociale Academie. ‘Volgens mij gaven we aan dat het veranderingsproces van mensen wel degelijk mogelijk was, als je maar actievoerde’, zegt Maaswinkel nu. ‘Of zoiets.’

Waar Maaswinkel afhaakte bij de politiek, maakte Duivesteijn juist opgang. De twee vonden elkaar in de jaren tachtig terug in gemeentelijke dienst: Duivesteijn als wethouder, Maaswinkel als diens naaste medewerker. De bouw van het kolossale stadhuis aan het Spui trok publicitair de meeste aandacht, maar de met verve ingezette stadsvernieuwing in de Schilderswijk en Transvaal waren ook wapenfeiten.

Dat Almere iets gaat hebben aan Duivesteijn staat voor Maaswinkel vast. ‘Tijdens zijn wethouderschap heeft Den Haag eindelijk gebouwd. Daarvoor was de bouwproductie dramatisch.’ En de grote ingrepen in de binnenstad vindt Maaswinkel ook geslaagd. ‘Dat stadhuis is een schitterend gebouw.’

Die visie wordt niet gedeeld door Gerard van Otterloo, tegenwoordig zelfstandig consulent, toen Haags wethouder van financiën. Van Otterloo en Duivesteijn ruzieden zo lang over het stadhuis (te duur, vond Van Otterloo, noodzakelijke impuls, meende Duivesteijn) dat beiden sneuvelden. Maar het stadhuis kwam er.

Van Otterloo noemde het gigantische gebouw indertijd pesterig ‘een katholiek bouwwerk’. Dat vindt hij nog steeds. ‘Ik heb bouwkunde gestudeerd. Zo werden vroeger kathedralen gebouwd. De mens moest eraan herinnerd worden dat hij maar klein is.’ In de kathedraal exposeert Van Otterloo nu wel eens met zijn Stichting Nomadisch Paviljoen. Dat dan weer wel.

‘Adri en ik waren het heus niet altijd oneens. Net als hij wilde ik dat de ministeries weer terugkeerden naar het Spuikwartier. Dat is ook gebeurd. Maar Adri wilde altijd weer ruziemaken.’

Van Otterloo komt ook uit een arbeidersmilieu maar zegt nu nog steeds dat Duivesteijn daarmee maar blijft koketteren. ‘Als hij boos werd, ging hij met de vuist op de collegetafel slaan. Dan ging ik expres die boosheid naspelen en óók op tafel slaan. En die kleine burgemeester van ons, Havermans, kroop dan al ongeveer onder tafel.’

Persoonlijke wrok is er niet, beklemtoont Van Otterloo. Wel zijn er nog steeds verschillen van inzicht. ‘Adri wil via bouwen altijd een nieuwe identiteit maken. Nieuwe huizen bouwen is makkelijk. Maar een identiteit? Hartstikke moeilijk.’ Maar ach, hij wenst Duivesteijn veel succes in Almere. ‘Alle grond is daar van de overheid. Dan kán je wel wat maken.’

En mag Van Otterloo nog even kwijt dat hij nu, zeventien jaar na het gedwongen vertrek, nog steeds geen enkel contact heeft met de gemeente Den Haag. Ze pruimen me niet, mokt hij. ‘Ik mocht laatst wel een of ander stuk meeschrijven voor Den Haag, maar mijn naam mocht er absoluut niet onder.’ Nee, daar heeft Adri Duivesteijn niets mee van doen.

Koen Baart, PvdA-raadslid in Den Haag, en Rob Oudkerk, ex-Kamerlid, bewonderen Duivesteijn vanwege diens visie. Baart: ‘Hij koppelt politiek vernuft aan visie. Hij begrijpt hoe belangrijk wonen voor de mensen is. En hoe belangrijk het is dat mensen zélf kunnen bepalen hoe en waar ze wonen. Daar is hij heel consequent in.’

Oudkerk: ‘Ik heb Adri in de Kamerfractie meegemaakt en ik zie hem als verreweg de grootste liberaal van onze sociaal-democraten. Volgens hem begint de ontplooiingskans van het individu bij de gedachte dat je zelf je eigen huis kan bouwen. Of laten bouwen. Die stenen interesseren hem geen flikker. Het gaat erom dat de architect niet alles voor de bewoner heeft gekozen en bepaald. Prima gedachte, toch?’

Ondertussen kan Duivesteijn natuurlijk wel een enorme zeikerd zijn, stipuleert Oudkerk. ‘En soms een ongeleid projectiel. Hij heeft het in de Kamer volgehouden omdat hij de ambitie had ik het kabinet te komen. Maar ja, hij schreeuwt wel eens wat. Maar als maker, als doener is hij een sterke figuur.’

Oudkerk analyseert: ‘Directeur van het Nederlandse Architectuurinstituut was eigenlijk zijn enige, echte baan. Als ie het weer eens over zijn vriendin had, zei ik: welke? Ja, hij heeft bindingsangst. Dat hebben de meeste mannen. Dat is helemaal niet erg.’

Almere staat voor een belangrijke fase. Eind deze maand besluit het kabinet hoe de bereikbaarheid van dé groeistad van Nederland verbeterd kan worden. Dat is een miljardenoperatie. Daarna kan de bouwproductie eindelijk op gang komen. Almere bouwde vorig jaar maar enkele honderden woningen, tot 2030 moeten er nog 45 duizend bijkomen.

Almere wil meer woningen bouwen dan nu gepland staan, maar alleen als Den Haag meer investeert in infrastructuur. Burgemeester Jorritsma: ‘We willen best 60 duizend woningen bouwen, maar dan moet het rijk wel op tijd komen met geld en beslissingen.’

Met een verwacht inwonertal van ruim driehonderdduizend wordt de polderstad de vijfde van het land. Die straks, via nieuwe IJmeerverbindingen, misschien helemaal aan Amsterdam vastzit?

Koen Baart kent Adri Duivesteijn al meer dan dertig jaar. Uit de lokale politiek, uit de landelijke. Hij zegt: ‘Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat Adri allang in zijn hoofd heeft zitten wat er met Almere moet gaan gebeuren. En daar gaat hij dan voor. De vraag is of Almere al weet dat Duivesteijn het weet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden