Mammoetschool ramp voor kwaliteit van het onderwijs

HET EINDE van de schoolvakantie nadert. Leraren geven hun status van boven modaal beloonde werkloze op en keren terug naar het dagelijks ritme van de noeste arbeid....

De plaats waar dit werk wordt gedaan, is de afgelopen tien jaar drastisch veranderd. Vroeger was een docent verbonden aan een duidelijk herkenbare school, gespecialiseerd in één of twee schooltypen, met één rector, gevestigd in één gebouw. Vandaag de dag vertoont deze docent zijn kunstje op meerdere locaties, voor een organisatie die vele soorten onderwijs verzorgt. De dagelijkse leiding van dit monstercollege is in handen van een voorzitter van de centrale directie, gezeteld in een kantoor elders in de stad.

Na jaren van tobben en prutsen staat deze brede scholengemeenschap nu weer ter discussie. Er zijn mensen die beweren dat schaalvergroting in het onderwijs een verklarende factor is voor het crimineel gedrag van jongeren. Een extreem standpunt waar fel op wordt gereageerd. Zo gaat het vaker.

Een populist levert herkenbare kritiek, vaak een losse flodder tijdens borrel of receptie, waarna de aangevallen specialist de kennis van zijn eigen vierkante millimeter in de strijd werpt. De neutrale toeschouwer denkt dat de waarheid in het midden ligt en dat was het dan.

De waarheid ligt in dit geval echter mijlenver van het midden verwijderd. Het idee van de autonome school plus de daarbij behorende schaalvergroting en budgettering is in de huidige vorm een ramp voor de kwaliteit van het onderwijs. Het werkt demotiverend voor de mensen die het eigenlijke werk doen, de leraren.

De budgettering heeft de onderwijsbegroting beheersbaar gemaakt, maar de wijze waarop directies gedwongen worden hun school in te richten is inefficiënt. Personeelsbeleid moet gevoerd worden met een krap budget en gevangen in cao-afspraken die het zittende personeel beschermen.

De feiten. Het succes van de zichzelf bedruipende school zit vooral in de kostenbeheersing, die voortvloeit uit de zogenoemde lump sum financiering. Dit systeem bekostigt het onderwijs door bij elke school een zak geld neer te zetten waaruit alles moet worden betaald. De omvang van de bijdrage in de personeelskosten wordt gebaseerd op de gemiddelde leeftijdsopbouw van het onderwijzend personeel in Nederland.

Een school met relatief jong personeel zit onder dat gemiddelde en heeft dus mazzel, want ze houdt geld over. Dit geld moet in een reservefonds, een fonds dat wordt gebruikt om toekomstige tekorten bij vergrijzing aan te vullen. Een school met oud personeel heeft een probleem. Oud wordt ooit jong, maar tot die tijd moet er geleend worden, een lening die bij verjonging weer wordt terugverdiend.

Door scholen autonoom te verklaren, stoot de overheid taken af en legt ze een aantal verantwoordelijkheden op decentraal niveau. Het eigenaardige is echter dat lump sum financiering juist uitnodigt tot hernieuwde centralisatie. Scholen lijken gebaat te zijn bij grote reserve- en vervangingsfondsen. Er is maar één manier om daar aan te komen, namelijk door te fuseren.

Zo is in de provincie Brabant het bijzonder onderwijs gezegend met één centraal bestuur, Ons Middelbaar Onderwijs (OMO). Eigenlijk heeft Brabant maar één middelbare school, een school met vele dependances, waarbij elke dependance weer verspreid is over vele locaties. OMO is een klein ministerie van onderwijs, met dezelfde kwaliteiten, fouten en onhandigheden als het grote Zoetermeer.

De efficiencywinst van deze bureaucratische tussenlaag is nul en het zal er in de toekomst niet beter op worden. Als een bestuur als OMO klaar is met het opslokken van alle middelbare scholen in de regio, dan blijft er nog maar één stap over, fuseren met een mammoetbestuur in een andere provincie, lekker weer een groter budget. Na een paar jaar doorfokken en uithuwelijken keert het beheer dan weer terug in de centrale moederschoot, Zoetermeer.

In deze weinig motiverende sfeer krijgen de populisten gelijk als zij stellen dat schaalvergroting in het onderwijs crimineel gedrag bij jongeren bevordert. Leraren hebben geen tijd om jongeren aan zich te binden. Zij hebben wel wat anders te doen: vergaderingen bijwonen met collegae die ze amper kennen, bijscholingen, van gebouw naar gebouw reizen, onderwijskundige vernieuwingen invoeren en ondertussen ook nog 28 keer per week in de klas overeind zien te blijven.

Leraren zijn onderhand doodmoe, verschuilen zich en kunnen dat ook. De gezagsverhoudingen zijn onduidelijk, de echte baas is niet zichtbaar. De leraar voelt zich in deze situatie onbegrepen, miskend en wil nog maar één kant op: naar huis. De directie speelt ondertussen blindemannetje, pleit bij confrontaties onschuld - geen geld - en wijst vervolgens naar het bestuur. Bij het bestuur heeft de politiek het gedaan. Dit is de onderwijscultuur van de jaren negentig, afwentelen tot in het oneindige.

De autonome school heeft natuurlijk best iets aardigs. Ze past in ieder geval uitstekend in de huidige tijdgeest, net zoals bestrijding van maatschappelijke ongelijkheid in de tijdgeest van de jaren zeventig paste. De jaren zeventig zijn voorbij, en over bestrijding van kansenongelijkheid door het onderwijs heeft niemand het meer.

Dat betekent niet dat de autonome school net zo onzichtbaar hoeft te zijn, maar voer het idee dan consequent uit. Maak van scholen een bedrijf zonder winstoogmerk. Geef directies de financiële ruimte om echt personeelsbeleid te voeren, een beleid op basis van kwaliteit in plaats van anciënniteit. Zorg voor een goed sociaal plan voor de mensen die niet meer meekunnen, en verlaag de pensioengerechtigde leeftijd. Dan krijgt onderwijs weer perspectief.

Natuurlijk kost dit geld. Nou en? Als de voorzitter van de werkgeversorganisatie een keer dramatisch verantwoord in de camera kijkt en wat mompelt over de slechte staat van de infrastructuur, dan gieren de miljarden door het land. Medisch specialisten en verplegend personeel weten al jaren hun salaris op peil te houden door de bevolking te chanteren met haar gezondheid.

De pressiegroepen in het onderwijs vinden chanteren met kennis kennelijk onfatsoenlijk. Bonden stellen zich tevreden met een procent loonsverhoging per jaar, leunen gemoedelijk achterover en slaan daarna zelf aan het fuseren. Het is net of de politiek de puinbak niet ziet of niet wil zien.

Staatssecretaris Netelenbos laat te pas en te onpas weten dat we op de goede weg zijn, er zijn nog een paar kleine oneffenheden, maar die lossen vanzelf wel op. Deze 'het gaat wel lekker' houding is niet verstandig, zeker niet als de hele handel ondertussen vrolijk doorrot. Het onderwijs nadert de terminale fase. Het wordt tijd voor een behandeling.

Ton van Haperen

De auteur is leraar economie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden