Mamma Bozorg

Carolien Omidi (28) woont sinds kort met haar Iraanse echtgenoot en hun dochtertje in Teheran. Leven in een islamitische maatschappij: hoe doe je dat als Nederlandse vrouw?...

We rijden door de verlaten Dasht-e-Kavir woestijn; Farid, Yeganeh en ik. Weg van Kashan, een oase-stadje dat naar men zegt al dateert uit de antieke periode. We hebben in en om de stad archeologische vondsten bekeken, en moskeeën, de bazaar en de schitterende oude tuin Bagh-e-Fin bezocht. De lucht is nevelig. Roodkleurige bergen met stikselpatronen doemen als enorme kussens op. Ondanks de rotnacht die achter ons ligt - Iraanse hoteleigenaren lijken nooit van kinderbedjes te hebben gehoord - hebben we er zin in: we gaan naar Abyaneh, een klein dorpje, ver weggestopt in het Karkasgebergte.

De schoonheid van het landschap en het dorp is haast van een kitscherige opzichtigheid: de bomen in de gaarden dragen natuurlijk bloesem. En in Abyaneh ruisen de beekjes, balken de ezels, staat poëzie op de voordeuren en zitten oude mannetjes op bankjes te keuvelen zoals het oude mannetjes in dorpen betaamt. Alleen de rode plas bloed op de grond, waar juist een schaap is geslacht, verstoort de vreedzame idylle enigszins.

De bruinrode oude huisjes, met daken van hout en stro zijn naast, achter en boven op elkaar gebouwd. De inwoners spreken een taal die lijkt op het Parthisch, maar ze verstaan gelukkig ook Farsi. Ze hebben hun eigen klederdracht: mannen dragen zwarte plooibroeken met enorme, wijd uitlopende pijpen. Vrouwen dragen een zwarte plooirok tot net onder de knie met daarover een gekleurd schort. Hun hoofddoeken zijn gemaakt van witte stof met bonte bloemen. Een stof waarop met piepkleine lettertjes made in Japan is gedrukt.

Mama Bozorg, grootmoeder, heeft ons meegesleept haar huisje in. We moeten echt even bij haar thee drinken en haar mooie waren bewonderen. Het kamertje is klein. Op de grond slechts een paar vale kleden, wat kussens, een bed in de hoek en een wankel, houten tafeltje. Maar Mama Bozorg is trots op haar stekkie: 'Hier zit ik, eet ik, slaap ik en ontvang ik gasten', roept ze. Dan rommelt ze even in haar keukentje en komt tevoorschijn met een dienblad vol met bijna zwarte thee. En suikerklontjes natuurlijk die je vooral niet in de thee moet doen maar in je mond. De thee giet je er dan achteraan. We kopen een wandversiering van haar, gemaakt van esfand, een soort graankorrels die ook wel verbrand worden om met de rook ervan het Boze Oog te weren.

Mama Bozorg lacht blij, tilt Yeganeh op haar schoot en vertelt over haar dorp. 'Voor de revolutie kon haast niemand in Abyaneh lezen of schrijven. Maar daarna werden hier cursussen georganiseerd en heeft iedereen het geleerd. Tegenwoordig staan we erom bekend dat we zo'n gestudeerd volk zijn. Hadden jullie niet gedacht hè? Bijna al onze jongeren studeren aan universiteiten in Kashan, Qom of Teheran. Daarom zie je zo weinig jonge mensen op straat.'

Buiten, in de kronkelige steegjes, lopen inderdaad vooral erg oude mensen. Het is te zien aan de talloze lijnen in hun gezichten, de kromheid van hun lichamen. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Een vrouwtje dat wel 90 lijkt met een nauwsluitende broek onder haar rok, bindt een flink pakket op haar ezel waarna ze het beest met een paar ferme zweepslagen de goede richting op stuurt. Wanneer we kort daarop met oude dorpelingen aan de praat raken, blijkt dat de geest van deze mensen enorm scherp is. Het is me eerder opgevallen: Iraanse bejaarden lijken weinig te klagen, weinig te dementeren en zijn opmerkelijk kwiek. Misschien wel omdat ze op hoge leeftijd juist veel respect genieten en vaak nog een duidelijke taak hebben in de maatschappij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden