Mamac, Musée d'Art Moderne et d'Art Contemporaine in Luik

Openingstijden: Het MAMAC aan het Parc de la Boverie 3, B-4020 in Luik, is geopend van dinsdag t/m zaterdag van 13 tot 18 uur en op zondag van 11 tot 16.30 uur. Tel. 0032(0)43430403.

In Amsterdam is op het Museumplein de badkuip neergedaald! De nieuwe vleugel van het nog steeds in staat van verbouwing verkerende Stedelijk Museum bezit eindelijk het langverbeide nieuwe dak. In de volksmond heette het gevaarte nog vóór plaatsing de 'badkuip'. In combinatie met het 'ezelsoor' - het driehoekig en schuin oplopend 'dakje', bedekt met gras, van het ondergrondse filiaal van Albert Heijn - vormen de beide architectonische aandachttrekkers an odd combination.


Doordat de badkuip een dikdoenerig gevaarte is, verschrompelt het ezelsoor tot een soort oprispinkje van de grasmat van het Museumplein. Een losgewoelde puntige graspol tegen de achtergrond van een klassiek museumgebouw waar een pseudo-zeppelin, die in de praktijk veel weg heeft van een witgepleisterde bierbuik, aan is vastgehaakt.


Tijdens de meest recente tijdelijke openstelling van het Stedelijk Museum waren in een beperkt aantal zalen schilderijen te zien. In alle andere zalen pruttelde en ploinkte allerlei videokunst. De reden: in veel nieuwe zalen was er nog geen adequate klimaatbeheersing; en zonder die klimaatbeheersing komt er geen schilderij aan de museumwand te hangen. Videokunst onttrekt zich aan de noodzaak van klimaatbeheersing, dus vandaar misschien de oververtegenwoordiging van het subgenre tijdens die laatste openstelling.


In het Stedelijk wordt naar het schijnt de allermodernste apparatuur op het gebied van klimaatbeheersing aangebracht, onzichtbaar voor de bezoeker, en geplaatst in smalle ruimtes tussen de zalen. Het zal vermoedelijk betekenen dat de aloude thermohygograaf niet zichtbaar opgesteld zal zijn in de (nieuwe) zalen van het museum.


Thermohygograaf is de - tongbrekende - naam die vermoedelijk weinigen kennen voor het voorwerp dat vrijwel iedere museumbezoeker wèl kent: het grijswitte apparaat ter grootte van een koffertje en met kalm heen en weer zwiepende 'schrijfarmen' die op een langzaam uitdraaiende rol papier grafiekjes achterlaten. Die grafiekjes geven aan hoe de temperatuur en relatieve vochtigheid in de museumzaal met elkaar samenhangen. De uitslagen op die grafiekjes bepalen de stand van de bevochtiger, of juist de ontvochtiger in een museumzaal.


Tot voor kort dacht ik dat kunstmusea zonder klimaatbeheersing niet meer bestonden. In Luik leerde ik anders. Het Musée d'Art Moderne et d'Art Contemporaine (kortweg MAMAC geheten) gaat binnenkort voor geruime tijd op slot wegens een grote renovatie en uitbreiding. Ook het MAMAC krijgt een nieuwe vleugel. Sinds de verbouwingssoap rond het Stedelijk in Amsterdam vormen de woorden 'nieuwe vleugel' de ankeiler voor angstgedachten over jarenlange sluiting, budget-overschrijding, failliette aanemers en cultuurwethouders die stenen door museumramen gooien. Maar wie het MAMAC in Luik betreedt, stapt in een wereld waar die angstgedachten direct plaatsmaken voor ademloze verbazing.


In het MAMAC heeft de tijd niet stilgestaan maar woest huisgehouden. Van buiten oogt het museumgebouw, trots overblijfsel van een wereldtentoonstelling in 1905, robuust en ontzagwekkend. Maar eenmaal binnen bevind je je in een omgeving die in ruïneuze haveloosheid zijn weerga niet kent.


Ons avontuur begint nog vrij bescheiden aan de balie bij de entree. Twee even gemoedelijke als verlegen beambten adviseren ons om onze jassen uit te doen en af te geven. 'Binnen is het nogal warm. Om niet te zeggen heet.'


Onze jassen verdwijnen in een alkoof; aan een afgiftebewijs of 'nummertje' bij deze garderobe doet men niet. Dat heeft iets dorps, in aangename zin. Een korte blik op het alkoof leerde dat de 'garderobe' bestaat uit een kapstok zoals je die aantreft in woningen van krapbehuisde middelgrote gezinnen.


Het MAMAC kent geen zalen, maar is één grote, metershoge ruimte waar 'grandeur en misère' hand in hand gaan. Grandeur: een monumentaler museum vind je niet snel in Wallonië. Misère: ondanks een kennelijke renovatie in 1993 moet de museumstaf het hier al lang geleden hebben opgegeven. Bij de entree is te lezen dat het ontstaan van de moderne kunst in het MAMAC is te volgen aan de hand van werken van Picasso, Gaugain, Monet, Chagall en Tapiès. Vooral de naam van die laatste kunstenaar (waarom, off all artists, uitgerekend de niet echt uitzonderlijke Tapiès?) wekt enige bevreemding, maar die vraag verdampt al snel bij de ontdekking dat álle genoemde kunstenaars, op Tapiès na, in het MAMAC schitteren door afwezigheid.


Misschien zijn hun werken opgeslagen in het museumdepot. Zo ja, dan is dat een wijs besluit, want in het MAMAC is het niet warm, maar ronduit heet. Hier wordt fanatiek gestookt - maar waarom? Het is er niet gewoon heet, maar verstikkend, benauwend en damprijk - alsof je geen museum, maar een hortus botanicus betreedt, met de kunstwerken als langzaam uitdrogende uitheemse gewassen, de verfhuid van ieder schilderij in hoog tempo onttakelend tot onherstelbaar uitgedroogd korstmos.


Bij de kunstwerken hangen geen naamplaatjes, maar bevinden zich witte stickers waar met een typemachine handmatig wat basisinformatie op is getikt. Je waant je alleen al vanwege die provisorische vermeldingen in het oostblok van vóór het IJzeren Gordijn. Met een beetje geluk staat er bij een enkel kunstwerk behalve de naam van de kunstenaar ook nog een jaartal, of de naam door wie het werk in kwestie is geschonken (in de meeste gevallen: Peggy Guggenheim).


De muren bieden hier meer spektakel dan de kunstwerken zelf. De buitenste museumwanden bollen op vanwege vochtvorming, en hier en daar zijn stukjes muur gestuct door een klusser die kennelijk niet eens over een troffel beschikte - het lijkt alsof het gips handmatig over de wanden is uitgesmeerd.


Een ophangsysteem ontbreekt: hier hangt alles nog gewoon aan spijkers. Dat is op zichzelf sympathiek, maar verwarrend is wel dat goed te zien is dat de kunstwerken ooit op andere plekken hebben gehangen, want vrijwel nergens heeft men de moeite genomen om spijkers uit de wand te verwijderen.


Boven een vroeg werk van James Ensor bevindt zich een rij doorgeroeste spijkers. De door eigentijdse kunst snel argwanend geraakte bezoeker kan voor een moment nog vermoeden dat die verzameling luguber ogende inktzwarte spijkers een anarchistische 'installatie' is - maar bij de spijkers hangen geen stickers, dus dat vermoeden is een uit welwillendheid ingegeven dwaling.


Een blik naar boven toont een ontzagwekkend plafond met broze ruiten en raamlijsten. Zeker 20 procent van dit klassieke glaswerk is gebroken; andere ruiten zijn inktzwart door naar roet neigende stoflagen -alsof bovenin het gebouw ooit een binnenbrand heeft gewoed. De associatie met anti-kraakwacht en failliete boedel dringt zich op.


Aan klimaatbeheersing dúrf je hier binnen niet eens te denken, zeker niet wanneer je een vloerrooster passeert waaruit hitte-wolken worden geblazen die je associeert met het aanvallige verwarmingssysteem uit New Yorkse metrostations. Hier en daar is een rond vloerdeksel geopend waaruit meterslange blauwe elektriciteitskabels meanderen, eindigend bij verre stopcontacten.


Wie niet over de kabels struikelt, heeft nog de kans om bij het bezoeken van het toilet in een volmaakt inktzwarte duisternis het hoofd te stoten als je in de corridor die naar de toiletten leidt, op zoek moet naar het lichtknopje. Heb je die schakelaar eenmaal op de tast gevonden, dan sta je oog in oog met, ja, zwerfvuil, dat in een nis ligt opgeslagen: stoelen met geknakte poten, een in het midden doorgezakt bureau, bestofte resten van kennelijk overtollig verklaarde wandtegels. De corridor ademt de sfeer van uitdragerij en Waterlooplein.


Terug in de museumzaal vervolmaakt een moeizaam trekkebenende suppoost het beeld van het museum als decor voor een retro-lowbudget-cult-eurotrash-arthousefilm. Wie zo'n film wil maken, moet haast maken voor het claimen van het MAMAC als filmlocatie, want binnen afzienbare tijd sluit de poort en begint de renovatie. Kosten: 24 miljoen euro, voor het grootste deel bestaand uit 'federale subsidie', zoals de vriendelijke beambte ons uitlegt, terwijl hij ons half verontschuldigend onze jassen teruggeeft. Joost Zwagerman


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden