Mama moet vaak zuchten

Ze heetten Tommie en Saartje, Hannes en Kaatje, Merel, Robin of Rozemarijn, de look-alikes van Jip en Janneke die opdoken in de jaren zeventig, tachtig en negentig....

Nee, dan Pluk, de held die Annie M.G. Schmidt schiep in 1971. Deze vijfjarige woonde in zijn eentje in een flat, bestuurde fier zijn rode kraanwagen, wist met een listig kruid alle volwassenen te transformeren tot giechelende peuters en ontketende een actie waarmee hij een bos vol dieren wist te redden van de dood door asfalt en beton. Dat dit meesterlijke boek niet mag meedingen naar de Griffel aller Griffels is een schande en reduceert meteen de waarde van die prijs. Een oermoedel werd Pluk van de petteflet nooit. Voor imitatie is de plot van dat boek te spitsvondig, de fantasie te vreemd en de strekking te verontrustend. Te weinig schattig en knus.

Hannah (6), de heldin van vier boeken die Kaat Vrancken schreef tussen 1995 en 2000, nu heruitgegeven in Het grote boek van Hannah, is wel weer een Janneke, of eigenlijk een meisjes-Jip: hartveroverend stout en slim. Toch verschillen de Hannah-verhalen van de andere huis-tuin-en-keuken kleuterboeken. Hannah's wereld is niet zo geruststellend veilig. Het valt niet mee om een Hannah te zijn: enig kind van twee werkende ouders die eigenlijk hun handen vol hebben aan zichzelf en elkaar.

Hannah is thuis de kinderkoningin, dat wel. Als zij een nieuwe hond wil, mag zij er een uitzoeken in het asiel, al sputtert de vader tegen. Ze hoeft nooit lang te zeuren om een ijsje. Anders dan Jip, die zichzelf maar moest vermaken met Janneke, spelen Hannah's ouders met haar en mag ze de hele dag tegen hen aan kakelen. Behalve als haar moeder gestresst achter de computer zit, vlak voor een deadline, dan mag het ineens niet en dan kan Hannah niet zomaar haar mond houden. Of als ze kleren moet passen in een winkel. Dan zegt mama ineens: 'Je moet je niet zo aanstellen', en trilt haar stem van woede. Hannah's moeder is minder streng dan die van Jip, maar ze zucht veel vaker.

Hannah mag alles van haar ouders weten, maar er wordt haar ook niets bespaard. Soms staat haar moeder midden in de kamer te swingen, met haar buik bloot. Als ze de vorige avond is uitgegaan, brengt ze Hannah wit van de kater naar school. Op de fiets vertelt ze een onsmakelijk verhaal over piemels en spleetjes. Dat zou Jips moeder allemaal nooit doen.

Hannah weet al jong dat dingen lelijk mis kunnen lopen. Haar opa is zoals het hoort een lieve oude man, maar hij is ook gek in zijn hoofd. Hannah moet mee naar het verpleeghuis waar oude heksen wonen; daar gaat opa, net als de hond, gewoon dood, met Hannah aan het bed. 'Jij hebt nu geen papa meer', zegt ze tegen haar moeder. 'Ik wel, h

Ze gaat met haar moeder op vakantie, maar als mama het op het strand ontzettend gezellig heeft met ene knappe Tony, maakt Hannah zich zorgen: wat zou papa hiervan vinden? Tony blijkt gelukkig homo, maar de onrust is gezaaid. Als Hannah voor de zoveelste keer vraagt waarom ze geen broertje of zusje heeft, vertelt de moeder over haar depressie, vlak na Hannah's geboorte: 'Ik ben bang om dat nare gevoel terug te krijgen.' De bewoordingen zijn omzichtig, maar de boodschap is hard: mama's geluk gaat voor.

Het grote boek van Hannah gaat niet over een alledaags kleuterleven. Of misschien toch, maar dan is dat leventje nu zo ongecompliceerd niet meer. Het is vooral een boek over emoties. Die omcirkelt Vrancken knap, op een toon die ernstig is en licht tegelijk. Maar dat dit boek eigenlijk gaat over de sores van de grote mensen, hun getob met huwelijk, werk en ouderschap, valt kleuters hopelijk niet op. Misschien kennen ze niet anders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden