Mal Pelo maakt in dans poëzie los

Julidans. La calle del imaginero, door Mal Pelo. Choreografie: Maria Muñoz en Pep Ramis. Stadsschouwburg Amsterdam, 15 juli...

Dans is voor alles de kunst van het onzegbare zichtbaar maken, van het laten zien van nuances of situaties waarvoor de woorden nog moeten worden bedacht, of al lang weer vergeten zijn.

Er staan wat mensen op de hoek van een straat, vlakbij een houten huis waaraan straatverlichting hangt. Ze hebben alle vijf hetzelfde postuur, maar zijn toch heel verschillend. Op het - met een geitebaardje getooide - hoofd van een van hen zit een duif. Die blijft rustig zitten als de jongen als een haas tegen de gevel klautert, hoog boven de hoofden van de anderen op stok gaat en hese, ongearticuleerde klanken uitstoot.

De jongen met de geitebaard is niet eens de vreemdste van het groepje. Er is een man in het wit, die de onbedwingbare neiging heeft zijn kleren uit te trekken. Heeft hij eenmaal aan die drang gehoor gegeven, dan krabt hij zijn buik, trekt z'n piemel in model, en doet een quasi-nonchalante shuffle over de breedte van het podium.

Een man in kreukelig pak hangt graag de leider uit. Hij is de enige die de gave van het woord heeft. Soms vaart hij uit tegen de anderen, maar al snel bindt hij weer in. Een van de vrouwen spuwt hem in het gezicht, en roept hem zo tot de orde. De andere vrouw treft een aanbidder die haar met bloemen letterlijk naar het leven staat. Maar niet getreurd, soms dansen de vrouwen met elkaar, en ook tussen de mannen kan een innige band ontstaan.

Eigenlijk zijn dergelijke beschrijvingen al te letterlijk. Woorden doen geen recht aan een voorstelling als La calle del imaginero, die werkelijk vanuit de dans is bedacht en gemaakt. De personages hebben als het ware vloeibare randen gekregen, de dansers schuiven als het ware in en uit hun rol.

Maria Muñoz en Pep Ramis, dansers uit Barcelona die toen nog samen de groep Mal Pelo vormden, kwamen een jaar of zeven geleden voor het eerst naar Nederland. Met de voorstelling Quarere dobberden ze mee op de golf van Catalaanse dans, waarvan verwacht werd dat die de podia zou overspoelen. Dat daar weinig van is terechtgekomem, is getuige La calle del imaginero zeker niet aan Mal Pelo te wijten. Er zijn weinig groepen die met dans zoveel poëzie weten los te maken.

De man die van grote hoogte bloemen poept, de vogelman die over de schtting klimt met een duiventil op z'n rug, het duet der innig tegen elkaar gedrukte kinnebakken, de vogeldans met de geslachte kip die van hand tot hand gaat omdat niemand er de vingers aan wil branden - het zijn bladzijden in een boek dat geen verhaal vertelt, maar een gevoel overbrengt; een sfeer van door begrip in toom gehouden woede, van aanwezig zijn en naar elkaar kijken, met een nonchalance die een grote beheersing verraadt.

Als La calle del imaginero ergens aan doet denken, dan is het aan de roman Colometa, waarin Mercè Rodoreda de lotgevallen van de bewoners van zomaar een pleintje in Barcelona beschrijft en vertelt over de levens die elkaar kruisen op een plek in de stad. Hoe er een moment lang contact is, een wederzijdse beïnvloeding misschien en hoe dan ieder weer zijns weegs gaat.

Wat Rodoreda in woorden vastlegde, wordt door Mal Pelo met beelden en bewegingen gesuggereerd. Het is de poëzie van de dans, die hier geen gestalte krijgt in een heel gedetailleerde bewegingstaal, maar in een beeldende, fantasierijke reeks taferelen, waarin verbazende constructies langsflitsen. Vingers flakkeren aan de handen, een snelle draai eindigt in een lotushouding, een penseur hangt hevig uit het lood.

Mal Pelo heeft voor zichzelf een prachtig straatje ingericht.

Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.