Makrelen lucht boven Fitzroy

Is Patagonië de afgelopen dertig jaar veranderd? De mensen zijn hier lief, betrouwbaar, beleefd. Maar het is moeilijk echt contact te krijgen....

De bergen zijn verborgen achter een dik grijs wolkendek en het begint zachtjes te regenen. Een gletsjer weerkaatst helblauw licht door de wolken heen. We lopen door een groen land met witte rotsen en rode dwergboompjes. We zijn helemaal alleen in Argentinië.

Het regent net niet hard genoeg om een regenpak aan te trekken. Maar eigenlijk net te hard om droog te blijven. Kwestie van hard doorlopen. Opdat het lichaam precies de temperatuur krijgt om de neergedaalde regendruppels te verdampen.

Het trekken in Argentijns Patagonië is van een heel andere orde dan het lopen in Chili. De route is duidelijk bewegwijzerd. Langs het wandelspoor liggen officieel aangewezen kampeerplekken die uit de wind worden gehouden door gevlochten windschermen van takken. De boswachter heeft een lijst meegegeven van dingen die niet mogen.

Na twee min of meer mislukte wandelingen in noordelijker Patagonië (noodweer, verdwaald) is het zaak deze tocht succesvol af te sluiten. Het Fitzroy-massief, genoemd naar de Brit Fitzroy, kapitein van de Beagle die samen met Darwin langs de Patagonische kust voer, is een circus van spitse bergen, blauwe gletsjers en groene meren. Alles op comfortabele loopafstand van elkaar.

De tent staat in drie minuten overeind. Gelukkig maar. Het begint keihard te regenen. Een grote zwarte vogel met een reusachtige gele snavel wandelt hoogbenig tussen de verlaten kampeerplekjes op zoek naar etensresten. Een traro of gewone caracara, staat in het vogelboekje. Op het windscherm zit een gekuifde mus. Steeds meer buren.

Schuilend tegen de regen, lees ik verder in Bruce Chatwins klassieke reisboek In Patagonië. Hij wordt constant binnengevraagd door gastvrije, Engelssprekende, interessante Argentijnen en Chilenen.

Zou Patagonië zo veranderd zijn in de afgelopen dertig jaar? De mensen hier zijn lief, betrouwbaar en beleefd. Maar het is moeilijk echt contact te krijgen.

Twee maanden Patagonië is lang zonder vriendschap.

Aan het eind van de middag stopt de regen. We beklimmen een top die onbelemmerd uitzicht op Monte Fitzroy en zijn mindere goden Poincenot, Mermoz en Guillaumet belooft. Het weer werkt niet mee. De wolken hangen laag en er gloort slechts een indruk van de sneew-, ijs- en steenmassa van de Cherro Chaltén. De wind giert over de top.

We kruipen min of meer terug naar de tent. De wind en de regen doen hun uiterste best ons van de berg af te ranselen. We schuilen achter het ecologische windscherm, koken pasta, drinken thee met cognac en besluiten om zeven uur maar weer de tent in te kruipen.

De volgende ochtend schijnt een fel zonnetje boven de nu wolkenloze Fitzroy. Te laat. We breken op en lopen in een paar uur naar Lago Torre, wadend door modder. Een stroperig groenwit gletsjermeer met ijsschotsen ligt in een perfecte badkuip voor een grote gletsjer. IJsschotsen, afgebroken van de blauwgeaderde massa, drijven rond als opblaaszwanen. Boven de gletsjer torenen elegante bergspitsen.

De wolken vormen een visgraat in de lucht. Een makrelenlucht heet dat. Koken in de zon. De avondwind veegt de bergtoppen schoon. De afwas dreigt verloren te gaan in de rivier van wit gletsjerwater. Het melkige water is zo bitter koud dat vingers direct gevoelloos raken. Geen wasbeurt vanavond.

We delen onze kampeerplaats met een groep schoolkinderen. Ze worden begeleid door traditoneel uitgedoste gauchos en een kudde paarden. Waar we vandaan komen? 'Holanda, Kloiverd, Obermarsch', roepen ze enthousiast. Argentijnen en voetbal. Ze blijven gelukkig niet slapen. Ze keren te paard terug naar het dorp.

Weer alleen gelaten, staren we naar de zonsondergang, scharrelen uren langs de boorden van het meer en schuilen tegen de koude wind achter een grote rots.

De tere roze weerschijn van de ondergaande zon belicht elke paar minuten een nieuw randje van de bergtoppen. De grijze gruiswand die rond het meer ligt opgestuwd, valt ruisend weg onder onze voeten.

De volgende dag terug naar El Chaltén. De bus naar El Calafate rijdt nog net niet weg. Modderig en ongewassen met dampende kleren in de hete bus. De buschauffeur is een man met speciale gaven. Midden op de pampa stopt hij met gierende remmen, rent naar buiten, de berm in en vangt een voor zijn leven rennend gordeldier. De toeristen nemen braaf foto's van het arme beest. Het laat van angst keuteltjes vallen.

Verder over de eindeloze pampa. Twee nandu's rennen typisch struisvogelachtig weg, met een deinende verenmassa boven hun lange poten en een gestrekte nek. Langs de weg liggen dode guanacos, wilde lama's. Waarschijnlijk aangereden.

Lange geknakte halzen, de lange benen uitgespreid in onmogelijke hoeken. Zacht oranje pluishaar. Een dode guanaco is het meest doodse dat je kunt bedenken.

Bij een afgelegen cafeetje liggen tientallen verse guanacolijken. Overal waar je kijkt grote dode oranje dieren. Iemand moet ze doodschieten, als ze bij de rivier komen drinken. De zich vervelende zoon van de kroegbaas? Zijn gespierde hond deint op heuphoogte langs. Of is het beest de bloeddorstige gek?

Volgens de plaatselijke Argentijnen is de poema oorzaak van deze slachtpartij. Een poema zou een kudde guanacos besluipen, zich in de massa werpen en zoveel mogelijk dieren de nek breken. Daarna zuigt het roofdier het bloed uit de aders en neemt de zachte ingewanden mee voor zijn jongen, terwijl het de karkassen nutteloos achterlaat.

Een weergaloze zonsondergang doet vergeten. De lucht is een gloeiende oven. De witte bergtoppen zijn brandende ijsburchten. Een wolk vormt een poema die een kleine krokodil bespringt. De krokodil krijgt een steeds langere neus en verliest zijn pootjes. Een slang die kronkelt boven de bergen.

Vanuit El Calafate de bus naar Puerto Natales, Chili. Daar zien we de rode boot uit Puerto Montt aankomen. Groene gezichten op zoek naar een hotel. De bergen om de fjord komen op en duiken weg, al naar gelang de bewolking. We eten vette zalm. Witte zwanen met lange zwarte halzen zwemmen uit met hun kuikens. Ze wieken scharnierenpiepend langs in de ondergaande zon.

Morgen vertrekken we naar natuurpark Torres del Paine voor een lange week lopen en kamperen. Als het weer zo stil is als vanavond, wordt het een makkie. Maar het weer in Patagonië is nooit bestendig. En boven de besneeuwde bergtoppen pakken zich donkere wolken samen. Het zal onbedaarlijk gaan stormen in Torres del Paine.

Voorlopig zit ik op een steen aan het strand. De fjord is mooi. Daar concentreer ik me op. Want mijn neus ruikt verrotting en vuilnis. Oude kleren, trossen touw en oud speelgoed liggen aangespoeld in een slijmerige massa. Een dood schaap. Ik hoor een autodeur dichtslaan. Een televisie loeit in een plaatijzeren vissershuisje. Niet luisteren, enkel kijken.

Puerto Natales staat vol oude, golfplaten huizen. In versleten kleuren beschilderd. Op de straat rijden jaren vijftig-blauwe chevrolets, model pickup. Elke avond trekt de hondenbrigade uit. De gele hondjes van Puerto Natales begroeten elkaar vrolijk blaffend en heftig kwispelend. In grote groepen rennen ze langs de straten. Ze hebben een afspraak waar wij niets van weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden