Maker vanuit zijn binnenste

Regisseur Luk Perceval staat aan de basis van Het Toneelhuis in Antwerpen. Hij is een moeilijke man om mee te werken, heftig, radicaal....

Door Karin Veraart

omeless I was, Homeless I am, and Homeless I will be', schrijft Luk 'H Perceval in de seizoensbrochure van 1998. Ik weiger me te settelen, licht de eigenzinnige regisseur kort daarop desgevraagd toe. Settelen is veilig, en voor je het weet ben je afhankelijk van die veiligheid, hang je aan je positie. Dat moet worden voorkomen, koste wat het kost. Het lijkt een bezwering, een waarschuwing, ook aan zichzelf - maar het is tegelijkertijd een boud credo voor iemand die juist in dat jaar aantreedt als intendant van Het Toneelhuis in Antwerpen. En het tekent Luk Perceval (1957).

Nu vertrekt hij, na ruim zeven jaar Toneelhuis, naar Berlijn. Van settelen is het niet gekomen.

Het stuk dat zijn afscheid markeert, beleeft dit weekeinde zijn Belgische debuut. Tu r i s t a , Percevals nieuwste, is een Toneelhuis-coproductie met de Schaubühne am Lehniner Platz (zijn nieuwe onderkomen) en de Wiener Festwochen. De première was medio mei voor de Weense feestgangers, daarna volgde Berlijn. En nu staat het in Antwerpen, de stad waarmee Luk Perceval in een haat-liefdeverhouding verkeert sinds hij pakweg vijfentwintig jaar geleden in het vak begon. Hoe het in Antwerpen zal vallen, is afwachten. Werd hij bewonderd in het Duitstalige gebied, in eigen stad (en land) kon hij gemopper verwachten. Niet altijd misschien, maar wel vaak.

'Tu r i s t a is een brug tussen twee culturen en drie theaters', zegt vormgeefster en vriendin Annette Kurz, in Antwerpen druk in de weer met de aankleding. Belgische en Duitstalige acteurs spelen zij aan zij in dit verhaal, dat zich voltrekt op een camping in Frankrijk waar een mix aan nationaliteiten (of regionaliteiten zelfs) elkaar met het nodige wantrouwen aanschouwt. Het is van de hand van de Duitse auteur Marius von Mayenburg, van wie Perceval eerder Het Kouwe Kind ensceneerde; een keiharde kijk op de samenleving, resulterend in een voorstelling die sommigen dranklust en koppijn tegelijk bezorgde en anderen zich in kille walging deed afkeren.

En dat tekent weer de receptie van Luk Percevals werk en de perceptie van zijn persoonlijkheid - heftig, radicaal. Je bent fel bewonderaar of kwaaie criticus, zijn vriend of zijn vijand, geliefde of verstotene, zijn steracteur of werkloos, waarbij (tijdelijke) verschuivingen tussen de uitersten zeker tot de mogelijkheden behoren. En dat is omdat Luk Perceval een man van extremen is, zeggen zij die (nog) wat zeggen willen - en dat zijn er nog best wat.

Hij kan zeer innemend zijn. Beweeglijk, klein van stuk, charmant met een vanzelfsprekend soort overwicht in theatrale zaken. Zijn eerste stappen op dat gebied zet hij als acteur binnen de Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS), een moloch waar ouderwets-Vlaamse mores aan de orde van de dag zijn; geen plek voor innovatie, wel voor vriendjespolitiek.

'Na vijf jaren KNS was ik mentaal en fysiek ziek. Ik kon ' s ochtends met moeite uit mijn bed komen, omdat de gedachte aan alweer een repetitie zonder de minste vorm van creativiteit mij verlamde. Als marionet mocht ik dienen in historische reconstructies', schrijft hij in Ac c i -denten, een terugblik uit begin jaren negentig.

Zijn kijk op wat theater moet zijn, vervat hij wel als volgt: 'Ik dweep nogal met het idee dat theater een ritueel is en dat de waarde precies ligt in de herhaling van dat ritueel. Maar of we er iets mee bereiken? Maatschappelijk: nee. Ik denk niet dat het theater de mensheid kan verbeteren. Ik denk dat theater integendeel een spiegel van de verdorvenheid moet zijn.'

Hij vertrekt en legt met compaan Guy Joosten de fundamenten voor hun Blauwe Maandag Compagnie (BMCie), waarmee ze medio jaren tachtig Vlaanderen en Nederland verbluffen talloze prijzen binnenhalen. Top van de roem en begin van het einde van de BMCie is Te Oorlog, de rigoureuze Shakespeare-bewerking van de tandem Tom Lanoye-Luk Perceval.

Joosten is dan al een tijdje opgestapt. Tijdens de wording van deze marathon (circa acht uur koningsdrama in de vorm van een drieluik) houden meerderen uit de groep het voor gezien. Het resultaat is uiteindelijk overweldigend, maar Perceval kijkt al verder en bereidt in tussentijd de megafusie tussen zijn club en KNS-kolchoze voor, die met allerlei modificaties op bestuursvlak, zal uitmonden in het Antwerps stadsgezelschap Het Toneelhuis.

En dan laat zich eigenlijk alras aanzien dat Perceval zich niet zal settelen, want hij plant S chlachten!, een Duitse remake van Ten Oorlog, een klus van maanden met de première tijdens de Salzburger Festspiele in 1999. Zijn Duitse weg ligt open, maar thuis wordt hij onder vuur genomen. Om zijn uithuizigheid, en om zijn eigenzinnigheid, zijn schokkende, rauwe stukken. Haast ritueel theater, kaal, rondom oerstructuren als het gezin. 'De families bij Perceval stinken altijd uit al hun poriën', schrijft theaterwetenschapper Luk Van den Dries in een studie over de regisseur. 'Hier ruikt het naar politieke en seksuele rotte vis.'

De tijd van de goede ontvangst is voorbij. 'Een breekpunt is Aa r s ! geweest', zegt Perceval, over de vergaande Oresteia-bewerking van hemzelf en auteur Peter Verhelst. 'Daarmee heb ik mijn vuurpijlen afgeschoten, omdat ik daarin een soort ontevredenheid wilde uiten over het burgerlijke keurslijf waarin het theater zit.' Van den Dries: 'Perceval is op zoek naar confrontatie, met zichzelf in de eerste plaats, met zijn eigen onmacht, twijfel, duisternis. Maar ook met manieren van toneelmaken die niet noodzakelijk in zijn bekende straat liggen.' De Volkskrant schrijft: 'Perceval houdt het gangbare toneel kennelijk voor gezien. Maar behalve een bij vlagen mooi toneelbeeld biedt Aa r s ! bitter weinig.' Het Algemeen Dagblad concludeert: Luk Perceval is aan vakantie toe.

'Luks visie op huwelijk en (familie-) relaties door zijn leven ingegeven', zegt broer Stefan Perceval (31), die, opmerkelijk in deze context, met broer Peter, en sinds kort ook Luks zoon Jeroen, opduikt in aan Het Toneelhuis gelieerde producties.

'Hij, als oudste, heeft bij onze ouders heel andere dingen meegemaakt dan ik, de nakomer. Peter zit zo'n beetje tussen ons in. Bij Luk is vaderfiguur een mistroostige man, de moeder een keiharde vrouw. Bij mij is de vader de grote afwezige - na dertig jaar huwelijk is hij alsnog vertrokken. Maar Luk is die bitsige ouderrelatie erg bijgebleven. Mijn moeder zei altijd: ”Een huwelijk is gebaseerd op seks en geld”en in hun geval was er sprake van geen van beide.'

Soms - 'tijdens gezamenlijke interviews' willen ze zich nog wel eens afvragen wat hen bindt als familie. 'We delen geen ontroerende verhalen van samen opstaan en in de badkamer vechten om wie het eerste onder de douche kon. Een gevoel voor taal is het, een zekere alertheid daarop. Maar van onze ouders hebben we het niet. . .'

De ouders Perceval hadden een café, een typisch Vlaams etablissement waar het er op zonen feestdagen liederlijk aan toe kon gaan. Perceval zou er bij de BMCie losjes Wilde Lea naar modelleren, een rondborstig stuk met zang, dans en acrobatiek.

Vervolgens stapten de Percevals over naar binnenvaart, maar het schippersbestaan bracht ook al weinig geluk. Stefan: 'Onze Luk wilde niets liever dan profvoetballer worden. Het werd theater doordat-ie zo stuurs was en door de ouders op een instituut in Merksem op een voordrachtsklas werd gedaan. Toen ondekte-nie die feeling voor taal.

'Ik wil het over de essentie, mijn essentie hebben', zou Perceval zelf zeggen. 'Ik kan dat niet welbespraakt verwoorden; ik kan hooguit stamelen dat mijn evolutie neerkomt op het steeds meer willen zeggen met minder middelen. Maar als het spel van een acteur mij raakt, al is het níet volgens het adagium less is more, dan mag het van mij best inconsequent zijn. Mij gaat het om menselijkheid, ontroering, humor.'

'Luk heeft niet per se een vooropgezet plan', zegt Stefan Perceval. 'Hij maakt theater vanuit zijn binnenste. Hij pelt af tot niets meer overschiet, hij schaaft tot op het bot. En dat kan voor de spelers best lastig zijn soms, want je moet diep gaan met iemand. Ik kan me indenken dat mensen tijdens dat intense proces verliefd op hem worden. Het zijn relaties van jaren soms, die verder gaan dan een artistieke band. En dan komt er vaak een moment dat het ingewikkeld wordt. Met familie is dat net anders - er is soms kwaadheid maar die verdwijnt wel weer.'

Dottermans is op die manier met Perceval vergroeid geweest, maar heeft na botsingen van velerlei aard geen zin meer om daar op terug te komen. Actrice Ariane van Vliet idem dito, maar tussen hen beiden kwam het dusdanig goed dat ze weer samenwerken. Ze is net terug uit Wenen, waar in de Festwochen ook Oom Va n j a was geprogrammeerd, Percevals verstilde Tsjechov-enscenering waarin Van Vliet de rol van Sonja vertolkt. Luk Perceval leerde ze kennen in de Blauwe Maandag-periode.

'Voor mij was Ten Oorlog een mooie tijd', zegt ze. '23 Jaar, de liefde pril en ongekende mogelijkheden in het verschiet: een rol bij een gezelschap als de BMCie was iets waarvan je droomde. Het was ook heftig. Acteurs, vrienden toch, liepen weg. Luk zag overeenkomsten tussen de werkelijkheid en de Shakespeareaanse materie waarmee hij bezig was. Je beste vriend die het op je kroon heeft gemunt. Verraad. Ach, iedereen heeft zijn eigen verhaal uit die tijd. Het is ook louterend geweest.'

Het kan dus vreselijk botsen met Perceval; zijn oude maat Guy Joosten die zich bij Het Toneelhuis opnieuw had aangesloten, liep weg nadat Perceval een regie had afgekeurd. Met Jan Decleir kwam het tot onenigheid, Gerardjan Rijnders wil aan zijn tijd met Luk geen woorden vuil maken, acteur Han Kerckhoffs hield het voor gezien tijdens de repetities van Oom Vanja.

Van Vliet: 'Hij is extreem. Goed is goed bij hem, maar zo niet - hij kan onbuigzaam zijn. Kan kortweg zeggen: los het op. In moeilijke situaties zal hij niet vragen: - Wat is er aan de hand, waar zit je mee?- 'Het heeft ermee te maken, denk ik, dat hij vertrekt vanuit de nóódzaak een stuk te doen: hij wil er iets mee vertellen, hij wil het leven erin herkennen. Over mensen moet het gaan, het blijft nooit abstract. In die zin staan acteurs bij hem ook heel centraal tijdens het repetitieproces. Hij zet alles op alles om je creatief te laten zijn. Vertel iets over jezelf, dat is iets dat hij je iedere productie wil laten doen. Hij laat je zoeken, de tekst uit je hoofd leren en dan zeggen: doe het maar in je eigen woorden. Om de zo echt mogelijke situatie te bereiken die je als acteur kúnt bereiken.

'Als iemand zegt: ik kan dit zo niet doen, ik ga me op die manier ongelukkig voelen in een rol, dan zegt hij: ga maar weg. Extreem consequent, dat kan heel naar zijn. Maar met een waarachtig resultaat.'

'Geen makkelijk mens, maar een vriend', zegt Eric Antonis, oud-schepen (wethouder) van Cultuur van Antwerpen en als zodanig wegbereider van de fusie tussen de BMCie en de KNS. 'Hij is radicaal in theater en in persoonlijkheid. Wat ik bewonder, is de evolutie die is doorgemaakt van de bruisende, toegankelijker voorstellingen naar de verstilling van nu. Hij heeft een stevige greep op het inhoudelijke verhaal, de verdroging van de samenleving, de toename van de wansmaak, de vulgariteit waarmee we kampen. Dat vind ik geweldig. En, ja, de oorlogen zijn mij als gelukzalige toeschouwer bespaard gebleven.'

Niet helemaal misschien, want zo nu en dan moest Perceval zich op instigatie van de schepen 'verantwoorden' voor de gemeenteraad - en zo graag deed hij dat nu ook weer niet. Steeds weer kreeg de regisseur het verwijt te elitair te kiezen, te weinig sociaal gemengd publiek te trekken. Hij kon er wel eens gek van worden. 'Ik heb het geluk dat mijn ouders, die schippers waren, drie faillissementen en een zinkend schip overleefd hebben', zegt hij. Dat brengt, met andere woorden, het nodige relativeringsvermogen met zich.

Antonis: 'Qua receptie heeft hij het niet ook makkelijk. Met de media, neem De Morgen, heeft hij een slechte relatie. Maar het publiek van Het Toneelhuis is nu jonger, onafhankelijker, dat is een verdienste.'

'Waar ik wel een probleem mee had is dat-ie zo veel weg was, op gegeven moment. En dan merk je dat het een koud huis wordt. Je hebt toch iemand nodig om een compagnie bij elkaar te houden.'

Het was inderdaad niet bepaald een bruisende bende waarin Titus Muizelaar terecht kwam toen hij (Toneelgroep) Amsterdam verruilde voor een plek in de Bourla. Niettemin is de samenwerking met Perceval in orde en is Muizelaar fan van de voorstellingen van de Vlaming. Zoals de meesten ziet hij diens vertrek naar Berlijn als iets onvermijdelijks, sinds lange tijd. 'Luk gaat. De vraag is of hij ooit werkelijk hier is geweest.'

Annette Kurz gaat mee. Ze betrekken een boot op de Spree. Zo neemt hij een deel van thuis met zich mee, zegt ze, denk aan zijn jeugd als schipperskind. Ergens houdt hij zo een relatie met zijn thuisstad, ook met Het Toneelhuis is er sprake van een soort continuering. Theaterwetenschapper Van den Dries: 'Die flux tussen min en plus, vrijheid en verantwoordelijkheid, middelpunt en omtrek, bepaalt het parcours van Luk Perceval. Het is een traject dat de paradox toelaat, de tegenspraak en het steeds opnieuw beginnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden