Maken genen je gek, of het idee dat gekte in de genen zit?

De engel die aan mijn bed verschijnt, legt een klassieke keuze voor. ‘Wil je eerst het goede of het slechte nieuws?’ Omdat het leven te kort is, neem ik eerst het toetje en krijg te horen dat het over een half jaar weer goed met me zal gaan....

Als ik met de tijdgeest mee zou gaan dan zou ik het antwoord wel weten. Het Depressie Centrum verkondigt bijvoorbeeld graag dat een depressie een ziekte is en geen teken is van zwakte of van een moreel tekort. Het voordeel van een ziekte is immers dat je er zelf weinig verantwoordelijkheid voor draagt. Woordvoerder Aly van Geleuken zei in dit verband: ‘Als iemand een hartinfarct krijgt, ontvangt deze persoon bijna altijd begrip hiervoor. Krijgt iemand een depressie, dan ben je een loser en niet tegen het leven opgewassen.’ Inderdaad, onrechtvaardig.

De keuze om een depressie als een ziekte te beschouwen, leidt niet uitsluitend tot meer begrip. Als ‘patiënt’ ben je misschien minder geneigd te proberen je leven weer op de rails te krijgen. In plaats daarvan zoek je behandeling. In de praktijk blijkt dat meestal neer te komen op het slikken van pillen. De veelvuldige reclame voor het idee dat een depressie een mede door de genen bepaalde hersenstoornis is, heeft gezorgd voor spectaculaire verkoopcijfers van antidepressiva in ons land. De psycholoog Trudy Dehue laat in haar boek De depressie-epidemie overtuigend zien dat dit niet voor iedereen goed nieuws is.

Een tweede gevolg van het hebben van een ziekte is dat je niet alleen minder verantwoordelijkheid hebt, maar ook minder zeggenschap. Je moet doen wat de dokter je zegt, want hij weet beter wat goed voor je is dan jezelf. Bovendien zijn tekortschietende genen een vrijwel even ongrijpbaar fenomeen als een slecht karakter en mogelijk een even goede grond voor uitsluiting of afkeuring.

De Amerikaanse socioloog Jason Schnittker onderzocht welke gevolgen de genetische revolutie heeft gehad op het beeld van psychische stoornissen in Amerika. Het toenemende geloof in genetisch bepaalde hersenziektes, blijkt voor mensen met een depressie weinig kwaad te kunnen. De gemiddelde Amerikaan heeft minder moeite met een depressieve buurman dan tien jaar geleden en ook in andere opzichten is de grondhouding ten opzichte van depressies opgeklaard.

Het beeld voor mensen met schizofrenie is echter veel somberder. Mensen die denken dat deze stoornis genetisch is bepaald, willen mensen met schizofrenie liever niet in hun omgeving tegenkomen en vinden vaker dat ze onder dwang behandeld moet worden. De achterliggende reden is dat we het woordje schizofrenie associëren met onvoorspelbaar en gevaarlijk. Het idee dat deze eigenschappen in de genen verankerd liggen, en dus tot de kern van iemands wezen behoren, maakt de waargenomen dreiging alleen maar groter. Hoe kan iemand met zo’n genetische afwijking zichzelf in de hand houden?

De kale feiten zeggen echter dat mensen met schizofrenie vaker slachtoffer zijn van geweld dan dader. Als we de bejegening van mensen met een psychische stoornis willen verbeteren, is het dus niet voldoende dat we de persoon van de schuldvraag proberen te ontlasten door zijn genen en brein de schuld te geven. Wat wel helpt weet ik eigenlijk niet, maar ik denk dat ik mijn engel toch maar om een karakterfoutje vraag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden