Makelaars in minderheden

De multiculturele samenleving is niet alleen een gegeven, zo luidde tot voor kort de dominante opvatting, zij is ook een verrijking van ons bestaan....

Door Martin Sommer

Een paar weken terug werd in de Haagse galerie Pulchri het jaarboek van de PvdA-denktank de Wiardi Beckmanstichting ten doop gehouden. Het boek behandelt immigratie en integratie, dé hete hangijzers van vandaag. Met de even modieuze als suggestieve titel Transnationaal Nederland. Het was een leerrijke bijeenkomst. Vanwege dat begrip transnationaal, en vanwege het gelegenheidsforumpje. Eén bom op Pulchri, en Nederland zou die middag zijn halve minderhedenwereldje zijn kwijtgeraakt. In het forum zat prof. Pauline Meurs van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, tevens hoofdverantwoordelijke voor het laatste WRR-rapport Nederland als immigratiesamenleving. Als relatieve buitenstaander merkte Meurs op: 'Je komt wel vaak dezelfde mensen tegen.' En: 'Onderzoek en beleid zitten wel heel dicht op elkaar.'

In het forum mopperde Paul Scheffer, bekend van zijn multiculturele drama, dat het jaarboek 'geen urgentie' uitstraalde. Het was net alsof 11 september nooit was gebeurd. Terwijl de ontnuchtering sedertdien razendsnel is gegaan. De oude politiek roept inmiddels eendrachtig met de nieuwe dat Nederland geen immigratieland is. De asielzoekerij is krachtig ingeperkt, uitgeprocedeerde gezinnen worden ook bij 9 graden onder nul door sociaal-democratische burgemeesters uit hun huizen gezet. Lees tegen deze achtergrond het titelgevende essay 'Op weg naar transnationaal burgerschap', geschreven door Erik Snel en Godfried Engbersen, de laatste hoogleraar te Rotterdam, de eerste zijn wetenschappelijke buurman op de gang van de Erasmus-universiteit.

Enbersen en Snel betogen dat we 'op een rationele manier' moeten omgaan 'met hedendaagse migratierealiteiten', in plaats van de 'sterk defensieve houding' die de nieuwe minister van Vreemdelingenzaken (Nawijn) kenmerkte. Die nieuwe realiteit is dat immigranten tegenwoordig niet met hun hele hebben en houden verhuizen, maar 'transnationale' banden blijven onderhouden met hun land van herkomst. In het Pulchri-forum zat ook Ruben Gowricharn, recentelijk benoemd als bijzonder hoogleraar Multiculturele Cohesie en Transnationale Studies in Tilburg. Snel en Engbersen verwijzen in hun artikel instemmend naar zijn kritiek op 'het archaïsche beeld van de gesloten natiestaat'. 'Mensen zijn actief in transnationale ruimten en daardoor lid van verschillende nationale staten.'

Pauline Meurs van de WRR gebeld. Wat bedoelde zij met haar opmerking over de verstrengeling van onderzoek en beleid? 'Ik kom van buiten. Het viel me op dat de taboes in het minderhedenbeleid ook in het onderzoek doorklinken. Er is een beperkt aantal smaakmakers in de discussie, het is een normatief geladen onderwerp.' Ondanks haar kennelijke reserve komt het woord 'transnationaal' ook prominent voor in haar eigen WRR-rapport dat vorig najaar werd gepubliceerd.

Dat begrip 'transnationaal' is zelf een prachtig voorbeeld van het gebrek aan neutrale taal in het spreken over minderheden. Het beschrijft een bestaande situatie, verwoordt een kosmopolitisch ideaal, en geeft tegelijk een beleidsrichting aan. De raad adviseerde het toelaten van een dubbele nationaliteit voor etnische minderheden. Grof gezegd past de inhoud van het WRR-rapport als een handschoen op het WBS-jaarboek waar het transnationale idee tot titel werd verheven.

Je zou het eigenaardig kunnen noemen dat zo'n toch omstreden gedachte terecht komt in een officieel advies aan de regering. Aan de andere kant verbaast het ook weer niet, als je de namenlijst van WRR-medewerkers, de schrijvers van het jaarboek en de literatuurlijsten naast elkaar legt. Het is een feest der herkenning. WRR-stafmedewerker Dennis Broeders schreef ook een hoofdstuk in het WBS-jaarboek. Jaco Dagevos, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), schreef een deelrapport voor de WRR en nam samen met SCP-collega Paul Tesser een hoofdstuk in het WBS-boek voor zijn rekening.

Tesser is onlangs overgestapt van het SCP naar de directie integratie minderheden van het ministerie - van onderzoek naar beleid dus. Han Entzinger, hoogleraar migratie- en integratie studies in Rotterdam, schreef een hoofdstuk in Transnationaal Nederland, was hoofdverantwoordelijke voor de WRR-nota over Allochtonenbeleid (1989), en wordt in de nieuwe nota bedankt voor 'adviezen en informatie'.

Dat sprake is van verwevenheid tussen universiteits-onderzoekers, planbureau-medewerkers, beleidsambtenaren en linkse partijen, ontkent niemand. De WRR, zegt een oud-medewerker, is nu eenmaal een monument van social engineering. En dus een broeinest van mensen met maakbaarheidsgedachten. Hetzelfde geldt voor de toegepaste sociologie waarin de meeste betrokkenen zich hebben bekwaamd. Zes van de elf auteurs van het WBS-jaarboek zijn verbonden aan de sociale faculteit van de Erasmus-universiteit. De vraag is of dat ernstig is. Jaco Dagevos (SCP) denkt van niet. Hij was aanwezig bij de presentatie van Transnationaal Nederland en vindt het 'nogal flauw' dat Meurs over die vervlechting begon.

Nederland is een klein land, kun je bij de betrokkenen vernemen. Natuurlijk kom je elkaar voortdurend tegen. Het hoeft het debat niet in de weg te staan. Dagevos verwijst naar zijn eigen SCP-directeur, Paul Schnabel. Die hield een geharnast pleidooi voor assimilatie, het tegendeel van transnationaal burgerschap. 'Daar sta ik voor het grootste deel achter.'

Achterin het WRR-rapport wordt driemaal naar publicaties van Dagevos verwezen. Entzinger wordt tweemaal genoemd. Engbersen driemaal. Gowricharn, die zelf ook een WRR-deelstudie schreef, liefst zevenmaal. Toch mankeert er iets. Waar zijn de critikasters van het minderhedenbeleid? In de literatuurlijst ontbreekt Hendrik Jan Schoo, die al jaren hamert op de problematische kanten van het multiculturele bedrijf. De titel van Schnabels essay 'De multiculturele illusie' is evenmin te vinden, net als die van werk van Paul Scheffer of bijvoorbeeld Herman Vuijsje.

De stemming in het land is ongelooflijk snel omgeslagen, zei prof. Entzinger in zijn inleiding in Pulchri. Onderzoek wees uit dat in oktober 2001 de drie hoogste nationale zorgen waren: criminaliteit, gezondheid, terrorisme. In februari van dit jaar lag plotseling de naam van Pim op ieders lip. Het grootste probleem was plotseling het asielvraagstuk. 'Een komeetachtige stijging', aldus Entzinger. Zou het waar zijn? Of zouden beleidsmakers, onderzoekers, politici en journalisten het zo druk met elkaar hebben gehad, dat ze geen tijd hadden om zich met de buitenwereld bezig te houden?

Een verwante vraag: hoe kon het dat het Sociaal en Cultureel Planbureau nauwelijks een jaar geleden rapporteerde dat Nederland in grote lijnen een tevreden natie was? Nog een: waarom is in het WRR-rapport over immigratiesamenleving Nederland weinig tot niets te vinden over de oplopende spanningen die direct verband houden met immigratie en integratie?

Meurs merkte in haar inleiding op het WRR-rapport op dat het begrip 'Nederland is een immigratieland' een vaststelling is. Nederland heeft nu eenmaal een hoog immigratie-saldo, en zal dat de komende jaren houden. 'Niettemin', voegde ze daaraan toe, 'zou men deze verwachting ook als een wenselijke ontwikkeling kunnen zien, wanneer men zich realiseert dat de immigratie een begeleidend verschijnsel is van de groeiende welvaart.'

Daar verschuift, net als bij het begrip transnationaal, de realiteit ongemerkt naar wenselijkheid, en wordt de wetenschappelijke beschrijving ideologisch gekleurd. Het gebeurt nu eenmaal, laten we het als iets moois bekijken. Een jaar later verzucht Meurs 'dat ik dat nu anders zou hebben geformuleerd'. En ja, 'achteraf had ik wel een extra studie naar de situatie in de grote steden gewild.'

Nu Nederland eraan went om te zeggen wat het denkt, begint ook de kritiek op de oogkleppen van het minderhedenonderzoek los te komen. In het laatste nummer van het tijdschrift Socialisme & Democratie vraagt de Utrechtse wetenschapper Hans Werdmölder zich af waarom media en wetenschap de schaduwzijden van de multiculturele samenleving jarenlang totaal hebben onderschat. Intellectuelen zongen het lied van de kosmopoliet, journalisten papagaaiden het na, daar komt het op neer.

Een deel van de verklaring ligt in het 'parochialisme', aldus Werdmölder. 'Men kent elkaar persoonlijk en leest elkaars bijdragen, vooral wanneer ze gepubliceerd worden in de media. Het is een vrij gesloten circuit, met een grote geneigdheid tot convergentie in de meningvorming. In deze gemeenschap van academici domineert het linkse denken en in wetenschappelijke bijdragen en opinies wordt er sterk op gelet niet uit de toon te vallen. Oh wee, wie zich buiten het territorium van politiek correcte opvattingen begeeft.'

Wetenschappers houden net als gewone mensen niet van kritiek. Ze zijn van elkaar afhankelijk, moeten ervoor zorgen dat ze worden geciteerd, bevinden zich de ene keer in de rol van onderzoeksbeoordelaar, de volgende keer in die van onderzoeksaanvrager. Dat rolprobleem wordt des te klemmender, wanneer sprake is van toegepaste wetenschap die dicht tegen het beleid aanligt, en nóg eens extra wanneer sprake is van politiek brandbare onderwerpen. Je kunt met je ogen dicht aanwijzen waar de beleidswetenschappelijke kartels zich bevinden: bij het onderzoek naar drugsgebruik, natuur en milieu, verkeer en vervoer, ontwikkelingshulp. 'Dat betekent niet dat sprake is van een academische gedachtenpolitie', zegt Jos de Beus mild. Hij is hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, kent alle hoofdrolspelers, maar bekijkt het toneel van de zijlijn. 'Er zijn geen richtingen die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Dat hoort bij Nederland. Jammer.'

Ruw samengevat zijn er twee scholen die het minderhedenonderzoek min of meer gemonopoliseerd hebben. Dat zijn de Rotterdammers met als nestor prof. Han Entzinger (55), en het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) van prof. Rinus Penninx (54) verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De rolverstrengeling diende zich al aan bij het begin van hun beider carrière. Zowel Penninx als Entzinger begon zijn loopbaan als onderzoeksambtenaar op het toenmalige ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM), met de portefeuille gastarbeiders en rijkgenoten zoals het toen heette. Daarna stapten ze allebei over naar de wetenschap - met blijvend mooie contacten op het departement. Een kwart eeuw later domineren ze nog altijd het beleidswetenschappelijke discours. Dat levert een principiële moeilijkheid op: het is nu eenmaal lastig om je eigen beleidsdaden uit het verleden afstandelijk-wetenschappelijk te beoordelen.

Net als de minderheden kun je de onderzoekers in een eerste, een tweede en een derde generatie indelen. Rinus Penninx is dan de eerste generatie. Hij was verantwoordelijk voor het eerste WRR-rapport dat in 1979 uitkwam onder de titel Etnische minderheden. Daarin werd voor het eerst vastgesteld dat de 'gastarbeiders' hoogstwaarschijnlijk niet meer zouden vertrekken. Er moest daarom een minderhedenbeleid komen.

Lees verder op pagina 15

Allochtoon klinkt zo negatief

'Een stap verder en ik was niet meer een criticus, maar een querulant geweest'

Vervolg van pagina 13. Het rapport ademde een multiculturele geest: integratie met behoud van eigen cultuur, groepsgewijze emancipatie in het verlengde van de Nederlandse verzuiling.

Tien jaar later kwam de tweede WRR-nota tot stand onder leiding van Entzinger. Die was stafmedewerker bij de raad geworden, prominent bij D66 en vriend van de latere minister Roger van Boxtel. 'Ik werkte bij de WRR', vertelt Entzinger, 'Van Boxtel bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Dat was honderd meter verderop, bij het Plein 1813 in Den Haag. We aten wel eens een broodje.' Onder Entzinger veranderden etnische minderheden in allochtonen. 'Het begrip etnische minderheden hoorde bij het CDA. Groepsgewijze emancipatie. Er bestond niet eens een enkelvoud van.' In de tussentijd waren de aantallen enorm gestegen, evenals de werkloosheid.

Entzingers rapport bepleitte 'intensivering van beleid', alsmede 'grote inspanningen'. Dat betekende allebei: meer geld. De immigratie zou naar verwachting voortduren. 'Deze verwachting maakt het noodzakelijk de gevolgen positief te doen uitvallen', een formulering die bijna letterlijk opnieuw in het jongste WRR-rapport terug te vinden is. In dat laatste rapport - zogezegd de derde generatie - zijn allochtonen veranderd in 'immigranten'. Het rapport stelt vast dat er jaarlijks zo'n anderhalf miljard gulden aan minderhedenbeleid wordt gespendeerd, dat het achterstandenbeleid nauwelijks zoden aan de dijk heeft gezet en dat daarom de invloed van de overheid niet moet worden overschat. Maar harde conclusies worden niet getrokken.

Naarmate immigratie en integratie een groter probleem werden, kwam er meer geld voor onderzoek. Stapels rapporten, talloze proefschriften. Voor gesubsidieerd universiteits-onderzoek naar de 'Nederlandse multiculturele en pluriforme samenleving' werd twee jaar geleden 20 miljoen gulden uitgetrokken. Ministeries, gemeenten, stadsdelen, provincies, allemaal wilden ze weten wat ze moesten doen met een bevolkingsdeel waarvan ze zo weinig wisten, waar ze nauwelijks greep op hadden, en waarover elk standpunt gehypothekeerd was door de Tweede Wereldoorlog. Een gestage stroom onderzoeksopdrachten kwam op gang. Penninx had zijn IMES opgericht, Entzinger begon een soortgelijke onderzoeksschool in Utrecht, die vanwege aanhoudende conflicten aanmerkelijk minder vlot van de grond kwam.

'Lange tijd had Penninx het feitelijke monopolie, het IMES was een enorm succes', zegt De Beus. Snel onderzoek was het parool, tamelijk oppervlakkig en met directe beleidsaanbevelingen voor de aanvragende ambtenaar. Bij dat soort wetenschap wil de slang nog wel eens in zijn eigen staart bijten. Paul Scheffer geeft het voorbeeld van het boek Meetingpoint Nederland van prof. Jan Willem Duyvendak (Erasmus-universiteit), dat werd betaald door de gemeente Rotterdam. 'In dat boek werd het Rotterdamse integratiebeleid in bescherming genomen tegen critici.' Belangenverstrengeling of niet? Met regelmaat worden in soortgelijke mini-studies gemeente-ambtenaren bedankt voor hun bijdragen; dat wil zeggen de mensen die zelf de opdracht hebben verstrekt.

De manier waarop de deftige WRR-rapporten tot stand komen, is wezenlijk niet anders, zegt Arie van der Zwan. Hij had ooit zitting in de WRR en kent het klappen van de zweep. Van der Zwan schreef eerder dit jaar zeer kritisch over het immigratiebeleid. 'Onderschatting van de omvang van de immigratiestroom, ongerechtvaardigd optimisme met betrekking tot de integratie, en virtuositeit in het bedenken van bezweringsformules als het allemaal tegen blijkt te vallen.'

Hoe gaat dat met zo'n rapport, zegt Van der Zwan. Je krijgt de opdracht officieel van de politiek, maar in werkelijkheid van de directie minderheden van Binnenlandse Zaken. Als het klaar is, bepalen dezelfde ambtenaren weer wat ermee gebeurt. 'Bij Binnenlandse Zaken zijn dat allemaal pleitbezorgers van de minderheden. Daar moet je niet naïef over zijn.'

De wetenschapper als netwerker, preciezer en onvriendelijker: als makelaar in minderheden. Entzinger schaamt zich absoluut niet voor zijn uitstekende adresboek. Zonder netwerk ben je tegenwoordig als universiteits-onderzoeker een nul. Bezuinigingen stapelen zich op en moeten worden gecompenseerd door externe opdrachten uit de zogenoemde derde geldstroom. Hij erkent wel dat die vlotte onderzoekjes in opdracht bij hem en zijn collega's wel eens tot rolproblemen kunnen leiden. 'Quick and dirty', zegt Entzinger gekscherend. 'De noodzaak om de markt op te gaan, is er. Vroeger zei je bij een lezing, geef maar een boekenbon. Nu zeg ik: gireer maar duizend euro naar de faculteit.'

Entzinger is anderhalf jaar geleden van Utrecht naar Rotterdam verhuisd. Hij werd gevraagd, er kwam geen sollicitatiecommissie aan te pas. Eén van de redenen waarom hij interessant was voor de Erasmus-universiteit, was zijn netwerk. Entzinger was in zijn vorige baan ook voorzittter van de 'MO-groep', een koepelorganisatie van werkgevers van honderden welzijnsinstellingen. Daarvoor had Roger van Boxtel, vóór dat hij minister werd, hem gevraagd. 'Dat voorzitterschap heb ik aangekaart bij de Rotterdamse decaan. Die zei, hou maar aan, dat is handig. En het is ook handig om korte lijnen te hebben tussen wetenschap en politiek.'

De verleiding is groot om het minderhedenwereldje cynisch en negatief te beschrijven als een berekenende belangengemeenschap. Maar zo werkt het niet. Arie van der Zwan noemt Entzinger 'een typische pleitbezorger, wiens meningen meeglijden met de tijd. Die peutert overal geld los.' Hij zegt er meteen bij: 'Onderzoekers als Entzinger zijn wel de enigen die zich jarenlang in die materie wilden verdiepen. En als je je ergens in verdiept, krijg je er automatisch een belang in.'

Entzinger ontkent met kracht dat hij zich voor karretjes laat spannen. Er wordt vaak een beroep op hem gedaan omdat hij na jaren onderzoek nu eenmaal een kennisvoorsprong heeft. Dáárom wordt hij telkens gevraagd om stukken op opiniepagina's, artikelen, meningen. 'Sinds begin dit jaar word ik dagelijks door drie journalisten gebeld.'

Het zou ook te simpel zijn om te denken dat er eenvoudigweg wordt gelogen, of dat feiten bewust worden verdraaid. In het eerste WRR-rapport over etnische minderheden staat met zoveel woorden te lezen dat de oplossing van het integratieprobleem nog generaties zal duren. Er was ook toen al sprake van 'grote achterstanden', van een tweede generatie met 'grote identiteitsproblemen'.

Daar komt de allesbehalve onbevlekte rol van de media in beeld. Een mooi voorbeeld is de recente publicatie van de Integratiemonitor 2002, waarin kwantitatief wordt onderzocht hoe het met de integratie is gesteld. In het hoofdstuk over onderwijs wordt voorzichtig geconcludeerd dat het met Marokkaanse en Turkse kinderen iets beter gaat dan voorheen. Met de nodige slagen om de arm, omdat het aan cruciale gegevens ontbreekt wat betreft de leerlingen die zonder diploma van school afgaan. 'Onderzoek naar integratie laat positieve en negatieve ontwikkelingen zien', vat het persbericht prudent samen.

Na dit rapport en een vergelijkbaar onderzoek van het SCP, zegt Arie van der Zwan, verschenen overal berichten over het succes van de Marokkanen. Dan komen de hoogleraren die hun blijde boodschap verspreiden, maar nooit worden ondervraagd over hun belang. Erik Snel, onlangs benoemd tot bijzonder hoogleraar Intercultureel Bestuur in Twente, een leerstoel die is ingesteld door het Steunpunt Minderheden Overijssel, op de vraag of de integratie is mislukt: 'Er zijn juist grote successen behaald.'

Ruben Gowricharn, hoogleraar op een leerstoel die is ingesteld door de multiculturele stichting Forum, heeft zich tot uitgesproken doel gesteld multiculturele successen te onderzoeken. In het blad van de Tilburgse universiteit: 'Er is een middenklasse ontstaan van allochtonen waarin al aardig wat successen zijn geboekt. Ik ga die successen beschrijven.'

Het versimpelde resultaat van onderzoeken als de Integratie-monitor werd het uitgangspunt voor een recent omslagverhaal in Vrij Nederland. Titel: Met de buitenlanders gaat het best. Daarin veel cijfers en staatjes en positieve interpretatie. 'Als de prognose van het SCP klopt dat die 1,6 miljoen (allochtonen) in 2030 tot 3 miljoen is toegenomen, is nog steeds sprake van niet meer dan 20 procent van de bevolking. Een structurele minderheid dus. Sterk dat die erin zal slagen van Nederland een derdewereldland te maken.'

Het is maar wat je wilt zien. Met dezelfde cijfers kun je ook opschrijven, zoals Arie van der Zwan deed, dat in 2050 in de twintig grootste steden van Nederland het overgrote deel van de bevolking van allochtone herkomst zal zijn. Paul Scheffer over het 'onderwijssucces': die verbeteringen worden gemeten ten opzichte van de ouders, die helemaal niet naar school zijn geweest. 'Terwijl je het natuurlijk moet afzetten tegen de Nederlandse leeftijdsgenoten.'

Tja, erkent Jaco Dagevos van het SCP. 'De cijfers houden op een gegeven moment op. Dan gaat het erom hoe je de dingen opschrijft.'

Prof. Pauline Meurs, WRR: 'Het gaat er natuurlijk om hoe je de dingen benoemt. Het glas is halfvol of halfleeg.'

Prof. Han Entzinger: 'Als je prachtig kunt zeggen, ze worden teveel als zorgcategorie beschouwd, dan schrijf je toch niet dat ze misbruik maken van de sociale voorzieningen?'

Het gaat er vooral om wat níet benoemd wordt, wat niét wordt onderzocht, waar al die jaren zorgvuldig níet naar is gekeken. Paul Scheffer: 'Er wordt nog altijd vanuit het perspectief van de achtergestelde minderheden geredeneerd. Waar is het onderzoek naar de oorzaken en effecten van de ''witte vlucht'' vanuit de grote steden?' Hans Werdmölder: 'Nooit mocht de cultuur van de onderzochte groep als mogelijke medeveroorzaker worden gezien van de achterstanden.' Wat omissies betreft is het WRR-rapport tamelijk schokkend. Daarin staan welgeteld drie alinea's over de 'ontvangende samenleving'. In die drie alinea's wordt het verzet tegen nieuwkomers in de grote steden afgeserveerd met het begrip 'redelijk racisme'.

De netwerkanalyse is een sociologische klassieker. Een andere is het verhaal van de gevestigden en de buitenstaanders. Daarvan kan Scheffer meepraten sinds hij in januari 2000 in NRC Handelsblad een pagina volschreef over 'het multiculturele drama'. Strekking: de integratie is mislukt. Sindsdien heeft hij zeker tweehonderd keer in het openbaar gedebatteerd. Het publiek liet telkens weer blijken: eindelijk iemand die de vragen stelt. Wat een verschil met de manier waarop de gearriveerde wetenschappers reageerden.

Scheffer: 'Mijn bemoeienis werd beschouwd als huisvredebreuk. Het artikel werd door het minderhedenwereldje massief veroordeeld. Er klopte niets van, óf het was allemaal al eens een keer gezegd.'

Scheffer werd door Penninx in de krant 'democratisch ongeduld' in de schoenen geschoven. Penninx: 'Zou Scheffer zich hierdoor laten overtuigen? Ik ben bang van niet. Ik denk dat er meer aan de hand is dan onkunde, slecht geïnformeerd zijn en eenzijdige bronnen over immigranten en hun integratie.'

Scheffer zegt dat hij 'langs het randje' is gegaan. 'Ik voelde, nog één stap verder en ik was niet meer een criticus geweest, maar een querulant, een soort Oltmans. Op zo'n moment kun je zien hoe Nederland werkt. Heel sterk in zijn uitsluitingsmechanismes. Iedereen zegt, wij Nederlanders hebben twee kenmerken, tolerantie en consensus. Maar wie vraagt zich af hoe die twee zich tot elkaar verhouden? De choc des opinions bestaat hier helemaal niet. Nederland is een gesloten samenleving. Er zijn er zo weinig die spreken zonder last of ruggespraak.'

Vast staat dat het steeds buitenstaanders zijn geweest, die het immigratiedebat in Nederland hebben opengebroken. Eerst Bolkestein, toen Scheffer, toen Fortuyn en als laatste Ayaan Hirsi Ali. Ook de effectiviteit van het Nederlandse minderhedenbeleid werd door een buitenstaander aan de orde gesteld: de socioloog Koopmans stelde onlangs dat de integratie in Duitsland zónder minderhedenbeleid succesvoller is verlopen dan in Nederland, met zijn byzantijnse baaierd aan onderzoek en projecten.

De Beus: 'De twee belangrijke kwesties van de laatste tijd komen van Scheffer en Hirsi Ali. Namelijk: zijn we op weg naar segregatie in Nederland, en vormt de islam voor de integratie een bedreiging van binnenuit. Dat is allemaal niet door die universitaire onderzoekers aan de orde gesteld. Dat neem ik ze zeer kwalijk.'

Sinds de opkomst van Pim Fortuyn en vooral sinds het aantreden van het kabinet-Balkenende, is sprake van een opmerkelijke rolomkering. Voorheen bepaalden de minderheden-professoren de politieke agenda. Nu is het andersom: de politiek heeft de wetenschap achter zich gelaten, de universiteitsonderzoekers zijn in de verdediging gegaan.

Volgens Van der Zwan is het WRR-rapport van vorig najaar volledig door de feiten achterhaald. 'Daarin staat dat we niks kunnen beginnen tegen de immigratie. Intussen is het aantal asielzoekers ingeperkt en wordt er krachtig aan gewerkt om de huwelijksimport aan banden te leggen.' De aanbeveling om dubbele nationaliteiten te accepteren in verband met het 'transnationale burgerschap' is door de politiek niet eens serieus genomen.

Dat wil niet zeggen dat de rol van de minderhedenonderzoekers is uitgespeeld. De ideologie is op zijn retour, schrijft Hans Werdmölder in S & D. Zo niet in het defensief. 'Maar zijn beoefenaren hebben zich genesteld in gevestigde academische en politieke posities.' Drie weken geleden stond er een interview in de Volkskrant met Jan Schoonenboom, staflid van de WRR, oud-collega een geestverwant van Entzinger. Hij vertelt over de verschuiving in terminologie van allochtonen naar immigranten. 'De term allochtonen werd steeds negatiever belast.' Ze bedachten bij de WRR 'immigranten', om te onderstrepen dat Nederland sinds lang de facto een immigratieland is. Dat moeten we nu maar accepteren. 'Taal is geen neutrale categorie', zegt Schoonenboom er voor de zekerheid bij. Bij het begrip immigranten hoort een kosmopolitsch ideaal en een liberale opvatting over arbeidsimmigratie, zoals sinds jaar en dag bepleit door Roger van Boxtel, en in Transnationaal Nederland weer door Engbersen, Snel en Entzinger.

'Juist door de toegang tot Nederland te vergemakkelijken zullen veel arbeidsmigranten na een tijdelijk verblijf weer terugkeren', schrijven Engbersen en Snel in het WBS-jaarboek. Dertig jaar ervaring leert bepaald anders, maar de idealen laten zich kennelijk niet door de ervaring intomen. Entzinger erkent in zijn bijdrage aan het WBS-jaarboek dat het spreken over arbeidsimmigratie in het huidige politieke klimaat gelijk staat aan 'het trekken aan een dood paard'. Dan vervolgt hij: 'Gelukkig heeft de wetenschap een eigen verantwoordelijkheid en een eigen agenda. Die agenda is bepaald stabieler en meer gericht op de lange termijn dan die van de politiek.'

Vorige zomer werd de noodzaak van nieuwe immigratie bijna omarmd door de Partij van de Arbeid. Naderende verkiezingen, CBS-cijfers over enorme aantallen gastarbeiders die nodig zouden zijn om onze vergrijzing te compenseren en weerwerk in de media, deden Kok besluiten om het omstreden idee zeer vlot te begraven. Daarna volgden 11 september en Fortuyn. Maar de wetenschappelijke ideologie van de arbeidsimmigratie is niet weg. Getuige de bundel Transnationaal Nederland. Getuige het pleidooi voor arbeidsimmigratie van de naar GroenLinks lonkende PvdA-lijsttrekker Wouter Bos in de Volkskrant.

De geesten worden nog altijd rijp gemaakt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden