Make hummus not war

Welk volk is de bedenker van hummus? De Israëliërs, de Palestijnen of de Libanezen? Het Food Film Festival toont een documentaire over de humusoorlog. Een voedselvete die onlosmakelijk is verbonden met oude conflicten in het Midden-Oosten.

Samen eten geldt als een probaat middel om partijen tot elkaar te brengen. Vredebesprekingen beginnen steevast met een diner. De gedachte is in ieder geval praktisch: zolang partijen samen eten, kunnen ze niet vechten.


Fameus in dat verband is het voorbeeld van Duitse en geallieerde soldaten in de Eerste Wereldoorlog die in december 1914 de loopgraven uit kwamen om samen het kerstmaal te nuttigen. De olijftak, liefst in de snavel van een duif, geldt als vredessymbool bij uitstek.


Ook dichter bij huis zijn er voorbeelden van eten (en drinken) als vredestichter. Denk aan voormalig burgemeester Job Cohen en zijn kopje thee drinken. In buurthuizen en wijkcentra in Nederland zijn de afgelopen decennia tienduizenden multiculturele etentjes georganiseerd vanuit de gedachte dat het delen van elkaars eten onderling begrip kweekt.


Het idee dat eten vrede kan brengen, wordt ook uitgedragen in Make Hummus Not War, de film die deze week zijn Nederlandse première beleeft op het Food Film Festival. Hierin doet de Australische filmmaker Trevor Graham verslag van wat bekend is geworden als de 'Hummus Wars' met als inzet: welk volk is nou de bedenker van dit gerecht dat als basisvoedsel geldt in het Midden-Oosten en ook buiten deze regio steeds populairder wordt?


Zijn het de (Joodse) Israëliërs, die hummus tot nationaal gerecht hebben uitgeroepen? De Palestijnen, die claimen dat zij de beste hummus maken en alleen al op grond daarvan het intellectueel eigendom mogen opeisen? Of de Libanezen die hummus beschouwen als onvervreemdbaar cultuurgoed?


Het twistpunt zelf kan haast niet nederiger zijn: een puree van kikkererwten met sesampasta, knoflook, zout en olijfolie. Simpel, voedzaam, gezond en goedkoop. Armeluiseten bij uitstek. Maar de emoties zijn er niet minder om.


De Hummus Wars braken openlijk uit toen in 2008 Libanon de Israëlische export van hummus als een nationaal product aan de kaak stelde. 'Wij beschouwen dit als diefstal', zei de Libanese minister van Toerisme Fadi Abboud. 'Vergelijkbaar met het stelen van land.' Arabische media deden er serieus verslag van. 'Na zijn verlies op het slagveld is Israël de keuken ingevlucht', zei een gehoofddoekte nieuwslezeres zonder een spoortje ironie.


De Israëliërs reageerden door een nieuw record te vestigen in het Guinness Book of Records met een schotel van vier ton hummus. De Libanezen sloegen keihard terug met een hummusbom van 11,5 ton. Daarmee lag de oorlog op straat.


In zijn film doet Graham persoonlijk verslag vanuit de frontlinies terwijl hij op zoek gaat naar de ultieme hummus in de achterafstraatjes van Jeruzalem, Tel Aviv, Betlehem en Beirut. Hij eet hummus bij een Palestijnse boer, maar ook in een Joodse nederzetting op dezelfde Westbank.


Graham doet zijn best om de toon luchtig en geamuseerd te houden; het gaat maar om eten per slot van rekening. Hij lardeert zijn reisverslag met vrolijke animaties en terzijdes over zijn eigen hummusbeleving (hij vree ooit met een Joods meisje). Maar dat kan niet verhullen dat er onder het oppervlak bittere tegenstellingen schuil gaan.


De strijd om hummus speelt zich af tegen de achtergrond van het Palestijns-Israëlische conflict. En daar valt niet veel te lachen. Daarvan getuigen de woorden van de bekende Palestijnse woordvoerster Hanan Ashrawi. 'Alles wordt al van ons afgenomen. We willen niet dat ze nu ook ons eten afpakken.'


Het blijkt ook uit het lot van Ali Salah, een Palestijnse boer die kikkererwten kweekt op de Westbank en kilometers om moet lopen om bij zijn land te komen omdat Israël er een muur tussen heeft gezet. 'Ze willen niet alleen onze hummus, maar ons hele land.'


Daartegenover staat het vaste geloof van Joodse Israëliërs dat zij de oudste rechten hebben. Op het land en dus ook op de hummus. Dit land was al van onze voorvaderen, zegt Uri Levy, de hippe Iraaks-Joodse uitbater van een hummusrestaurant in Jeruzalem. 'Dat hebben zij van ons afgenomen.'


De nota bene links-liberale schrijver Meir Shalev haalt er zelfs het Oude Testament bij om te bewijzen dat hummus Joods is. In het boek Ruth wordt volgens hem al hummus opgediend. 'Nu is het dus ook al een Bijbelse kwestie geworden', schampert Ashrawi. 'Belachelijk.' Ze lacht erbij als een boer met dertien ontstoken verstandskiezen.


Een typisch staaltje Midden-Oostenironie wil dat in de meeste Israëlische restaurants Palestijnen in de keuken de hummus maken. Het is algemeen bekend dat Palestijnse hummus de beste hummus is, zegt een Israëliër op straat.


Maar behalve een Bijbelse kwestie is hummus ook big business. Alleen al de Amerikaanse markt is goed voor een jaaromzet van 400 miljoen dollar aan hummus. Die markt wordt nu beheerst door Israëlische exporteurs. De Libanezen willen daar graag een aandeel in, zegt minister Aboud die zelf ook een hummusfabriekje heeft. Dan helpt het niet als Israël hummus als nationaal gerecht claimt.


Zo mondt een plagerig conflict over wie het grootste bord hummus kan maken uiteindelijk toch weer uit in de oude vete in het Midden-Oosten met de bekende onwrikbare standpunten.


Wat tot een diepe zucht leidt bij Ghaleb Zhadeh, een Palestijn die een restaurant drijft in Oost-Jeruzalem, populair bij zowel Palestijnen als Israëlische soldaten. Waar hebben we het over?, zegt hij. 'Van oudsher is dit één land. Wij zijn één volk.'


Filmmaker Graham doet nog dapper zijn best. Make hummus not war, legt hij in de mond van Raji Kebbe, de kok van een meer dan honderd jaar oud restaurant in Beirut. Libanees, Israëli of Palestijn, als iedereen met elkaar aan tafel ging zitten om samen hummus te eten zou alles goed komen, zegt Kebbe.


Je hoort het hem zeggen, je beseft dat hij gelijk heeft, maar je weet ook donders goed dat het er voorlopig niet van zal komen. Wat ook niet zo gek is. Na Kerstavond 1914 daalden de soldaten weer gewoon af in hun loopgraven om verder te schieten. En die multiculturele samenleving: iedereen weet wat daarvan terecht is gekomen. Voor vrede is meer nodig dan eten.


Make Hummus Not War. Trevor Graham, Australië 2012. Zaterdag 23/3 12.30 en zondag 24/3 17.00 uur in Studio/K. Makehummusnotwar.com

Op 22, 23 en 24 maart wordt in Amsterdam de derde editie van het Food Film Festival gehouden. Drie dagen films, workshops en debatten over eten. Compleet met een Food Film-restaurant en een Ambachtelijke Markt. Speciale gast dit jaar is Slow Food-oprichter Carlo Petrini die op 22 maart, na het vertonen van de film Slow Food Story, vragen uit de zaal beantwoordt. Kaarten online te koop of aan de kassa van Studio/K. Foodfilmfestival.nl

EXTRA


Dansen met Gehoornde Dames


Een verse koeienvlaai druipt uit het gat van een koe. Boer Jan Dirk van de Voort raapt er een handvol van op en houdt het onder de neus van omstanders: 'Ruik eens. Het is net een zalfje zo mooi. Dit is de basis. Als dit goed is, gaat de rest ook lopen.'


Het is de openingsscène van Dansen met gehoornde dames, een Nederlandse documentaire over een bijzondere boer die op het Food Film Festival voor het eerst te zien is. Van de Voort nam het familiebedrijf over van zijn vader, maar gooide het roer radicaal om: geen antibiotica meer in de koeien, geen kunstmest op het land.


Het ging niet vanzelf; aanvankelijk had Van de Voort problemen genoeg met ziektes en sterfgevallen. Maar hij heeft een balans gevonden die voorheen ontbrak. Zijn relatie met koeien is er ook door veranderd. 'Ze worden gehoord. Je krijgt er blije koeien door.'


Bij de meeste melkveebedrijven worden koeien onthoornd om te voorkomen dat ze elkaar verwonden. Op de Grote Voort mogen ze hun hoorns houden. Dat zie je terug in hun gedrag, zegt Van de Voort. 'Onthoornde koeien laten het hoofd hangen. Gehoornde koeien dragen hun hoofd trots rechtop.'


De koeien betalen hem terug in melk waarmee Van de Voort Olde Remeker maakt, een kaas die kan wedijveren met de allerbeste Parmezaan. Dat is best een dansje waard in de stal met de gehoornde dames. Wat Jan Dirk blijkens de film graag doet. Paardenfluisteraars hadden we al, nu hebben we ook een koeiendanser.


Dansen met gehoornde dames (Onno Gerritse 2013), zondag 24 maart, Studio/K.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden