Mailmannetje met sterke competitiedrang

Mailmannetje met sterke competitiedrang...

AAN het eind van de jaren zeventig vertolkte modelleerling Wouter Bos (1963) op het Christelijk Lyceum in Zeist een rol in het toneelstuk in Met Blote Voeten in het Park van Neil Simon. Een bijrol, verduidelijkt zijn vroegere scheikundedocent en toneelmentor Fred van der Puijl.

Een bijrol, want Wouter Bos werd te jong en te klein geacht voor een mannelijke hoofdrol - een gegeven dat toentertijd zijn aspiraties wel vaker doorkruiste.

Maar Bos nam ook zijn hoedanigheid van edelfigurant uiterst serieus, zegt Van der Puijl. Zoals alles waarmee hij zich inliet. 'Achter de coulissen bouwde hij de concentratie op. De laatste tien minuten voor hij moest opkomen, was hij eigenlijk niet meer aanspreekbaar. En voor wat? Voor een vluchtig optreden als postbesteller die hijgend en piepend een pakje op de zesde verdieping bezorgde.'

Het stuk werd drie avonden achtereen vertolkt. Bij de eerste uitvoering hield Bos zich nog aan het script. De volgende avond was hij al wat nadrukkelijker aanwezig. Tijdens de slotvoorstelling vervolmaakte hij de suggestie van ademnood, en wist hij - strompelend - de rand van het toneel te bereiken, waar hij dankbaar de ovaties van het publiek in ontvangst nam.

Van der Puijl kijkt er vertederd bij. Want voor hem is Wouter Bos nog steeds het jongetje dat hij toen was: klein, slim, gretig, coöperatief. Geen opvallende verschijning, maar dapper genoeg om ten overstaan van zijn medeleerlingen als amechtige postbesteller te poseren.

Maar een politicus had hij toen niet in Bos vermoed. Evenmin een staatssecretaris, laat staan een (aspirant-) partijleider. 'Toen ik hem op televisie het Torentje van Kok zag binnenstappen, was ik enerzijds een beetje trots, maar dacht ik ook: ach God, als hij nu maar niet op z'n kop krijgt. En toen ik hoorde dat hij partijleider van de PvdA wilde worden, dacht ik: ik heb op je gestemd, en ik gun je het allerbeste, maar zou je hier niet even mee wachten?'

Die mening waren meer partijgenoten toegedaan. Toen Bos zich in augustus kandideerde, werd hem - onder anderen door zijn fractiegenoot Adri Duivesteijn - een overmaat aan gretigheid verweten. Hij zou zich te snel kandidaat hebben gesteld, wat in strijd was met de afspraak dat geïnteresseerden in het leiderschap zich pas na de algemene beschouwingen zouden opwerpen.

Partijvoorzitter Ruud Koole distantieert zich echter van deze voorstelling van zaken. Er waren, zegt hij, om te beginnen, geen afspraken gemaakt over procedures bij de kandidaatstelling. Het stond Wouter Bos dus vrij om zich beschikbaar te stellen.

De vrees voor een machtsstrijd deelt Koole evenmin. Door te laten zien waar zij staan, wie ze zijn en wat zij nastreven, scheppen de kandidaten duidelijkheid. En daarbij is de partij alleen maar gebaat.

Volgens Ad Dunning, voorzitter van de commissie die de PvdA-kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen van 1998 opstelde, hebben de omstandigheden Bos tot zijn sprong voorwaarts gedwongen. 'Het kroonprinsendrama met Kok en Melkert heeft, net als bij het CDA destijds, voorkomen dat zich meer kandidaten hebben warmgelopen.'

Waarmee hij niet wil zeggen dat Bos ongeschikt is voor de functie. 'Hij is niet per se de aangewezen persoon om de PvdA door dit dal te sturen, maar op dit moment is hij het beste wat de partij in huis heeft.'

Beter, inderdaad, dan zijn mededinger Klaas de Vries. Wat diens kwaliteiten ook mogen zijn: De Vries behoort onmiskenbaar tot de vermaledijde oude garde.

Bos heeft daar in mindere mate last van. Wat in zijn voordeel kan werken, maar ook in zijn nadeel. Dunning baseert zijn vertrouwen in Bos vooral op diens vorige leven. 'Hij komt uit de competitieve omgeving van Shell, waar je je mannetje moet staan.'

Als Kamerlid en staatssecretaris van Financiën tijdens een periode van economische voorspoed en politieke harmonie, heeft hij de hitte van de strijd echter nog niet gevoeld. Evenmin heeft hij een duidelijk ideologisch profiel - wat vooral de oude garde als een tekortkoming ervaart.

Dominic Schrijver, deelraadbestuurder in Rotterdam-Charlois, ziet dit echter juist als een aanbeveling. Voor hem geldt Bos als 'een positieve uitzondering in Den Haag'. Hij was 'een echt mailmannetje' dat, bij voorkeur via de moderne communicatiekanalen, goed benaderbaar was. En iemand die een ongewoon grote belangstelling aan de dag legde voor de 'problemen op straat'.

Schrijver positioneert hem bij de sociaal-democratische 'prakto's', die wars zijn van 'ideologische prietpraat', en zich op het concrete standpunt stellen 'dat je weer vertrouwen wint van de kiezer als je tastbare resultaten kunt laten zien.'

Bos zelf schijnt, niet geheel ongegrond, beducht te zijn voor het 'dommeblondjeseffect'. Het feit dat hij, zijn nietigheid als middelbare scholier ontgroeid, vooral wordt vereenzelvigd met zijn sociale souplesse en onmiskenbare good looks. Zijn Rotterdamse vriend Evert Ouwerkerk heeft zich daar tijdens stapavonden geregeld van kunnen vergewissen. 'Er gaat een zeker magnetisme van hem uit. Als je ergens met hem binnenkomt, draaien alle hoofden werktuiglijk zijn kant op. En dat was al het geval voor hij bekendheid genoot. Wouter gaat daar niet onder gebukt. Maar ijdel is hij niet. Althans, niet meer dan u en ik.'

Wat hem in de loop der jaren meer in hem is opgevallen, is zijn brede belangstelling en de competitiezin die zich van hem meester maakt bij alles wat hij doet. 'Wij hebben geregeld samen een duikvakantie gevierd: in Australië, Maleisië, in Thailand en de Rode Zee. Steeds probeerde hij ten minste net zo lang onder water te blijven als ik, hoewel zijn longinhoud kleiner is, en hij meer zuurstof verbruikt, omdat hij fotografeert. Als dat niet lukte, baalde hij daar van. Wat hem voor onuitstaanbaarheid behoedt, is dat hij net niet tot het scherpst van de snede gaat.'

Met die instelling heeft hij, als keeper van de Buffels, de zaalvoetballers van de Vrije Universiteit, ooit de nationale studentencompetitie gewonnen. Aan zijn techniek schreef hij dit succes niet toe. 'Ik pak geen bal klemvast. Snel reageren kan ik wel. Driftig mannetje hè, Ik kan niet zo goed tegen verliezen.' En wanneer het competitie-element ontbreekt, volstaat hij noodgedwongen met inzet.

Bij het zang-ensemble waarvan hij tot zijn aantreden als staatssecretaris deel uitmaakte, liet hij, aldus een ingewijde, zelden verstek gaan. En, wat nog belangrijker was, zijn bariton mocht er zijn. Bij de Vrije Universiteit studeerde hij in een tijdsspanne van zeven jaar in twee disciplines - politicologie en economie - cum laude af.

'Ik ging politicologie studeren om de wereld te verbeteren', lichtte hij zijn studiekeuze toe in zijn sollicitatiebrief aan Shell, 'en economie, omdat ik wilde weten hoeveel dat zou kosten.'

Voor zijn progressief-christelijke ouders en linkse vrienden had hij een even sluitende verklaring voor het feit dat hij zijn talenten uitgerekend ter beschikking stelde aan een fout geachte multinational: 'Links Nederland moet het bedrijfsleven niet aan rechts Nederland overlaten.'

Shell sloot hem in de armen. Volgens directeur Personeel Peter Otten, was een glanzende loopbaan bij de multinational voor hem weggelegd.

Maar de aanzet van Bos' zegetocht vond lang geleden plaats in Zeist. In 1979, een jaar na zijn rochelende debuut als postbesteller, schitterde hij als Filips van Bourgondië in de klucht Bloed en Liefde. En ditmaal vertolkte hij de hoofdrol. Zoals het hoort, vanuit zijn optiek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden